Registratie bij zwarte lijst telecomproviders niet altijd juist

Waarschijnlijk heeft iedereen wel eens een telefoonrekening niet betaald. Ofwel omdat hij het niet kan, of omdat hij is verhuisd, of omdat er een fout is gemaakt in de rekening of omdat hij het om een andere reden niet eens is met de rekening. Soms, of misschien vaker dan soms, volgt dan registratie in de zwarte lijst van de Stichting Preventel.

Wat is Preventel?

Telecomproviders hebben blijkbaar met zoveel wanbetalers te maken dat er een aparte stichting voor is opgezet met de naam Preventel. Preventel houdt een zwarte lijst bij waarin wanbetalers worden opgenomen. Als de wanbetaler dan bij een van de aangesloten operators een contract wil afsluiten kan hij vanwege de registratie bij Preventel als klant worden geweigerd. Dat op zich kan behoorlijk vervelend zijn en is al helemaal niet terecht als je geen “echte” wanbetaler bent.

Het schijnt bijzonder lastig te zijn om contact te krijgen met Preventel, en ook lang te duren voordat er antwoord komt met inzicht in de eigen. Ik ken iemand die daarvoor drie brieven moest schrijven. Brenno de Winter schreef er in 2009 al een artikel over op Webwereld.

Niet alleen echte wanbetalers worden aangemeld

Het probleem met Preventel is dat telecomproviders niet alleen maar de echte wanbetalers in de zwarte lijst laten zetten. Ook wanneer er een goede reden is om een rekening niet te betalen gebeurt dat. Met het gevolg dat je onterecht wordt “achtervolgd” door de Preventel registratie en geen telefoonabonnement meer af kan sluiten.

Dit overkwam ook een bedrijf uit Beek. Het bedrijf had een geschil met Vodafone over de vraag of er wel of niet een overeenkomst tot stand was gekomen. Vodafone stuurde facturen die het bedrijf betwistte. Na vijf aanmaningen waar geen betaling op volgde werd het bedrijf bij Preventel aangemeld. Met als gevolg dat ze geen telefoonabonnement af kon sluiten bij een andere provider.

Het bedrijf vordert bij de Rechtbank Maastricht dat Vodafone en Preventel de registratie van het bedrijf uit de zwarte lijst halen. De Rechtbank geeft het bedrijf gelijk: de registratie moet worden verwijderd. Preventel schrijft zelf op haar website dat zij een maatschappelijk doel dient, namelijk om mensen en bedrijven tegen zichzelf te beschermen en niet verplichtingen aan te gaan die zij niet na kunnen komen. Hieruit volgt volgens de rechtbank dat aanmelding bij Preventel alleen kan worden gedaan wanneer de wanbetaling het gevolg is van financieel onvermogen van de aanvrager. Daar valt niet “wanbetaling” onder die verband houdt met een zakelijk conflict over de verschuldigdheid van abonnementskosten. Vodafone heeft ook tijdens de rechtszaak niet de indruk weg kunnen nemen dat oneigenlijk gebruik is gemaakt van de Preventel registratie om het bedrijf tot betaling te dwingen.

Telecomproviders moeten gerechtvaardigd belang hebben

Het oordeel van de rechtbank lijkt mij juist. De telecomproviders moeten op grond van de Wet Bescherming Persoonsgegevens een gerechtvaardigd belang hebben bij het aanmelden van niet-betalingen en dat belang moet bovendien zwaarder wegen dan het belang van de niet-betaler. Naar mijn mening weegt dat gerechtvaardigd belang van de telecomprovider zwaarder bij echte wanbetaling zonder reden of als gevolg van financieel onvermogen. Maar dat belang weegt niet zwaarder wanneer iemand niet betaalt omdat hij een factuur betwist of om andere goede redenen. De telecomprovider mag dan niet bij Preventel aanmelden en handelt naar mijn mening in strijd met de Wet Bescherming persoonsgegevens door dat wel te doen.

Extra zorgvuldigheid geboden bij branche-brede zwarte lijsten

Bij zwarte lijsten die binnen een branche worden gedeeld moet extra terughoudend met aanmeldingen worden omgegaan omdat iemand dan volledig van een bepaalde dienst kan worden uitgesloten. In de zaak van Vodafone gaf Vodafone zelf toe dat, als je eenmaal in de zwarte lijst bent opgenomen, geen van de aangesloten providers nog een contract met je wilt sluiten. Ook gaf Vodafone toe dat er na 5 aanmaningen automatisch een aanmelding bij Preventel volgt, blijkbaar ongeacht de reden voor het niet betalen.

De telecomproviders zouden intern dus een (betere) procedure moeten hebben om vast te stellen wanneer iemand bij Preventel mag worden aangemeld of niet. Ook moeten ze de betreffende persoon informeren over het feit dat ze hem hebben aangemeld bij Preventel. Anders voldoen zij niet aan de Wet Bescherming Persoonsgegevens. Wellicht iets voor het College Bescherming Persoonsgegevens om eens een onderzoek naar te doen, nu ze toch al met de telecomproviders bezig zijn?

Melding Preventel bij het CBP kennelijk niet compleet

Interessant is nog dat de melding van Preventel bij het College Bescherming Persoonsgegevens (zie hier) kennelijk niet volledig en actueel is. In die melding staat dat alleen KPN, Vodafone, T-Mobile, Orange (valt nu onder T-Mobile) en Debitel aangesloten zijn terwijl Preventel op de website zelf schrijft zij dat ook Telfort, Tele2, RaboMobiel, Yes Telecom, Ben (bestaat dat nog?) en Connect-it aangesloten zijn.

Uitspraak Rechtbank er bij pakken

Dus: degene die er achter komt dat hij ten onrechte door een telecomprovider bij Preventel is geregistreerd kan deze uitspraak van de Rechtbank Maastricht er bij pakken om te beargumenteren dat die registratie niet geldig was, en dat hij uit het register moet worden verwijderd. Wie weet helpt dat.

Overgang van onderneming: het Roest/Albron arrest

Overgang van een onderneming

Op 5 april 2013 heeft de Hoge Raad het Roest/Albron-arrest gewezen, dat van belang is voor het leerstuk van de overgang van een onderneming. Door de overgang van een onderneming gaan de rechten en verplichtingen tussen de werkgever in die onderneming en de werknemers die daar werken van rechtswege over op de verkrijger. Tot Roest/Albron was de heersende leer dat alleen werknemers die een arbeidsovereenkomst hadden met de overgedragen onderneming van rechtswege mee over gingen naar de verkrijger. Werknemers die slechts tewerkgesteld waren bij de overgedragen onderneming en een arbeidsovereenkomst hadden met een andere onderneming gingen niet van rechtswege mee over.

De Hoge Raad heeft op deze leer een belangrijke uitzondering geformuleerd: ook de werknemer die permanent tewerk is gesteld bij de over te dragen onderneming en een arbeidsovereenkomst heeft met een andere, tot hetzelfde concern behorende onderneming, gaat van rechtswege mee over.  

De casus

Het arrest is het sluitstuk van een procedure die jaren geleden werd aangespannen door de heer Roest, een voormalig werknemer van Heineken en FNV Bondgenoten. Roest had (zoals alle werknemers van Heineken) een arbeidsovereenkomst met Heineken Nederlands Beheer B.V. Hij was gedetacheerd bij Heineken Nederland B.V., dat tot 1 maart 2005 de cateringactiviteiten van het Heinekenconcern exploiteerde.

Per 1 maart 2005 werden de cateringactiviteiten van Heineken Nederland B.V. uitbesteed aan Albron. Roest kreeg vervolgens een aanbod om bij Albron in dienst te treden, op minder gunstige arbeidsvoorwaarden dan hij bij Heineken had. Roest trad bij Albron in dienst, maar verzocht daarop de kantonrechter voor recht te verklaren dat de overgang van de cateringactiviteiten van Heineken naar Albron een overgang van onderneming was en dat de desbetreffende werknemers, onder wie Roest, van rechtswege in dienst waren getreden van Albron. Ook vorderde Roest dat Albron werd veroordeeld tot uitbetaling van het achterstallig loon.

Hoewel Roest geen arbeidsovereenkomst had met Heineken Nederland B.V., de vervreemder van de cateringactiviteiten, was de kantonrechter van oordeel dat Roest toch van rechtswege mee over was gegaan naar Albron en wees hij de vorderingen van Roest toe. Ook in hoger beroep werd Roest door het Gerechtshof in het gelijk gesteld, nadat het Europese Hof van Justitie prejudiciële vragen van het Gerechtshof had beantwoord.

Het Europese Hof had verklaard dat ook de niet-contractuele werkgever kan worden aangemerkt als een “vervreemder” in de zin van de Richtlijn (die ten grondslag ligt aan de bepalingen in boek 7 BW omtrent de overgang van een onderneming). Volgens het Europese Hof is het bij een overdracht van een concernonderneming niet noodzakelijk dat tussen die onderneming en de werknemer die daar permanent tewerkgeseld is, een arbeidsovereenkomst bestaat, om te kunnen concluderen dat er sprake is van een overgang van onderneming, waardoor de rechten en verplichtingen van de werknemer van rechtswege mee over gaan naar de verkrijger.

Onder verwijzing naar deze uitleg van het Europese Hof, verwierp de Hoge Raad het cassatieberoep van Albron. Ook de Hoge Raad was van oordeel dat de arbeidsvoorwaarden van Roest waren overgegaan op Albron.

Praktijk

Wat betekent dit arrest nu voor de praktijk? In ieder geval dat werknemers die vanuit een personeelsvennootschap permanent tewerkgesteld zijn bij een zustervennootschap, van rechtswege mee over gaan als de onderneming van die zustervennootschap wordt overgedragen.

Vanuit de gedachte dat de Richtlijn beoogt werknemers bescherming te bieden is het arrest begrijpelijk. Het arrest roept echter ook vragen op. Onduidelijk is bijvoorbeeld of het arrest ook ziet op werknemers die permanent tewerkgesteld zijn vanuit een vennootschap die niet tot hetzelfde concern behoort. En wat is de situatie ten aanzien van werknemers die voor langere tijd door een uitzendbureau of payrollbedrijf tewerkgesteld zijn bij de onderneming die overgedragen wordt?

Op deze vragen geeft het Albron/Roest-arrest geen antwoord. Het laatste woord over deze problematiek is nog niet gezegd.

Nieuwe partner bestuursrecht: Irene Scholten-Verheijen

Per 1 augustus 2013 is Irene Scholten-Verheijen toegetreden tot het team van Legaltree. Scholten is gespecialiseerd in bestuursrecht en gereguleerde markten, met de nadruk op levensmiddelen- en farmaceutisch recht.

Na haar studie Nederlands Recht begon zij haar loopbaan als beleidsmedewerker en juridisch adviseur bij telecomtoezichthouder OPTA. Sinds 2002 werkt zij in de advocatuur. Zij werkte achtereenvolgens bij Van Mens & Wisselink, Dijkstra en Voermans en VMW Taxand.

Irene publiceert veelvuldig. Daarnaast treedt zij vaak op als gastdocent, onder andere aan de Universiteit Wageningen en de op Nyenrode Business Universiteit.

Met de komst van Irene beschikt Legaltree over drie in bestuursrecht gespecialiseerde partners, die tezamen het volledige werkveld bestrijken.

Annotatie RvA 23 april 2013 nr. 33.021

Te lezen in (vervangende schadevergoeding). In Bouwrecht afl. 8 – augustus 2013.

Legaltree lawyer Antoinette Collignon receives International Award from AAJ

Thursday, August 1st, San Francisco: The American Association for Justice (AAJ) awarded Antoinette Collignon, partner of the Dutch law firm Legaltree, with the ‘International Trial Lawyer Leadership Award’ at the annual convention of the AAJ in San Franciso on July 22nd. Collignon has been awarded for her important contributions to personal injury law within Europe.

Says Mary Alice McLarty, president of the AAJ: ‘Collignon is an advocate for the cause of civil justice, both in her international practice and in her role as President of PEOPIL, the Pan European Organisation of Personal Injury Lawyers. She is an extraordinarily experienced and tenacious injury lawyer.’

Collignon is a partner of the Dutch law firm Legaltree. She specialises in cross-border personal injury cases and works closely together with other renowned international law firms in Europe and the USA. McLarty: ‘She was one of the people who inspired the foundation of the Pan European Organisation of Personal Injury Lawyers in 1996. Since 2009 she has become the first Dutch and first female president of this organisation. Collignon connects people, initiatives and knowledge. She is also a renowned speaker stating our case to international organizations and bar associations, across the world. The AAJ is proud to present her with our International Award.’

The International Trial Lawyer Leadership Award is given to a non US trial lawyer leader who has contributed significantly to the development of international relations and exchange of information among plaintiff lawyers.

About AAJ

As the world’s largest trial bar, the American Association for Justice (AAJ) promotes justice and fairness for injured persons, safeguards victims’ rights and strengthens the civil justice system since 1946. With members worldwide, AAJ provides lawyers with the information and professional assistance needed to serve clients successfully and protect the democratic values inherent in the civil justice system. More information at www.justice.org

About Peopil

The Pan European Organisation of Personal Injury Lawyers (PEOPIL) was founded to improve and promote judicial co-operation and mutual knowledge of legal and judicial systems of European jurisdictions in the field of personal injury law.
Currently the Pan-European Organisation of Personal Injury Lawyers has 550 members from 36 jurisdictions within Europe. More information at www.peopil.com