Zeven vragen over grensoverschrijdende verkeersongevallen in Europa

Bij een verkeersongeval in Europa waarbij een auto met een buitenlands kenteken betrokken is, kan een Nederlands slachtoffer zijn schade rechtstreeks claimen bij de verzekeraar van de auto. Dat kan door contact op te nemen met de buitenlandse verzekeraar. Het nadeel is dat het slachtoffer dan veelal in een andere taal moet communiceren en vaak niet bekend is met de wijze waarop de aansprakelijkheid en schade wordt vastgesteld. Het slachtoffer kan er ook voor kiezen om de schade te verhalen via de vertegenwoordiger van de buitenlandse verzekeraar in Nederland. Welke regels daarbij gelden, leest u in dit blog.

Schade verhalen via de vertegenwoordiger van de buitenlandse verzekeraar in Nederland kan op grond van richtlijn 2009/103/EG van het Europese Parlement en de Raad van 16 september 2009 Deze richtlijn is in Nederland verwerkt in de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen (‘WAM’).

Wat de bevoegdheid van de schaderegelaar inhoudt en hoever deze strekt beantwoord ik aan de hand van een 7-tal vragen.

1. Hoe kun je een vertegenwoordiger vinden?

Na een ongeval wordt vaak een aanrijdingsformulier ingevuld. Hierop staat de naam van de verzekeraar van de auto vermeld. Ook op de groene kaart van de auto staat de verzekeraar vermeld en meestal ook de vertegenwoordiger. Op de website van het Nederlands Bureau voor Motorrijtuigen kan de naam van de vertegenwoordiger opgezocht worden.

2. Wat doet de vertegenwoordiger?

De vertegenwoordiger zal alle inlichtingen verzamelen om de schade te kunnen afhandelen en onderhandelt ook over een regeling. De vertegenwoordiger onderhoudt het contact met het slachtoffer. De vertegenwoordiger kan de zaak dus zelfstandig behandelen maar zal hiervoor steeds toestemming aan de buitenlandse verzekeraar moeten vragen.

3. Is de vertegenwoordiger een tussenpersoon?

Ja, de door de verzekeraar aangewezen schaderegelaar vervangt de verzekeraar niet, maar treedt uitsluitend op als tussenpersoon. Dit betekent bijvoorbeeld dat de schaderegelaar een beperkt takenpakket heeft.

4. Past de vertegenwoordiger Nederlands recht toe?

Dit hangt af van de feiten. Als een ongeval in het buitenland heeft plaatsgevonden dan zal op basis van de toepasselijke internationaal privaatrechtelijke regels bepaald moeten worden welk recht van toepassing is.

De Nederlandse rechter zal bij verkeersongevallen het Haags Verkeersongevallen Verdrag toepassen. De basisregel is dat het recht van toepassing is van het land waar het ongeval plaatsvond.

In een aantal gevallen zal het recht van het land van registratie van het kenteken van toepassing zijn.

Rechters in een groot aantal landen in Europa passen niet het Haags Verkeersongevallen Verdrag toe, maar Verordening (EU) nr. 864/2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet contractuele verbintenissen (Rome II).

De hoofdregel van dit verdrag is dat het recht van het land waar de schade is geleden van toepassing is.

Zie ook mijn blog van 21 januari 2016.

Een uitzondering op de regel geldt wanneer de aansprakelijke persoon en het slachtoffer ten tijde van het voorval in hetzelfde land woonachtig zijn. In dat geval is het recht van dat land van toepassing.

Dit betekent dat een vertegenwoordiger per zaak beoordeelt welk recht van toepassing is en op basis van dat recht de schade zal regelen.

5. Waar kan een procedure gestart worden?

Het is mogelijk dat over aansprakelijkheid , causaal verband, schade of andere onderwerpen verschil van mening bestaat tussen partijen en er een procedure gestart moet worden.

Als het slachtoffer een procedure start, zal hij de buitenlandse verzekeraar kunnen dagvaarden:
– in de plaats waar hij woont (zie ook HvJEU C-463/06 Fbto/Odenbreit);
– in het land waar de aansprakelijke partij woont;
– in het land waar de verzekeraar gevestigd is;
– in het land waar het ongeval plaatsvond.

De verzekeraar kan alleen dagvaarden in het land waar het slachtoffer woont.
Zie hiervoor ook art 10-16 van Verordening (EU) 1215/2012 Brussels l (herschikking).

Meer over deze verordening kunt u lezen in mijn blog van 12 maart 2013.

6. Kan een dagvaarding tegen de verzekeraar op het kantoor van de vertegenwoordiger betekend worden?

Kiest het slachtoffer ervoor om in eigen land te dagvaarden dan kan hij de dagvaarding laten betekenen op het kantoor van de vertegenwoordiger.

Zie ook het arrest Spedition Welter Gmbh / Avanssur SA C-306/12 EU:C:2013:650

Ik schreef hierover ook in een eerdere blog van 10 december 2013.

7. Kan de vertegenwoordiger ook zelf gedagvaard worden?

De vraag is of een vertegenwoordiger ook zelf gedagvaard kan worden in plaats van of naast de verzekeraar. Hierover heeft het Europese Hof van Justitie op 15 december 2016 een uitspraak gedaan in de zaak Azevedo/CED e.a. C-558/15.

Het Hof heeft in die zaak geoordeeld dat dit niet mogelijk is tenzij de wet van een land dit anders bepaalt. Richtlijn 2000/26/EG verplicht hiertoe echter niet. In de Nederlandse WAM is dit dan ook niet opgenomen.

De Advocaat-Generaal bij het Europese Hof had hierover een andere mening.

Hij was van mening dat de bevoegdheid van de vertegenwoordiger zo ruim moest zijn dat zij ook zelf gedagvaard moesten kunnen worden.

Zie voor meer informatie hierover mijn blog van 9 december 2016.

Het gevolg hiervan zou zijn geweest dat de nationale wetgever hiertoe de mogelijkheid had moeten scheppen en bovendien dat de vertegenwoordigingsovereenkomsten tussen verzekeraars en schaderegelingskantoren gewijzigd hadden moeten worden. Dat is met de uitspraak van het Hof niet het geval.

Conclusie

Bij een internationaal verkeersongeval in Europa heeft het slachtoffer een rechtstreeks vorderingsrecht op de verzekeraar. Hij heeft hierbij de keuze om in eigen land schade af te wikkelen met hulp van de vertegenwoordiger van de buitenlandse verzekeraar. Deze zal de zaak zelf behandelen en proberen te regelen maar heeft daarvoor meestal wel toestemming nodig van de buitenlandse verzekeraar. Mocht een procedure nodig zijn dan kan het slachtoffer er voor kiezen in eigen land te gaan procederen. Hij zal de verzekeraar moeten dagvaarden en niet de vertegenwoordiger. De dagvaarding kan wel op het kantoor van de vertegenwoordiger betekend worden.

Rome II en overlijdensschade. Uitleg van het begrip schade.

Bij grensoverschrijdende overlijdensschade kan het voorkomen dat nabestaanden in verschillende landen, anders dan het land waar het ongeval plaatsvond, schade lijden. De vraag doet zich in zo’n geval voor welk recht op de vordering van toepassing is. Moet deze schade als directe schade beschouwd worden of moet het worden aangemerkt als indirect gevolg van het ongeval, zelfs indien de schadevergoedingsvordering als een iure proprio (een eigen recht) wordt aangemerkt?

Deze vraag werd recentelijk voorgelegd aan het Hof van Justitie van de EU (verder: HvJEU) in de zaak Florin Lazar/Allianz SpA C-350/14.

De dochter van Florin Lazar, een Roemeens staatsburger, was overleden als gevolg van een verkeersongeval in Italië met een niet geïdentificeerd voertuig.  Zij woonde ten tijde van het ongeval in Italië evenals haar moeder en grootmoeder.

Vader Florin Lazer dagvaardt verzekeringsmaatschappij Allianz SpA in haar hoedanigheid van door het garantiefonds voor verkeersslachtoffers aangewezen vennootschap. Moeder en grootmoeder interveniëren in het geding en vorderen eveneens vergoeding van de door hen geleden materiële en immateriële schade. Op de vordering van moeder en grootmoeder is Italiaans recht van toepassing. De vraag die aan het HvJEU wordt voorgelegd is of op de vordering van Florin Lazar Roemeens recht van toepassing is.

Uit overwegingen 16 en 17 van de Rome II verordening volgt dat bij bepaling van het toepasselijk recht aanknoping gezocht wordt met het land van de plaats waar de directe schade zich heeft gedaan. (de ‘lex loci damni’). Het toepasselijk recht moet worden bepaald volgens de plaats waar de schade zich voordoet, ongeacht in welke landen de indirecte gevolgen van die gebeurtenis zich voordoen. Bij letsel- en materieel schade moet het land waar die schade is opgelopen gelden als het land waar de schade zich voordoet.

De uitzondering op de regels zijn gegeven in artikel 4 lid 2 en 3. Ingeval degene wiens aansprakelijkheid in het geding is en degene die de schade lijdt beiden hun gewone verblijfplaats hebben in hetzelfde land op het tijdstip waarop de schade zich voordoet, is het recht van dat land van toepassing. Verder kan het recht van een ander land van toepassing zijn indien hiermee een kennelijk nauwere band bestaat.

Artikel 15 onder c en f bepalen dat het recht dat van toepassing is het bestaan, de aard en de begroting van de schade regelt alsook bepaalt wie er recht heeft op vergoeding van persoonlijk geleden schade.

Het HvJEU overweegt dat uit overweging 17 van Rome II volgt dat wanneer het intreden van directe schade kan worden vastgesteld, de plaats waar deze directe schade zich heeft voorgedaan het relevante aanknopingspunt zal zijn voor het bepalen welk recht van toepassing is. Dit ongeacht de indirecte gevolgen van het ongeval.

In dit geval bestaat de directe schade uit het letsel van de dochter als gevolg waarvan zij is overleden. Deze schade heeft zich in Italië voorgedaan. De schade die vervolgens door de familieleden is geleden moet worden beschouwd als indirect gevolg van het ongeval. Dit betekent dat hierop derhalve dus ook ten aanzien van Florin Lazar Italiaans recht van toepassing is.

Het HvJEU overweegt dat deze uitleg ook strookt met artikel 15 onder f. Hierin wordt immers bepaald dat het toepasselijk recht bepaalt wie schade kunnen vorderen. Het draagt voorts bij tot het verwezenlijken van de doelstelling om te zorgen voor voorspelbaarheid en uniformiteit. Het HvJEU overweegt daarbij dat hiermee ook voorkomen wordt dat de onrechtmatige daad wordt ontleed in verschillende delen die aan verschillend recht onderworpen zijn naargelang de plaats waar andere personen dan het directe slachtoffer schade lijden.

Het HvJEU verklaart dan ook voor recht: dat voor het bepalen van het recht dat van toepassing is op een niet-contractuele verbintenis voortvloeiend uit een verkeersongeval, artikel 4 lid 1 van de verordening aldus moet worden uitgelegd dat schade in verband met overlijden van een persoon bij een verkeersongeval dat zich in de forumstaat heeft voorgedaan, die wordt geleden door de in een andere lidstaat wonende familieleden van die persoon als “indirecte gevolgen” van dat ongeval in de zin van die bepaling moet worden aangemerkt.

Alhoewel het HvJEU verwijst naar verkeersongevallen zal, gezien de uniformiteit die wordt nagestreefd, dit ook van toepassing zijn op andere overlijdensschade zaken waarop artikel 4 Rome II van toepassing is en waarbij de directe schade kan worden vastgesteld. Bovendien zal deze uitleg van het begrip schade in verband met overlijden ook van toepassing zijn bij vaststelling van de bevoegde rechter op grond van artikel 7 lid 2 Herschikking EEX-Verordening.   

Voor de Nederlandse praktijk is de uitspraak voor wat betreft bepaling van het toepasselijk recht bij grensoverschrijdende verkeersongevallen minder relevant wanneer het Haags Verkeersongevallenverdrag van toepassing is. In die zaken wordt immers aan de hand van de regels van het Haags Verkeersongevallenverdrag bepaald welk recht van toepassing is. Voor andere grensoverschrijdende overlijdensschade waarop artikel 4 Rome II van toepassing is, is dat echter wel het geval.   

Nieuwe EEX-Verordening bevoegdheid en tenuitvoerlegging in grensoverschrijdende civiele zaken

Bij grensoverschrijdende burgerlijke- en handelszaken wordt sinds 2002 binnen de Europese Unie, met uitzondering van Denemarken, de EEX-Verordening (Brussel 1) toegepast.
In dit verdrag zijn bepalingen opgenomen ten aanzien van de bevoegdheid van de rechter en erkenning en tenuitvoerlegging van vonnissen. Zie hier
In december 2012 werd door het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie een gewijzigde EEX-verordening aangenomen, Verordening nr. 1215/2012, PbEU 2012 L351/1. Zie hier
Deze gewijzigde verordening is van toepassing op rechtsvorderingen die zijn ingesteld, authentieke akten die zijn verleden of geregistreerd en gerechtelijke schikkingen die zijn goedgekeurd of getroffen op of na 10 januari 2015.
De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de oude verordening zijn:
– afschaffing exequatur procedure
– nieuwe litispendentie regeling bij exclusieve forumkeuze
-⇥verruiming bevoegdheidsregels bij arbeidsovereenkomsten met werkgevers

Afschaffing exequatur procedure
Met de gewijzigde verordening komt de exequatur regeling te vervallen. Dit betekent dat buitenlandse vonnissen waarop de nieuwe verordening van toepassing is rechtstreeks en zonder verklaring van uitvoerbaarheid in een andere lidstaat ten uitvoer gelegd kunnen worden. De partij tegen wie de tenuitvoerlegging wordt gevorderd heeft wel de mogelijkheid om weigering van erkenning of tenuitvoerlegging van een vonnis te verzoeken als hij meent dat er een grond voor weigering van erkenning aanwezig is.
Tenuitvoerlegging wordt door de nieuwe regeling een stuk eenvoudiger. Voor de partij tegen wie een beslissing ten uitvoer gelegd wordt betekent dit echter dat deze zelf actie moet ondernemen om tenuitvoerlegging te voorkomen.

Nieuwe litispendentie regeling
Litispendentie is de situatie waarin gelijktijdig over dezelfde zaak/zaken een procedure wordt gevoerd in verschillende landen. In de huidige regeling moet de rechter waar een zaak als eerste aanhangig is gemaakt zich eerst uitlaten over zijn bevoegdheid voordat de rechter in het andere land hierover een beslissing mag nemen.
In zaken waarin door partijen bij overeenkomst een expliciete forumkeuze is gemaakt kan het voorkomen dat één van de partijen de zaak aanbrengt bij een rechter in een andere lidstaat dan is overeengekomen voordat de andere partij kans heeft gezien bij de rechter van keuze te dagvaarden. Dit wordt ook wel een torpedo procedure genoemd omdat het met regelmaat voorkomt dat partijen proberen om hiermee het proces te vertragen. De procedure bij de tussen partijen expliciet gekozen rechter kan immers pas aanvangen op het moment dat de andere rechter zich onbevoegd heeft verklaard. Dat kan soms jaren duren. Met de gewijzigde regeling zal de rechter van de andere lidstaat de zaak moeten aanhouden, ongeacht welke zaak het eerst is aangebracht, tot het gerecht van de exclusieve forumkeuze zich onbevoegd heeft verklaard.

Ruimere bevoegdheidsregels bij arbeidsovereenkomsten
In de huidige regeling geldt in algemene zin voor vorderingen tegen verweerders die geen woonplaats hebben in een lidstaat dat de verordening niet van toepassing is. In de nieuwe regeling geldt voor de werkgever die geen woonplaats heeft in een lidstaat dat hij toch kan worden opgeroepen voor het gerecht van een lidstaat. Dat kan bij de rechter van de staat waar de werknemer gewoonlijk werkt of waar vanuit hij werkt. Wanneer de werknemer niet in eenzelfde land gewoonlijk werkt of heeft gewerkt, voor het gerecht van de plaats waar zich de vestiging bevindt of bevond die de werknemer in dienst heeft genomen. De mogelijkheden voor werknemers om een werkgever die gevestigd is buiten de EU binnen de EU te dagvaarden is hiermee vergroot.