Fabeltjes over intellectuele eigendom…

Èlke (startende) onderneming heeft ermee te maken: intellectuele eigendom (IE) – zoals auteursrecht, merken, handelsnamen et cetera. Het komt in de praktijk heel vaak voor dat bedrijven zich dat niet realiseren en zich niet of onvoldoende laten adviseren omtrent juiste en adequate bescherming, met alle gevolgen van dien. Er bestaan bovendien nogal wat misverstanden over IE-rechten en de bescherming daarvan, zoals de volgende fabeltjes:

Fabeltje: “met een KvK-registratie is mijn naam goed beschermd…”

Nee.

De inschrijving van een handelsnaam bij de KvK an sich biedt geen bescherming tegen bedrijven met dezelfde of een sterk gelijkende naam. Bij handelsnamen gaat het om het feitelijke gebruik dat in de praktijk van de naam wordt gemaakt. Daarmee wordt bescherming verkregen, zij het beperkt. Er kan alleen worden opgetreden tegen gebruik door derden van een gelijke(nde) handelsnaam indien verwarringsgevaar aanwezig is. Slechts indien de plaats van vestiging en de aard van beide ondernemingen overeenkomen, kan verwarringsgevaar zich voordoen. Als de handelsnaam (ook) als merk wordt geregistreerd, is de bescherming ruimer en beter en kan in veel meer gevallen worden opgetreden (in sommige gevallen bijvoorbeeld tegen gebruik van de naam door derden als domeinnaam of als AdWord).

Fabeltje: “breng 7 verschillen aan en een product maakt geen inbreuk…”

Nee.

Vaak wordt gedacht dat wanneer de vormgeving van een product, zoals bijvoorbeeld een tas, tafel, schoenen, jeans et cetera op 7 punten verschilt van die van een ander product, dat dan nooit inbreuk wordt gemaakt. Niemand weet waar dit fabeltje vandaan komt, maar er is niets van waar. In sommige gevallen kunnen zelfs vijftig verschillen te weinig zijn en wordt toch geoordeeld dat sprake is van inbreuk op auteursrechten of op modelrechten.

Is de Apple Store een merk

De meeste merken die worden aangevraagd betreffen woordmerken of logo’s. Bij uitzondering wordt een merkaanvrage gedaan voor verpakkingen of de vormgeving van producten of ander 3D-materiaal. Het probleem daarmee is namelijk dat vaak wordt geoordeeld dat dit 3D-materiaal niet onderscheidend is en daarmee niet geschikt als merk; bedrijven kunnen zich met de verpakking of vormgeving van hun producten vaak onvoldoende onderscheiden van hun concurrenten. Zo niet Apple.

Apple heeft tot drie keer toe getracht het Amerikaanse octrooi- en merkenbureau ervan te overtuigen dat het design en de lay-out van de Apple Stores onderscheidend is en als merk dient te worden ingeschreven.

De derde poging is geslaagd. Het in 2010 aangevraagde merk is in januari 2013 geregistreerd voor retail diensten met betrekking tot computers en gerelateerde producten. Bij de merkaanvrage is de volgende omschrijving gegeven:

“Color is not claimed as a feature of the mark. The mark consists of the design and layout of a retail store. The store features a clear glass storefront surrounded by a paneled facade consisting of large, rectangular horizontal panels over the top of the glass front, and two narrower panels stacked on either side of the storefront. Within the store, rectangular recessed lighting units traverse the length of the store’s ceiling. There are cantilevered shelves below recessed display spaces along the side walls, and rectangular tables arranged in a line in the middle of the store parallel to the walls and extending from the storefront to the back of the store. There is multi-tiered shelving along the side walls, and a oblong table with stools located at the back of the store, set below video screens flush mounted on the back wall. The walls, floors, lighting, and other fixtures appear in dotted lines and are not claimed as individual features of the mark; however, the placement of the various items are considered to be part of the overall mark.”

Deze omschrijving benoemt de onderscheidende kenmerken van de Apple Store en bepaalt de beschermingsomvang van het merk. Om aan te tonen dat de winkelinrichting van de Apple Stores onderscheidend is, heeft Apple onder meer een 122 pagina’s tellend consumentenonderzoek overgelegd.

Met deze merkregistratie kan Apple concurrenten tegengaan een zelfde look-and-feel in hun winkels te hanteren. Eenvoudig is dat echter niet: als Apples concurrenten een iets andere winkelinrichting hanteren, zal het voor Apple lastig zijn aan te tonen dat sprake is van merkinbreuk. En: een merkregistratie kan niet worden aangepast als er wijzigingen in het merk plaatsvinden. Als Apple de winkelinrichting dus aanpast, kan het zo zijn dat deze merkregistratie de lading niet meer dekt en zij opnieuw een merkaanvrage zal moeten indienen.

Bronnen: Nu.nl, Theverge.com, USPTO.gov

Drie interessante arresten over aanbestedingsrecht

HvJ 29 november 2012, C-182/11 en C-183/11 (Econord/Varese)

Met het arrest van 29 november 2012, C-182/11 en C-183/11 (Econord/Varese) heeft het Hof de Teckal-jurisprudentie verder verfijnd. Volgens vaste jurisprudentie van het Hof kan aan het toezicht-criterium worden voldaan door het toezicht op een entiteit gezamenlijk met een aantal aanbestedende diensten uit te oefenen (Coditel). Ook een minderheidsaandeelhouder kan op deze wijze gezamenlijk toezicht uitoefenen op een entiteit (Sea). In dit arrest overweegt het Hof dat het uitgeoefende toezicht niet uitsluitend kan berusten op de toezichtsbevoegdheid van de meerderheidsaandeelhouder, omdat het begrip “gezamenlijk toezicht” anders zou worden uitgehold. Het Hof oordeelde daarom dat de verwijzende rechter diende vast te stellen of de betreffende aanbestedende diensten met hun deelneming en op basis van de gesloten aandeelhoudersovereenkomst effectief konden deelnemen aan het toezicht op de uitvoerende entiteit. In het antwoord op de gestelde prejudiciële vraag antwoordt het Hof vervolgens dat bij een gezamenlijke entiteit of het verwerven van een aandeel in een dergelijke entiteit wordt voldaan aan het toezicht-criterium wanneer alle authoriteiten deelnemen in het kapitaal van die entiteit alsook deel uitmaken van de bestuursorganen ervan (Engels: managing bodies. Frans: organes de direction).

HvJ 13 december 2012, C-465/11 (Forposta SA / Poczta Polska SA)

In het arrest van 13 december 2012, C-465/11 (Forposta SA / Poczta Polska SA) heeft het Hof geoordeeld over een Poolse wetswijziging uit 2011 op grond waarvan een negatieve past perfomance (eerdere ervaringen met de betreffende marktpartij) dwingend tot uitsluiting leidde.
Onder punt 25 tot en met 30 van de uitspraak geeft het Hof een stapsgewijze uitleg van de facultatieve uitsluitingsgrond van artikel 45 lid 2 onder d van de Richtlijn. Het Hof geeft aan dat het begrip “fout bij de beroepsuitoefening” méér omvat dan enkel het schenden van tuchtrechtelijke normen die worden vastgesteld door een tuchtcollege of een in kracht van gewijsde gegane rechtelijke beslissing. Een fout bij de beroepsuitoefening omvat elk onrechtmatig gedrag dat invloed heeft op de professionele geloofwaardigheid van de betrokken marktpartij. Bovendien kunnen aanbestedende diensten een fout bij de beroepsuitoefening vaststellen op elke grond die zij aannemelijk kunnen maken: daar is dus geen in kracht van gewijsde gegaan vonnis voor nodig. Ook de niet-nakoming door een marktpartij van zijn contractuele verplichtingen kan in principe worden aangemerkt als een fout bij de beroepsuitoefening, aldus het Hof.

HvJ 19 december 2012

In het arrest van 19 december 2012 gaat het Hof in op de uitzondering op de Europese aanbestedingsplicht indien aanbestedende diensten een samenwerkingsverband aangaan. Deze uitzondering is gebaseerd op het arrest van 9 juni 2009, Commissie / Duitsland, C-480/06.
Aan de orde komen de begrippen ‘ondernemer’ en ‘bezwarende titel’. Het Hof overweegt onder verwijzing naar het Teckal-arrest, dat niet van belang is dat de opdrachtnemer een aanbestedende dienst is. Ook behoeft de opdrachtnemer geen winst na t e streven of als onderneming georganiseerd te zijn, noch behoeft zij op regelmatige basis op de markt aanwezig te zijn. Het feit dat de vergoeding enkel kostendekkend is doet niet af aan dat deze kostenvergoeding een bezwarende titel is. Voorts overweegt het Hof dat de werkzaamheden die worden uitgevoerd onder wetenschappelijk onderzoek kunnen vallen, maar in ieder geval vallen onder de diensten genoemd in bijlage IIA, categorie 8 of 12.
Het Hof memoreert dat op grond van de rechtspraak er twee types overeenkomsten zijn die buiten de werkingsfeer van de aanbestedingsregels vallen. De eerste uitzondering betreft de quasi-in house situatie van het Teckal-arrest. De tweede uitzondering betreft de samenwerking tussen aanbestedende diensten die ertoe strekt de uitvoering te verzekeren van een taak van algemeen belang die op hen gezamenlijk rust (het genoemde arrest van 9 juni 2009). Het Hof wijst er op dat wel voldaan dient te zijn aan alle criteria die opgenomen zijn in het arrest van 9 juni 2009. Deze criteria zijn: 1) bij de samenwerking zijn uitsluitend aanbestedende diensten betrokken; 2) er is geen particuliere inbreng; 3) geen enkele particuliere dienstverlener wordt bevoordeeld tegenover zijn concurrenten; 4) de samenwerking wordt uitsluitend beheerst door overwegingen en eisen die verband houden met het nastreven van doelstellingen van algemeen belang en 5) de samenwerking dient om de uitvoering te verzekeren van een taak van algemeen belang die op de deelnemende lichamen gezamenlijk rust.
Het Hof neemt vervolgens een voorschot op de beoordeling door de verwijzende rechter door op te merken dat de overeenkomst allerlei materiele aspecten omvat die voor een aanzienlijk of zelfs overwegend gedeelte algemene ingenieursdiensten betreffen en niet ‘sec’ wetenschappelijk onderzoek. Het Hof vervolgt dat het dan ook niet lijkt dat deze samenwerking is aangegaan ter verzekering van een taak van algemeen belang die gezamenlijk op ASL en de universiteit rust. Ook wijst het Hof er op dat de overeenkomst particuliere ondernemingen kan bevoordelen, omdat de universiteit het recht heeft om bij de opdracht hooggekwalificeerd extern personeel in te schakelen.

Legaltree co-sponsors Lions Award, Rotterdam International Film Festival

On 30 January 2013, with the support of Legaltree, the Lions Award was presented at the International Film Festival of Rotterdam.

This year the award went to the Mexican feature “Penumbra” by Eduardo Villanueva, a highly promising and socially aware director. In winning this award, Villanueva has also received further encouragement to continue to develop as a film director. Legaltree would like to wish both him and his team continued success in the future.

Legaltree steunt Lions Award, Internationaal Filmfestival Rotterdam

Met steun van Legaltree is op 30 januari 2013 de Lions Award uitgereikt op het Internationaal Filmfestival Rotterdam. De prijs is gegaan naar de Mexicaanse film Penumbra van Eduardo Villanueva, een veelbelovende, maatschappelijk betrokken filmmaker. Hiermee heeft de filmmaker een belangrijke stimulans gekregen om zich verder te ontwikkelen. Legaltree wenst hem en zijn team veel succes!