Hoogste Europese rechter kent ruime modelrechtelijke bescherming toe aan kleding

Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft op 19 juni jl. een arrest gewezen, dat naar mijn mening met enthousiasme ontvangen mag worden door de mode-industrie.

Naast auteursrechtelijke bescherming, kunnen kledingontwerpen zonder nadere formaliteiten ook (mogelijk) aanspraak maken op modelrechtelijke bescherming: het zogenaamde niet-geregistreerde Gemeenschapsmodel met een geldigheidsduur van drie jaar. Deze modelrechtelijke bescherming heeft een aantal voordelen, waarover ter afsluiting meer.

Wanneer heeft een model een ‘eigen karakter’?

Als model kan worden beschermd het nieuwe uiterlijk van een op industriële of ambachtelijk wijze vervaardigd voorwerp met een eigen karakter. Een kledingstuk is een dergelijk voorwerp. Het is immers op industriële of ambachtelijke wijze vervaardigd. Mits het kledingstuk een nieuw uiterlijk en een eigen karakter heeft, kan het dus (ook) rekenen op modelrechtelijke bescherming.

Een model is nieuw zolang niet eerder een identiek model (in dit geval dus: kledingstuk) voor het publiek beschikbaar is gesteld. Deze eis lijkt mij helder. Minder duidelijk is echter de eis van het ‘eigen karakter’. Het Europese Hof heeft zich nu uitgelaten wanneer daarvan sprake is.

Een model heeft een eigen karakter als de algemene indruk die dat model bij de geïnformeerde gebruiker wekt, verschilt van de algemene indruk die door een of meer afzonderlijk beschouwde oudere modellen gewekt wordt, aldus het Hof. Bij de vraag of een bepaald kledingstuk een ‘eigen karakter’ heeft, moet dit kledingstuk dus steeds één-op-één met oudere kledingstukken worden vergeleken en niet met een fictieve indruk die gebaseerd is op een combinatie van afzonderlijke kenmerken van oudere kledingstukken. Deze uitleg strookt overigens met de auteursrechtelijke regel dat de vereiste creativiteit van een kledingontwerp kan zitten in de keuze voor een specifieke combinatie van elementen, ook als deze elementen op zichzelf beschouwd al te kennen zijn uit andere ontwerpen (maar dus niet in combinatie in één ontwerp).

Bewijslast

Daarnaast kwam in de zaak voor het Europese Hof ook de vraag aan bod wie moet bewijzen of het niet-ingeschreven Gemeenschapsmodel een ‘eigen karakter’ heeft. Moet de (mogelijke) houder van het model dit aantonen om zich met succes op zijn modelrecht te kunnen beroepen, of is er een vermoeden van geldigheid en kan de gedaagde het gestelde ‘eigen karakter’ alleen in verweer onderuit halen door het tegendeel te bewijzen? Het Hof kiest voor de laatste insteek en oordeelt dat de rechter in beginsel mag uitgaan van de geldigheid van het model, mits de houder aangeeft welk kenmerk of welke kenmerken volgens hem zijn model een ‘eigen karakter’ geven.

Goed nieuws voor de mode-industrie

Het Hof legt de beschermingsdrempel dus laag. Zolang de beweerdelijke inbreukmaker er niet in slaagt één ouder kledingstuk te vinden dat eenzelfde algemene indruk wekt, dan heeft het nieuwe kledingstuk dus het vereiste eigen karakter en kan het zonder nadere formaliteiten drie jaar lang rekenen op modelrechtelijke bescherming.

De situatie dat een kledingontwerp respectievelijk –stuk wel auteursrechtelijk beschermd zou zijn, maar niet op grond van een niet-ingeschreven Gemeenschapsmodel, of andersom, lijkt nu moeilijk voorstelbaar. Althans in Nederland, want in sommige andere Europese landen wordt de lat voor auteursrechtelijke bescherming door de rechter een stuk hoger gelegd dan bij ons, in het bijzonder als het gaat om fashion en toegepaste kunst. Met deze beslissing lijkt ook in die landen nu (modelrechtelijke) bescherming van kledingontwerpen beter binnen handbereik te zijn.

Het grote voordeel van (samenlopende) Gemeenschapsmodelrechten is dat een Gemeenschapsmodel gelding heeft in de hele Europese Unie, terwijl auteursrechten nog steeds nationaal bepaald zijn. Anders dan bij auteursrechten resulteert een succesvol beroep op een Gemeenschapsmodel dan ook in principe in een verbod voor de héle Unie.

Goed nieuws dus voor de mode-industrie in haar strijd tegen imitators en meelifters.

Elkaar tot wederzijds voordeel de hand reiken

Wanneer verschillende partijen met elkaar een deal bereiken, wordt dat dikwijls ritueel beklonken met het schudden van de handen. Het vervolgens op papier uitgewerkt en vastgelegd raken van de deal, kan aanleiding geven tot het heffen van champagneglazen.

Dat het geschud van handen in verband staat tot handgeschut, is naar de achtergrond verdrongen. Wie weet dat het aanvankelijk een ritueel was om vast te stellen dat de ander ongewapend was?

Ook het champagneritueel heeft een minder feestelijke achtergrond, dan menigeen zou vermoeden. Het heffen van glazen, hield in de middeleeuwen verband met gif dat werd geschonken om de vijand naar de zaligmakende eeuwigheid te voeren. Middeleeuwse ridders sloegen tijdens vredesbesprekingen de bekers met drank tegen elkaar aan en hieven zo doende ‘het glas’, om vast te stellen dat de drank niet vergiftigd was door de andere zijde. Door de bekers tegen elkaar aan te slaan, kwam er namelijk altijd wel wat drank van de ene in de andere beker. Toen betrof het nog andere zalig smakende – en misschien dus ook zaligmakende – bubbels, namelijk bier. Dit ritueel is naderhand nog een ander doel gaan dienen. Door het heffen en vervolgens klinken van de glazen, kon men vaststellen dat de glazen van echt kristal waren vervaardigd en dat de gastheer dus wel in goeden doen moest zijn.

Voor het middeleeuwse vuistrecht zijn ons burgerlijk wetboek en de Staat in de plaats gekomen. In zekere zin houden de genoemde rituelen verband met wat we nu kennen als de onderzoeks- en informatieplicht van contractspartijen. Die plichten worden tegenwoordig dikwijls vervuld onder begeleiding van advocaten. Advocaten krijgen daarmee een belangrijke rol bij de totstandkoming van een zakelijke relatie.

Goed vervulde onderzoeks- en informatieplichten leiden tot evenwichtige afspraken, zoals die door alle partijen zijn beoogd. Niet goed vervulde onderzoeks- en informatieplichten, kunnen leiden tot onevenwichtige afspraken met niet-beoogde effecten. Aangenomen dat dergelijke afspraken zelden de bedoeling van alle partijen zullen zijn, tenzij sprake is van openlijke machtsuitoefening, kun je wel stellen dat er dan iets is fout gegaan. Dat kan het gevolg zijn van onoplettendheid van de ene partij, al dan niet in combinatie met sluwheid van de andere partij. Hoewel we het vuistrecht hebben uitgebannen, ligt hieraan toch vaak een verschil in macht aan ten grondslag. Met macht doel ik in dit verband op kennis en expertise. Macht wordt door gewone burgers en hun ondernemingen tegenwoordig niet meer uitgeoefend met handgeschut en gif, maar met kennis en expertise.

Vele discussies en geschillen zijn in de afgelopen 17 jaar op mijn bureau terecht gekomen en dikwijls heb ik moeten vaststellen dat de kiem daarvan ligt in een niet goed vervulde onderzoeks- of informatieplicht. In de middeleeuwen was veel duidelijker wanneer sprake was van machtsuitoefening en daar legde je je dan bij neer of je ging de strijd aan. Tegenwoordig ligt het allemaal wat minder duidelijk.

Er zijn slimmeriken, met veel kennis en expertise, die veel geld verdienen aan het gebrek aan kennis van een (beoogde) contractspartij. Daarom is aan het juridische jargon het woord “zorgplicht” toegevoegd. Het is een variant op de informatieplicht en wordt vooral gebruikt in de context van zakelijke dienstverlening. Een dienstverlener, bijvoorbeeld een bankier of advocaat, zal om zijn of haar kennis worden ingeschakeld. De klant zal juist om die reden varen op de adviezen van de dienstverlener en voorshands vertrouwen op juistheid daarvan. De dienstverlener dient daarom goed voor zijn of haar klant te zorgen. Wie geacht mag worden over veel kennis of expertise te beschikken (al dan niet via adviseurs), krijgt niet alleen een gewone zorgplicht, maar zelfs een bijzondere zorgplicht. Mijn vorige blog, zie hier, gaat over massaschade als gevolg van schending van de bancaire zorgplicht.

Hoewel onevenwichtigheden op macroniveau ook wel de motor van de vooruitgang heten te zijn, loop ik warm voor het herstellen daarvan op het niveau van contractspartijen. Dat herstel kan al plaatsvinden in de fase die vooraf gaat aan een contract, door middel van goede juridische advisering zodat onderhandelingen leiden tot een evenwichtig en solide resultaat. Herstel kan ook plaatsvinden tijdens de zakelijke relatie of in de afwikkeling of nasleep daarvan. Een contract zou je kunnen zien als een evenwichtsinstrument. Maar ja, dan moet het natuurlijk wel evenwichtig in elkaar steken. Anders is het geen evenwichtsinstrument, maar een machtsinstrument. En dan ligt ‘handgeschud’ opeens niet meer heel ver van handgeschut.

Een contract zal in de ogen van partijen geldig zijn, zolang het strekt tot de voordelen die zij daarmee hebben beoogd. Daarom reikten partijen elkaar ooit de hand. Wordt dat anders, dan is het uit de hand gelopen en tijd voor actie. Afspraak is afspraak, is het typische antwoord van de partij in wiens voordeel de afspraken nog steeds spreken. In anglo-saxische rechtssferen is dat een hoog in het vaandel gedragen adagium. In Nederland wordt dat – wat mij betreft gelukkig – wat minder hoog gedragen. In de Nederlandse rechtssfeer zijn afspraken – op grond van de redelijkheid en billijkheid – eenvoudiger met succes voor heronderhandeling of discussie vatbaar, als die niet meer tot het beoogde voordeel van een partij strekken.

ABC Nova kiest Legaltree als juridisch partner

ABC Nova heeft Legaltree gekozen als vaste partner voor juridische dienstverlening. Legaltree gaat ABC Nova versterken bij de behandeling van complexe juridische vraagstukken rond het realiseren van optimale woon-, werk-, leer- en leefomgevingen. Met Legaltree als specialistisch advocatenkantoor in vastgoed-, huur- en aanbestedingsrecht en in andere rechtsgebieden, verzekert ABC Nova haar relaties van directe toegang tot advocaatdiensten. ABC Nova brengt praktijkervaring in bij vraagstukken van Legaltree.

“Om up-to-date te blijven, om iedere dag de lat weer een stuk hoger te leggen en verder te bouwen aan onze kennis, ervaring en service, heb je professionele partners nodig. Legaltree is een advocatenkantoor, dat exclusief uit partners bestaat; advocaten met meer dan 10 jaar ervaring. Legaltree vormt met haar unieke expertise een bijdrage aan onze kwaliteitsdiensten”, stelt mr. Richard de Boer MRE, vastgoedjurist van ABC Nova.

“We zijn er trots op dat we ABC Nova en haar relaties duurzaam mogen ondersteunen. De innovatieve visie van ABC Nova sluit perfect aan op Legaltree. Ook wij geloven in de kracht van synergie tussen organisatie, mens en omgeving”, stelt Christine van den Berg, partner van Legaltree .

Uitdagend
Het praktisch en juridisch begeleiden en behartigen van belangen vormt een essentieel onderdeel van de voorbereidende planvorming, projecten en activiteiten van ABC Nova. Het is de uitdaging om dit kwalitatief hoogwaardig uit te voeren, met inachtneming van de belangen van opdrachtgevers en hun wederpartijen.

Over ABC Nova, Richard de Boer
ABC Nova is sinds november 2013 de nieuwe naam van de fusiepartners Smitshoek Melles & Partners en ABC Management Groep. De letters ABC geven aan dat de organisatie over een solide traditionele basis van expertise en ervaring beschikt; Nova staat voor vernieuwing, inspiratie en synergie. ABC Nova organiseert optimale woon-, werk-, leer- en leefomgevingen. Jaarlijks organiseert zij ‘De Gouden Kikker Award’: een prijs die de ontwikkeling van duurzaam bouwen stimuleert.

Richard de Boer, vastgoedadviseur en -jurist en  is specialist in op het terrein van juridische vraagstukken rond ontwikkeling en verkoop van vastgoed, alsmede met betrekking tot het tot stand komen van bouw- en aannemingsovereenkomsten. Hij heeft aanzienlijke ervaring met de praktische, organisatorische en juridische aspecten van aanbesteding. “Het is van groot belang altijd evenwicht te bereiken tussen recht en praktijk”, aldus Richard de Boer, “de klant wil zijn doel bereiken, en wij ondersteunen daarbij met kennis en ervaring”. Zie voor meer informatie: www.abcnova.nl