Overgang van onderneming: het Roest/Albron arrest

Overgang van een onderneming

Op 5 april 2013 heeft de Hoge Raad het Roest/Albron-arrest gewezen, dat van belang is voor het leerstuk van de overgang van een onderneming. Door de overgang van een onderneming gaan de rechten en verplichtingen tussen de werkgever in die onderneming en de werknemers die daar werken van rechtswege over op de verkrijger. Tot Roest/Albron was de heersende leer dat alleen werknemers die een arbeidsovereenkomst hadden met de overgedragen onderneming van rechtswege mee over gingen naar de verkrijger. Werknemers die slechts tewerkgesteld waren bij de overgedragen onderneming en een arbeidsovereenkomst hadden met een andere onderneming gingen niet van rechtswege mee over.

De Hoge Raad heeft op deze leer een belangrijke uitzondering geformuleerd: ook de werknemer die permanent tewerk is gesteld bij de over te dragen onderneming en een arbeidsovereenkomst heeft met een andere, tot hetzelfde concern behorende onderneming, gaat van rechtswege mee over.

De casus

Het arrest is het sluitstuk van een procedure die jaren geleden werd aangespannen door de heer Roest, een voormalig werknemer van Heineken en FNV Bondgenoten. Roest had (zoals alle werknemers van Heineken) een arbeidsovereenkomst met Heineken Nederlands Beheer B.V. Hij was gedetacheerd bij Heineken Nederland B.V., dat tot 1 maart 2005 de cateringactiviteiten van het Heinekenconcern exploiteerde.

Per 1 maart 2005 werden de cateringactiviteiten van Heineken Nederland B.V. uitbesteed aan Albron. Roest kreeg vervolgens een aanbod om bij Albron in dienst te treden, op minder gunstige arbeidsvoorwaarden dan hij bij Heineken had. Roest trad bij Albron in dienst, maar verzocht daarop de kantonrechter voor recht te verklaren dat de overgang van de cateringactiviteiten van Heineken naar Albron een overgang van onderneming was en dat de desbetreffende werknemers, onder wie Roest, van rechtswege in dienst waren getreden van Albron. Ook vorderde Roest dat Albron werd veroordeeld tot uitbetaling van het achterstallig loon.

Hoewel Roest geen arbeidsovereenkomst had met Heineken Nederland B.V., de vervreemder van de cateringactiviteiten, was de kantonrechter van oordeel dat Roest toch van rechtswege mee over was gegaan naar Albron en wees hij de vorderingen van Roest toe. Ook in hoger beroep werd Roest door het Gerechtshof in het gelijk gesteld, nadat het Europese Hof van Justitie prejudiciële vragen van het Gerechtshof had beantwoord.

Het Europese Hof had verklaard dat ook de niet-contractuele werkgever kan worden aangemerkt als een “vervreemder” in de zin van de Richtlijn (die ten grondslag ligt aan de bepalingen in boek 7 BW omtrent de overgang van een onderneming). Volgens het Europese Hof is het bij een overdracht van een concernonderneming niet noodzakelijk dat tussen die onderneming en de werknemer die daar permanent tewerkgeseld is, een arbeidsovereenkomst bestaat, om te kunnen concluderen dat er sprake is van een overgang van onderneming, waardoor de rechten en verplichtingen van de werknemer van rechtswege mee over gaan naar de verkrijger.

Onder verwijzing naar deze uitleg van het Europese Hof, verwierp de Hoge Raad het cassatieberoep van Albron. Ook de Hoge Raad was van oordeel dat de arbeidsvoorwaarden van Roest waren overgegaan op Albron.

Praktijk

Wat betekent dit arrest nu voor de praktijk? In ieder geval dat werknemers die vanuit een personeelsvennootschap permanent tewerkgesteld zijn bij een zustervennootschap, van rechtswege mee over gaan als de onderneming van die zustervennootschap wordt overgedragen.

Vanuit de gedachte dat de Richtlijn beoogt werknemers bescherming te bieden is het arrest begrijpelijk. Het arrest roept echter ook vragen op. Onduidelijk is bijvoorbeeld of het arrest ook ziet op werknemers die permanent tewerkgesteld zijn vanuit een vennootschap die niet tot hetzelfde concern behoort. En wat is de situatie ten aanzien van werknemers die voor langere tijd door een uitzendbureau of payrollbedrijf tewerkgesteld zijn bij de onderneming die overgedragen wordt?

Op deze vragen geeft het Albron/Roest-arrest geen antwoord. Het laatste woord over deze problematiek is nog niet gezegd.

Nieuwe partner bestuursrecht: Irene Scholten-Verheijen

Per 1 augustus 2013 is Irene Scholten-Verheijen toegetreden tot het team van Legaltree. Scholten is gespecialiseerd in bestuursrecht en gereguleerde markten, met de nadruk op levensmiddelen- en farmaceutisch recht.

Na haar studie Nederlands Recht begon zij haar loopbaan als beleidsmedewerker en juridisch adviseur bij telecomtoezichthouder OPTA. Sinds 2002 werkt zij in de advocatuur. Zij werkte achtereenvolgens bij Van Mens & Wisselink, Dijkstra en Voermans en VMW Taxand.

Irene publiceert veelvuldig. Daarnaast treedt zij vaak op als gastdocent, onder andere aan de Universiteit Wageningen en de op Nyenrode Business Universiteit.

Met de komst van Irene beschikt Legaltree over drie in bestuursrecht gespecialiseerde partners, die tezamen het volledige werkveld bestrijken.

Annotatie RvA 23 april 2013 nr. 33.021

Te lezen in (vervangende schadevergoeding). In Bouwrecht afl. 8 – augustus 2013.

Legaltree lawyer Antoinette Collignon receives International Award from AAJ

Thursday, August 1st, San Francisco: The American Association for Justice (AAJ) awarded Antoinette Collignon, partner of the Dutch law firm Legaltree, with the ‘International Trial Lawyer Leadership Award’ at the annual convention of the AAJ in San Franciso on July 22nd. Collignon has been awarded for her important contributions to personal injury law within Europe.

Says Mary Alice McLarty, president of the AAJ: ‘Collignon is an advocate for the cause of civil justice, both in her international practice and in her role as President of PEOPIL, the Pan European Organisation of Personal Injury Lawyers. She is an extraordinarily experienced and tenacious injury lawyer.’

Collignon is a partner of the Dutch law firm Legaltree. She specialises in cross-border personal injury cases and works closely together with other renowned international law firms in Europe and the USA. McLarty: ‘She was one of the people who inspired the foundation of the Pan European Organisation of Personal Injury Lawyers in 1996. Since 2009 she has become the first Dutch and first female president of this organisation. Collignon connects people, initiatives and knowledge. She is also a renowned speaker stating our case to international organizations and bar associations, across the world. The AAJ is proud to present her with our International Award.’

The International Trial Lawyer Leadership Award is given to a non US trial lawyer leader who has contributed significantly to the development of international relations and exchange of information among plaintiff lawyers.

About AAJ

As the world’s largest trial bar, the American Association for Justice (AAJ) promotes justice and fairness for injured persons, safeguards victims’ rights and strengthens the civil justice system since 1946. With members worldwide, AAJ provides lawyers with the information and professional assistance needed to serve clients successfully and protect the democratic values inherent in the civil justice system. More information at www.justice.org

About Peopil

The Pan European Organisation of Personal Injury Lawyers (PEOPIL) was founded to improve and promote judicial co-operation and mutual knowledge of legal and judicial systems of European jurisdictions in the field of personal injury law.
Currently the Pan-European Organisation of Personal Injury Lawyers has 550 members from 36 jurisdictions within Europe. More information at www.peopil.com