[DUTCH] SER-advies Hervorming Arbeidsmarkt: de belangrijkste punten voor werkgevers

De top van de werkgevers- en werknemersorganisaties is samen met de Sociaal-Economische Raad (SER) met een advies gekomen over de hervorming van de arbeidsmarkt. Een belangrijk onderdeel hiervan betreft maatregelen om misbruik van flexwerk tegen te gaan. Het advies lijkt grotendeels gebaseerd op het vorig jaar uitgebrachte advies van de Commissie Borstlap. Het nieuwe kabinet zal hier uiteindelijk mee aan de slag moeten.

Op hoofdlijnen ziet het advies er als volgt uit:

  • Er mogen maximaal drie tijdelijke contracten worden aangegaan gedurende maximaal drie jaar. De onderbrekingstermijn vervalt, behalve voor studenten en scholieren (zes maanden) en seizoensarbeiders (drie maanden), zodat structurele tijdelijkheid van werk bij dezelfde werkgever niet meer mogelijk is. Afwijken bij CAO zal niet meer mogelijk zijn.
  • Oproepcontracten (inclusief nuluren-contracten) verdwijnen. Er moet een aantal uren overeengekomen worden, minimaal gelijk aan het gemiddelde aantal uren in een kwartaal. Ook hier geldt een uitzondering voor studenten en scholieren.
  • Uitzendwerk is alleen nog mogelijk bij piek en ziek. Gebruik van het uitzendbeding (fase A) wordt wettelijk beperkt tot 52 weken (in plaats van 78 weken, geen afwijking mogelijk bij CAO). Ook fase B wordt beperkt (maximaal zes contracten in twee jaar) en de arbeidsvoorwaarden van uitzendkrachten moeten gelijkwaardig zijn aan die van werknemers in dienst bij de inlener.
  • Om de interne wendbaarheid van bedrijven te vergroten, wordt het voor werkgevers bij bedrijfseconomische omstandigheden die anders tot ontslag zouden hebben geleid mogelijk om eenzijdig de arbeidsduur (tijdelijk) voor alle werknemers met maximaal 20% te verlagen. De werkgever kan hiertoe eenzijdig besluiten, als het loon volledig wordt doorbetaald (afwijking mogelijk in decentraal overleg). Voor 75% van de loonkosten over de verlaagde arbeidsduur is de werkgever verzekerd door een compensatieregeling van de overheid, die onmiddellijk ingaat bij aanvraag en achteraf wordt getoetst op juist gebruik (vgl. de systematiek van de NOW). De regeling gaat niet ten koste van opgebouwde WW-rechten.
  • Zelfstandigen worden verplicht zich te verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid. Er moet ook een beter sociaal vangnet komen voor zelfstandigen, waarbij de TOZO als inspiratiebron kan dienen. De zelfstandigenaftrek wordt afgebouwd en daarvoor in de plaats komt een fiscale faciliteit voor zelfstandigen die risico lopen met eigen investeringen. Om schijnzelfstandigheid te voorkomen, komt er een ‘rechtsvermoeden van werknemerschap’ bij een tarief onder het maximumdagloon (30 à 35 euro per uur). Als de werkende meent dat hij/zij werknemer is, is het aan de opdrachtgever voor de rechter te bewijzen dat dit niet het geval is.
  • Op het gebied van verlof en arbeidsongeschiktheid is het de bedoeling om verlofregelingen (zoals geboorteverlof, vaderschapsverlof en zorgverlof) onder te brengen in een nieuwe verlofregeling ‘Maatschappelijk Verlof’ en dat werknemers die tussen de 15% en 35% inkomensverlies lijden als gevolg van arbeidsongeschiktheid ook een beroep kunnen doen op de WIA (de ondergrens is nu 35%). De periode waarover werkgevers een WGA-premie betalen, wordt verkort van 10 naar 5 jaar. Re-integratieverplichtingen worden voor de werkgever verlicht. De werkgever kan er bijvoorbeeld in het tweede ziektejaar voor kiezen de re-integratie volledig te richten op het tweede spoor (dus bij een andere werkgever).Ook kunnen de loondoorbetaling en re-integratieverplichtingen worden overgedragen aan een verzekeraar.
  • Als overige maatregelen worden onder meer genoemd: verhoging van het wettelijk minimumloon, meer positieve stimulering voor werkenden om zich te ontwikkelen of om te scholen, de verdere uitwerking en implementatie van het pensioenakkoord.

Heeft u vragen? Wij adviseren u graag

Ons Team Arbeidsrecht bestaat uit:

[DUTCH] Deel 2: Afschaffing van het recht op pleidooi

Afschaffing van het recht op pleidooi

Een nieuw uniform landelijk…
24 June 2019/by Tamara Novakovski

[DUTCH] Deel 3: Horen van getuigen tijdens de mondelinge behandeling

Horen van getuigen tijdens de mondelinge behandeling

Een nieuw…
26 September 2019/by Tamara Novakovski

Trademark law: Citroën blocks Polestar

The power of (well-known) trademarks, the reputation of a French…
5 November 2020/by Marjolein Driessen

Cross-border pre-judgment attachments: Dutch leave to attach enforceable in other EU member states

The Netherlands is known for its liberal approach to various…
23 March 2021/by Redactie Legaltree

National public sector and private standard cases in the Netherlands

Te lezen in In Private Food Law , edited by Bernd M.J. van der…
24 January 2019/by Irene Verheijen

Roadmap to EU Food Law

Te lezen in Eleven international publishing / Sdu 2011
24 January 2019/by Irene Verheijen

Het arbeidsrecht weer op de schop? (Dutch)

De Commissie Borstlap komt met vergaande adviezen om de arbeidsmarkt…
28 January 2020/by Olga Van Beijeren

Marjolein Driessen recommended by World Trademark Review

A great accomplishment and compliment from peers and clients!

We…
15 February 2021/by Marjolein Driessen

[DUTCH] Belanghebbende-begrip in het omgevingsrecht – checklist

Met de recente uitspraak van 23 augustus jl. (ECL:NL:RVS:2017:2271)…
13 September 2017/by Liesbeth Driest

[DUTCH] Podcast Wet toetreding zorgaanbieders per 1 januari 2022

De Wet toetreding zorgaanbieders treedt waarschijnlijk in werking…
15 June 2021/by Simona Tiems

Werkgever moet meewerken aan de beëindiging van een slapend dienstverband (Dutch)

Op vrijdag 8 november 2019 heeft de Hoge Raad een belangrijke…
15 November 2019/by Olga Van Beijeren

Maximale transitievergoeding per 2020: € 83.000,- bruto (Dutch)

In 2019 bedroeg de maximale transitievergoeding € 81.000,-…
12 January 2020/by Olga Van Beijeren

[DUTCH] Bereid je als werkgever voor op de vakantieperiode

Hoe zit het ook alweer met vakantiedagen, zeker in deze toch nog bijzondere (corona)tijd? Om de vakantieperiode in goede banen te leiden, zal de werkgever de nodige actie moeten ondernemen. Hieronder de belangrijkste aandachtspunten. 

Schriftelijk wijzen op vervaltermijn vakantiedagen

Per 1 juli 2021 vervallen in principe de wettelijke vakantiedagen die werknemers in 2020 hebben opgebouwd. De werkgever is verplicht om werknemers schriftelijk op die vervaltermijn te wijzen en ze de kans te geven om de vakantiedagen nog op te nemen. Uit rechtspraak blijkt dat als een werkgever de werknemer niet op tijd of niet duidelijk genoeg informeert over de vervaltermijn, de werknemer zijn recht op de niet opgenomen wettelijke vakantiedagen alsnog behoudt. In dat geval verjaren deze dagen vervolgens pas vijf jaar na het jaar van opbouw, net als de zogenaamde bovenwettelijke dagen (de dagen die worden toegekend boven op het wettelijk vereiste aantal dagen).

Het is dus zaak om werknemers zo snel mogelijk schriftelijk te herinneren aan het verval van hun (wettelijke) vakantiedagen en ze ook daadwerkelijk in staat te stellen de uren nog vóór 1 juli 2021 op te nemen. Wanneer dit laatste niet mogelijk is, bijvoorbeeld vanwege de (verwachte aankomende) drukte in de horeca of retail, dan zou de werkgever werknemers kunnen aanbieden om de vervaltermijn te verlengen en afspraken kunnen maken over het (meer verspreid) opnemen van vakantiedagen in de komende maanden. Let wel, afkoop van wettelijke vakantiedagen is niet toegestaan (dat mag alleen bij einde dienstverband).

Vaststelling vakantie conform de wensen van de werknemer

Vakantie zal in beginsel worden vastgesteld conform de wensen van de werknemer. Een vakantie-aanvraag mag alleen worden afgewezen vanwege gewichtige redenen, bijvoorbeeld als afwezigheid van de werknemer tot grote organisatorische problemen leidt. Het is niet voldoende om als werkgever te zeggen dat er handjes nodig zijn, zeker niet als dat ook anders opgelost kan worden. De werkgever mag de werknemer dus in principe niet verplichten om vakantiedagen op te nemen, maar bijvoorbeeld wel vragen om de vakantiewensen voor een bepaalde periode kenbaar te maken. Daarnaast kan de werkgever in beperkte mate verplichte (collectieve) vakantiedagen aanwijzen ofwel bepalen dat het nemen van vakantie in bepaalde (drukke) perioden niet mogelijk is. Ook lijkt er tegenwoordig meer behoefte aan een ‘flexibel feestdagenbeleid’, waarbij werknemers zelf kiezen of ze op een feestdag wel of niet werken. Die afspraken moeten dan wel zijn opgenomen in de arbeidsovereenkomst of een reglement/handboek, rekening houdend met een eventuele CAO. Let daarbij op dat de Ondernemingsraad instemmingsrecht heeft ten aanzien van een vakantieregeling.

Maak afspraken over reizen naar het buitenland

Als de werknemer terugkeert uit een land met een hoog risico op COVID-19 (code oranje/rood), moet de werknemer 10 dagen in quarantaine, welke periode kan worden verkort als de werknemer na vijf dagen quarantaine bij de GGD negatief test op het coronavirus. Het is aan te raden om werknemers van tevoren duidelijk te maken welke regels er gelden ten aanzien van reizen naar verhoogd risicogebied en terugkeer op het werk. Het ligt daarbij voor de hand dat de consequenties van het reizen naar een land waarvoor code oranje geldt, voor rekening komen van de werknemer. Als het werk bijvoorbeeld door de quarantaineplicht niet verricht kan worden, kan je afspreken dat dit de werknemer vakantiedagen kost (ofwel geen loon als er onvoldoende vakantiedagentegoed is).

Daarnaast is het verstandig om tijdig na te denken over de aankomende vakantieperiode en onder meer vakantieroosters te maken. De werkgever kan de werknemer vragen om voor een bepaalde datum de vakantiewensen kenbaar te maken. Let op: als de werknemer dit schriftelijk doet en de werkgever de aanvraag wil weigeren, moet de werkgever dit binnen twee weken na indiening van de aanvraag schriftelijk aan de werknemer laten weten.

Tot slot

De aankomende vakantieperiode vergt dus de nodige aandacht en actie van de werkgever. Wij kunnen hierbij uiteraard helpen, bijvoorbeeld met het opstellen van duidelijke regels om voorafgaand aan de vakantieperiode aan de werknemers te communiceren, maar ook met het opstellen van structureel (flexibel) vakantiebeleid.

Heeft u vragen? Wij adviseren u graag

Ons Team Arbeidsrecht bestaat uit:

Crossing Borders: What Happens When Rome Meets The Hague

 

Journal of Personal Injury Law, issue 1 2014

 

Read…
24 January 2019/by Antoinette Collignon

[DUTCH] Beschouwingen naar aanleiding van het Achmea-arrest van het Hof van Justitie EU

Artikel M.C. van Leyenhorst, 'Beschouwingen naar aanleiding…
9 October 2019/by Max Van Leyenhorst

De voorwaardelijke toegekende vergoeding: direct opeisbaar?

O.S. van Beijeren & E.LJ. Bruyninckx, ‘De voorwaardelijk…
9 February 2015/by Olga Van Beijeren

[DUTCH] Podcast overheidsaansprakelijkheid: Besluitaansprakelijkheid en vereiste conditio sine qua non verband; bespreking arrest HR 25 september 2020

Wat is besluitaansprakelijkheid? Hoe stel je het conditio sine…
29 March 2021/by Tamara Novakovski

Special foods – Food for specific groups (FSG)

I.E.M. Verheijen, ‘17. Special foods - Food for specific groups…
12 October 2020/by Irene Verheijen

Legaltree co-founder Ard van der Steur appointed Minister of Security and Justice

Ard van der Steur, co-founder of Dutch law firm Legaltree, has…
24 January 2019/by Legaltree

[DUTCH] Bijzonder Beheer tracht executoriale verkoop tegen beter weten in door te drukken

Op 3 november 2015 heeft de Rechtbank Overijssel de goede intenties…
24 November 2015/by Christine Van den Berg

[DUTCH] Integratie CBb met Raad van State van de baan: kansen op verhoging efficiency en verbetering rechtseenheid op korte termijn verkeken

In Mededingingsrecht in de Praktijk(8) 5 dec 2016. Mr. M. de…
27 March 2017/by Marleen De Putter

Publication Legaltree in leading international trademark guide

The current state of affairs in the field of trademark law…
24 January 2019/by Legaltree

[DUTCH] Bereid je als werkgever voor op de vakantieperiode

Hoe zit het ook alweer met vakantiedagen, zeker in deze toch…
31 May 2021/by Redactie Legaltree

Het laatste nieuws over de Compensatieregeling transitievergoeding & WW-premiedifferentiatie (Dutch)

Uit onze eerdere nieuwsberichten over de Compensatieregeling…
16 December 2019/by Olga Van Beijeren

[DUTCH] Arbeidsongevallen en de (strafrechtelijke) aansprakelijkheid van de werkgever

Webinar 'Arbeidsongevallen en de (strafrechtelijke) aansprakelijkheid…
26 May 2021/by Elisa Benhaim

[DUTCH] Een overeenkomst van opdracht of toch een arbeidsovereenkomst?

Een overeenkomst van opdracht of toch een arbeidsovereenkomst?

Deze vraag is een terugkerende vraag in onze praktijk en wellicht ook in uw onderneming. Vorige week heeft het gerechtshof Amsterdam geoordeeld dat koeriers die voor de maaltijdbezorger Deliveroo werken, geen zelfstandigen zijn maar werknemers. Daarmee verliest Deliveroo de zaak die door FNV was aangespannen ook in hoger beroep. Het hof oordeelt na een uitvoerige motvering en afweging van omstandigheden dat er geen sprake is van serieus/zelfstandig ondernemerschap, (enkel) omdat de bezorgers een grote vrijheid hebben om te kiezen wanneer ze werken. Alle andere omstandigheden, zoals de betaling van het salaris en het uitgeoefende gezag, wijzen volgens het hof namelijk op de aanwezigheid van een arbeidsovereenkomst. Over de gezagsverhouding (die er volgens Deliveroo niet was) merkt het hof onder verwijzing naar een eerder arrest van de Hoge Raad op dat bij eenvoudig werk dat overeenstemt met de ‘kernactiviteiten’ van de onderneming de gezagsverhouding volgt uit de inbedding in de organisatie. Volgens het Hof is er dus wel degelijk een gezagsverhouding tussen Deliveroo en de koeriers. Als gevolg van deze uitspraak kunnen de koeriers van Deliveroo aanspraak maken op een arbeidsovereenkomst en vallen de koeriers onder de toepasselijke cao Beroepsgoederenvervoer. Daardoor krijgen de koeriers onder meer recht op het cao-loon, doorbetaling bij ziekte en wordt ook hun wachttijd bij restaurants doorbetaald. FNV is tevreden met de beslissing omdat onder meer de hele maaltijdbezorgingssector volgens FNV onder druk staat als gevolg van het feit dat de Wet DBA die schijnzelfstandigheid aanpakt al vijf jaar niet wordt gehandhaafd door de Belastingdienst.

Geen handhaving op schijnzelfstandigheid

Het niet handhaven is het gevolg van het feit dat de wet DBA al direct na inwerkingtreding in mei 2016 onder vuur kwam te liggen. Tot 2016 was er de VAR-verklaring waarmee zelfstandigen konden bewijzen zelfstandige ondernemers te zijn. Deze werd in mei 2016 met de invoering van de wet DBA vervangen door modelovereenkomsten opgesteld door de Belastingdienst. De gedachte was, en dat is nog steeds zo, dat het opstellen van een overeenkomst van opdracht conform die modelovereenkomsten ertoe leidt dat de Belastingdienst niet kan/zal stellen dat sprake is van een zogenaamde fictieve dienstbetrekking in de zin van de Wet op de Loonbelasting. Zou de Belastingdienst wel handhaven en menen dat sprake is van een fictieve dienstbetrekking dan moet met terugwerkende kracht alsnog loonbelasting en sociale premies worden betaald, en eventueel ook een boete. Er ontstond door de wetswijziging in mei 2016 veel onzekerheid onder zowel zelfstandigen als opdrachtgevers en zzp’ers liepen door die onzekerheid bij opdrachtgevers vaker opdrachten mis.

Pilot met webmodule

Om meer zekerheid te bieden is op 11 januari 2021 gestart met een pilot van zes maanden met de zogenaamde webmodule. De webmodule is een online tool waarmee opdrachtgevers kunnen bepalen of ze voor een opdracht een zelfstandige kunnen inhuren. Het is de enige overgebleven maatregel van het in 2019 door minister Koolmees en staatssecretaris Hans Vijlbrief bedachte pakket aan maatregelen, waarmee de Wet DBA vervangen moest worden. In de zomer van 2021 wordt de webmodule geëvalueerd. Het kabinet bekijkt dan of de online tool behulpzaam genoeg is in de strijd tegen schijnzelfstandigheid. Of de webmodule uiteindelijk wordt ingevoerd, hangt ook af van de mogelijkheden voor handhaving, misbruikrisico’s en de gevolgen voor de uitvoeringsinstanties, aldus minister Koolmees. De minister schrijft dat de webmodule in de pilotfase bedoeld is als ‘voorlichtingsinstrument’. Met deze online tool kunnen opdrachtgevers en zzp’ers zich voorbereiden. De deelname is vrijwillig en de webmodule kan anoniem worden ingevuld, schrijft de minister.

De webmodule geeft drie mogelijke antwoorden:

  • De opdracht kan buiten dienstbetrekking worden verricht (bijvoorbeeld door een zzp‘er).
  • Indicatie dienstbetrekking: er zijn sterke aanwijzingen dat er sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking.
  • Geen oordeel mogelijk: op grond van de gegeven antwoorden is niet duidelijk of er sprake is van werken buiten dienstbetrekking of van werken in dienstbetrekking.

De webmodule geeft volgens het kabinet waar mogelijk zekerheid, mits deze naar waarheid is ingevuld. Alleen bij het eerste antwoord zou een opdrachtgever met de zelfstandige op basis van een overeenkomst van opdracht kunnen contracteren, in de andere twee gevallen lijkt een arbeidsovereenkomst een verstandigere keuze.

Tijdens de pilot fase kan echter nog geen juridische status worden ontleend aan de uitkomst. Na de pilot met de webmodule beslist het kabinet wanneer de Belastingdienst gaat handhaven op schijnzelfstandigheid. Volgens de minister zal dat 1 oktober 2021 of later zijn.

In de tussentijd blijft de Belastingdienst advies geven aan ondernemers en zal de Belastingdienst niet handhaven op schijnzelfstandigheid, behalve bij ‘kwaadwillendheid’. In een aparte brief aan de Kamer meldt staatssecretaris Vijlbrief dat het afgelopen jaar geen kwaadwillend bedrijf is gevonden.

Gevolgen arrest Hoge Raad van 6 november 2020

Kort voor de start van de pilot met de webmodule verscheen een spraakmakend arrest van de Hoge Raad, waaraan wij al eerder in een nieuwsbrief aandacht hebben besteed. In dat arrest stond de vraag centraal hoe moet worden beoordeeld of een overeenkomst als een arbeidsovereenkomst of een overeenkomst van opdracht zou moeten worden gekwalificeerd. Minister Koolmees heeft recent in een Kamerbrief gereageerd op het arrest van de Hoge Raad. In dat arrest heeft de Hoge Raad aangegeven dat de bedoeling van partijen niet van belang is bij de beoordeling of een arbeidsrelatie op basis van een arbeidsovereenkomst bestaat (de kwalificatie van de arbeidsrelatie). Beslissend volgens de Hoge Raad is of ’de tussen partijen overeengekomen rechten en verplichtingen voldoen aan de wettelijke omschrijving van de arbeidsovereenkomst zoals die in het Burgerlijk Wetboek is opgenomen. Als die rechten en verplichtingen voldoen aan de (wettelijke) beschrijving van de arbeidsovereenkomst, is per definitie sprake van een arbeidsovereenkomst, met bijbehorende rechten en plichten voor de werkgever en werknemer’.

Minister Koolmees geeft in de kamerbrief onder meer aan welke effecten dit arrest voor de webmodule en de modelovereenkomsten van de Belastingdienst heeft. Hij stelt dat het ook na dit arrest niet zo is dat de partijbedoeling in het geheel geen rol meer zou spelen in de rechtspraktijk. Er moet bij de beoordeling toch eerst worden gekeken naar welke rechten en verplichtingen partijen onderling zijn overeengekomen. Daarbij moeten niet alleen de rechten en verplichtingen worden meegenomen die partijen bij het sluiten van de overeenkomst bedoelden, maar moet ook worden gekeken naar de wijze waarop partijen uitvoering hebben gegeven aan de overeenkomst en welke inhoud ze eraan hebben gegeven. Als er dan een verschil van mening is, is het aan de rechter om te beoordelen tot welke overeenkomst deze set aan rechten en verplichtingen leidt.

In de webmodule speelt de partijbedoeling al geen rol bij het bepalen of sprake is van een arbeidsrelatie. Op dit punt zijn dus geen veranderingen nodig. De modelovereenkomsten moet de Belastingdienst wel nog aanpassen aan het arrest. Door de Belastingdienst al goedgekeurde modelovereenkomsten verliezen echter niet hun werking en hoeven niet te worden aangepast.

Kortom, het blijft nog even een onzekere periode, maar ondernemingen lijken zich in ieder geval tot 1 oktober 2021 niet veel zorgen te hoeven te maken dat de Belastingdienst handhaaft, zeker niet nu er in het afgelopen jaar geen kwaadwillende ondernemingen zijn gevonden. Wel zullen ondernemingen er verstandig aan doen om overeenkomsten van opdracht op te stellen conform de door de Belastingdienst aan te passen modelovereenkomsten. Wij zullen u informeren zodra die aanpassingen zijn doorgevoerd.

Heeft u vragen? Wij adviseren u graag

Ons Team Arbeidsrecht bestaat uit:

Werkgever moet meewerken aan de beëindiging van een slapend dienstverband (Dutch)

Op vrijdag 8 november 2019 heeft de Hoge Raad een belangrijke…
15 November 2019/by Olga Van Beijeren

[DUTCH] Deel 2: Afschaffing van het recht op pleidooi

Afschaffing van het recht op pleidooi

Een nieuw uniform landelijk…
24 June 2019/by Tamara Novakovski

[DUTCH] Advocaat belicht traject. Een ongeval. En dan?

Artikel ‘Advocaat belicht traject. Een ongeval. En dan?’…
13 October 2020/by Elisa Benhaim

[DUTCH] Deel 1: De mondelinge behandeling: functies en rechterlijke bevoegdheden

De mondelinge behandeling: functies en rechterlijke bevoegdheden

Een…
16 April 2019/by Tamara Novakovski

Dutch decision on Hague Service Convention: award creditors must play by the book or suffer delays (but there is potential for procedural time gains)

Earlier this week an interim decision of the The Hague Court…
18 September 2020/by Wouter de Clerck

Roadmap to EU Food Law

Te lezen in Eleven international publishing / Sdu 2011
24 January 2019/by Irene Verheijen

[DUTCH] Landjepik: welke overheid kent dit probleem niet?

Illegaal grondgebruik vormt al jaren een probleem, met name voor…
22 June 2017/by Willemijn Lever

[DUTCH] Bijzonder Beheer tracht executoriale verkoop tegen beter weten in door te drukken

Op 3 november 2015 heeft de Rechtbank Overijssel de goede intenties…
24 November 2015/by Christine Van den Berg

[DUTCH] Corona(tucht)klachten?

Terwijl gezondheidsrechtelijk Nederland de adem inhoudt in afwachting…
12 July 2021/by Carolien Van Weering

Publication Legaltree in leading international trademark guide

The current state of affairs in the field of trademark law…
24 January 2019/by Legaltree

[DUTCH] Arbeidsongevallen en de (strafrechtelijke) aansprakelijkheid van de werkgever

Webinar 'Arbeidsongevallen en de (strafrechtelijke) aansprakelijkheid…
26 May 2021/by Elisa Benhaim

[Dutch] Groots perspectief. Opstellen aangeboden aan mr. drs. T.D. de Groot

W.J.L. de Clerck en E. Gras (red.), 'Groots perspectief. Opstellen…
14 December 2017/by Wouter de Clerck

De belangrijkste wijzigingen in het Arbeidsrecht volgens het regeerakkoord (Dutch)

Na maanden van onderhandelen is er eindelijk een regeerakkoord. Daaruit blijkt de ambitie om vast werk minder vast te maken en flexwerk minder flex. Meer mensen moeten een contract voor onbepaalde tijd krijgen, zelfstandigen moeten de ruimte krijgen om te ondernemen en schijnzelfstandigheid moet worden aangepast. Daarvoor zijn de volgende maatregelen bedacht.

1. Ontslaggronden mogen bij elkaar worden gevoegd (cumulatie)

Momenteel zijn er acht in de wet genoemde ontslaggronden. Alleen als aan ten minste één van die gronden volledig wordt voldaan, is ontslag van een werknemer mogelijk. Soms wordt aan verschillende gronden deels voldaan. Er is bijvoorbeeld sprake van disfunctioneren (maar er heeft geen verbetertraject plaatsgevonden), een verstoorde arbeidsverhouding (maar niet zodanig dat van de werkgever redelijkerwijs niet kan worden gevergd dat de arbeidsovereenkomst wordt voortgezet) en verwijtbaar handelen (ook niet zodanig dat van de werkgever redelijkerwijs niet kan worden gevergd dat de arbeidsovereenkomst wordt voortgezet). De rechter heeft momenteel niet de mogelijkheid in een dergelijke situatie de arbeidsovereenkomst te ontbinden.

Volgens het regeerakkoord moet de rechter de mogelijkheid krijgen zelf een afweging te maken of ontslag gerechtvaardigd is, op basis van alle verschillende omstandigheden, genoemd in de verschillende ontslaggronden. De rechter kan dan wel een extra vergoeding toekennen van maximaal de helft van de transitievergoeding. Dit bedrag komt bovenop de bestaande transitievergoeding.

2. De transitievergoeding wordt aangepast

Op dit moment hebben alleen werknemers die tenminste twee jaar in dienst zijn geweest recht op een transitievergoeding. Volgens het regeerakkoord moeten ook werknemers die korter dan twee jaar in dienst zijn geweest bij een beëindiging van de arbeidsovereenkomst recht krijgen op een transitievergoeding.

De transitievergoeding zal voor ieder gewerkt dienstjaar 1/3 maandsalaris gaan bedragen. Momenteel bedraagt de transitievergoeding voor de eerste 10 jaar van het dienstverband 1/3 maandsalaris per gewerkt dienstjaar. Voor alle dienstjaren daarna heeft de werknemer momenteel recht op ½ maandsalaris per gewerkt dienstjaar.

De overgangsregeling voor 50-plussers wordt gehandhaafd.

De mogelijkheid om scholingskosten in mindering te brengen op de transitievergoeding wordt verruimd.

Vooral voor MKB-ers worden de ‘scherpe randen’ aan de verplichting tot betaling van een transitievergoeding verzacht. Uit het regeerakkoord blijkt dat gedacht wordt aan de volgende maatregelen:

  • werkgevers worden gecompenseerd voor de transitievergoeding die zij moeten betalen bij ontslag na langdurige arbeidsongeschiktheid, of bedrijfsbeëindiging wegens pensionering of ziekte;
  • bij ontslag vanwege bedrijfseconomische redenen is geen transitievergoeding verschuldigd als een cao-regeling van toepassing is;
  • de criteria om in aanmerking te komen voor de overbruggingsregeling transitievergoeding voor kleine werkgevers worden ruimer.

3. De periode waarna elkaar opeenvolgende tijdelijke contracten overgaan in een contract voor onbepaalde tijd, wordt weer drie jaar

Momenteel mogen werkgevers drie keer achter elkaar een contract voor bepaalde tijd sluiten, binnen een periode van twee jaar. Bij het vierde contract of bij het overschrijden van de periode van twee jaar, ontstaat automatisch een contract voor onbepaalde tijd. Die periode van twee jaar wordt verlengd tot drie jaar.

4. Het wordt mogelijk een langere proeftijd overeen te komen

Als een werkgever direct een contract voor onbepaalde tijd aanbiedt, mag een proeftijd van vijf maanden worden overeengekomen, aldus het regeerakkoord. Als een contract voor bepaalde tijd voor meer dan twee jaar wordt aangeboden, mag een proeftijd van drie maanden worden overeengekomen.

Momenteel mag de proeftijd in een contract voor onbepaalde tijd maximaal twee maanden zijn. In een contract voor bepaalde tijd voor langer dan zes maanden mag een  proeftijd van maximaal een maand worden opgenomen. In een contract voor zes maanden of korter mag geen proeftijd worden opgenomen. De regeling voor een proeftijd in een contract voor bepaalde tijd blijft ongewijzigd.

5. Verplichting tot loondoorbetaling tijdens ziekte: voor kleine ondernemers gedurende één jaar

Voor werkgevers die tot 25 werknemers in dienst hebben, wordt de periode waarin het loon moet worden doorbetaald tijdens ziekte verkort van twee naar één jaar. De collectieve kosten van het tweede jaar ziekte worden gedekt via een uniforme lastendekkende premie, te betalen door kleine werkgevers.

6. Wet DBA wordt vervangen

De wet DBA heeft volgens het regeerdakkoord onrust gebracht en teveel echte zelfstandig ondernemers geraakt. De nieuwe wet moet schijnzelfstandigheid voorkomen, maar echte zelfstandigen zekerheid bieden dat geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. De volgende maatregelen worden ingevoerd.

Voor zzp’ers met een laag tarief wordt bepaald dat zij een arbeidsovereenkomst hebben als:

  • hun tarief gelijk is aan de loonkosten behorend bij 125% van het minimumloon of aan de laagste loonschalen in cao’s; en
  • de overeenkomst wordt gesloten voor langer dan drie maanden, of de zzp’er reguliere bedrijfsactiviteiten verricht.

Zzp’ers met een hoog tarief krijgen de mogelijkheid van een opt out voor de loonbelasting en werknemersverzekering als:

  • hun tarief hoger is dan € 75 per uur; en
  • de overeenkomst wordt gesloten voor korter dan een jaar, of er geen reguliere bedrijfsactiviteiten worden verricht.

Voor zelfstandigen met een tarief dat ligt boven het lage tarief wordt een opdrachtgeversverklaring ingevoerd. Daarmee krijgt de opdrachtgever vooraf de zekerheid dat hij geen loonbelasting en premies werknemersverzekeringen hoeft af te dragen.

7. Payrolling en nulurencontracten

Payrolling blijft volgens het regeerakkoord mogelijk, maar wordt zo vormgegeven dat het een instrument is voor het “ontzorgen” van werkgevers en niet voor concurrentie op arbeidsvoorwaarden. Het soepeler arbeidsrechtelijk regime van de uitzendovereenkomst wordt voor de payrollovereenkomst buiten toepassing verklaard. Werknemers die via een payrollbedrijf worden ingehuurd moeten qua arbeidsvoorwaarden gelijk worden behandeld met de werknemers van de inlener.

Werknemers met een nul-urencontract moeten meer mogelijkheden krijgen om ook andere banen te accepteren en moeten daarom volgens het regeerakkoord de mogelijkheid krijgen geen gehoor te geven aan een oproep, of recht op loon krijgen bij een afzegging door de werkgever.

8. Differentiatie van de WW-premie naar type contract

Momenteel is sprake van premiedifferentiatie per sector: de lasten van de eerste zes maanden WW worden per sector omgeslagen. Het kabinet gaat onderzoeken of het mogelijk is om voor de eerste zes maanden WW aan contracten voor onbepaalde tijd een lager premiepercentage toe te rekenen, waardoor vaste contracten aantrekkelijker worden.

9. Meer prikkels in arbeidsongeschiktheidsregelingen richting werk

Volgens het regeerakkoord worden er maatregelen genomen om de kans het op het vinden van een baan voor mensen met een WIA-uitkering te vergroten.

Het is nu afwachten of, wanneer en hoe deze maatregelen zullen worden uitgevoerd. Uiteraard houden wij u daarvan op de hoogte.