Verlenging NOW: andere voorwaarden

In eerdere nieuwsberichten informeerden wij u over de NOW-regeling die afloopt per 1 juni a.s. Op 20 mei jl. heeft het Kabinet het volgende steunpakket aangekondigd. Onderdeel hiervan is een verlenging van de NOW die opnieuw voor drie maanden geldt, maar waarvoor andere voorwaarden gelden. Het doel blijft gelijk: het voor werkgevers met een terugval in omzet van ten minste 20% mogelijk maken zoveel mogelijk werknemers in dienst te houden. In deze nieuwsbrief geven wij een samenvatting van de verlengde NOW-regeling.

Voorwaarden

  • Aanvragen van subsidie kan per (uiterlijk) 6 juli 2020.
  • Aanvraag geldt voor de loonkosten over de periode juni, juli en augustus.
  • Er moet sprake zijn van ten minste 20% verwacht omzetverlies over een tijdvak van 3 maanden, beginnend op 1 juni, 1 juli of 1 augustus.
  • Als er voor een tweede keer een beroep wordt gedaan op de NOW, moet het gekozen tijdvak aansluiten op het tijdvak dat bij de eerste aanvraag was gekozen.
  • De subsidie betreft maximaal 90% van de loonsom gerelateerd aan het omzetverlies.
  • UWV verstrekt wederom een voorschot van 80% van de aangevraagde subsidie.
  • De referentiemaand voor de loonsom wijzigt van januari naar maart 2020 (peildatum 15 mei).
  • Als loonsom van maart-mei 2020 hoger is dan loonsom januari 2020 x 3 dan geldt de loonsom maart-mei voor de berekening van de subsidie. De loonsommen van april en mei worden dan gemaximeerd op de loonsom van maart (peildatum 15 mei). Dit geldt met terugwerkende kracht ook voor aanvragen gedaan in het eerste NOW-tijdvak.
  • Het aanvraagtijdvak voor de eerste periode NOW wordt vanwege voornoemde wijziging verlengd van 31 mei naar 5 juni.
  • Subsidieaanvragen staan open voor werkgevers die al een aanvraag voor eerste periode van de NOW hebben gedaan én voor werkgevers die voor het eerst een beroep gaan doen op NOW.
  • Werkgevers worden geacht (niet verplicht) om de lonen 100% door te betalen.
  • Bij ontslag tijdens de tweede NOW-periode wegens bedrijfseconomische redenen, geldt geen ontslagboete van 150% van het loon van de ontslagen werknemer, maar wordt 100% van het loon van de werknemer op de subsidie in mindering gebracht.
  • Een werkgever die gebruikmaakt van de tweede periode van de NOW en een subsidiebedrag ontvangt waarvoor een accountantsverklaring vereist is, mag over 2020 geen winstuitkering aan aandeelhouders doen, geen bonussen (waaronder ook begrepen winstdeling) uitkeren aan bestuur en directie en geen eigen aandelen inkopen. Dit verbod geldt tot en met de datum van de aandeelhoudersvergadering waarin de jaarrekening wordt vastgesteld in 2021. Toekenning van bonussen aan overige werknemers is wel toegestaan.
  • Werkgevers die subsidie aanvragen voor de tweede periode van de NOW, krijgen een inspanningsverplichting om hun werknemers te stimuleren aan bij- en omscholing te gaan doen en moeten daarover een verklaring afleggen bij aanvraag van de subsidie.
  • De forfaitaire opslag voor werkgeverslasten wordt per 1 juni 2020 verhoogd naar 40% (was 30%).
  • Als in januari 2020 een dertiende maand is uitbetaald, neemt het UWV deze niet mee bij de berekening van de hoogte van de loonsom. Dit geldt ook als alleen onder de eerste periode van de NOW subsidie is aangevraagd.
  • Vanaf eind juni wordt de naam van de aanvrager van subsidie op de website van het UWV gepubliceerd.

De vaststelling van de subsidie over het eerste tijdvak (maart, april, mei) kan worden aangevraagd vanaf 7 september a.s., mits alleen voor dit tijdvak subsidie is aangevraagd. Is (ook) voor het tweede tijdvak subsidie aangevraagd, dan vindt de vaststelling per een nader bekend te maken datum plaats.

Accountantsverklaring

Werkgevers die een voorschot op de subsidie hebben ontvangen van € 100.000 of meer zijn verplicht een accountantsverklaring te verstrekken. Om te voorkomen dat een aanvrager een laag voorschot krijgt, maar bij de uiteindelijke vaststelling toch een subsidie ontvangt die (veel) hoger is dan € 125.000, wordt ook bij een vastgestelde subsidie van € 125.000 of meer een accountantsverklaring vereist. Werkgevers die een voorschot van minder dan € 100.000 hebben ontvangen, zullen zelf moeten inschatten of de definitieve subsidie op € 125.000 of meer zal worden vastgesteld, waardoor ook zij een accountantsverklaring nodig hebben. Om de berekening die daarvoor nodig is te kunnen maken, zal een online rekentool beschikbaar worden gesteld.

In situaties waarin geen accountantsverklaring vereist is, dient de werkgever met betrekking tot de omzet en de loonsom een zodanig controleerbare administratie te beheren dat achteraf gecontroleerd kan worden of een subsidie terecht is verstrekt. Dit wordt steekproefsgewijs gecontroleerd.

Is geen accountantsverklaring vereist, dan moet bij een verzoek om vaststelling van een subsidie met een voorschot boven de € 20.000 of een vaststellingsbedrag boven de € 25.000 een verklaring van een derde (bijvoorbeeld een administratiekantoor, financieel dienstverlener of branche-organisatie) overgelegd worden die de omzetdaling bevestigt.

Andere steunmaatregelen

Ook andere steunmaatregelen aan bedrijven en zelfstandigen worden verlengd, eveneens onder andere voorwaarden. Zo kunnen MKB-ondernemers tot 250 werknemers die direct getroffen zijn door de crisis (de sectoren uit de TOGS-regeling, waaronder sportscholen, horeca, evenementen en recreatie) in aanmerking komen voor een tegemoetkoming in de vaste lasten. Deze wordt verhoogd naar maximaal € 20.000.

De tegemoetkoming voor zelfstandigen (TOZO-regeling die loopt tot 31 mei) wordt eveneens met drie maanden verlengd. Hiervoor geldt bij de tweede tranche bijvoorbeeld wel een toets komen op het partnerinkomen maar niet op het vermogen.

Tot slot geldt er nog een aantal andere financieringsmaatregelen en fiscale steunmaatregelen. Een overzicht van en toelichting op bovenstaande maatregelen is terug te vinden in de Kamerbrief Noodpakket banen en economie 2.0 van 20 mei 2020.

Heeft u vragen? Wij adviseren u graag

Ons Team Arbeidsrecht bestaat uit:

Legaltree in het Advocatenblad: ‘Samen Zelfstandig’

De advocaten van Legaltree werkten al vóór corona online. Zelfstandig, en toch samen. Hoe maken zij het verschil?

De directie van Legaltree en een aantal partners gingen eerder deze maand in gesprek met het Advocatenblad voor de rubriek ‘Het Verschil’. Het werd een gesprek over vrijheid en flexibiliteit, maar ook over hoe alle partners zelfstandig maar toch samen het verschil maken. Het resultaat leest u in het meinummer (2020) van het Advocatenblad.

Lees het volledige artikel hier.

Auteur: Erik Jan Bolsius
Fotograaf: Sjoerd van der Hucht | My Eyes4U

Extra informatie over duurzaamheid beleggingen: vereisten voor fondsbeheerders

Zoals eerder aangekondigd treden op 10 maart 2021 extra regels over informatieverschaffing over duurzaamheid van beleggingen in werking op grond van de Europese Verordening 2019/2088 betreffende informatieverschaffing over duurzaamheid in de financiëledienstensector (in het Engels: Sustainable Finance Disclure Regulation of SFDR). Hieronder worden de gevolgen van de SFDR voor fondsbeheerders besproken.

Fondsbeheerders

De SFDR is van toepassing op beheerders van beleggingsinstellingen en beheerders van instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe’s). De SFDR is dus ook van toepassing op durfkapitaalfondsen, sociaalondernemerschapsfondsen en lange termijn beleggingsfondsen (hoewel die laatste niet worden genoemd in de lijst met financiëlemarktdeelnemers in de SFDR). Geldmarktfondsen vallen buiten het bereik van de SFDR. Dat is gezien de aard van deze fondsen niet zo vreemd.

Zoals al aangegeven is niet altijd duidelijk of de SFDR van toepassing is op bepaalde partijen omdat ‘materiële’ definities worden gebruikt. Zo is niet duidelijk of een ‘kleine’ beheerder van beleggingsinstellingen die op grond van artikel 2:66a Wft is uitgezonderd van nagenoeg alle Wft-regels, toch onder de SFDR valt. De SFDR lijkt dit voor te schrijven wat vreemd is omdat de extra transparantievereisten uit de SFDR slecht aansluiten bij het gebrek aan transparantieverplichtingen voor dergelijke ‘kleine’ beheerders van beleggingsinstellingen op grond van de Wft. Het is voorlopig afwachten of dit een vergissing blijkt te zijn.

Beheerders van beleggingsinstellingen van buiten de EU zonder vergunning vallen gewoon onder de SFDR als zij op grond van artikel 1:13b Wft in Nederland actief zijn. Zij moeten dan immers ook de prospectusplicht uit artikel 4:37l Wft naleven en dan is het logisch dat zij ook transparantie over duurzaamheid op grond van de SFDR verschaffen.

Extra verplichtingen

De vier hoofdverplichtingen uit de SFDR hebben betrekking op:

  1. Beleid: het beleggingsbeleid moet worden aangepast omdat daarin duurzaamheidsrisico’s moeten worden meegenomen; ook het beloningsbeleid moet worden aangepast.
  2. Website: informatie over het nieuwe beleid en het meewegen van duurzaamheidsrisico’s, inclusief uitleg hoe negatieve effecten van beleggingsbeslissingen op duurzaamheidsfactoren worden meegenomen, of waarom dit niet gebeurt, moet op de website worden opgenomen, net als informatie over het nieuwe beloningsbeleid.
  3. Precontractuele informatie: in precontractuele informatie moet worden aangegeven hoe bij beleggingsbeslissingen rekening wordt gehouden met duurzaamheidsrisico’s, hoe dit invloed heeft op het verwachte rendement en hoe negatieve effecten op duurzaamheidsfactoren worden meegenomen, of waarom dit niet gebeurt.
  4. Duurzame beleggingen: indien beleggingen als duurzaam worden aangemerkt moet extra voorgeschreven informatie over de duurzaamheid van deze beleggingen worden verschaft, om te voorkomen dat allerlei beleggingen zonder onderbouwing als ‘groen’ of ‘duurzaam’ worden aangeprezen (greenwashing).

Hieronder wordt verder besproken wat deze hoofdverplichtingen betekenen voor fondsbeheerders. Inmiddels is op Europees niveau ook een consultatie gestart over de uitwerking van de hoofdverplichtingen in gedetailleerde technische standaarden (regulatory technical standards of RTS). Die technische standaarden hebben met name betrekking op de vorm waarin informatie moet worden verstrekt (verplichte templates), verplichte onderdelen van die rapportage (indicatoren, eigenschappen uitgedrukt in marktwaarde, getallen of percentages) en nadere eisen voor duurzame beleggingen. Deze uitgebreide technische standaarden worden hier niet nader besproken.

Ter herinnering: duurzaamheidsbegrippen

Duurzaamheidsrisico’s zijn gebeurtenissen op ESG-gebied die een materieel negatief resultaat op beleggingen kunnen hebben. Denk aan de gevolgen van stijging van de temperatuur op aarde of van achterstelling van bepaalde groepen. Indien deze risico’s tot gevolg kunnen hebben dat bepaalde beleggingen aanzienlijk minder waard kunnen worden, is er sprake van duurzaamheidsrisico’s. Duurzaamheidsfactoren zijn factoren op het gebied van ecologie, sociale zaken, werkgelegenheid, mensenrechten en bestrijding van corruptie en omkoping. Dit begrip heeft dus een (nog) ruimer bereik dan duurzaamheidsrisico’s.

Wat te doen?

Beleggingsbeleid

Het beleggingsbeleid van fondsbeheerders moet in beginsel rekening houden met duurzaamheidsrisico’s. Dat betekent dat gebeurtenissen op ESG-gebied die een materieel negatief effect op de waarde van beleggingen kunnen veroorzaken, moeten meewegen bij beleggingsbeslissingen. Overigens is het zo dat hoewel de SFDR dwingend voorschrijft dat beleggingsbeleid duurzaamheidsrisico’s integreert, het strikt genomen mogelijk lijkt dat bij herziening van het beleggingsbeleid wordt geconcludeerd dat (bepaalde) duurzaamheidsrisico’s niet relevant zijn en derhalve niet zullen worden meegenomen. Denk aan verplichte risicoanalyses (zoals een SIRA) die dienen om relevante risico’s in kaart te brengen opdat kan worden bepaald in hoeverre bepaalde risico’s worden meegenomen. De vraag bij duurzaamheidsrisico’s is natuurlijk wel of er situaties denkbaar zijn waarin sprake is van beleggingsbeslissingen die in het geheel niet geraakt worden door duurzaamheidsrisico’s. Er zullen toch altijd bepaalde duurzaamheidsrisico’s moeten worden meegewogen.

Beloningsbeleid

Ook in het beloningsbeleid moeten duurzaamheidsrisico’s worden meegenomen. Hier lijkt niet echt een uitzondering te zijn voor het geval er geen sprake zou zijn van bepaalde duurzaamheidsrisico’s. Het beloningsbeleid moet dus altijd rekening houden met duurzaamheidsrisico’s en redelijkerwijs ook met duurzaamheidsfactoren. Dit is waarschijnlijk bij uitstek een onderdeel dat verwerkt wordt als niet-financieel criterium voor variabele beloning zoals bedoeld in artikel 1:118 lid 3 Wft als gevolg waarvan de variabele beloning mede wordt gebaseerd op prestaties op het gebied van duurzaamheidsfactoren.

Website

Het aangepaste beleggingsbeleid, of een beschrijving daarvan, moet worden gepubliceerd op de website. Tevens dient een verklaring over het due diligence-beleid met betrekking tot de in aanmerking genomen materieel negatieve effecten op duurzaamheidsfactoren, te worden opgenomen. Deze verklaring dient in ieder geval betrekking te hebben op de vaststelling en prioriteit van de belangrijkste materieel negatieve effecten, de geplande maatregelen, eventueel shareholder engagement-beleid en verwijzing naar de naleving van internationaal erkende principes. Als gekozen wordt dergelijke effecten niet in aanmerking te nemen bij due diligence, dient dit in een verklaring te worden uitgelegd.

Voor ‘grote’ fondsbeheerders gelden extra eisen. ‘Groot’ in dit verband betekent dat de fondsbeheerder zelf, of tezamen met haar dochtermaatschappijen, ten minste 500 werknemers in dienst heeft. Dergelijke ‘grote’ fondsbeheerders dienen aanvullende verklaring over het due diligence-beleid op hun website te publiceren.

Daarnaast moet de website informatie over het aangepaste beloningsbeleid bevatten waarbij wordt uitgelegd hoe het beloningsbeleid duurzaamheidsrisico’s integreert. Dit betekent niet noodzakelijkerwijs dat het hele beloningsbeleid op de website moet worden vermeld. Een verklarende beschrijving lijkt voldoende.

Precontractuele informatie

Precontractuele informatie voor beleggers moet worden aangepast. Daarin moet worden beschreven in hoeverre, en de wijze waarop, rekening wordt gehouden met duurzaamheidsrisico’s bij beleggingsbeslissingen en welke effecten de duurzaamheidsrisico’s op het rendement zullen hebben. Ook hier bestaat de mogelijkheid om onderbouwd aan te geven dat (bepaalde) duurzaamheidsrisico niet relevant worden geacht. De precontractuele informatie dient onderdeel te zijn van het informatiememorandum of prospectus.

In aanvulling hierop dient voor elke beleggingsinstelling of icbe informatie te worden verschaft of, en zo ja hoe, de belangrijkste ongunstige effecten of duurzaamheidsfactoren in aanmerking worden genomen. Daarnaast moet een verklaring worden verstrekt dat (verdere) informatie over deze effecten beschikbaar is in het jaarverslag van de beleggingsinstelling of icbe. De laatste verplichting geldt echter pas vanaf 30 december 2022.

Duurzame beleggingen

Indien er sprake is van aanbieding van duurzame (of groene) beleggingen (en alleen dan), gelden nadere regels over duurzaamheid. Belangrijk is dat er hierdoor een betere onderbouwing komt in hoeverre een beleggingsinstelling of icbe duurzaam is. Daartoe moet bijvoorbeeld worden onderbouwd in hoeverre aan duurzame kenmerken wordt voldaan en of een gehanteerde index of benchmark daaraan bijdraagt. Bij gebrek aan een duurzame index of benchmark, moet worden uitgelegd hoe de duurzame doelen worden bereikt. Ook dienen de websites van de beheerders informatie te bevatten over de duurzame doelen en de methoden om deze te beoordelen, meten en monitoren. Tot slot dienen ook jaarverslagen de relevante informatie te bevatten. Deze laatste verplichting geldt echter pas vanaf 30 december 2022. Belangrijk is dat deze verplichtingen dus alleen gelden voor ‘duurzame’ (of ‘groene’) beleggingsinstellingen en icbe’s.

Wanneer moet dit gereed zijn?

De SFDR is van toepassing vanaf 10 maart 2021. Vanaf die datum moeten financiële ondernemingen aan de nieuwe regels voldoen, met uitzondering van de regels over precontractuele informatie op productniveau en informatie over duurzame beleggingen in jaarverslagen, die pas vanaf 30 december 2022 gelden. Het overgrote deel van de verplichtingen uit de SFDR treedt dus op 10 maart 2021 in werking en dat betekent dat fondsbeheerders nog tien maanden hebben om het nodige te doen om op tijd klaar te zijn.

Bij niet-naleving moet rekening worden gehouden met eventueel door de AFM op te leggen sancties. De SFDR bepaalt immers dat Nederland bevoegde autoriteiten aanwijst om toe te zien op naleving. Het ligt voor de hand dat dit de AFM zal zijn en dat de AFM in overeenstemming met het nog aan te passen Besluit uitvoering EU-verordeningen financiële markten, bijvoorbeeld boetes en dwangsommen kan opleggen bij overtreding.

NOW-regeling versoepeld voor concerns

In de Kamerbrief van 22 april jl. heeft Minister Koolmees een aantal aanvullende maatregelen bekend gemaakt. In deze nieuwsbrief gaan wij hierop kort in.

Toezeggingen Minister Koolmees

  1. Toepassing van NOW bij (buitenlandse) concerns: Voor concerns met minder dan 20% omzetverlies wordt het mogelijk gemaakt dat individuele werkmaatschappijen subsidie voor hun loonkosten aanvragen op basis van de omzetdaling van de betreffende werkmaatschappij. Aan deze mogelijkheid worden voorwaarden verbonden die wij in deze nieuwsbrief hieronder weergeven.
  2. Aanvullend vangnet voor flexwerkers: Het Kabinet verkent de mogelijkheden voor een vangnet voor flexwerkers (met name wanneer zij niet in aanmerking komen voor een uitkering).
  3. Seizoenswerk: Het Kabinet stelt vast dat het complex is om te komen tot een aparte (en uitvoerbare) regeling voor seizoenswerk en zoekt intensief naar een oplossing.
  4. Overwerk en premiedifferentiatie WAB: De bepaling dat voor vaste werknemers die in een kalenderjaar meer dan 30% hebben overgewerkt de hoge WW-premie moet worden afgedragen wordt voor 2020 voor alle werkgevers opgeschort. Aanleiding vormden de vele zorgverleners en andere werkgevers (zoals supermarkten) die personeel meer uren laten draaien vanwege Covid-19 en daarmee het risico lopen in het hoge WW-tarief te belanden.
  5. Werktijdverkorting en tewerkstellingsvergunningen: De Inspectie SZW zal tijdelijk niet handhaven in situaties waarin vanwege werktijdverkorting niet langer aan het salariscriterium in de kennismigrantenregeling wordt voldaan.

Toepassing NOW bij (buitenlandse) concerns

De NOW-regeling is een loonsubsidie aan ondernemingen die onder de huidige bijzondere omstandigheden te maken hebben met een omzetverlies van meer dan 20% in een periode van drie maanden. Met deze loonsubsidie dienen werkgevers de salarissen van hun werknemers in de maanden maart tot en met mei volledig door te betalen. Uitgangspunt in de regeling is dat bij een grotere samenstelling van rechtspersonen (of natuurlijke personen) de omzetdaling van de groep de basis is. Deze hoofdregeling blijft ongewijzigd.

Nieuwe afwijkingsmogelijkheid individuele werkmaatschappijen

Minister Koolmees heeft in de Kamerbrief laten weten dat individuele werkmaatschappijen van een concern subsidie voor hun loonkosten kunnen aanvragen op basis van de omzetdaling (van meer dan 20%) van de individuele werkmaatschappij (in plaats van op concernniveau) als voor het gehele concern sprake is van minder dan 20% omzetdaling. Voor concerns die een omzetdaling hebben van ten minste 20%, geldt de hoofdregeling. Om van de nieuwe afwijkingsmogelijkheid gebruik te kunnen maken, moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

Voorwaarden

  1. De werkmaatschappij moet een eigen rechtspersoonlijkheid hebben. Onderdelen van rechtspersonen, zoals een vestiging of business unit, komen niet in aanmerking.
  2. De afwijkingsmogelijkheid geldt niet voor personeels-B.V.’s. Concerns met een personeels-B.V. moeten uitgaan van omzetdaling op concernniveau.
  3. Concerns moeten verklaren over 2020 geen dividend of bonus uit te keren en geen eigen aandelen terug te kopen, tot en met de datum van de aandeelhoudersvergadering waarin de jaarrekening van 2020 wordt vastgesteld.
  4. Een werkmaatschappij met 20 of meer werknemers moet een akkoord sluiten met de (belanghebbende) vakbond(en) (of bij het ontbreken daarvan met een andere vertegenwoordiging van werknemers, zoals een ondernemingsraad) over werkbehoud. Bij werkmaatschappijen met minder dan 20 werknemers volstaat het akkoord van een vertegenwoordiging van werknemers.

Controlewaarborgen

Met het oog op het beperken van misbruik van de afwijkingsmogelijkheid gelden de volgende nader uit te werken waarborgen:

  1. Andere werkmaatschappijen binnen het concern mogen geen opdrachten of projecten uitvoeren die de subsidie vragende werkmaatschappij normaliter zou uitvoeren.
  2. Als werknemers van de subsidie vragende werkmaatschappij tijdens het subsidie-tijdvak activiteiten ondernemen bij een andere werkmaatschappij, dan dient omzet die hieruit voortvloeit bij de omzet van de subsidie vragende werkmaatschappij te worden opgeteld voor de berekening van de subsidie.
  3. Het Transferpricing systeem dat bij de jaarrekening 2019 (of laatst vastgestelde jaarrekening) is gebruikt, mag niet worden aangepast voor de meetperiode 2020.
  4. De ‘mutatie voorraden gereed product’ worden aan de omzet toegerekend. Bijvoorbeeld: een productie-B.V. produceert goederen en verkoopt deze normaal direct aan de verkoop-B.V. De productie-B.V. mag de goederen niet langer in voorraad houden om zo de omzet te drukken.

Inwerkingtreding

Deze aanvulling op de NOW-regeling zal op korte termijn worden gepubliceerd. Na publicatie kunnen werkmaatschappijen een aanvraag bij UWV indienen.

Hoe zat het ook alweer met ‘de hoofdregeling’ wat betreft concerns?

Mocht niet aan voornoemde voorwaarden worden voldaan, dan geldt de zogenoemde eerdere hoofdregeling. Deze hoofdregeling heeft zich in de afgelopen periode steeds verder ontwikkeld. Hieronder in het kort de stand van zaken.

Wat is een concern?

Voor de definitie van concern sluit de NOW-regeling aan bij art. 2:24b Burgerlijk Wetboek: ‘Een groep is een economische eenheid waarin rechtspersonen en vennootschappen organisatorisch zijn verbonden. Groepsmaatschappijen zijn rechtspersonen en vennootschappen die met elkaar in een groep zijn verbonden’. Een belangrijk kenmerk hierbij is dat een groep een centrale leiding heeft. Ook een hiermee gelijkgestelde constructie, de moeder-dochtermaatschappij (van art. 2:24a BW) wordt voor de werking van de NOW-regeling behandeld als ware zij een groep. Hierbij valt ook te denken aan samenwerkingsverbanden. Zo kan een joint-venture een groep zijn als een van de partners overwegende zeggenschap heeft en als centrale leiding kan worden gekwalificeerd.

Buitenlandse rechtspersonen

De NOW geldt voor rechtspersonen (of natuurlijke personen) met werknemers die in Nederland sociaal verzekerd zijn (en dus bekend zijn bij de Belastingdienst en UWV). Rechtspersonen die in het buitenland gevestigd zijn en werkgever zijn van in Nederland sociaal verzekerde werknemers kunnen dus ook een beroep doen op de NOW-regeling. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij in Nederland gedetacheerde werknemers maar ook bij in Nederland opgerichte branches van buitenlandse rechtspersonen.

Omzetdaling

Als een werkmaatschappij onderdeel uitmaakt van een groep, dan wordt voor de omzetdaling in beginsel uitgegaan van de omzetdaling van de gehele groep. Hiervoor is aanvankelijk gekozen om te voorkomen dat er geschoven wordt met omzet tussen de verschillende rechtspersonen. Er moet dus in principe sprake zijn van meer dan 20% omzetdaling voor de groep van ondernemingen als geheel. Buitenlandse ondernemingen worden hierin betrokken als sprake is van betaling van loon waarover sociale verzekeringen worden betaald in Nederland. Zie echter hierboven de recent tot stand gekomen voorwaardelijke afwijkingsmogelijkheid voor individuele werkmaatschappijen.

Loonsom

Voor de bepaling van de loonsom wordt niet aangesloten bij een concern-loonsom. De loonsom wordt per werkgever berekend en is bekend bij de Belastingdienst en UWV (het loon waarover sociale verzekeringen worden betaald). Voor een buitenlandse werkgever geldt dat – voor zover zij werknemers in dienst heeft die niet sociaal verzekerd zijn in Nederland – deze lonen niet meegeteld worden voor de berekening van de loonsom waarover subsidie wordt ontvangen.

Aanvrager van de subsidie

De werkgever is degene die de subsidie aanvraagt. Iedere vennootschap (iedere werkgever) moet dus apart subsidie aanvragen, waarbij geldt dat alle vennootschappen binnen een groep die de subsidie aanvragen hetzelfde percentage omzetdaling, en ook een zelfde periode voor de verwachte omzetdaling, moeten hanteren bij de aanvraag. Een subsidie-aanvraag dient per loonheffingennummer te worden ingediend. Als een werkgever meerdere loonheffingennummers heeft, zal de werkgever dus meerdere aanvragen moeten indienen als zij voor de hele loonsom subsidie aan wil vragen (immers per loonheffingennummer).

Tips voor in de praktijk

Het voorgaande geeft inzicht in toepassing van de NOW-regeling binnen een concern. De nieuwe afwijkingsmogelijkheid kan perspectief bieden voor werkgevers in een groep waarin slechts een bepaald onderdeel verlies lijdt.

Wij adviseren u echter niet alleen in zo’n geval, maar te allen tijde te overwegen of gebruikmaking van de NOW-regeling de juiste aanpak betreft of dat er (ook) andere kostenbesparende maatregelen zijn die getroffen kunnen worden. Ook voor werkgevers die op dit moment niet aan de eis van 20% omzetverlies voldoen of werkgevers die verwachten dat de loonsom zodanig daalt in de maanden maart, april en mei 2020 dat het niet loont om een subsidie aan te vragen, kan het wenselijk zijn om andere tijdelijke maatregelen te treffen, zoals:

  • Het maken van afspraken over het opnemen van vakantiedagen of ander verlof.
  • Het maken van afspraken over het uit- of afstellen van de betaling van (variabele) beloning en/of vakantiegeld.
  • Het stopzetten van een reis- en/of onkostenvergoeding.

Tot slot: is het (nog) lastig te bepalen of de omzetdaling over de meetperiode van drie maanden (die kan starten op 1 maart, 1 april of 1 mei 2020) meer dan 20% zal zijn, dan kan het verstandig zijn om toch zekerheidshalve een aanvraag te doen (dat kan tot 31 mei 2020). Mocht uiteindelijk blijken dat de omzetdaling minder dan 20% was en er ten onrechte een voorschot is betaald, dan dient dit voorschot te worden terugbetaald, maar geldt er geen sanctie voor ‘het onterecht aanvragen van de subsidie’.

Aangezien we in de loop van komende maand pas weten of de NOW-regeling wordt verlengd na 31 mei 2020 en of alleen werkgevers voor die verlenging in aanmerking komen die voor de eerste NOW-periode een aanvraag hebben gedaan, kan het ‘better safe than sorry’ zijn. Het kan daarbij overigens verstandig zijn om nog even te wachten met het daadwerkelijk indienen van de aanvraag als (wanneer de omzetdaling niet aanzienlijk is) op een later moment beter bepaald kan worden over welke drie-maanden periode tussen 1 maart 2020 en 31 juli 2020 de omzetdaling het grootst zal zijn (en dus de subsidie het hoogst).

Heeft u vragen? Wij adviseren u graag

Ons Team Arbeidsrecht bestaat uit:

NOW-loket open

Op 31 maart jl. informeerden we u over de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging ten behoeve van behoud van Werkgelegenheid (NOW) die toen net bekend gemaakt was. Per vandaag (6 april 2020) kunt u bij het UWV een NOW-aanvraag indienen. Het is van belang te weten dat Minister Koolmees afgelopen vrijdag al heeft laten weten de NOW-regeling op drie punten aan te (moeten) passen. In dit nieuwsbericht vindt u een stappenplan NOW, een overzicht van de recente aanpassingen en een opsomming van overige aandachtspunten.

De PDF-versie van dit nieuwsartikel vindt u hier.

Stappenplan NOW

  1. Bepaal de meetperiode. Bekijk in welke periode van drie maanden naar verwachting de grootste omzetdaling zal plaatsvinden (in het tijdvak van 1 maart – 31 mei 2020, van 1 april – 30 juni 2020 of van 1 mei 2020 – 31 juli 2020?). Als de werkgever onderdeel uitmaakt van een concern, wordt de omzetdaling op concernniveau bepaald. Buitenlandse vennootschappen die geen werknemers in Nederland hebben, tellen niet mee bij de bepaling van de omzetdaling.
  2. Bepaal de te verwachten omzetdaling. Een aanvraag is mogelijk bij meer dan 20% omzetdaling over het gekozen tijdvak (vergeleken met 25% van de omzet over het kalenderjaar 2019 en op concern-niveau als er sprake is van een concern). Het % omzetdaling = de te verwachten netto-omzet over de meetperiode: (25% van de netto-omzet 2019).
  3. Bepaal het subsidiepercentage. De staffel luidt dat bij 100% omzetdaling, 90% van de totale loonsom wordt vergoed (90% is de ‘correctiefactor’). Bij 50% omzetdaling wordt 45% vergoed en bij 25% wordt 22,5% vergoed. Het % subsidie is dus het % omzetdaling x 90%.
  4. Bepaal de totale loonsom: Dit is loon van alle werknemers dat wordt meegenomen voor de sociale verzekeringen over januari 2020 per loonheffingennummer. Dit is al bekend bij de Belastingdienst, want dat is niet meer te wijzigen na 15 maart 2020. Het gaat alleen om ‘eigen’ werknemers. Ingeleende krachten (zoals payroll- en uitzendkrachten) tellen niet mee. Voor de berekening telt maximaal € 9.538 van het loon per werknemer mee. Pensioenpremies, premies werknemersverzekeringen en een reservering voor het uitbetalen van vakantietoeslag tellen niet mee in de loonsom. Deze kosten worden (deels) vergoed doordat de subsidie wordt verhoogd met een forfaitaire opslag van 30% van de loonsom. Eventueel aan werknemers in januari 2020 betaalde transitievergoedingen zijn geen onderdeel van de loonsom. In januari 2020 betaalde bonussen tellen wel mee voor de loonsom. Hetzelfde geldt voor bonussen die worden betaald in de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 mei 2020 (voor de bepaling van de loonsom voor de nacalculatie).
  5. Bepaal de subsidiehoogte: % omzetdaling x totale loonsom (januari 2020) x 3 (maanden) x 1,3 (vaste opslag van 30%) x 90% (correctiefactor).
  6. Doe de aanvraag en ontvang in drie termijnen een voorschot ter hoogte van 80% van de subsidie gebaseerd op het % verwachte omzetdaling. Het streven van het UWV is na 2-4 weken, de formele beslistermijn is maximaal 13 weken.

    Een voorbeeld van de berekening van het voorschot (stap 1 t/m 6)

    Netto-omzet 2019: € 2 miljoen

    Loonsom januari 2020: € 200.000

    Loonsom (voor berekening voorschot) wordt dan € 200.000 x 3 (maanden) x 1,3 (vaste opslag van 30%) = € 780.000

    Verwachte omzetdaling 50%: 50% x 90% (correctiefactor) x € 780.000 = € 351.000 subsidie

    80% voorschot is dan € 280.800

  7. Informeer de OR, PVT of (bij gebreke van een medezeggenschapsorgaan) de werknemers over de subsidie-aanvraag.
  8. Voldoe aan de verplichtingen van de werkgever tijdens de deelname aan de NOW-regeling. Zo heeft de werkgever (onder meer) een inspanningsverplichting om de loonsom zoveel mogelijk gelijk te houden (hetgeen onder meer betekent dat de werkgever er goed aan doet om oproepkrachten door te betalen tijdens de NOW-periode als ze niet werken indien de betaling van de oproepkracht is meegenomen in de loonsom van januari 2020), wendt de werkgever de subsidie uitsluitend aan voor de betaling van loon, dient de werkgever na 17 maart 2020 geen ontslagaanvraag in bij UWV wegens bedrijfseconomische redenen gedurende het tijdvak van subsidieverlening (zie hierover hieronder meer), voert werkgever een controleerbare administratie en doet werkgever de loonaangifte op de voorgeschreven momenten.
  9. Vraag binnen 24 weken na het einde van de meetperiode de definitieve subsidie aan bij UWV op basis van de daadwerkelijke omzetdaling. In beginsel is een accountantsverklaring vereist (in welke gevallen dit niet nodig is, wordt nog bekend gemaakt).
  10. Binnen 52 weken na de definitieve aanvraag (streven is binnen 22 weken) stelt het UWV de definitieve subsidie vast (vaststellingstermijn). Het UWV bepaalt of er een nabetaling (bij een hogere omzetdaling) moet plaatsvinden of een terugvordering (als de omzetdaling of de loonsom toch lager zijn). Als de loonsom over de maanden maart t/m mei 2020 is toegenomen ten opzichte van januari 2020, wordt de subsidie niet hoger vastgesteld en vindt er dus geen nabetaling plaats. Binnen 6 weken kan de werkgever bezwaar indienen.

Aanpassingen NOW-regeling per 3 april jl.

Meewegen NOW bij ontslagaanvraag bedrijfseconomische redenen

Uitgangspunt is dat werkgevers gedurende de NOW-periode geen ontslagaanvraag indienen bij het UWV wegens bedrijfseconomische redenen. Doet de werkgever dat wel (na 17 maart 2020), dan geldt dat de werkgever niet alleen moet voldoen aan het reguliere toetsingskader van het UWV voor de ontslagaanvraag, maar bij de ontslagaanvraag tevens aannemelijk moet maken waarom de ontslagen niet via gebruikmaking van de NOW voorkomen hadden kunnen worden. Wordt de ontslagvergunning verleend, terwijl de werkgever ook een subsidie heeft ontvangen op grond van de NOW, dan gold al dat de loonsom op basis waarvan de subsidie wordt berekend, verminderd wordt met het loon dat de werknemer ontvangen heeft in het gehanteerde aangiftetijdvak, vermenigvuldigd met 1,5. Er geldt zodoende een ‘boete’ van 50%, waardoor de subsidie lager uitvalt. De NOW-regeling vervalt daarmee dus niet voor de werkgever. Inmiddels is hersteld dat ook de opslag van 30% wordt meegenomen in de subsidieverlaging (dat was eerst niet het geval).

Aanvulling aanvraag bij buitenlands rekeningnummer

Het is mogelijk dat het rekeningnummer van werkgever dat gekoppeld is aan het loonheffingennummer een buitenlands rekeningnummer is en dat kan het UWV niet verwerken. Aan die werkgevers wordt de mogelijkheid gegeven om binnen 4 weken een Nederlands rekeningnummer door te geven.

Aanpassing vaststellingstermijn

De vaststellingstermijn is van 22 weken verlengd naar 52 weken. Streven blijft 22 weken, maar in een aantal gevallen zullen aanvullende controlewerkzaamheden nodig zijn om misbruik zoveel mogelijk te voorkomen en is een ruimere termijn nodig.

De kamerbrief met bovenstaande aanpassingen vindt u hier.

Overige aandachtspunten

  • Als u gebruik maakt van de NOW-regeling, doe dan ook snel aangifte loonheffingen, want die heeft het UWV nodig bij de aanvraag. Aangifte betekent niet dat u ook moet betalen, als u daar uitstel voor aanvraagt (en kan aanvragen).
  • Blijft u in geval van zieke werknemers zoveel mogelijk voldoen aan uw re-integratieverplichtingen. Het UWV heeft echter laten weten bij het oordeel over re-integratie rekening te houden met de Coronacrisis. Dit heeft het UWV zeer recent vermeld in een addendum bij de Werkwijzer Poortwachter. Hierin staat dat het UWV maatwerk zal verrichten bij haar toets (en bijvoorbeeld zal beoordelen of bepaalde – door werkgever gemotiveerde – redenen plausibel zijn voor het stagneren van een re-integratietraject).
  • De Coronacrisis heeft geen invloed op de aanvraag voor compensatie van betaalde transitievergoeding aan werknemers van wie afscheid is genomen na twee jaar ziekte. Die aanvraag is mogelijk vanaf 1 april jl. De aanvraagtermijn was al ruim en dus streeft het UWV er naar de aanvragen binnen deze termijn te beoordelen. Er is geen spoedprocedure, ook niet voor bedrijven in financiële problemen.
  • Een DGA valt niet onder de NOW omdat een DGA niet is verzekerd voor sociale zekerheid. Minderheidsaandeelhouders die in loondienst zijn, vallen er wel onder.
  • Vraag werknemers in de NOW-periode niet om een vrijwillig loonoffer in de periode 1 maart 2020 tot en met 31 mei 2020. Daardoor wordt de loonsom en daarmee de subsidie lager. Doe dat dus pas na 31 mei 2020 (of, in het geval van een aanvraag voor de eventuele tweede NOW-periode, na die tweede periode).
  • Vergeet werknemers niet te wijzen op een verval van (wettelijke) vakantiedagen per 1 juli 2020.

Het is goed mogelijk dat er nog nadere aanpassingen volgen op de regeling die met spoed tot stand is gekomen. Wij houden u op de hoogte. Bij vragen kunt u contact opnemen met ons Team Arbeidsrecht.

Heeft u vragen? Wij adviseren u graag

Ons Team Arbeidsrecht bestaat uit:

Arbitrage-specialist Wouter de Clerck stapt over naar Legaltree

Advocatenkantoor Legaltree versterkt zijn geschillenpraktijk per 1 april 2020 met een derde partner: Wouter de Clerck. Wouter komt van DLA Piper en werkte eerder bij Houthoff. Hij is gespecialiseerd in internationale arbitrage en grensoverschrijdende procedures. De ‘partners only’ werkwijze van Legaltree sluit volgens Wouter uitstekend aan op het soort zaken dat hij behandelt.

‘Legaltree heeft een hoogstaande, goed lopende geschillenpraktijk waaraan ik graag een bijdrage ga leveren’, zegt Wouter. ‘Met drie ervaren arbitragepartners kunnen we cliënten in complexe geschillen nog beter bedienen’.

Wouter licht toe: ‘Arbitragezaken zijn vaak complex en intensief, culminerend op een arbitragezitting. Naar mijn overtuiging vereist dit een hooggespecialiseerd advocatenteam, waarvan elk lid het dossier tot in de haarvaten kent en beheerst. Persoonlijke partneraandacht zit in het DNA van Legaltree, waardoor het kantoor perfect matcht met mijn praktijk. Samen met partners Max van Leyenhorst en Sander Oorthuys kan ik snel en slagvaardig teams vormen. Bovendien beschikt Legaltree over uitstekende ondersteuning op het vlak van dossiermanagement en juridisch onderzoek, in te zetten naar gelang de eisen van de zaak. Dat werkt voor cliënten prettig, economisch en efficiënt.‘

Over Wouter de Clerck

Wouter begon in 2006 als advocaat bij Houthoff en was sinds 2012 werkzaam in de arbitragepraktijk van DLA Piper. In zijn grotendeels internationale praktijk werkt hij veel voor cliënten uit de energie-, technologie- en mijnbouwsector. Hij is regelmatig betrokken bij spraakmakende zaken. Recent trad hij op voor Gazprom in een geschil met het Oekraïense staatsenergiebedrijf Naftogaz over de erkenning en tenuitvoerlegging in Nederland van een Zweeds arbitraal vonnis ter waarde van 3 miljard USD. Wouter publiceert en doceert regelmatig over arbitragerecht en over internationaal privaatrecht, het laatste onder meer als gastdocent aan de Universiteit Leiden en de Erasmus Universiteit Rotterdam. In Chambers Europe 2020 wordt Wouter aanbevolen als Up and Coming in de categorie Dispute Resolution. Cliënten zeggen onder meer dit over hem: ‘He is able to keep a complex matter running flawlessly and to relentlessly pursue the success of the case.‘ In Legal500 2019 wordt Wouter aanbevolen voor internationale arbitrage.

Over de arbitragepraktijk van Legaltree

Legaltree staat haar cliënten bij in internationale arbitrage en daarmee verband houdende procedures bij de overheidsrechter. De Legaltree-partners hebben ruime ervaring met zowel commerciële als (semi-)publiekrechtelijke arbitrages, met inbegrip van arbitrage op grond van investeringsverdragen. Ook treden zij regelmatig op als arbiter. Legaltree beschikt over een wereldwijd netwerk van bevriende kantoren, dat is gestoeld op persoonlijke kwaliteit en langdurige werkrelaties.

NOW-regeling bekend

Vanochtend heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging ten behoeve van behoud van Werkgelegenheid (NOW) bekendgemaakt.

De PDF-versie van dit nieuwsartikel vindt u hier.

De belangrijkste bepalingen van de NOW zijn:

  1. De subsidieaanvraag kan vanaf 14 april 2020 (of een op www.uwv.nl eerder bekend te maken datum) elektronisch worden ingediend door middel van een door de minister beschikbaar gesteld formulier.
  2. De minister beslist uiterlijk binnen 13 weken na de aanvraag of de subsidie wordt verleend.
  3. De formule voor de berekening van de hoogte van het bedrag van de subsidieverlening is A x B x 3 x 1,3 x 0,9.

    A: het percentage van de door de werkgever verwachte omzetdaling;

    B: de loonsom waarbij wordt uitgegaan van de totale loonsom van werknemers waarvoor de werkgever het loon heeft uitbetaald met een maximum per werknemer van € 9.538 bruto.

    Het percentage van 90% van de totale loonsom is een maximumpercentage dat zal worden uitbetaald bij een omzetdaling van 100%. Is de omzetdaling lager, dan zal de subsidie evenredig lager worden vastgesteld. Bij een omzetdaling van 50% bedraagt de subsidie 45% (= 50% van 90%) van de loonsom en bij een omzetdaling van 20% bedraagt de subsidie 18% (= 20% van 90%), etc.

  4. De minister verstrekt de werkgever bij de beschikking tot subsidieverlening een voorschot van 80% van het bedrag van de verlening, bedoeld onder punt 3. Het voorschot wordt betaald in ten hoogste drie termijnen.
  5. De loonsom (B) wordt verminderd met:
    • a. de uitkeringen die het UWV over het gehanteerde aangiftetijdvak door tussenkomst van de werkgever heeft uitbetaald, voor zover die uitkeringen in de loonsom zijn inbegrepen;
    • b. het loon dat een werknemer heeft ontvangen in het gehanteerde aangiftetijdvak, vermenigvuldigd met 1,5, indien de werkgever na 17 maart 2020, een verzoek om toestemming om de arbeidsovereenkomst op te zeggen bij het UWV heeft ingediend en niet vóór 6 april 2020 weer heeft ingetrokken;
  6. De uitbetaling van vakantiebijslag in het gehanteerde aangiftetijdvak wordt niet meegenomen bij de vaststelling van de loonsom, met uitzondering van de uitbetaling van vakantiebijslag door de werkgever die geen vakantiebijslag voor de werknemer reserveert.
  7. Omwille van de uitvoerbaarheid door UWV is gekozen voor een forfaitaire opslag van 30% voor werkgeverslasten in plaats van het in aanmerking nemen van de precieze werkgeverslasten in individuele situaties.
  8. De subsidie kan worden betaald aan een werkgever die gedurende een aaneengesloten periode van drie kalendermaanden (in de periode van 1 maart tot en met 31 juli 2020) verwacht te worden geconfronteerd met een daling van de omzet van ten minste 20%.
  9. Onder omzet wordt in de NOW verstaan de netto-omzet zoals gedefinieerd in artikel 2:377, zesde lid Burgerlijk Wetboek gecorrigeerd voor de in de winst-en-verliesrekening verantwoorde wijziging in onderhanden projecten en bepaald op basis van grondslagen en detailtoepassingen die consistent zijn met de grondslagen en detailtoepassingen zoals deze door de werkgever zijn gehanteerd in de laatste voor 1 maart 2020 vastgestelde jaarrekening, mits deze conform de wet- en regelgeving is opgesteld.
  10. De subsidie wordt verleend per loonheffingennummer over de loonsom in de periode van 1 maart tot en met 31 mei 2020. De loonsom wordt in beginsel gebaseerd op de loonsom van januari 2020 en bedraagt per maand maximaal 90% van die loonsom. Bij de definitieve vaststelling van de subsidie wordt de loonsom zoals gebruikt bij de bevoorschotting vergeleken met de loonsom van de driemaandsperiode maart 2020 tot en met mei 2020. De loonsom kan in de subsidieperiode lager uitvallen dan in de referentieperiode, omdat werknemers intussen niet meer in dienst zijn of niet meer zijn opgeroepen en daarom geen loondoorbetaling hebben. Bij verlies aan werkgelegenheid, blijkend uit het verlies aan loonsom, wordt de subsidie lager vastgesteld.
  11. Indien de werkgever onderdeel is van een groep of indien de werkgever meerdere loonheffingennummers heeft, wordt hetzelfde percentage alsook eenzelfde periode voor de verwachte omzetdaling voor alle rechtspersonen en vennootschappen binnen de groep respectievelijk de loonheffingennummers gehanteerd.
  12. Werkgevers kunnen zelf bij de aanvraag de startdatum voor de meetperiode van de omzetdaling bepalen: 1 maart, 1 april of 1 mei 2020. Het moet daarbij altijd om een aaneensluitende periode van drie maanden gaan. Let op: bij de definitieve afrekening kan de meetperiode niet meer worden aangepast.
  13. De tegemoetkoming in de loonkosten blijft ongeacht de gekozen startdatum voor de omzetdaling meetperiode betrekking hebben op de loonkosten tussen maart en mei 2020.
  14. Werkgevers mogen gedurende de NOW-regeling geen ontslagaanvraag bij UWV indienen wegens bedrijfseconomische redenen1. Als sanctie geldt dat de loonsomberekening gecorrigeerd wordt met de loonsom van de werknemer plus een verhoging van 50% als boete (zie ook punt 5.b. hiervoor). Deze correctie wordt toegepast bij alle ontslagaanvragen die in de periode van 18 maart tot en met 31 mei 2020 zijn ingediend en die niet binnen de daarvoor gestelde termijn zijn ingetrokken.
  15. Andere verplichtingen van de werkgever dan het niet indienen van bedrijfseconomische ontslagaanvragen zijn:
    • a. de loonsom zoveel mogelijk gelijk houden;
    • b. de subsidie uitsluitend aanwenden voor de betaling van de loonkosten;
    • c. de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging, of bij het ontbreken daarvan, de werknemers informeren over de subsidieverlening;
    • d. een zodanig controleerbare administratie voeren dat alle voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde gegevens kunnen worden nagegaan;
    • e. loonaangifte doen op de voorgeschreven momenten;
    • f. het overleggen na afloop van de periode waarover subsidie is verleend van een definitieve opgave van de omzetdaling met daarbij een accountantsverklaring van een accountant als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het accountantsberoep;
  16. De subsidieverlening wordt onder meer geweigerd indien:
    1. niet of onvoldoende aannemelijk is dat de omzetdaling van de betreffende werkgever ten minste 20% zal zijn;
    2. het rekeningnummer dat bij de aanvraag is opgegeven niet correspondeert met het in de aanvraag opgegeven loonheffingennummer en de daaraan verbonden rekeninggegevens;
    3. de aanvraag anderszins niet voldoet aan de in de NOW-regeling gestelde eisen.

De volledige NOW-regeling met toelichting vindt u hier.

[1] De toelichting gaat niet in op de vraag of het sluiten van vaststellingsovereenkomsten in deze periode wegens bedrijfseconomische redenen wel is toegestaan.

Wij volgen de ontwikkelingen op de voet en houden u op de hoogte. Bij vragen kunt u contact opnemen met ons Team Arbeidsrecht.

Heeft u vragen? Wij adviseren u graag

Ons Team Arbeidsrecht bestaat uit:

Auteursrecht: over quotes (RUMAG), foto’s en andere content die je van internet haalt

In hoeverre mag je foto’s, quotes en andere content hergebruiken?

Er is de afgelopen dagen heel veel over te doen geweest: RUMAG struint steevast het internet af op zoek naar teksten die ze in hoofdletters EN.MET.EEN.PUNT.ERTUSSEN op shirts en andere items drukken en onder hun eigen naam verkopen. Voor voorbeelden, zie het Twitteraccount @RuMagNietStelen dat het ‘plagiaat’ van RUMAG aan de kaak stelt. In deze Coronacrisis gaat RUMAG er vrij prat op dat ze met de verkoop van hun producten (de zogeheten ‘Corona Collectie’) ook geld ophalen voor het Rode Kruis. Dat en onder meer het feit dat ze met verwensingen reageren op iedereen die kritiek uit op hun werkwijze, heeft niet echt een positief imago opgeleverd. Het bedrijf heeft inmiddels half Twitterend Nederland en diverse media over zich heen gekregen en heeft het zelfs zover geschopt dat Arjen Lubach zijn programma daar op 29 maart 2020 aan wijdde. Tot ongenoegen van RUMAG, dat overigens zelf niet onder stoelen of banken steekt allerlei teksten van anderen te gebruiken, gewoon omdat dat kan en omdat ze niet inzien wat daar nu zo erg aan is. Wat op internet staat, is toch immers vrij te gebruiken?

Grote vraag is natuurlijk of dat wat RUMAG doet – afgezien van het morele aspect – juridisch gezien ook echt niet door de beugel kan, of dat het eigenlijk wel meevalt. Die vraag moet worden beantwoord aan de hand van het auteursrecht en kan worden doorgetrokken naar bijvoorbeeld foto’s en andere content die van internet wordt geplukt om vervolgens op een eigen website, sociale mediakanaal of product te worden gebruikt. Juist in deze tijd, nog meer dan anders, lijkt niemand zich meer echt af te vragen of knippen en plakken van internet wel is toegestaan. Allerlei beelden worden zonder aarzeling gekopieerd en gepubliceerd. Aan auteursrecht wordt vaak niet gedacht, laat staan aan het risico dat daarvoor op een zeker moment betaald moet gaan worden. Maar veel van dit soort content is wel degelijk beschermd door het auteursrecht en dat kun je vaak dus niet zonder toestemming gebruiken (lees: kopiëren en/of publiceren).

Auteursrechtelijke bescherming geldt voor alle oorspronkelijke creaties waarvoor persoonlijke keuzes zijn gemaakt. Voor een uitgebreidere uitleg verwijs ik onder andere naar dit blog.

Mag je foto’s van anderen zomaar gebruiken?

Foto’s worden in verreweg de meeste gevallen als creatief, oorspronkelijk werk gezien waarbij de fotograaf persoonlijke keuzes heeft gemaakt. Bijvoorbeeld voor wat betreft het onderwerp van de foto, welke sfeer een foto uit moet stralen, de compositie, de hoek van waaruit de foto wordt gemaakt, de belichting, het diafragma en de sluitertijd. Daarnaast maakt een fotograaf vaak in de nabewerking allerlei creatieve keuzes. Dat maakt dat foto’s in verreweg de meeste gevallen beschermd zijn door het auteursrecht en dat de rechthebbende, vaak de fotograaf, anderen kan beletten zijn of haar foto’s te gebruiken. Wordt zo’n foto toch zonder toestemming gebruikt, dan zal daar een vergoeding tegenover moeten staan. Géén boete – zoals vaak gedacht wordt – maar de reële geleden schade moet vergoed worden. Die bestaat vaak uit een misgelopen licentievergoeding. En daarnaast een extra vergoeding als de naam van de fotograaf/bron niet vermeld is of als de foto bewerkt is door de inbreukmaker. In dat soort gevallen zijn namelijk (ook) de persoonlijkheidsrechten van de fotograaf geschonden. Als er geen reguliere licentietarieven zijn voor de desbetreffende foto waarmee de schade kan worden bepaald, wordt vaak aangesloten bij de tarieven van Stichting FotoAnoniem.

Het is niet zo dat een foto áltijd een auteursrechtelijk beschermd werk is. Sommige foto’s zijn zo’n natuurgetrouwe weergave van het gefotografeerde onderwerp dat van een creatief werk geen sprake meer is. Dat is vaak het geval bij productfotografie. Voor een voorbeeld, zie hier. Maar ook de gemiddelde foto van bijvoorbeeld de Eiffeltoren zal vaak geen auteursrechtelijk werk zijn, omdat er daarvan al zóveel gelijke foto’s door anderen zijn gemaakt dat van een oorspronkelijk werk met persoonlijke keuzes geen sprake zal zijn (al zullen er zeker ook Eiffeltorenfoto’s zijn die wel degelijk auteursrechtelijk beschermd zijn). Dat werd door de Rechtbank Amsterdam ook geoordeeld voor een serie alledaagse, banale foto’s (die uitspraak leidde overigens wel tot behoorlijk wat kritiek).

Ook als een foto wel auteursrechtelijk beschermd is, betekent het gebruik daarvan overigens niet automatisch een inbreuk op het auteursrecht. Er zijn uitzonderingen op de hoofdregel ‘gebruik zonder toestemming = inbreuk’. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van een geldig citaat (NB: bronvermelding is in dat geval hoe dan ook vereist) of van gebruik in de privésfeer. Maar als je een foto van internet haalt om die vervolgens als versiering te gebruiken op je eigen site of producten, zit je meestal aan de verkeerde kant.

Mag je teksten en quotes van anderen zomaar gebruiken?

Ook voor teksten en andere content geldt dat er sprake kan zijn van een auteursrechtelijk beschermd werk dat je dus niet zomaar, zonder toestemming, op je eigen site, of producten (zoals die van RUMAG) mag gebruiken. Korte teksten en quotes, zoals ‘Zo. Nu eerst een Bavaria’ zijn alleen vaak zó algemeen dat van bescherming via het auteursrecht geen sprake is. Daar kan geen monopolie voor worden geclaimd. Zo kan de door RUMAG gebruikte tekst ‘IK.WIL.NAAR.HUIS.’ bijvoorbeeld, of ‘AANGESPOELDE.WALVIS.’ best zijn gekopieerd van iemand anders, maar deze quotes zijn zo algemeen dat daar geen auteursrecht op zal rusten. Ook het bekritiseerde gebruik door RUMAG van de quote ‘WIJNEN.WIJNEN.WIJNEN.’ (afkomstig van het origineel van Martien Meiland: ‘Half 12, wij gaan wijnen, wijnen, wijnen’, dat is ingeschreven als Beneluxmerk) zal naar mijn mening niet via het auteursrecht zijn tegen te houden. Ik acht de kans overigens (ook) klein dat dat via het merkenrecht anders zal zijn.

Gebruik van ‘JOE. JOE.’ door RUMAG op shirts en dergelijke, is een ander verhaal. JOEJOE is namelijk ingeschreven als Benelux-merk door Slam!-dj Bram Krikke. Het merk is ingeschreven voor onder andere kleding, is geen normale aanduiding (dus niet ‘beschrijvend’) en daardoor een sterk merk. Gebruik door RUMAG van dit fantasiemerk op haar shirts en andere items is bepaald niet zonder risico. Dat heeft RUMAG inmiddels ook aan den lijve ondervonden: RUMAG is aangesproken op inbreuk door Krikke, zo kopte onder andere het AD en was te zien bij RTL Boulevard. Het bedrijf heeft de JOE.JOE.-collectie offline gehaald. Als JOE JOE niet als merk was geregistreerd, was het voor Krikke een stuk lastiger geweest de collectie van RUMAG tegen te houden. Bijzonder kleine kans dat op deze twee woorden auteursrecht rust.

Tegen gebruik van alledaagse teksten zal de ‘rechtmatige eigenaar’ op basis van het auteursrecht aldus niet zoveel kunnen doen. Ánders wordt het als teksten langer en origineler zijn, waarbij er dus meer creatieve keuzes (kunnen) zijn gemaakt, en als ze minder in ons alledaagse taalgebruik passen. Dan wordt het oppassen geblazen, want dan kan het hergebruiken van een tekst, net als een foto, je wel eens duur komen te staan. Oók in deze crisistijd. Gelukkig heeft RUMAG aangegeven daar een potje voor te zullen maken.


In de praktische handboeken voor ondernemers ‘IE in Bedrijf’ lees je alles over auteursrecht en inbreuk, met tal van voorbeelden uit de praktijk. In de laatste twee delen (5 en 6), IE in Bedrijf – Online en IE in Bedrijf – Inbreuk op IE-rechten, wordt uitgebreid ingegaan op het inbreukmakend gebruik van foto’s en andere content, wat fotografen en rechthebbenden daaraan kunnen doen, maar ook hoe je je als aangesproken partij kunt verweren tegen claims. De serie is te koop bij de reguliere en online boekhandels (bijvoorbeeld: managementboek.nl) zowel in hard cover als eBook. Kijk voor een (gratis) te downloaden inkijkexemplaar op de website IE in Bedrijf.