Brexit: wat gebeurt er nu met EU-contracten, EU-merken en EU-modellen? – deel II

Lees hier drie van de belangrijkste gevolgen van Brexit voor EU-contracten en EU-merken/-modellen.

Foto: Rocco Dipoppa via Unsplash

Een EU-merk en een EU-model geven de houder daarvan rechten voor alle landen van de Europese Unie. Met zo’n merk of model kun je anderen verbieden een vergelijkbaar merk of model te gebruiken, in álle landen van de EU. Zelfs als je als houder dat merk of model niet eens gebruikt in een bepaald EU-land. Bestaande EU-merk- en modelregistraties breiden zich automatisch uit tot nieuw toetredende landen. Niet eerder hebben we de situatie gehad dat een land uit de EU stapt.

Toen ruim 4 jaar geleden bekend werd dat het Verenigd Koninkrijk (‘UK’) de EU zou verlaten, leek dat voor de meesten nog een ‘ver van je bed show’, maar wel een met tal van onzekerheden en onduidelijkheden. Zie hierover het eerdere blog over de gevolgen van Brexit voor EU-merken en -modellen en de belangrijkste vragen. De onderhandelingen over een handelsakkoord zijn nog steeds gaande, maar de deadline van 1 januari 2021 – het einde van de transitieperiode: tot dat moment zijn de Britten nog gebonden aan de EU-regels – komt snel dichterbij. Of er nu een harde, no-deal Brexit volgt of niet, er zal hoe dan ook op allerlei vlakken veel gaan veranderen, óók op het gebied van het (EU-)merken- en modellenrecht.

Wat zijn de gevolgen van Brexit voor EU-contracten en EU-merken en -modellen? Ik bespreek hieronder de allerbelangrijkste:

  1. EU-merk/EU-model → automatische splitsing
    EU-merken en EU-modellen die vóór 1 januari 2021 zijn geregistreerd, worden automatisch gesplitst in een EU-merk/-model en een UK-merk/-model. Merk- en modelhouders hoeven dus geen nieuwe merk- of modelregistratie aan te vragen voor het UK als ze daar bescherming willen. Maar: als de registratie nog niet definitief is, gaat deze splitsing niet automatisch. In dat geval moet worden verzocht om het merk ook te registreren in het UK. Dat kan tot 1 september 2021 en daarvoor zijn extra kosten van toepassing. Bent u houder van een EU-merk of een EU-model? Bepaal dan (tijdig) of uw rechten zich uit (blijven) strekken tot het UK en neem de nodige maatregelen. Bij licenties die zijn ingeschreven in het EU-register geldt overigens dat die niet automatisch worden omgezet in een EU-licentie en een UK-licentie. De registratie voor het UK zal dus opnieuw moeten worden aangevraagd bij het Intellectual Property Office in het UK. Dat geldt ook voor andere (zekerheids)rechten zoals pandrechten.
  2. Contracten voor de EU → checken en wijzigen
    Voor veel bedrijven is van groot belang dat contracten met Engelse contractspartners en/of waarin bepalingen staan die zich uitstrekken tot de hele EU en/of die gaan over een EU-merk of EU-model, worden gecheckt en zo nodig worden heronderhandeld en aangepast. Bij licentiecontracten bijvoorbeeld, waarbij een licentie is gegeven voor het gebruik van een EU-merk, moet worden nagegaan en eventueel heronderhandeld wat de situatie is na 1 januari 2021: geldt die licentie dan nog steeds ook voor het UK of valt het UK daarbuiten?
  3. Is een gerechtelijk EU-verbod geldig in het UK?
    EU-merkhouders en EU-modelhouders die vóór 1 januari 2021 een procedure zijn gestart bij een EU-rechter die – voor die datum – een beslissing heeft genomen, dan blijft die beslissing in stand, ook voor het UK. Procedures die voor 1 januari 2021 zijn gestart, maar waarbij nog géén beslissing is genomen, zullen niet meer in het UK ten uitvoer kunnen worden gelegd. In het verlengde hiervan geldt dat UK-rechters géén beslissing meer kunnen nemen in zaken waarin een EU-merk of EU-model onderwerp van geschil is. Beslissingen van UK-rechters die zijn genomen vóór 1 januari 2021 kunnen nog steeds ten uitvoer worden gelegd in de EU.

Belangrijke consequenties dus voor alle houders van EU-merken en EU-modellen en in het algemeen voor alle bedrijven die te maken hebben met contracten die zich uitstrekken tot ‘de EU’: vanaf 1 januari 2021 is de reikwijdte mogelijk anders/beperkter (lees ook deze informatie van het EUIPO). Check die contracten dus goed.

Vragen hierover?

Bel of mail ons gerust.

Elkaar tot wederzijds voordeel de hand reiken

Wanneer verschillende partijen met elkaar een deal bereiken, wordt dat dikwijls ritueel beklonken met het schudden van de handen. Het vervolgens op papier uitgewerkt en vastgelegd raken van de deal, kan aanleiding geven tot het heffen van champagneglazen.

Dat het geschud van handen in verband staat tot handgeschut, is naar de achtergrond verdrongen. Wie weet dat het aanvankelijk een ritueel was om vast te stellen dat de ander ongewapend was?

Ook het champagneritueel heeft een minder feestelijke achtergrond, dan menigeen zou vermoeden. Het heffen van glazen, hield in de middeleeuwen verband met gif dat werd geschonken om de vijand naar de zaligmakende eeuwigheid te voeren. Middeleeuwse ridders sloegen tijdens vredesbesprekingen de bekers met drank tegen elkaar aan en hieven zo doende ‘het glas’, om vast te stellen dat de drank niet vergiftigd was door de andere zijde. Door de bekers tegen elkaar aan te slaan, kwam er namelijk altijd wel wat drank van de ene in de andere beker. Toen betrof het nog andere zalig smakende – en misschien dus ook zaligmakende – bubbels, namelijk bier. Dit ritueel is naderhand nog een ander doel gaan dienen. Door het heffen en vervolgens klinken van de glazen, kon men vaststellen dat de glazen van echt kristal waren vervaardigd en dat de gastheer dus wel in goeden doen moest zijn.

Voor het middeleeuwse vuistrecht zijn ons burgerlijk wetboek en de Staat in de plaats gekomen. In zekere zin houden de genoemde rituelen verband met wat we nu kennen als de onderzoeks- en informatieplicht van contractspartijen. Die plichten worden tegenwoordig dikwijls vervuld onder begeleiding van advocaten. Advocaten krijgen daarmee een belangrijke rol bij de totstandkoming van een zakelijke relatie.

Goed vervulde onderzoeks- en informatieplichten leiden tot evenwichtige afspraken, zoals die door alle partijen zijn beoogd. Niet goed vervulde onderzoeks- en informatieplichten, kunnen leiden tot onevenwichtige afspraken met niet-beoogde effecten. Aangenomen dat dergelijke afspraken zelden de bedoeling van alle partijen zullen zijn, tenzij sprake is van openlijke machtsuitoefening, kun je wel stellen dat er dan iets is fout gegaan. Dat kan het gevolg zijn van onoplettendheid van de ene partij, al dan niet in combinatie met sluwheid van de andere partij. Hoewel we het vuistrecht hebben uitgebannen, ligt hieraan toch vaak een verschil in macht aan ten grondslag. Met macht doel ik in dit verband op kennis en expertise. Macht wordt door gewone burgers en hun ondernemingen tegenwoordig niet meer uitgeoefend met handgeschut en gif, maar met kennis en expertise.

Vele discussies en geschillen zijn in de afgelopen 17 jaar op mijn bureau terecht gekomen en dikwijls heb ik moeten vaststellen dat de kiem daarvan ligt in een niet goed vervulde onderzoeks- of informatieplicht. In de middeleeuwen was veel duidelijker wanneer sprake was van machtsuitoefening en daar legde je je dan bij neer of je ging de strijd aan. Tegenwoordig ligt het allemaal wat minder duidelijk.

Er zijn slimmeriken, met veel kennis en expertise, die veel geld verdienen aan het gebrek aan kennis van een (beoogde) contractspartij. Daarom is aan het juridische jargon het woord “zorgplicht” toegevoegd. Het is een variant op de informatieplicht en wordt vooral gebruikt in de context van zakelijke dienstverlening. Een dienstverlener, bijvoorbeeld een bankier of advocaat, zal om zijn of haar kennis worden ingeschakeld. De klant zal juist om die reden varen op de adviezen van de dienstverlener en voorshands vertrouwen op juistheid daarvan. De dienstverlener dient daarom goed voor zijn of haar klant te zorgen. Wie geacht mag worden over veel kennis of expertise te beschikken (al dan niet via adviseurs), krijgt niet alleen een gewone zorgplicht, maar zelfs een bijzondere zorgplicht. Mijn vorige blog, zie hier, gaat over massaschade als gevolg van schending van de bancaire zorgplicht.

Hoewel onevenwichtigheden op macroniveau ook wel de motor van de vooruitgang heten te zijn, loop ik warm voor het herstellen daarvan op het niveau van contractspartijen. Dat herstel kan al plaatsvinden in de fase die vooraf gaat aan een contract, door middel van goede juridische advisering zodat onderhandelingen leiden tot een evenwichtig en solide resultaat. Herstel kan ook plaatsvinden tijdens de zakelijke relatie of in de afwikkeling of nasleep daarvan. Een contract zou je kunnen zien als een evenwichtsinstrument. Maar ja, dan moet het natuurlijk wel evenwichtig in elkaar steken. Anders is het geen evenwichtsinstrument, maar een machtsinstrument. En dan ligt ‘handgeschud’ opeens niet meer heel ver van handgeschut.

Een contract zal in de ogen van partijen geldig zijn, zolang het strekt tot de voordelen die zij daarmee hebben beoogd. Daarom reikten partijen elkaar ooit de hand. Wordt dat anders, dan is het uit de hand gelopen en tijd voor actie. Afspraak is afspraak, is het typische antwoord van de partij in wiens voordeel de afspraken nog steeds spreken. In anglo-saxische rechtssferen is dat een hoog in het vaandel gedragen adagium. In Nederland wordt dat – wat mij betreft gelukkig – wat minder hoog gedragen. In de Nederlandse rechtssfeer zijn afspraken – op grond van de redelijkheid en billijkheid – eenvoudiger met succes voor heronderhandeling of discussie vatbaar, als die niet meer tot het beoogde voordeel van een partij strekken.