Ver van huis

“Ver van huis” is de titel van het rapport Parlementaire Enquêtecommissie Woningcorporaties dat op 30 oktober jl. door de enquêtecommissie aan de Tweede Kamer is aangeboden. Een onderzoek dat sinds 16 april 2013 is begonnen naar het stelsel van woningcorporaties en de incidenten die daarbinnen konden gebeuren. Incidenten die zich sinds de stelselherziening van woningcorporaties, begin jaren ’90 van de twintigste eeuw voordeden: “We zien een stoomschip van een kwart miljard euro, een Maserati als dienstwagen, kolossale grondposities zonder bouwbestemming, aanleg van een tunnelbak, koffers met biljetten, in het kader van de leefbaarheid lenen aan een uitvaartcentrum, adoptie van een aap, een olifantenbeeldenparade, ontwikkelingen van koopwoningen Wallonië, een architect met een honorarium van 14 miljoen euro en een derivaten portefeuille van 23 miljard euro”.

Vervolgens kwam begin 2012 het schandaal van Vestia naar buiten; Vestia, de grootste woningcorporatie van Nederland met 90.000 sociale huurwoningen die daarnaast ook voor miljarden aan derivatencontracten met banken had afgesloten, contracten die voor niemand te begrijpen waren en renterisico’s zouden moeten afdekken tot sint-juttemis. Deze keer was het geen bedrijf maar nota bene een semi publieke instelling die in één klap in de mondiale top van financiële schandalen terecht is gekomen. De Nederlandse sociale huurders moesten vervolgens opdraaien voor het miljardenverlies. De maat was vol, reden waarom de Tweede Kamer toen een motie heeft aangenomen tot besluit van een Parlementaire enquête naar het stelsel van woningcorporaties en de misstanden die daar binnen konden gebeuren.

De commissie stelt in haar rapport een samenhangend pakket van 18 maatregelen voor. Zoals verwacht, is de commissie zeer kritisch over het functioneren van de onderzochte corporaties maar er is gelukkig ook lof voor de sector. Volgens de commissie staat “buiten kijf dat woningcorporaties in de afgelopen 20 jaar essentiële bijdragen hebben geleverd aan de sociale volkshuisvesting in Nederland. Zij hebben er mede aan bijgedragen dat van een omvangrijke gettovorming en verpauperde woonwijken in Nederland nagenoeg geen sprake is”. Ondanks dat in veel gevallen sprake is van grote inzet en bevlogenheid bij het dagelijks uitvoeren van de maatschappelijke opdracht door de corporaties is het beeld van de corporatiesector de laatste jaren alleen maar negatiever geworden. De commissie concludeert dat die beeldvorming begrijpelijk is “in de praktijk van de casussen blijkt dat de directeur-bestuurder vaak een te machtige positie inneemt binnen de corporatie en dat de Raad van Commissarissen niet in staat is om als een volwaardige tegenkracht te functioneren tegen een dominante, ambitieuze bestuurder. Daarbij blijken corporaties dankzij hun bezit makkelijk en goedkoop geld te kunnen lenen of in geval van problemen vrij gemakkelijk woningen te kunnen verkopen om verliezen op te vangen of te verdoezelen”. Een cultuuromslag is derhalve noodzakelijk en is daarmee ook één van de achttien maatregelen die door de commissie wordt voorgesteld.

Voorts is van belang dat het werkgebied beter wordt begrensd, dat grote landelijke corporaties defuseren, schaalgrootte van de woningcorporaties wordt begrensd, bindende afspraken worden gemaakt met gemeenten, positie van huurders wordt versterkt, beter en sterker intern toezicht tot stand komt, een evenwichtiger corporatiebestuur, strengere taak van de accountants, vergroten van de controleerbaarheid en transparantie dat fraude en zelfverrijking harder worden aangepakt en dat er geen commerciële nevenactiviteiten meer mogelijk zijn en dat investeringen in leefbaarheid en grond ernstig worden beperkt. Dit is zomaar een greep uit het samenhangend pakket van 18 maatregelen. De kern van het bestaande stelsel wordt door de enquêtecommissie niet ter discussie gesteld maar ze doet uitsluitend aanbevelingen om dat stelsel te verbeteren.

Vereniging van Woningcorporaties Aedes is positief over de hoofdlijnen van het rapport en is blij dat de commissie verder heeft gekeken dan de incidenten en ook heeft gezien dat veel corporaties met grote bevlogenheid hun werk hebben gedaan. In een reactie op de 18 aanbevelingen van de commissie laat Aedes dan ook weten dat een aantal van de aanbevelingen aansluit in de richting op verbeteracties en voorstellen vanuit de sector waarvan een aantal al voor de enquête in gang gezet was. Dat geldt bijvoorbeeld voor cultuurverandering, versterking van de relatie met de Gemeente, vergroten van invloed van huurders en stakeholders, meer transparantie, de keuze voor een sterk en onafhankelijke toezichthouder en verbetering van de kwaliteit van het bestuur. Daarnaast bevat het rapport ook aanbevelingen die volgens Aedes slecht uitpakken voor de volkshuisvesting. Zo maakt een te rigide afbakening van de activiteiten van corporaties het opknappen van kwetsbare wijken onmogelijk, concludeert Aedes. Standaardregels voor het beperken van het werkgebied of de grootte van corporaties zijn niet logisch, zo meent zij. Er moet worden gekeken naar de manier waarop een corporatie de lokale binding met huurders, gemeente en stakeholders organiseert. Verder komt Aedes tot de conclusie dat een aantal aanbevelingen nog niet volledig is uitgewerkt en vraagt om een nadere bestudering. Dat geldt met name voor de aanbevelingen om het financierings- en garantiestelsel aan te passen.

Deze week heeft de Tweede Kamer uitvoerig gedebatteerd over het eindrapport van de commissie. Over de kerntaak, huurdersparticipatie en toezicht, hadden de Tweede Kamerleden de meeste vragen tijdens het debat over het eindrapport. Belangrijkste discussiepunt was de kerntaak van corporaties. Vooral de aanbeveling van de enquêtecommissie dat woningcorporaties voortaan binnen hun kerntaak (huisvesting voor de lage middeninkomens) moeten blijven zorgde voor veel discussie. Ook de onderwerpen huurdersparticipatie (het nog verder versterken van de positie van de huurder), toezicht en openheid hielden de gemoederen tijdens de debatten goed bezig.

Thans is het de beurt aan de politiek in samenwerking met de sector om te bekijken welke aanbevelingen daadwerkelijk zullen worden doorgevoerd en het stelsel van de woningcorporaties gezonder, transparanter en effectiever moeten gaan maken. Hierover zullen we de komende tijd nog veel in de media kunnen waarnemen.

Mr. Christine van den Berg
06-41029888 (christine.vandenberg@legaltree.nl)

Overheid, gij zult (in beginsel) handhaven!

De overheid houdt toezicht op de naleving van de regels die zij aan haar burgers en bedrijven heeft opgelegd, het zogenaamde bestuursrecht. Wordt er gebouwd zonder bouwvergunning? Beschikt een onderneming over de vereiste vergunningen, vrijstellingen, ontheffingen etc.? En worden de algemene (milieu)regels wel nageleefd? Maar wat als een overtreding is geconstateerd? Het algemeen belang bij naleving van de spelregels, verplicht de overheid om dan in beginsel tot handhaving over te gaan. Ik doel dan op bestuursrechtelijke handhaving gericht op ongedaan making van een overtreding; bestuurlijke boetes en strafrechtelijke handhaving laat ik even buiten beschouwing. Denk aan het opleggen van een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom. Slechts onder bijzondere omstandigheden moet het bestuursorgaan afzien van handhaving. De ervaring leert dat overheden soms ‘automatisch’ tot handhaving overgaan en (te) weinig oog hebben voor het belang van de overtreder. Het is dus goed om altijd kritisch te blijven en, waar zinvol, verweer te voeren. Doen zich bijzondere omstandigheden voor op grond waarvan de overheid zou moeten afzien van handhaving?

Concreet zicht op legalisering

Concreet zicht op legalisering vormt een bijzondere omstandigheid op grond waarvan de overheid van handhaving moet afzien. Bij milieuzaken is sprake van dergelijk ´concreet zicht´ vanaf het moment dat een ontvankelijke aanvraag voor een omgevingsvergunning milieu is ingediend die strekt tot legalisering van de illegale handeling of situatie en aannemelijk is dat de aanvraag kan worden gehonoreerd. Indien illegaal is gebouwd, kan en moet het bevoegd gezag zelfstandig beoordelen of alsnog omgevingsvergunning om te bouwen en/of om af te wijken van het vigerende bestemmingsplan kan worden verleend. Indien een legaliserend ontwerpbestemmingsplan ter inzage is gelegd is ook sprake van concreet zicht op legalisatie.

Onevenredige handhaving

Voorts kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien. Echter, bijzondere omstandigheden kunnen slechts tot het oordeel leiden dat handhavend optreden onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen, indien sprake is van incidentele overtredingen en/of overtredingen van geringe ernst. Ook de omstandigheid dat handhavend optreden mogelijk ernstige financiële gevolgen heeft voor de overtreder, rechtvaardigt op zichzelf niet de conclusie dat handhavend optreden onevenredig is. Zelfs een dreigend faillissement maakt niet dat handhaving onevenredig is. De overtreder wordt namelijk geacht het risico op handhaving te hebben aanvaard. In de praktijk zal een beroep op ´onevenredige handhaving´ niet gauw slagen.

Redelijk handhavingsbeleid

In gevallen waarin het bestuursorgaan redelijk te achten handhavingsbeleid voert, bijvoorbeeld inhoudend dat het bestuursorgaan de overtreder in bepaalde gevallen eerst waarschuwt en gelegenheid biedt tot herstel voordat het handhavend optreedt, dient het zich ook in beginsel aan dit beleid te houden. De overheid kan dan dus bijvoorbeeld niet de ‘waarschuwing’ overslaan en direct een last opleggen. Bij de handhaving mogen prioriteiten worden gesteld. Wanneer het gevoerde handhavingsbeleid inhoudt dat buiten aangegeven prioriteiten, alleen naar aanleiding van klachten wordt gehandhaafd, kan het ontbreken van een klacht ook in de weg staan aan handhaving. Wanneer om handhaving wordt verzocht, kan daarentegen niet uitsluitend onder verwijzing naar de prioriteitstelling van handhaving worden afgezien. Het bestuursorgaan moet dan een afweging maken in het individuele geval waarbij de belangen van de verzoeker worden betrokken. Hierbij moet het bestuursorgaan bezien of het ondanks de prioritering in dit geval toch handhavend moet optreden.
Indien handhavingsbeleid ontbreekt, kan de weigering om te handhaven niet slechts gemotiveerd worden met de enkele stelling dat handhavend optreden tegen een bepaalde overtreding geen prioriteit heeft.

Gewekt vertrouwen

Ook het zogenaamde vertrouwensbeginsel kan in de weg staan aan handhaving. Echter, ook hiervoor gelden strenge eisen. Voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel is blijkens de rechtspraak vereist dat er aan het bestuursorgaan toe te rekenen concrete, ondubbelzinnige toezeggingen zijn gedaan door een daartoe bevoegd persoon, waaraan rechtens te honoreren verwachtingen kunnen worden ontleend. Wanneer burgemeester en wethouders of gedeputeerde staten tot handhaving overgaan, zijn toezeggingen van een enkele wethouder of gedeputeerde, laat staan een ambtenaar onvoldoende. De omstandigheid dat de overheid bekend was met een overtreding, maar daartegen lange tijd niet handhavend is opgetreden, levert geen gerechtvaardigd opgewekt vertrouwen op dat tegen de overtreding niet meer handhavend zou worden opgetreden.

Gelijkheidsbeginsel

Tenslotte wijs ik erop dat ook het gelijkheidsbeginsel soms kan nopen tot afzien van handhaving. Namelijk wanneer tegen andere, gelijke, overtredingen niet handhavend wordt opgetreden. Veelal wordt evenwel geconcludeerd dat geen sprake is van ´gelijke´ gevallen. Bovendien is de overheid niet gehouden eerdere fouten te herhalen. In een recentelijk geval waarin de overheid nota bene zelf een beroep deed op het gelijkheidsbeginsel ter motivering van de afwijzing van een handhavingsverzoek met betrekking tot een illegaal hekwerk, werd overigens geoordeeld dat niet was gebleken van gelijksoortige bouwwerken waartegen evenmin handhavend was opgetreden.

Uit bovenstaande blijkt dat de plicht tot handhaving een aantal uitzonderingen kent, maar een beroep op deze uitzonderingen wordt lang niet altijd gehonoreerd. Wilt u meer weten over de bijzondere omstandigheden op grond waarvan de overheid van handhaving moet afzien? Bel of mail mij gerust.

mr. Arthur van Rossem
(06 535 28 235 / arthur.vanrossem@legaltree.nl)

MOSZKOWICZ, MOSZKOWICZ of MOSZKOWICZ: wie heeft recht op het gebruik als merk?

De Telegraaf kopt vandaag: Moszkowicz mag Moszkowicz blijven heten.

Er wordt weer geruzied in de familie Moszkowicz. Dit keer over de familienaam Moszkowicz die alle advocaten binnen de familie voeren voor hun praktijk. Het ligt wel iets genuanceerder dan in de Telegraaf is beschreven.

De broers David en Max Moszkowicz (sr.), advocaten in Maastricht, hebben een viertal merkregistraties op hun naam staan:

(i)⇥merk MOSZKOWICZ d.d. november 2002 voor ‘likeuren en advocaat’,
(ii)⇥merk MOSZKOWICZ d.d. juni 2013 voor o.a. ‘juridische diensten’,
(iii)⇥merk MOSZKOWICZ ADVOCATEN d.d. januari 1987 voor ‘advocatuur’, en
(iv)⇥merk MOSZKOWICZ MOSZKOWICZ MOSZKOWICZ en MOSZKOWICZ ADVOCATEN d.d. ⇥januari 1987 voor ‘advocatuur’.

Max Moszkowicz (jr.), advocaat in Amsterdam, heeft in 2012 een merk aangevraagd bij het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom (‘BBIE’): MOSZKOWICZ, voor allerlei producten en diensten, maar niet voor juridische diensten. Desondanks een doorn in het oog voor de gebroeders Moszkowicz te Maastricht. Zij startten een oppositieprocedure bij het BBIE, dat wil zeggen dat zij formeel bezwaar hebben gemaakt tegen deze merkaanvrage op basis van hun eerdere merkregistraties (i), (iii) en (iv) (merk (ii) konden ze niet inroepen, want dat merk is van látere datum dan de aanvrage van Max Moszkowicz). Daaraan hebben zij het argument toegevoegd dat ‘hun’ merk MOSZKOWICZ een (algemeen) bekend merk zou zijn en dat Max Moszkowicz het merk te kwader trouw heeft aangevraagd. Hij wist immers dat die naam al gevoerd werd voor de advocatenpraktijk van David en Max (sr.).

Het BBIE wees de oppositie op 27 november jl. af vanwege de volgende redenen:

-⇥Eventuele kwade trouw speelt geen rol in een oppositieprocedure (dit argument kun je alleen aanvoeren in een procedure bij de civiele rechter);
-⇥Dat het eerdere merk MOSZKOWICZ een bekend merk zou zijn, kan eveneens niet worden aangevoerd in een oppositieprocedure;
-⇥Algemene bekendheid (dus nog bekender dan ‘gewoon’ bekend) kan wél een rol spelen, maar daarvan is hier geen sprake, aldus het BBIE. De lat voor het aannemen van algemene bekendheid ligt hoog en wordt hier niet gehaald. De media-optredens van Bram Moszkowicz, één van de maatschapspartners, maken dit niet anders. Bovendien hebben de gebroeders Moszkowicz niet aangetoond dat sprake is van verwarringsgevaar tussen hun merk(en) en de aanvrage van Max Moszkowicz en dat is (ook) een vereiste.

Het merk MOSZKOWICZ van Max Moszkowicz is aangevraagd voor diensten die niets te maken hebben met juridische dienstverlening (en ook niet met het aloude drankje advocaat waarvoor het merk MOSZKOWICZ ook is ingeschreven door de gebroeders Moszkowicz). Van verwarringsgevaar met de oudere merken MOSZKOWICZ is dan ook geen sprake. Een terechte beslissing van het BBIE dus.

Dat neemt overigens niet weg dat de advocatenbroers Moszkowicz best een kans van slagen hebben in een procedure bij de gewone rechter. Daar kunnen ze namelijk alle argumenten aanvoeren die in een oppositieprocedure geen rol kunnen spelen, zoals: kwade trouw/bekend merk.

Overigens is ook de jongste advocatentelg Yuhedi Moszkowicz onlangs gesommeerd te stoppen met gebruik van de naam Moszkowicz Advocaten voor zijn advocatenkantoor in Utrecht, aldus de Telegraaf. De Telegraaf merkt daarbij op dat het gegeven dat Yehudi advocaat is en zijn achternaam toevallig ook Moszkowicz luidt, kennelijk niet terzake doet.

Dat klopt.

Dat je ‘toevallig’ dezelfde achternaam hebt, betekent niet dat je die naam ook als merk en/of handelsnaam mag gebruiken. Dat is een veel gehoorde misvatting. Natuurlijk mag je je eigen naam als persoonsnaam blijven voeren, maar gebruik als handelsnaam of merk is iets waar de oudere rechthebbende wel stappen tegen kan ondernemen. Zo zal het bedrijf Philips met succes kunnen optreden tegen iemand die Philips heet en de naam voor een verlichtingswinkel gaat voeren.

Het zou me dus niet verbazen als de kwestie tegen Yuhedi en Max Moszkowicz (jr.) nog een juridisch vervolg krijgt.

Rechtsvermoeden arbeidsomvang. Wet tijdelijke verruiming ketenregeling maakt geen verboden onderscheid naar leeftijd.

JAR aflevering 13, 9 september 2014

Lees het artikel

‘De Louboutin schoenen met de rode zool’ – het sprookje zonder einde?

Vorig jaar heb ik al een blog gewijd aan de hooggehakte schoenen met de opvallende rode zool van de Franse ontwerper Christian Louboutin. Louboutin richtte zich toen met succes tegen schoenenwinkelketen Van Haren en tegen de Vlaams-Belang politica Anke Vandermeersch.

In de lente van 2014 verscheen er een uitspraak van de Brusselse rechter in een zaak die Louboutin is gestart tegen de Nederlandse schoenenwinkelketen Van Dalen, dat eveneens hooggehakte schoenen met rode zolen aanbiedt. Louboutin doet daarbij een beroep op een EU- en Beneluxmerk voor: ‘de kleur rood (Pantone 18-1663TP) aangebracht op de zool van een schoen zoals weergegeven (de omtrek van de schoen maakt geen deel uit van het merk maar heeft tot doel om de plaatsing van het merk aan te tonen).’ Volgens Louboutin betreft het een zogenoemd ‘positiemerk’, een op een vaste plaats aangebracht merk (in dit geval de kleur rood op de zool van stiletto’s).

De Brusselse rechter dacht daar anders over. Positiemerken maken geen onderdeel uit van de categorie merken waarvoor bescherming kan worden aangevraagd. Het gaat hier ofwel om een kleurmerk dan wel om een vormmerk. Dat Louboutin met de registratie een kleurmerk voor ogen had, blijkt niet volgens de rechter. De rechter komt tot de conclusie dat het om een vormmerk gaat.

Dat is opmerkelijk, omdat de omschrijving van het merk bij de registratie nu juist vermeldt dat de omtrek van de schoen géén deel uitmaakt van het merk. Kennelijk had de rechter het moeilijk met het definiëren van het type merk waar het hier om gaat. De lijst van merkcategorieën zoals opgenomen in de merkenrechtelijke regelgeving is echter niet limitatief. Alle soorten tekens kunnen als merk worden geregistreerd als ze maar vatbaar zijn voor grafische voorstelling (dit vereiste vervalt in de nabije toekomst, dan kunnen merken worden geregistreerd als – kortweg – duidelijk is wat precies geclaimd wordt). Dat betekent dus dat ook niet traditionele merken – zoals positiemerken of winkelinrichtingen – voor bescherming in aanmerking kunnen komen. De rechter definieerde de rode zool echter als een vormmerk dat bovendien niet voor bescherming in aanmerking komt. De rode zool is namelijk een design dat een ‘wezenlijke waarde’ aan de schoenen geeft. De schoenen worden (mede) om de rode zool gekocht. En dan is bescherming als vormmerk uitgesloten.

Louboutin ging in hoger beroep.

Het hof in Brussel oordeelde op 18 november 2014 dat de rode zool aangemerkt dient te worden als ‘beeldmerk’, dus niet als vormmerk en ook niet als zuiver kleurmerk. Dat het beeldmerk op een vorm (de zool) wordt aangebracht, betekent niet dat het een vormmerk wordt, zeker niet nu geen bescherming voor een zool wordt geclaimd. De rode zool is een geldig beeldmerk dat Louboutin kan inzetten tegen andere partijen. Het hof vond bovendien dat de rode zolen zijn ingeburgerd: door langdurig/intensief gebruik herkent de consument de rode zool stiletto’s als afkomstig van Louboutin.

Van Dalen gebruikt eveneens een rode zool op stiletto’s en dus een identiek (beeld)merk voor identieke producten (schoenen). Daarmee maakt Van Dalen inbreuk op het merk van Louboutin.

Met de uitkomst van deze zaak ben ik het eens. Maar het oordeel dat het hier gaat om een beeldmerk, doet wel wat gekunsteld aan. Naar mijn mening gaat het hier nu juist niet om een beeldmerk (logo). In welke categorie merken de rode zolen vallen, doet er eigenlijk ook niet toe (afgezien van de categorie vormmerken waarvoor strengere eisen gelden). De rode zolen voor stiletto’s kunnen worden gezien als geldig merk waarvan gebruik is voorbehouden aan Louboutin.

En zo komt er aan het sprookje van de schoenen met de rode zool een (voorlopig?) einde.

Antoinette Collignon lid juridisch kernteam MH17

Legaltree partner Antoinette Collignon is uitgenodigd voor het landelijk kernteam advocaten voor de rechtsbijstand in de MH17-zaak. Dit kernteam – opgericht op 13 november 2014 – is een initiatief van de Raad voor Rechtsbijstand, Slachtofferhulp Nederland en LSA (Vereniging Letselschadeadvocaten) en ASP (Advocaten voor Slachtoffers van Personenschade).

‘We willen dat de belangen van de nabestaanden optimaal worden behartigd’, aldus Collignon die aan het kernteam deelneemt namens de LSA.’ Door gezamenlijk op te trekken en kennis te delen kan een beter resultaat worden behaald.’

Het kernteam MH17 bestaat naast Antoinette Collignon uit; Peter Langstraat (LSA), Veeru Mewa (ASP), Sander de Lang (ASP), Maya Spetter (ASP) en Evert Wytema (ASP). Allen advocaten met aantoonbare kennis en ervaring met luchtvaartrampen. Zo behartigde Collignon de belangen van slachtoffers van de vliegtuigramp bij Schiphol met het toestel van Turkish Airlines en beschikt zij over een groot internationaal netwerk.

Doelen Kernteam MH17
Het juridisch kernteam heeft de volgende doelstellingen geformuleerd. Zij gaat onder meer:

  • afspraken maken met Malaysia Airlines over vraagstukken die rond alle schadeclaims spelen.
  • LSA en ASP-advocaten ondersteunen, die belangen van nabestaanden behartigen.
  • juridische vraagstukken rond de aansprakelijkheid van andere partijen die betrokken zijn bij de ramp nader uitdiepen.

Het team streeft verder naar internationaal samenwerking met luchtvaartrechtadvocaten die belangen van nabestaanden behartigen. Collignon; ‘Het is een zeer complexe zaak. Met het kernteam gaan wij proberen te zorgen dat de waarheid boven tafel komt, de schade volledig wordt vergoed, de aansprakelijke partijen ter verantwoording worden geroepen en ons best er voor doen om te zorgen dat een dergelijke ongeval nooit meer plaatsvindt.’   

Meer informatie: 
T +31 88 040 21 20
M +31 622 99 22 53
antoinette.collignon@legaltree.nl
www.antoinettecollignon.nl 

Zie ook: http://www.rvr.org/nl/news,2014/november/Rechtsbijstand-aan-nabestaanden-van-de-ramp-met-vl.html

Publication Legaltree in leading international copyright guide

The latest developments in the field of copyright law in the Netherlands have recently been described by Legaltree partners Marjolein Driessen and Olav Schmutzer in The International Comparative Legal Guide to: Copyright 2015.
Legal experts from 23 countries/jurisdictions were selected to contribute to this guide, published by Global Legal Group Ltd in London. On the basis of 31 questions – spread across seven themes – copyright is viewed from various legal systems.
Driessen and Schmutzer were approached for the Dutch contribution. You may view their English-language contribution here .

Legaltree and expertise

Being a modern law firm, our partners share relevant expertise proactively with the market. The International Comparative Legal Guide to: Copyright 2015 offers up-to-date and practical comparative legal copyright information on the basis of a Question & Answer format, thus enabling the reader to make a proper comparison between the various legal systems worldwide. If you wish to be kept informed of relevant legal knowledge in the field of intellectual property law, such as copyright law, please send an e-mail to Olav.Schmutzer@legaltree.nl or marjolein.driessen@legaltree.nl

About the authors:
http://www.iclg.co.uk/firms/legaltree/olav-schmutzer
http://www.iclg.co.uk/firms/legaltree/marjolein-driessen

Publicatie Legaltree in toonaangevende internationale gids over auteursrecht

De actuele stand van zaken op het gebied van het auteursrecht in Nederland is recent vastgelegd door Legaltree-partners Marjolein Driessen en Olav Schmutzer in The International Comparative Legal Guide to: Copyright 2015.

Juridische experts uit 23 landen/jurisdicties werden geselecteerd om bij te dragen aan deze gids, die wordt uitgegeven door Global Legal Group Ltd te Londen. Op basis van 31 vragen – verdeeld over zeven thema’s – wordt het auteursrecht vanuit verschillende rechtssystemen bezien.

Driessen en Schmutzer zijn benaderd voor het Nederlandse aandeel. U kunt hun Engelstalige bijdrage vinden op:
http://www.iclg.co.uk/practice-areas/copyright/copyright-2015/netherlands
of klik hier voor de PDF-versie .

Legaltree en kennis
Als vooruitstrevend kantoor delen partners van Legaltree relevante kennis pro-actief met de markt. The International Comparative Legal Guide to: Copyright 2015 biedt actuele en praktische vergelijkende juridische informatie over het auteursrecht op basis van een Vraag & Antwoord-formaat. De gids biedt zo een goede vergelijking tussen verschillende juridische systemen wereldwijd. Wilt u op de hoogte gehouden worden van relevante juridische kennis op het gebied van het intellectuele eigendomsrecht, zoals het auteursrecht, meldt u dat dan bij Olav.Schmutzer@legaltree.nl of marjolein.driessen@legaltree.nl

Over de auteurs:
http://www.iclg.co.uk/firms/legaltree/olav-schmutzer  
http://www.iclg.co.uk/firms/legaltree/marjolein-driessen

Simona Tiems geeft cursus over instellingen en patiëntenrechten

Op 20 november 2014 geeft Simona Tiems een cursus over instellingen en patiëntenrechten voor de “Verkorte opleiding voor de Jurist in de zorg” van SBO.