Verzelfstandiging van sportcomplexen, de juridische vormen van ingebruikgeving

Gemeenten speelden in het verleden een belangrijke rol bij het aanbieden van betaalbare sportcomplexen aan de burger. In de opbouwfase na de Tweede Wereldoorlog zagen gemeenten de realisatie en instandhouding van sportcomplexen als een gemeentelijke taak/verantwoordelijkheid. Zij verzorgden veelal de aanleg van sportcomplexen en gaven deze aan sportverenigingen in gebruik tegen lage, niet-marktconforme, tarieven. De gemeente stelde de grond ter beschikking en zij was doorgaans verantwoordelijk voor de exploitatie en het onderhoud van de sportcomplexen.

Vanaf de jaren tachtig zijn gemeenten op verschillende manieren gaan proberen om de kosten aan sportcomplexen te minimaliseren. Sportcomplexen werden in meer of mindere mate verzelfstandigd teneinde de uitgaven voor de gemeente te doen afnemen.

De ontwikkeling om sportcomplexen te verzelfstandigen zet in toenemende mate voort. De rolverdeling tussen de gemeente en de sportvereniging verandert. Maar verzelfstandiging betekent niet automatisch dat de gemeente zich volledig terugtrekt. Verzelfstandiging kan zich in de praktijk in meerdere verschijningsvormen voordoen.

In dat kader is voor gemeenten van belang te kiezen voor een juridische gebruiksvorm die past bij de mate van de gewenste verzelfstandiging. In dit artikel bespreek ik de verschillende privaatrechtelijke vormen waarin gemeenten een sportcomplex aan een sportvereniging ter beschikking kunnen stellen. Daarbij komen de voor- en nadelen voor de gemeente, mede aan de hand van de vigerende jurisprudentie, aan bod en worden diverse aanbevelingen gedaan.

W. Lever, ‘Verzelfstandiging van sportcomplexen, de juridische vormen van ingebruikgeving’, Gst. 2018/25, afl. 7468, p. 106-113.

Lees het artikel

Ontwikkelingen rondom de stichting continuïteit

Artikel mr. dr. R.A.F. Timmermans, ‘Ontwikkelingen rondom de stichting continuïteit’, Ondernemingsrecht 2018/13, Wolters Kluwer.

De mogelijkheid om zich te beschermen door uitgifte van preferente aandelen is een in Nederland veelvuldig gebruikt beschermingsmiddel. Meer dan de helft van de Nederlandse beursgenoteerde vennootschappen heeft een recht tot het nemen van preferente beschermingsaandelen (optie) verleend aan een stichting continuïteit. In deze bijdrage behandelt de auteur een aantal ontwikkelingen rondom de stichting continuïteit. De auteur stelt een aantal alternatieve financieringswijzen van de stortingsplicht ter zake van preferente beschermingsaandelen aan de orde, waaronder financiering van de stortingsplicht door de vennootschap en door een dochtermaatschappij van de vennootschap. Ook gaat de auteur in op de onafhankelijkheid van de stichting continuïteit en behandelt hij de vraag wanneer de stichting continuïteit de optie mag uitoefenen en de rol van de Rodamco North America (RNA) beschikking daarbij. Ten slotte stelt de auteur de mogelijke gevolgen van de invoering van een wettelijke bedenktijd voor preferente beschermingsaandelen aan de orde.

Lees het volledige artikel hier.

Wettelijke bedenktijd is een overbodige regel

Artikel Pieter Couwenbergh, ‘Wettelijke bedenktijd is een overbodige regel’, 11-01-2018 p. 15, Het Financieele Dagblad.

Promovendus noemt kabinetsplan een weinig effectieve beschermingsmaatregel; een stichting die preferente aandelen kan uitgeven, werkt beter

Lees het volledige artikel hier.

Preferente aandelen genoeg beschermd

Artikel Edwin van der Schoot, ‘Preferente aandelen genoeg beschermd’, 11-01-2018, De Telegraaf.

Preferente aandelen zijn een uitstekende verdediging voor Nederlandse beursgenoteerde bedrijven bij ongewenste overnamevoorstellen door buitenlandse kopers en activistische aandeelhouders. Het kabinetsplan van een `wettelijke bedenktijd’ van 25o dagen is compleet overbodig.

Lees het volledige artikel hier.

Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen

Dissertatie mr. dr. R.A.F. Timmermans, ‘Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen’, Serie Vanwege het Van der Heijden Instituut, deel 147, Deventer: Wolters Kluwer 2018.

Lees de volledige dissertatie hier.

 

Groots perspectief. Opstellen aangeboden aan mr. drs. T.D. de Groot

W.J.L. de Clerck en E. Gras (red.), ‘Groots perspectief. Opstellen aangeboden aan mr. drs. T.D. de Groot’, Deventer: Wolters Kluwer (2017).

Bestel het boek hier.

Recht op terugkeer na ouderschapsverlof in hogere functie die de werkneemster op proef vervulde.

 

In JAR 14 okt 2017 aflevering 14

 

Lees het artikel

IE in Bedrijf (deel 4): Reclame

Boek Marjolein Driessen & Theo-Willem van Leeuwen, ‘IE in Bedrijf Deel 4 – Reclame’, Legaltree Publishers: april 2017.

In deel 4 gaan Marjolein Driessen en Theo-Willem van Leeuwen in op reclame en intellectuele eigendomsrechten. Reclame is geen echt onderdeel van IE, maar het houdt wel sterk verband met elkaar. Merken worden vaak gebruikt in reclame, net als materiaal waarop andere IE-rechten rusten (zoals auteursrecht en portretrecht). Vaak is bedrijfscommunicatie ook een vorm van reclame maken. In deel 4 worden de belangrijkste onderwerpen op het vlak van reclame behandeld, zoals vergelijkende en misleidende reclame, gebruik van merken in reclame, de regels die gelden bij online reclame (zoals AdWords en sociale media), gebruik van (andermans) portretten/characters in reclame, inhakers die worden gemaakt bij belangrijke gebeurtenissen en evenementen en ambush marketing.

Zie website IE in Bedrijf.