Design: hoe werkt modelregistratie en wat zijn de kosten?

Modelregistratie is voor designers een goede keuze om hun design/ontwerpen te beschermen.

Foto: Med Badr Chemmaoui

Een modelregistratie biedt allerlei grote voordelen ten opzichte van andere intellectuele eigendomsrechten, zoals het auteurs– of merkenrecht. Wat een model precies is en wat de voordelen zijn van een modelregistratie lees je hier. Hoe de modelregistratie in zijn werk gaat en wat de kosten zijn, lees je in dit artikel.

Modelbescherming Benelux

Voor Nederlandse bedrijven die hun producten niet internationaal verkopen, is vooral van belang dat bescherming in Nederland, en eventueel net daarbuiten, goed geregeld is. Maar: Nederlandse modelregistraties bestaan niet.

De regels die gelden voor bescherming van modellen in Nederland, staan in een verdrag dat geldt voor de hele Benelux: Nederland, België en Luxemburg dus. Bedrijven kunnen hun design als Benelux-model beschermen door een aanvraag te doen bij het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom (BBIE – Den Haag). De beschermingsduur van een Benelux modelregistratie is vijf jaar waarbij je vier keer de mogelijkheid hebt om de registratie te verlengen. In totaal dus 25 jaar bescherming tegen inbreukmakers.

Modelbescherming EU

Een andere en belangrijkere mogelijkheid voor Nederlandse bedrijven om hun design te beschermen, is via een EU-modelregistratie. Dat wordt aangevraagd bij het ‘EUIPO’ (Alicante, Spanje), het EU-bureau dat de EU-merken en -modellen inschrijft. Een van de grote voordelen van een EU-model ten opzichte van een Beneluxmodel is dat je in een keer bescherming krijgt in alle EU-landen, terwijl de kosten relatief laag zijn (gemiddeld tegen de € 1.000 tegenover ongeveer € 500 voor een Beneluxmodel, als je de registratie laat verzorgen door een specialist, wat aan te raden is; zie het slot van dit artikel). De maximale beschermingsduur van een EU-model is net als bij Benelux-modellen 25 jaar.

Als je als bedrijf ambities hebt die net iets verder reiken dan de Benelux, ook als uitbreiding naar het buitenland pas zal spelen op de langere termijn , is het dus aan te raden direct voor een EU-modelregistratie te kiezen. Als je vindt dat er inbreuk wordt gemaakt, kan de rechter in één land op basis van de EU-modelregistratie concurrenten een verbod opleggen dat geldt voor álle EU-landen. Bij een Benelux-model kun je slechts een verbod krijgen voor de drie Benelux-landen.

Niet geregistreerd, toch EU-modelbescherming

Een geregistreerd modelrecht is niet de enige manier om design als model te beschermen. Nadat een ontwerp openbaar is gemaakt, is het namelijk automatisch drie jaar beschermd als ‘ongeregistreerd EU-model’. Een ongeregistreerd EU-modelrecht ontstaat dus direct na openbaarmaking en zonder dat je het hoeft te registreren. In dat opzicht is het dus te vergelijken met het auteursrecht dat ook automatisch ontstaat (op het moment dat een creatie wordt gemaakt).

Met een ongeregistreerd EU-modelrecht is het alleen mogelijk om exacte kopieën van het design te verbieden. In branches waar de omloopsnelheid van producten hoog is, zoals de fashion industrie en de meubelbranche, kan zo’n ongeregistreerd modelrecht uitkomst bieden: wel beschermd tegen echte kopieën, maar niet de kosten van een registratie.

Voor andere branches is het niet aan te raden te vertrouwen op de bescherming als ongeregistreerd EU-model. De beschermingsomvang is een stuk minder groot dan bij een geregistreerd model en het is veel lastiger te bewijzen dat je modelrechten hebt, omdat je geen registratiecertificaat krijgt.

Vereisten voor bescherming van design als model

Het BBIE en het EUIPO controleren niet of een modelaanvraag aan alle wettelijke vereisten voldoet, die hierna zijn beschreven. Je krijgt dus sowieso een modelregistratie als je de verplichte registratiekosten maar betaalt en aan bepaalde formaliteiten voldoet.

Maar dat betekent niet dat die registratie ook automatisch iets waard is. Om een geldig modelrecht te krijgen, moet het model wel aan bepaalde eisen voldoen. Als een concurrent vindt dat een modelregistratie niet aan die vereisten voldoet, kan de nietigheid van het model worden ingeroepen en verwijdert het bureau het model uit het modellenregister. Bij EU-modellen kan zo’n verzoek worden ingediend bij het EUIPO (en soms in een al lopende zaak bij de rechter), bij Benelux-modellen vooralsnog alleen bij de rechter.

Design kan als model worden beschermd als het nieuw is en een eigen karakter heeft. Dat klinkt simpel, maar is het in de praktijk niet altijd.

Nieuwheid

Nieuw wil zeggen dat er geen identiek model voor het publiek beschikbaar is gesteld vóórdat de aanvraag voor een modelregistratie wordt ingediend. ‘Identiek’ betekent dat er hooguit verschillen zijn op onbelangrijk detailniveau. Niet helemaal identiek is in het modellenrecht dus toch identiek.

Het is voor de nieuwheid belangrijk ervoor te zorgen dat je je design zo snel mogelijk na het ontwerpen aanvraagt als model. Daar heb je een jaar de tijd voor: binnen een jaar nadat een ontwerp openbaar is gemaakt, moet je de modelaanvraag indienen. Anders is het niet nieuw meer en kan de nietigheid worden ingeroepen.

Dat was bijvoorbeeld het geval bij deze krabpaal, aangevraagd als EU-model op 30 maart 2018:

De krabpaal bleek al op 22 maart 2017 te zijn getoond via een Facebookfilmpje (een jaar en 8 dagen vóór de modelaanvraag dus):

Het model was dus niet nieuw meer toen het werd aangevraagd. De vorderingen van de modelhouder werden afgewezen.

Ook Porsche had het nakijken toen de nieuwe 911 als EU-model werd aangevraagd:

Niet het model van een concurrent stond in de weg aan de nieuwheid van de ‘nieuwe’ Porsche 911, maar Porsches eigen, eerdere 911-modellen, zoals deze:

Bij modellen geldt een andere nieuwheid dan bij octrooien (in het dagelijkse taalgebruik beter bekend als ‘patenten’). Daar geldt een absolute nieuwheid: de uitvinding moet geheim blijven tot het moment van de octrooiaanvraag. Elke openbaarmaking schaadt de nieuwheid zodat dan geen aanspraak meer kan worden gemaakt op een geldig octrooirecht.

Eigen karakter

Behalve dat een model nieuw moet zijn, moet het ook een eigen karakter hebben. Dat betekent dat de algemene indruk van het model volgens de ‘geïnformeerde gebruiker’ verschilt van de algemene indruk van andere, oudere modellen. De geïnformeerde gebruiker is in het hierna genoemde waterballonnenvoorbeeld degene die weet wat voor waterballonnen er op de markt zijn en welke vorm/uiterlijk die ballonnen hebben en moeten hebben om een goede, bruikbare waterballon te zijn.

Wat kan geen model zijn?

Soms is een ontwerp nieuw en heeft het een eigen karakter, maar is het toch geen geldig model. Er zijn namelijk verschillende uitzonderingen die gelden in het modellenrecht op basis waarvan je geen geldig modelrecht krijgt, zoals:

  1. Technische functie: als een product uitsluitend op een bepaalde manier is vormgegeven omdat dat de functionaliteit ten goede komt, kan de fabrikant geen modelbescherming claimen . Bij modelbescherming gaat het immers om het uiterlijk van een product. Dat er ook ándere technische alternatieven zijn, is daarbij niet relevant.
    Waterbalonnenvuller

    Voor de Bunch O Balloons waterballonnen (links) is een EU-modelregistratie verkregen:

    Daarmee wordt geprobeerd de waterballonnen van Toi-Toys (bovenste afbeelding rechts) van de markt te krijgen. Maar de geldigheid van de modelregistratie wordt door Toi-Toys betwist. Terecht.De rechter oordeelt in 2017 in een inbreukprocedure al dat de vormgeving geheel functioneel is. Door middel van een bundel rietjes die aan een koppelstuk bevestigd zijn, zodanig dat dit koppelstuk kan worden aangesloten op een kraan, is het mogelijk meerdere waterballonnen in één keer te vullen met water. Nadat de ballonnen gevuld zijn, sluiten ze automatisch door middel van de elastiekjes indien deze van de rietjes worden afgeschoven. Functioneel dus. Het EU-modelrecht op de Bunch O Balloons is daarmee niet geldig en Toi-Toys mag de Water Bombs gewoon op de markt brengen.Het EUIPO heeft in juni 2019 de nietigheid van het EU-model bevestigd, vanwege de louter functionele functie.Zadelhoes e-bikes
    Ook deze hoezen voor e-bikes zijn uitsluitend functioneel zodat het geregistreerde EU-model nietig is verklaard:
  2. Inbreuk op een ander IE-recht: een model dat inbreuk maakt op een ouder merk, auteursrechten of een eerder model, is niet geldig. Van inbreuk op een ouder merk zal in de praktijk bijvoorbeeld (en met name) sprake zijn bij logo’s die als model worden geregistreerd. Het is mogelijk voorafgaand aan een modelaanvraag het merkenregister te checken op gelijke(nde) merken die al bestaan en die mogelijk een bezwaar kunnen vormen voor een modelaanvraag. Inbreuk op eerdere auteursrechten komt in de praktijk vaker voor, omdat het auteursrecht in beginsel hetzelfde beschermt: het uiterlijk van een product of een logo. Of er oudere auteursrechten bestaan, is niet na te gaan. Er is namelijk geen register waar auteursrechten ingeschreven staan. Je wordt dus vaak pas met oudere auteursrechten geconfronteerd op het moment dat een partij bezwaar maakt tegen de registratie van je design als model.
  3. Kenmerkende eigenschappen: uit de modelregistratie moet duidelijk blijken waar nu eigenlijk bescherming voor wordt geclaimd. Als dat niet duidelijk is, krijg je ook geen geldig modelrecht. Van groot belang is dus dat de aanvraag op de juiste manier wordt ingediend, met goede kwaliteit foto’s/afbeeldingen. Raadzaam is om een modelaanvraag niet zelf in te dienen, maar dat te laten doen door een specialist: een van de juristen bij een merken- en modellenbureau. Die weten precies welke eisen er bijvoorbeeld worden gesteld aan het beeldmateriaal, hoeveel afbeeldingen er mogen worden toegevoegd et cetera.

Zo werkt de modelregistratieprocedure

Een EU-model aanvragen kan online via het EUIPO. De registratieprocedure is uitsluitend administratief en daardoor snel. Korte tijd nadat de modelaanvraag is ingediend, wordt het gepubliceerd en geregistreerd. Bedrijven kunnen de aanvraag zelf indienen.

Maar aan te raden is dit niet. Omdat het EUIPO (net als het BBIE) niet checkt of een modelaanvraag voldoet aan de wettelijke eisen (nieuwheid, eigen karakter) en of bijvoorbeeld de afbeeldingen/foto’s waarop het model is afgebeeld wel van goede kwaliteit zijn, is de kans vrij groot dat een modelregistratie uiteindelijk niet de gewenste bescherming oplevert.

In de praktijk gebeurt dat regelmatig. Dat kun je als bedrijf voorkomen door een specialist in te schakelen die de aanvraag verzorgt. Op de website www.bmm.nl staat een overzicht van alle erkende merken- en modellengemachtigden in de Benelux. Zij weten precies wat de vereisten zijn voor een goede modelaanvraag zodat je uiteindelijk een modelregistratie verkrijgt waar je ook echt wat aan hebt.


Meer weten over de bescherming van design/vormgeving? Lees het boek ‘IE in Bedrijf – Vormgeving’. In hard cover en als e-book te bestellen via de reguliere en online boekhandels, zoals Managementboek.

Design: hoe bescherm je je ontwerpen optimaal?

Lees hier de 6 belangrijkste voordelen van het beschermen van ontwerpen via het modellenrecht vs. het auteursrecht en merkenrecht.

Foto: Edho Pratama

Ontwerpers en bedrijven besteden in het ontwerpproces vaak geen of weinig aandacht aan juridische bescherming van hun designs. Met als resultaat dat je alleen op het auteursrecht kan terugvallen als je design wordt gekopieerd. Een gemiste kans. Vormgeving kan namelijk eenvoudig worden beschermd via het modellenrecht. Wat een model is, hoe je een model beschermt en wat de 6 voordelen zijn van een modelregistratie, lees je in dit artikel.

Wanneer wordt een ontwerp gezien als een model?

Daarvoor moeten we eerst weten wat een model precies is. De wet definieert een ‘model’ als volgt: ‘Als tekening of model wordt beschouwd het uiterlijk van een voortbrengsel of een deel ervan’. Daaronder vallen naast tweedimensionale tekeningen (zoals een logo of het patroon op kleding) ook driedimensionale producten: een kast, tafel, jurk, ketting, oorbel, koffiemok, etalagepop, lamp, iPhone, de velg van een auto et cetera.

Alles wat zichtbaar is in een product – het uiterlijk dus, niet de techniek – kan een model zijn. Anders dan vaak wordt gedacht, betekent dit dus ook dat het uiterlijk van gebruiksvoorwerpen voor modelbescherming in aanmerking komt; het gaat niet alleen maar om siervoorwerpen en logo’s. Zoals deze tafels die in 2014 door Eichholtz B.V. als EU-model zijn geregistreerd:

Eichholtz B.V. tafel: het op 6 mei 2014 aangevraagde en op 14 juli 2014 ingeschreven Gemeenschapsmodel met registratienummer 002458653-0014

En:

Eichholtz B.V. tafel: het op 6 mei 2014 aangevraagde en op 14 juli 2014 ingeschreven Gemeenschapsmodel met registratienummer 002458653-0032

Of deze kaarthouder van Secrid:

Secrid kaarthouder: Benelux modelregistratie 38548-01, gedeponeerd op 10 juni 2010 en ingeschreven op 11 maart 2011

Deze lamp van Edelman:

Edelman kerstboom-model met registratienummer 003844174-0003

Of verpakkingsmateriaal:

Het uiterlijk wordt volgens de regels in het modellenrecht afgeleid uit ‘de kenmerken van met name de lijnen, de omtrek, de kleuren, de vorm, de textuur of de materialen van het voortbrengsel zelf of de versiering ervan’. Er zijn dus allerlei factoren die het uiterlijk van een product bepalen.

Voordelen van een modelregistratie

Bescherming van design/vormgeving kan op verschillende manieren worden geclaimd. De meest gangbare manieren zijn:

  • Via het auteursrecht
  • Via het geregistreerde (EU-)modellenrecht
  • Via het merkenrecht

Bescherming via een geregistreerd EU-model heeft (veel) oordelen. Op zichzelf, maar ook ten opzichte van de hiervoor genoemde beschermingsvormen. De belangrijkste voordelen zijn:

  1. Registratiecertificaat
    Na registratie van een model krijg je een registratiecertificaat – een van de belangrijkste voordelen van een modelregistratie. Alleen al het hebben van een registratiecertificaat schrikt concurrenten en copycats vaak af, zodat je ze kunt dwingen te stoppen met het verhandelen van een product met een zelfde of gelijkend design. Dit is anders in bijvoorbeeld het auteursrecht. Het kost namelijk vaak veel moeite te bewijzen dat je design auteursrechtelijk beschermd is én dat je de rechthebbende bent. Met de registratie van een EU-model, is dat bewijs snel geleverd.
  2. Geldigheid
    Het geregistreerde modelrecht wordt geacht geldig te zijn – daar gaat de rechter automatisch van uit. Zie bijvoorbeeld deze uitspraak over de bescherming van de vormgeving van kasten. Het is vervolgens aan de mogelijke inbreukmaker om aan te tonen dat het model niet geldig is (zie voor de geldigheid van een model dit artikel). Dat is voor de modelrechthebbende een veel comfortabeler positie dan voor de auteursrechthebbende, die zijn auteursrecht moet bewijzen. Ook ten opzichte van het merkenrecht is dit een groot voordeel: aan de registratie van design als vormmerk worden namelijk zware eisen gesteld en aanvragen hiervoor worden vaak geweigerd door het merken- en modellenbureau dat de merken en modellen inschrijft (bij EU-merken en EU-modellen: het EUIPO en bij Benelux merken en modellen: het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom – BBIE).De registratie van design als model gaat echter zonder veel moeite. Het bureau beoordeelt de aanvrage van een model alleen op formele eisen (zoals: is de naam van de modelhouder ingevuld?) en kijkt niet naar de inhoudelijke eisen (oftewel: voldoet het model aan de eisen die gelden voor het verkrijgen van een geldig model, zoals de vereiste nieuwheid? Zie over die eisen dit artikel).
  3. Rechthebbende
    De geregistreerde modelhouder wordt geacht de rechthebbende te zijn. De rechter gaat dus niet alleen uit van de geldigheid van het geregistreerde model, maar de rechter gaat er ook van uit dat de modelhouder die wordt genoemd in de registratie de daadwerkelijke rechthebbende is. Dat bewijs is in het auteursrecht veel lastiger – en regelmatig zelfs niet – te leveren.
  4. Bescherming in alle EU-landen
    Met een EU-model krijg je bescherming in alle EU-landen. Dat betekent dat je in elk EU-land dat modelrecht kunt inzetten, zonder dat je product in elk EU-land op de markt hoeft te zijn. Maar het betekent ook dat als je vindt dat er inbreuk wordt gemaakt, de rechter in één bepaald land een verbod kan geven dat geldt voor álle EU-landen. Dat is een groot voordeel ten opzichte van bijvoorbeeld het auteursrecht dat vooral nationaal is geregeld en waarbij je nog steeds in elk land waar inbreuk wordt gemaakt een aparte procedure moet starten.
  5. Geen gebruikseis
    Er is geen gebruikseis. Anders dan in het merkenrecht, waar een merk vervallen kan worden verklaard als het gedurende vijf jaar na de registratie niet normaal is gebruikt, hoeft een model niet gebruikt te worden om geldig te zijn/blijven.
  6. Lage kosten
    De kosten van een geregistreerd EU-model zijn relatief laag: ongeveer EUR 350 als je het zelf online indient (wat overigens niet aan te raden is, omdat het meer behelst dan alleen het invullen van een formuliertje; klik hier voor meer informatie over de registratieprocedure) of rond de EUR 1.000 als je de registratie door een professioneel merken- en modellenbureau laat verzorgen. Het model wordt geregistreerd voor een periode van 5 jaar (met de mogelijkheid om het te vernieuwen tot maximaal 25 jaar).

Wat kun je met een EU-modelregistratie?

Met een EU-modelregistratie kun je tegengaan dat anderen een gelijke(nde) vormgeving hanteren voor producten. Elk gebruik kan worden verboden: het aanbieden, importeren, in voorraad houden, verkopen, exporteren, afbeelden op een website of in reclamemateriaal et cetera. Niet alleen in Nederland, maar in de hele EU.

Bedrijven die alleen belang hebben bij goede bescherming in de Beneluxlanden, kunnen in plaats van een EU-model een Beneluxmodel registreren. Daarmee kan tegen iets lagere kosten elk gebruik in de Benelux van producten met een gelijke(nde) vormgeving worden tegengegaan. Beperkter dus dan bij een EU-model, maar toch ook zeer waardevol vanwege de genoemde voordelen van een modelregistratie.

Voorbeelden uit de rechtspraak

Dat een EU-modelregistratie van grote waarde is, volgt ook uit diverse juridische procedures waarbij de inzet inbreuk op een (geregistreerd) EU-model is.

Lamzac

Zo is sinds 2016 regelmatig geprocedeerd over de Lamzac loungebag, de inmiddels bekende met lucht gevulde zak waar je op kunt liggen:

Lamzac Loungebag

Een product dat erg populair blijkt, zowel bij consumenten als bij concurrenten, die het design en masse hebben gekopieerd. Omdat de Lamzac als EU-model geregistreerd is, kan de modelrechthebbende (Fatboy, bekend van de zitzakken) de inbreuken vrij eenvoudig en snel tegengaan. Er is al tegen meerdere partijen een EU-verbod uitgesproken. Zie bijvoorbeeld: hier en hier. Een duur grapje voor de inbreukmakers. De verliezende partij moet in dit soort zaken bij de Nederlandse rechter namelijk de volledige proceskosten, inclusief advocaatkosten, betalen.

Het EUIPO, het merken- en modellenbureau dat alle EU-modellen inschrijft, heeft op verzoek van een concurrent ook al een oordeel gegeven over de vraag of het EU-modelrecht van de Lamzac wel geldig is (zie hier voor de eisen die aan een modelregistratie worden gesteld om geldig te zijn). Dat is het geval. Fatboy heeft daarmee dus een sterk recht, dat ingezet kan worden tegen de vele copycats die er zijn in de EU.

Dat Fatboy niet álle zogenaamde ‘namaak’ kan tegengaan, volgt uit een aantal uitspraken uit 2018 – 2020 van het EUIPO waarin Fatboy de nietigheid van modelregistraties van (vooral Chinese) concurrenten inriep vanwege inbreuk op haar eigen modelrechten. Het EUIPO heeft de claims van Fatboy afgewezen en geoordeeld dat geen inbreuk is gemaakt op de EU-modelrechten op de Lamzac. Dat was bijvoorbeeld het geval bij een nietigheidsprocedure tegen dit ‘loungebed’:

Casa Vigar – afwasborstels

Dat modelregistraties in elke productbranche van belang kunnen zijn, blijkt uit de hieronder afgebeelde afwasborstels. Rechts: de afwasborstels van Casa Vigar, zoals geregistreerd als EU-model. Links: de afwasborstels van Edco die onder meer via Kruidvat werden verkocht.

Casa Vigar - afwasborstels

De rechter vond dat de Edco-borstels dezelfde totaalindruk tonen als de borstels van Casa Vigar: “een staande vrouwelijk figuur met een lange hals/nek, zonder armen, in een strakke avondjurk met een sleepje, met de borstelkop en borstel als ‘gezicht’ en ‘haar’. Beide borstelkoppen hebben een vergelijkbare ronde vorm, met een gezichtje en een deel van het kapsel erop getekend. De positionering van de borstelharen op de borstelkop is eveneens vergelijkbaar: de borstelharen zijn bovenop de borstelkop aangebracht, zodanig dat het ‘haar’ van de vrouwfiguur bovenop het hoofd strak omhoog naar achteren staat, in een ‘gekleed’ kapsel.

Simplot-friet

Ook in de voedingsindustrie zijn modellen van belang. Over de gedraaide friet van Simplot, geregistreerd als model (zie hieronder), is al lange tijd een juridische discussie gaande.


Model friet zoals gebruikt


Model friet zoals ingeschreven

 

De bekende frietproducent McCain startte in 2017 een nietigheidsprocedure tegen de modelregistratie van Simplot. Tevergeefs. Het EUIPO heeft twee keer bevestigd dat het model geldig is. Simplot startte in de tussentijd een procedure tegen McCain. McCain maakt volgens Simplot inbreuk op haar modelrechten door het op de markt brengen van McCains ‘Rustic Twist’-friet:

In de eerste spoedprocedure (kortgeding) heeft Simplot zowel bij de rechtbank als in hoger beroep bij het gerechtshof gewonnen en heeft McCain een EU-verbod opgelegd gekregen. In de uitvoeriger bodemprocedure moet nog een eindbeslissing worden genomen, omdat het inmiddels verschenen eindoordeel in de nietigheidsprocedure bij het EUIPO moest worden afgewacht. Of McCain ook in de bodemprocedure een EU-verbod om de oren krijgt, is dus nog even afwachten. Maar onwaarschijnlijk is het niet, nu de modelregistratie van Simplot overeind is gebleven en de Rustic Twist-friet veel overeenkomsten vertoont.

Ook in dit geval dus een slimme zet om de productvormgeving als model te registreren. Zo zijn er tal van voorbeelden te noemen waaruit het belang van EU-modelregistraties blijkt. Maar veel bedrijven en ondernemers zijn nog onvoldoende op de hoogte van het belang en de vele voordelen van een geregistreerd EU-modelrecht. Bescherming van je design via het modellenrecht is een – nog altijd – te goed bewaard geheim. Dat zou het niet moeten zijn!


Meer weten over de bescherming van design/vormgeving? Lees het boek ‘IE in Bedrijf – Vormgeving’. In hard cover en als e-book te bestellen via de reguliere en online boekhandels, zoals Managementboek.

IP Update 2

The secret weapon of the Benelux trademark registration

Benelux trademark registrations have a huge advantage compared to other, f.i. EU registrations. The Benelux Convention on Intellectual Property (BCIP) provides for additional protection, namely against the use of signs other than as a trademark. As in most trademark law systems, a Benelux trademark owner is able to stop the use of (1) an identical sign for identical/similar goods and/or services, (2) a similar sign for identical/similar goods and/or services if a likelihood of confusion exists and (3) an identical/similar sign without due cause that takes unfair advantage of or is detrimental to the distinctive character or the repute of the trademark that enjoys a reputation in the Benelux territory. Benelux trademark owners are also able to stop the use of a sign ‘for purposes other than those of distinguishing the goods or services, where use of the sign without due cause would take unfair advantage of or be detrimental to the distinctive character or the repute of the trademark.’ In practice, this clause is mainly relied on in cases where the trademark owner tries to stop the use of a trade name (company name), a domain name or use in social media/on internet in general. Often with success. Companies that are on the verge of making a decision as to where to apply for a trademark registration should take this advantage into account.

The well-known and talented Dutch Formula 1 driver Max Verstappen earns serious amounts of money with racing. But there is an alternative financial source: his portrait.

IP Update 1

 

Don’t forget the moral rights of architects!

At the Dutch museum ‘Naturalis’ (an internationally recognized authority on biodiversity) the ‘T.Rex in Town-exposition’ can now be visited. This exposition attracts many visitors, Dutch as well as from abroad. The rest of the museum is closed for a large-scale renovation in order to be able to deal with the increasing number of visitors.

That renovation led to a tough legal dispute over copyrights and the accompanying moral rights of the architect Fons Verheijen who originally designed the museum. The architect claimed that with the planned renovation his design would be crippled which could jeopardize his reputation. This can be seen as a violation of his moral rights (the so-called ‘droit au respect’). During the legal proceedings, the renovation of the museum could no longer be postponed and had already started. Stopping the renovation and turning it back would be a disaster for Naturalis. Yet, that is what the court in interim injunction proceedings did: Naturalis had to stop the renovation until the court in the simultaneous proceedings on the merits would decide whether the renovation would mean an infringement of the rights of the architect.

But then the parties settled: the only thing the architect could do was claim a high amount of damages. And the only thing Naturalis could do was pay. Ignoring the moral rights of the architect cost Naturalis 1.5 Million Euros… An expensive lesson. Hopefully the visitors do not have to pay for that.

Animal drinks

Over 10 years ago, a legal battle started between Red Bull and the Dutch coffee shop operator The Bulldog. This battle was caused by the registration and use of the trademark THE BULLDOG for energy drinks.

In the opinion of Red Bull this trademark was confusingly similar to its own RED BULL mark, or at least The Bulldog would take unfair advantage of or could be detrimental to the reputation of Red Bull’s well-known trademark.

The clash between the bulls ended up in a complicated legal battle about interpretation of law which – via the Dutch Supreme Court – even went all the way up to the highest European Court, the European Court of Justice in Luxemburg. The European Court gave its judgment and after referral decisions and more than 10 years of legal battle the court of appeal in The Hague simply ruled that the trademarks could not even be considered similar. As a consequence, to put it as simply as possible: in the view of this court Red Bull did not have a case and the court did not have to look into all the legal nitty-gritties that the parties had been debating about for years. Looking at the past, we would be surprised if this judgment is really the end of this sage. Red Bull is probably not ready to give up yet…

 

Sometimes the strength lies in its simplicity

The Dutch like beschuit, unique to the Netherlands and best described as a kind of dry, crunchy and brittle toast, always round of shape. This typical breakfast materialplays an important role in a typically Dutch tradition to celebrate the arrival of a baby (if you wonder, search for: ‘beschuit met muisjes’). The usual packaging for beschuit is a tight foil wrapping, which opens from the top. One disadvantage: how to get the biscuits out of the wrapping without breaking them… A problem that many Dutch experienced for decades, and which was solved by a Dutch man, Mr. Tempel, in 1999. He made a cut-out in the beschuit, which acts as a finger hold and filed a patent for this invention. A very simple but genius solution that is appreciated by many. Not surprisingly, premium biscuit brands wish to offer their customers with premium handling comfort provided by this cut-out technique, preferably without paying royalties to Mr. Tempel.

Two Dutch biscuit players, Bolletje and Van der Meulen, have tried to invalidate the beschuit patent, without success. This ended in entering into a license agreement with Tempel.

Recently, Continental Bakeries (CB) also wanted to have cut-out beschuit. CB invited Tempel for a meeting to discuss a license. For health reasons Tempel was not able to join any discussions at that moment and he asked for some patience. CB’s patience was tested and apparently it did not have much. Instead awaiting better moments, it initiated invalidity proceedings, once more trying to wipe the patent. CB stated that the claimed solution, as simple as it is, is obvious and cannot be considered a patentable invention. A wrong assessment and likely prompted by hindsight. Again, a multimillion company could not stand up against the patent of Mr. Tempel. After this defeat, at the end of 2016 in other court proceedings, CB tried to force Tempel to grant a license on the patent after all. But also these proceedings turned out in Tempel’s advantage, leaving CB empty handed.

Registered design rights prove valuable again

Every now and then the value of registered design rights (‘RCDs’ – Registered Community Designs) becomes clear in lawsuits over design protection. RCDs appear to be a hidden IP-secret.

Recently, a new toy was launched: small plastic Velcro play balls in various colours named ‘Bunchems’. By ‘sticking’ these play balls to each other, many forms and figures can be made. The manufacturer, Spin Master, has protected the play balls i.a. with an RCD for the fluffy design of the play balls.

 

As in many cases, successful products can count on being copied. High5 sells almost identical small plastic Velcro play balls in various colours: ‘Linkeez’. Spin Master started interim injunction proceedings based on its registered EU design rights and won: the Linkeez play balls infringe the design rights of the Bunchems play balls. The interlocutory judge deems the RCD of Spin Master to be valid and the Linkeez play balls to be infringing. Besides being prohibited to use the Linkeez play balls in all EU-countries, High5 needs to publish a rectification.

This newsletter can also be received automatically by e-mail. If you would also like to receive our IP Updates by e-mail, please subscribe via ipupdate@legaltree.nl

Wat kost een merken-, auteursrecht of handelsnaamzaak? En andere zaken die intellectueel eigendom (IE) betreffen.

Aan wat voor bedragen moet je denken als je gaat procederen over een merk of handelsnaam, of over auteursrechten?

Uitgangspunt: kosten procedure komen voor eigen rekening

De kosten van een rechtszaak komen voor eigen rekening. Meestal bestaan deze kosten voor het grootste deel uit advocaatkosten.

De verliezende procespartij wordt (meestal) door de rechter veroordeeld in de kosten van de procedure, zodat hij de kosten van de winnende partij moet vergoeden. Dat levert alleen niet veel op. Deze kostenvergoeding is een zogeheten forfaitair bedrag en dekt bij lange na niet de werkelijke advocaatkosten. Nadeel hiervan is dus dat over het algemeen bij een goede afloop van een rechtszaak nog steeds een aanzienlijk deel van de gemaakte kosten voor eigen rekening komt. Er is ook een voordeel:  bij verlies zijn de bijkomende kosten van de wederpartij veelal te overzien.

In IE-zaken kan de verliezer veroordeeld worden in de werkelijke kosten, inclusief advocaatkosten van de winnende partij

In intellectuele eigendomszaken, zoals merken-, handelsnaam- en auteursrechtzaken, gelden andere regels. In dit soort zaken wordt de verliezer doorgaans veroordeeld tot vergoeding van de werkelijke kosten, inclusief advocaatkosten van de winnende partij. Maar: ook in IE-zaken (met uitzondering van octrooizaken) geldt dat de te vergoeden advocaatkosten niet ongelimiteerd zijn.

Al sinds 2008 hanteren rechtbanken zogenaamde ‘indicatietarieven’ aan de hand waarvan de redelijkheid en de evenredigheid van de gemaakte advocaatkosten kunnen worden beoordeeld en die de procespartijen verder de mogelijkheid geeft het kostenrisico in een vroeg stadium beter te kunnen inschatten.

Het indicatietarief is in beginsel de maximale verschuldigde vergoeding voor advocaatkosten van de wederpartij. Het geldt niet in octrooizaken

Vanaf 1 april 2017 gelden nieuwe indicatietarieven en lijkt het erop dat de rechter ook strenger zal gaan vasthouden aan deze tarieven. De Hoge Raad heeft al beslist dat de rechter de taak heeft de hoogte van de proceskosten ambtshalve, dus uit zichzelf (zonder dat partijen daar een beroep op doen), te toetsen. In de toelichting bij de nieuwe indicatietarieven is dan ook expliciet vermeld dat hogere bedragen – dus boven het maximale indicatietarief (zie over de hoogte hieronder) – alleen nog maar worden toegewezen in uitzonderlijke gevallen.

Dit geeft vooraf meer zekerheid over het maximale financiële procesrisico als je – naast je eigen kosten die je al dient te dragen – ook in de kosten van de wederpartij veroordeeld wordt. Ook geeft het je vooraf meer zekerheid over wat je als winnende partij eventueel vergoed kan krijgen. Daarnaast geven indicatietarieven veelal een goed beeld van de te verwachten eigen advocaatkosten voor de procedure.

Hoe hoog zijn de indicatietarieven bij de rechtbank?

Nieuw is dat voor ‘zeer eenvoudige’ zaken vanaf 1 april 2017 geldt dat het gewone kostenregime op basis van forfaitaire bedragen van toepassing is. Van ‘zeer eenvoudig’ is sprake bij een kleine inbreuk, bijvoorbeeld een foto op de website van een particulier die op eerste verzoek zal worden verwijderd.

Los van de ‘zeer eenvoudige’ zaken, variëren de indicatietarieven in een kort geding bij de rechtbank vanaf 1 april 2017 van EUR 6.000 voor een eenvoudige zaak, EUR 15.000 voor een normale zaak tot EUR 25.000 voor een complexe zaak.

In een bodemprocedure gelden andere tarieven, die wat meer gedifferentieerd zijn omdat het verloop van een dergelijke procedure, nog los van de complexiteit, van zaak tot zaak kan verschillen. Het indicatietarief voor een ‘normale’ bodemzaak is EUR 17.500 tot EUR 20.000. De bandbreedte ligt in ieder geval tussen EUR 8.000 voor een eenvoudige zaak tot EUR 45.000 voor een complexe zaak, waarin ook nog procedurele incidenten zijn opgeworpen. In het weinig voorkomende geval dat de rechtbank vragen stelt aan het Hof van Justitie in de EU, wordt dit bedrag nog verhoogd met EUR 15.000. Dus EUR 60.000 lijkt het absolute plafond in een bodemprocedure bij de rechtbank.

Het Indicatietarief rechtbank voor de advocaatkosten in een normaal kort geding is EUR 15.000 en voor een bodemprocedure EUR 17.500 tot EUR 20.000

Deze indicatietarieven zien alleen op de advocaatkosten exclusief BTW en ze zien niet op andere kosten zoals griffierechten, deurwaarderskosten en dergelijke. Deze kosten komen dus nog bovenop de advocaatkosten en dienen bij verlies van de procedure meestal ook aan de wederpartij vergoed te worden. 

Als de zaak niet eindigt bij de rechtbank…

In geval van hoger beroep of (daarna) cassatie, lopen de indicatietarieven verder op. Omdat de meeste IE-zaken eindigen na een beslissing van de rechtbank volsta ik met de opmerking dat de indicatietarieven in hoger beroep min of meer vergelijkbaar zijn. Je advocaat kan je hierover zo nodig verder informeren.

Wat laatste gedachten

Het lijkt mooi: als je wint dan kost de procedure je (bijna) niets en zit je niet zelf met al die advocaatkosten. Wat belet je nog om een zaak aan de rechter voor te leggen? De praktijk leert echter dat de vergoedingsregeling in intellectuele eigendomszaken vaak juist averechts werkt. Veel zaken zijn niet zwart/wit en de uitkomst van de meeste procedures laten zich niet van te voren raden. In het beste geval maak je een hele goede kans op een overwinning, maar een hele goede kans is nog geen 100%. En juist het risico dat je bij een verlies grofweg twee keer de kosten moet betalen, durven veel, met name wat kleinere, partijen niet te dragen.

Met de nieuwe regeling per 1 april 2017 lijkt het iets beter te worden. Er wordt meer onderscheid gemaakt tussen verschillende niveaus van complexiteit, waarbij het niet langer mogelijk is om de werkelijke kosten te verhalen op de verliezende partij in zeer eenvoudige zaken. Ook lijken de indicatietarieven een harde grens aan te geven, zodat je in principe niet meer hoeft te vrezen voor een nog hogere advocaatkostenveroordeling. Maar zaligmakend is het niet.

De familie MOSZKOWICZ blijft onderwerp van juridische geschillen

Auteursrecht Robert Moszkowicz

Een paar dagen geleden was al in diverse media te lezen dat Robert Moszkowicz, broer van onder andere Bram Moszkowicz, het niet voor elkaar heeft gekregen om de VPRO te verbieden de televisieserie ‘De Maatschap’ uit te zenden.

Robert Moszkowicz vindt dat de VPRO met de serie inbreuk maakt op zijn auteursrechten op de autobiografie ‘De Straatvechter’. Moszkowicz probeerde daarmee bescherming te claimen op bepaalde feiten en gebeurtenissen die al voor het verschijnen van zijn boek openbaar waren. Dat is niet mogelijk, oordeelt de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam terecht.

Auteursrecht rust niet op feiten. Er kan alleen auteursrecht worden geclaimd op werken die een ‘eigen, intellectuele schepping’ opleveren. Oftewel: creaties waarbij eigen – persoonlijke – keuzes zijn gemaakt. De auteur moet dus eigen, persoonlijke keuzes maken om auteursrecht te kunnen claimen. Dat is niet het geval bij feiten of gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden.

De Maatschap mag dus gewoon worden uitgezonden.

Merkrecht MOSZKOWICZ

Maar dit is niet het enige ‘Moszkowicz-geschil’ waarover deze week werd bericht. Twee jaar geleden was de naam MOSZKOWICZ al onderwerp van een merkenrechtelijk geschil (zie hierover mijn blog ‘Moszkowicz, Moszkowicz of Moszkowicz: wie heeft recht op het gebruik als merk?’), toen binnen de familie zelf. Dit keer bericht Advocatie dat het merk MOSZKOWICZ is ingezet om de Toneelgroep Maastricht te verbieden de naam ‘Moszkowicz’ te gebruiken voor het opvoeren van een toneelstuk over de komst en ondergang van voormalig advocaat Bram Moszkowicz.

Inzet van het geschil is het merk MOSZKOWICZ dat een van de Moszkowicz-broers, Max (jr.), heeft geregistreerd (tegen ditzelfde merk werd vorig jaar nog bezwaar gemaakt door David en Max (sr.) Moszkowicz, zoals hiervoor beschreven). Het merk is in 2015 ingeschreven voor onder andere ‘het samenstellen, produceren, regisseren, uitvoeren en presenteren van radio-, televisie-, audiovisuele, muziek- , amusements- en theaterprogramma’s’.

Bij merkregistraties is het zo dat het merk na inschrijving de eerste 5 jaar niet gebruikt hoeft te worden. Maar ná die 5 jaar geldt dat een merkregistratie vervallen kan worden verklaard voor die producten en/of diensten waarvoor het merk weliswaar is ingeschreven, maar waarvoor het niet is gebruikt.

Voor het merk MOSZKOWICZ geldt dat deze vijfjaarstermijn voorlopig nog niet voorbij is en Max Moszkowicz het merk dus ook nog niet hoeft te gebruiken voor bijvoorbeeld het uitvoeren van theaterprogramma’s. Hij kan zijn merkregistratie dus voorlopig nog inzetten tegen partijen zoals de Toneelgroep Maastricht. De vraag is alleen of dat na afloop van de vijfjaarstermijn nog steeds zo is. Hij zal het merk dan wel normaal moeten gebruiken. De advocaat van de Toneelgroep Maastricht vindt trouwens dat ‘Max de geslachtsnaam niet kan monopoliseren’, aldus Advocatie, maar dat is niet juist.

Een geslachtsnaam kan wel degelijk als merk worden gemonopoliseerd. Denk maar aan bekende merken, tevens geslachtsnamen, als Heineken, Philips, McDonalds, Karen Millen, Louis Vuitton, Ralph Lauren et cetera. Dat betekent natuurlijk niet dat je als merkhouder anderen kunt tegengaan hun naam als persoonsnaam te gebruiken, dus gewoon als (achter)naam in het dagelijkse verkeer. Maar je kunt anderen met die geslachtsnaam wel verbieden de naam als merk, dus ter onderscheiding van producten of diensten, te gebruiken.

Is dit alles nu vervelend voor de Toneelgroep Maastricht, dat de voorstelling heeft omgedoopt tot ‘De Advocaat’? Dat valt wel mee denk ik. Door deze actie hebben ze de nodige publiciteit gekregen wat waarschijnlijk meer bezoekers zal trekken die inmiddels wel weten dat ‘De Advocaat’ gaat over Bram Moszkowicz.

Meer weten over merken, auteursrecht en andere intellectuele eigendomsrechten? Download de (gratis) eBooks IE in Bedrijf via: www.ie-inbedrijf.nl.

H&M maakt merkinbreuk door gebruik van CHIEF op sweaters

Jeans Centre is houder van het merk CHIEF. Dit merk is ingeschreven voor kleding. Dat betekent dat Jeans Centre andere partijen kan verbieden het merk CHIEF, of een gelijkend merk, te gebruiken voor dezelfde of soortgelijke producten.

H&M verkoopt deze sweater:

Jeans Centre is daar niet blij mee en vraagt H&M de verkoop te staken. Jeans Centre baseert zich bij dat verzoek op haar geregistreerde merk CHIEF. H&M vindt dat zij geen inbreuk maakt op het merk CHIEF waarna Jeans Centre een rechtszaak start.

Jeans Centre is van mening dat H&M inbreuk maakt op haar merkrechten door een identiek merk te gebruiken voor identieke producten (kleding). Tussen partijen bestaat geen discussie dat de producten identiek zijn. H&M is alleen van mening dat zij geen identiek merk gebruikt op haar sweaters: daar staat namelijk ook een indianenhoofd en het getal 17 op. De rechtbank in Amsterdam gaat daar niet in mee en oordeelt op 19 oktober 2016 dat het teken CHIEF op de sweaters van H&M wél identiek is aan het geregistreerde merk van Jeans Centre. Het teken CHIEF neemt namelijk een dominante plaats in op de sweaters:

“Het teken “chief” is immers als bovenste teken op de sweater geplaatst. Doordat de andere tekens daaronder zijn geplaatst, staat het teken “chief” daarmee los van de afbeelding van het indianenopperhoofd en ook geheel los van het als derde element op de sweater aanwezige cijfer “17”. Het teken “chief” neemt aldus op de sweater een zelfstandig te onderscheiden plaats in. Daar komt bij, zoals door Jeans Centre aangevoerd, [dat] het teken “chief” het enige woordteken op de sweater is. Het teken “chief” zal daardoor door de gemiddelde consument als eerste worden waargenomen. Aannemelijk is daarmee, zoals door Jeans Centre aangevoerd, dat de gemiddelde consument de onder het teken “chief” geplaatste afbeelding van een indianenopperhoofd slechts zal beschouwen als een verwijzing naar het voorgaande teken “chief”, aldus de rechtbank.

H&M maakt met de verkoop van de sweaters dus inbreuk op de merkrechten van Jeans Centre. H&M moet stoppen met het gebruik van het teken CHIEF, de aantallen geproduceerde en verkochte sweaters opgeven en de schade van Jeans Centre vergoeden. En daarbovenop: H&M moet € 37.087,71 aan proceskosten vergoeden (naast haar eigen advocaatkosten).

Al met al is de verkoop van de CHIEF-sweaters voor H&M een duur grapje gebleken. Opvallend vind ik dat er geen discussie is gevoerd over de vraag of H&M het teken ‘CHIEF’ wel als merk gebruikt op de sweaters. Kleding is bij uitstek geschikt voor allerlei opdruk, zoals woorden en andere versiering. Om als merkhouder een andere partij te kunnen verbieden eenzelfde merk te gebruiken, moet het (een – hier niet nader besproken – uitzonderingsgeval daargelaten) wel gaan om gebruik als mérk. Dus als onderscheidingsteken. CHIEF moet door H&M dus gebruikt worden ter onderscheiding van haar sweaters. Dat is naar mijn mening niet het geval. Het teken CHIEF is door H&M gebruikt als versiering. Ik denk niet dat er een consument is die denkt dat ‘ie een sweater van het merk CHIEF koopt, juist ook omdat het woord zo prominent en groot op de sweaters is afgedrukt.

Misschien iets voor hoger beroep?

Meer weten over (het belang van) de bescherming van handelsnamen en merken? Download het handboek IE in Bedrijf deel 1 – Handelsnamen en merken via www.ie-inbedrijf.nl of neem contact op.

Brexit: wat gebeurt er nu met EU-merken en EU-modellen?

Een EU-merk (voorheen: ‘Gemeenschapsmerk’) en een EU-model (‘Gemeenschapsmodel’) geven de houder rechten voor alle landen van de Europese Unie. Met zo’n merk of model kun je anderen verbieden een vergelijkbaar merk of model te gebruiken, in álle landen van de EU. Zelfs als je als houder dat merk of model niet eens gebruikt in een bepaald EU-land.

Sinds de introductie van het EU-merk in 1996 en het EU-model eind 2001 hebben we alleen de situatie gehad dat er een nieuw land toetrad tot de EU. Dat betekent dat bestaande EU-merk- en modelregistraties zich automatisch uitbreiden tot deze nieuw toetredende landen. Niet eerder hebben we de situatie gehad dat een land uit de EU stapt. Tot 24 juni 2016, de dag dat bekend werd dat het Verenigd Koninkrijk (hierna: ‘UK’) de EU zal verlaten.

Wat betekent een Brexit nu eigenlijk voor bestaande EU-merken en -modellen?

Op de korte termijn zijn de gevolgen te overzien. Het zal nog een hele tijd duren voordat de onderhandelingen over Brexit zullen zijn afgerond en het UK dus daadwerkelijk de EU verlaat. Tot die tijd strekken de EU-rechten zich nog gewoon uit tot het UK.

Het daadwerkelijke vertrek van het UK uit de EU heeft natuurlijk consequenties en roept allerlei vragen op. Worden de EU-rechten automatisch omgezet in een EU-merk/-model en een nationaal recht voor het UK? Moeten de merk- en modelhouders een geheel nieuwe merk- of modelregistratie aanvragen voor het UK als ze daar bescherming willen? Wat wordt de taal waarin procedures bij het Europese Merken- en Modellenbureau (‘EUIPO’) worden gevoerd, nu voor gebruik van de huidige eerste taal (Engels) geen aanknopingspunten meer zullen bestaan? Hoe zit het met beslissingen van rechters die een verbod hebben uitgesproken voor de gehele EU? Zijn die beslissingen straks niet (meer) uitvoerbaar in het UK? En zijn beslissingen van UK-rechters die gelding hebben voor de hele EU straks niet meer uitvoerbaar? Hoe moeten bedrijven omgaan met licenties en andere overeenkomsten waarin ze het gebruik van een EU-rechten door een andere partij hebben geregeld?

Tal van vragen dus en bedrijven doen er goed aan hierover na te denken en de nodige voorzorgsmaatregelen te nemen, waar mogelijk, ruim voordat het UK de EU daadwerkelijk verlaat.

Boer Tom

Op Telegraaf.nl is vandaag te lezen dat boer Tom, de populaire jonge boer in het programma Boer Zoekt Vrouw, zijn naam als merk heeft vastgelegd. Het depot zou door een bekende van boer Tom zijn verricht.

Het merk BOER TOM blijkt inderdaad op 29 januari jl. door de heer Broersen te zijn gedeponeerd in het Benelux-merkenregister.

Volgens de KRO heeft boer Tom “hiermee willen voorkomen dat iemand anders straks de naam Boer Tom heeft vastgelegd.”, aldus Telegraaf.nl. Is boer Tom met dit merkdepot in deze opzet geslaagd?

Ik denk het niet.

Het merk BOER TOM is maar voor een beperkt aantal waren en diensten gedeponeerd, te weten – kort gezegd – (1) land-, tuin- en bosbouwproducten; verse vruchten en groenten; levende planten en bloemen; bloembollen; (2) ontspanning; sportieve en culturele activiteiten; ontspanning via radio en televisie; produceren en uitvoeren radio-, televisie- en audioprogramma’s; en (3) agrarische diensten, al dan niet via het internet.

Een merk geeft in beginsel alleen een exclusief recht in relatie tot de waren en diensten waarvoor het is gedeponeerd. Met een merk in de hand kan je je verzetten tegen iemand die jouw merk gebruikt voor identieke waren of diensten, of tegen iemand die voor dezelfde of soortgelijke waren of diensten een teken gebruikt dat lijkt op jouw merk. Vereist is dan wel dat er door de overeenstemming gevaar voor verwarring bestaat bij het publiek.

Alleen bekende merken kennen een ruimere bescherming. Als je merk voldoende bekendheid geniet bij dat publiek, dan wordt ook nog bescherming geboden tegen reputatieafbreuk en het ongerechtvaardigd meeliften door derden op die merkbekendheid. Die bekendheid kan door intensief gebruik van het merk ontstaan. Boer Tom is wellicht al een bekende Nederlander, maar (nog) geen bekend merk voor bepaalde waren of diensten. Dat vergt eerst gebruik van het merk en is dus nog toekomstmuziek.

Het merk BOER TOM is slechts voor een beperkt aantal waren en diensten gedeponeerd; er blijft dus nog veel over dat niet onder de reikwijdte van het merk BOER TOM valt en waartegen boer Tom – of beter gezegd de heer Broersen die de merkhouder is – zich niet met een beroep op zijn merk kan verzetten (zodra het merk definitief is ingeschreven; het verkeert nu nog in de aanvraagfase).

Wat te denken van een BOER TOM overall of BOER TOM laarzen?

Is boer Tom dan helemaal kansloos? Nee, een merkdepot dat te kwader trouw is verricht kan nietig worden verklaard. Van kwade trouw kan bijvoorbeeld sprake zijn als de aanvrager niet de intentie heeft om zijn merk te gaan gebruiken, maar alleen boer Tom probeert te beletten zelf zijn merk voor die andere waren of diensten te deponeren. Ook mag een merk niet misleidend zijn.

Hoe dan ook, ik denk dat boer Tom met dit (beperkte) merkdepot dus niet alle kapers op de kust zal kunnen weren.