Vereniging Medische Staf op de vingers getikt

Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 22 juli jl. geoordeeld dat een Vereniging Medische Staf onrechtmatig heeft gehandeld jegens een medisch specialist. Het komt niet vaak voor dat een medisch specialist zijn pijlen met succes richt op de Vereniging Medische Staf. Dit arrest geeft goed weer hoe het stafbestuur niet moet handelen wanneer het functioneren van een collega ter discussie komt te staan. Dat geldt niet alleen voor vrijgevestigde collega’s maar ook voor dienstverbanders.

Rechtbank en Gerechtshof

De rechtbank kwam tot een geheel ander oordeel: zowel de stichting als de Vereniging Medische Staf waren aansprakelijk jegens de medisch-specialist en moesten hem ruim 1,6 miljoen euro betalen. In hoger beroep oordeelde het gerechtshof echter dat de rechtbank het werk van het Scheidsgerecht niet in zijn geheel had mogen overdoen. De stichting en de medisch-specialist hadden met elkaar afgesproken dat het Scheidsgerecht een bindend advies zou geven over de opzegging. Dat staat in alle toelatingsovereenkomsten. Volgens de wet mag de gewone rechter dan niet inhoudelijk op de zaak ingaan maar slechts toetsen of de procedure bij het Scheidsgerecht juist is verlopen. Het ziekenhuis ontsprong daarmee de dans en hoefde de eerder opgelegde schadevergoeding niet te betalen. Omdat het Scheidsgerecht niet inhoudelijk had geoordeeld over het handelen van de Vereniging Medische Staf, mocht dat wel door de gewone rechter onder de loep worden genomen.

Onderzoekscommissie

De Vereniging Medische Staf speelde in dit geval een cruciale rol. Allereerst stelde de Vereniging Medische Staf een onderzoekscommissie in die niet bekend maakte met welke personen zij had gesproken, wat deze personen hadden verklaard en hoe de keuze voor de te horen personen tot stand was gekomen. Daardoor was het beginsel van hoor en wederhoor geschonden en kreeg de medisch-specialist geen kans om zich te verdedigen. Bovendien had de onderzoekscommissie een steunbetuiging van twee derde van het OK-personeel buiten beschouwing gelaten. Tenslotte gingen de conclusies van de onderzoekscommissie veel verder dan de onderzoeksvraag.

Het stafbestuur heeft de conclusies van de onderzoekscommissie, die vernietigend waren voor de medisch specialist, vervolgens direct doorgestuurd naar de Raad van Bestuur van de stichting, zonder de medisch-specialist eerst in de gelegenheid te stellen daarop te reageren. Ook dat is onzorgvuldig. Zeker gezien de gebrekkige wijze waarop het rapport van de onderzoekscommissie tot stand was gekomen. Bovendien stond in het kwaliteitsreglement van de Vereniging Medische Staf dat het stafbestuur diende te bevorderen dat een staflid over wie een functioneringsvraag gesteld was, niet beschadigd zou worden.

Herkansingsfase

Na het onderzoeksrapport gaf het stafbestuur de medisch-specialist toch nog de mogelijkheid om een plan van aanpak in te dienen voor de hervatting van zijn werk. De relevante maatschappen waren kritisch over het plan maar wezen het niet af. Ze stelden voor in gesprek te gaan met de medisch-specialist. Toch oordeelde het stafbestuur dat werkhervatting niet meer mogelijk was en het stafbestuur adviseerde de Raad van Bestuur om de toelatingsovereenkomst op te zeggen. Ook dat was onrechtmatig volgens het gerechtshof.

Causaal verband

Wie onrechtmatig handelt, moet de schade die een ander ten gevolge daarvan lijdt in principe vergoeden. Maar was de schade van de medisch specialist het gevolg van het onrechtmatig handelen van de Vereniging Medische Staf? De stichting had de toelatingsovereenkomst toch opgezegd? Het gerechtshof oordeelde dat het besluit tot opzegging wel degelijk voortvloeide uit het gebrekkige functioneringsonderzoek dat in opdracht en onder verantwoordelijkheid van de Vereniging Medische Staf was uitgevoerd en op het daarop gebaseerde advies van het stafbestuur. Als we het onderzoeksrapport en het advies wegdenken, was er zeker een kans geweest dat de medisch-specialist had kunnen blijven. Die kans is hem nu onthouden. Het gerechtshof beschikte nog over te weinig informatie om te bepalen hoe groot de kans is dat de medisch specialist weer aan het werk had kunnen gaan in de hypothetische situatie dat het stafbestuur (en dus de Vereniging Medische Staf) wel zorgvuldig zou hebben gehandeld. Daarom heeft het gerechtshof nog geen eindoordeel gegeven maar stelde het beide partijen in de gelegenheid om zich uit te laten over die vraag. Ook mogen zij zich nog uitlaten over de omvang van de schade. Wordt vervolgd dus.

Zorgvisie, 28 augustus 2014

Dutch Cartel Law 2011

(co-auteur) in The European Antitrust Review 2011

Lees het artikel

Vertical Agreements Netherlands 2012

The regulation of distribution practices in 42 jurisdictions worldwide. Global Competition Review 2012.

Lees het artikel

Vertical Agreements Netherlands 2011

The regulation of distribution practices in 39 jurisdictions worldwide. Global Competition Review 2011

Lees het artikel

Vertical Agreements Netherlands 2010

The regulation of distribution practices in 42 jurisdictions worldwide. Global Competition Review 2010.

Lees het artikel

Antoinette Collignon geeft cursus Europees recht en verkeersongevallen

Dinsdag 18 november 2014 – Amrâth Hotel Maarsbergen, Maarsbergen (Utrecht): Europees recht en verkeersongevallen. Toepasselijk recht en (letsel)schaderegeling in Europees perspectief. Zie hier.