[DUTCH] Podcast aansprakelijkheid behandelend arts voor schade patiënt als gevolg van een gebrekkige hulpzaak

Recent zijn er twee arresten (ECLI:NL:HR:2020:1082 + ECLI:NL:HR:2020:1090) gewezen met betrekking tot de aansprakelijkheid van de behandelend arts voor hulpzaken waarvan bij de uitvoering van de geneeskundige behandelingsovereenkomst gebruik is gemaakt. Het betreft PIP borstimplantaten en de Miragel oogplombe. Wat gebeurt er als een hulpzaak (juridisch) gebrekkig is? Wat vond de Hoge Raad in beide arresten? Wat betekenen deze uitspraken voor de dagelijkse praktijk?

Legaltree-partner Carolien van Weering, specialist aansprakelijkheid in de zorg, in gesprek met Legaltree directeur en oud-minister Ard van der Steur over de aansprakelijkheid van artsen voor schade die een patiënt oploopt als gevolg van een gebrekkige hulpzaak.

[DUTCH] Corona(tucht)klachten?

Terwijl gezondheidsrechtelijk Nederland de adem inhoudt in afwachting van mogelijke schadeclaims en/of tuchtklachten verband houdende met langere wachttijden en gesloten afdelingen vanwege het Covid-19-virus, heeft het Centraal Medisch Tuchtcollege (Centraal Tuchtcollege) op 4 december 2020 een eerste uitspraak gedaan die haar oorsprong vindt in de coronacrisis.

Het Regionaal Tuchtcollege

De aangeklaagde zorgverlener was internist. Hij was en is werkzaam als directeur van het Centrum Infectieziektebestrijding van het RIVM en tevens voorzitter van het Outbreak Management Team (OMT). Zoals wij de afgelopen maanden hebben geleerd, stelt het OMT adviezen op aan de overheid over de risico’s en de te nemen maatregelen ter bestrijding van de uitbraak van het coronavirus.

De klager was een individuele klager. Hij gaf aan de klacht “namens alle slachtoffers van Nederland qua gezondheid, levensverwachting en financiële schade” te hebben ingediend. De klacht hield in dat de aangeklaagde internist de Nederlandse regering niet heeft geadviseerd de lockdown op te heffen. Volgens klager had hij dit moeten doen toen duidelijk werd dat daardoor meer levensjaren verloren zouden gaan dan er gewonnen zouden worden. Klager stelde dat de lockdown een negatieve invloed heeft gehad op de kwaliteit van het leven van 17 miljoen Nederlanders die twee maanden opgesloten hebben gezeten.

De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klager in zijn klacht niet-ontvankelijk geacht omdat klager niet behoort tot de kring van klachtgerechtigden zoals bedoeld in art. 65 lid 1 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG). De voorzitter oordeelde dat het feit dat klager het klaarblijkelijk niet eens was met de advisering van het RIVM niet kon worden gezien als een bijzonder eigen belang in het kader van de individuele gezondheidszorg. Klager was dus geen rechtstreeks belanghebbende.

Het Centraal Tuchtcollege

Klager is tegen deze beslissing in beroep gegaan. In beroep heeft hij betoogd dat de klacht inhoudelijk dient te worden beoordeeld en alsnog gegrond moet worden verklaard.

Het Centraal Tuchtcollege oordeelde dat tussen de klager en de internist geen sprake was van een individuele arts-patiëntrelatie omdat de klacht betrof het handelen van de internist in zijn hoedanigheid van voorzitter van het OMT. Dit brengt met zich dat de eerste tuchtnorm zoals neergelegd in art. 47 lid 1 van de Wet BIG niet van toepassing is.

Vervolgens beoordeelde het Centraal Tuchtcollege de vraag of hier sprake is geweest van handelen in strijd met art. 47 lid 2 BW van de Wet BIG. Het criterium luidt dat sprake moet zijn van enig ander handelen of nalaten in de hoedanigheid van zorgverlener die in strijd is met het belang van een goede uitoefening van de individuele gezondheidszorg. Klager viste ook bij het Centraal Tuchtcollege achter het net.

Het Centraal Tuchtcollege oordeelde dat de door het OMT uitgebrachte adviezen niet zozeer betrekking hebben op de individuele gezondheidszorg als wel op de publieke gezondheidszorg. Immers zien de adviezen van het OMT op gezondheidsbeschermende en gezondheidsbevorderende maatregelen voor de bevolking of specifieke groepen daaruit. Van individuele maatregelen is geen sprake geweest zodat het handelen van de aangeklaagde internist niet valt onder de reikwijdte van het tuchtrecht. Klager is door het Regionaal Tuchtcollege terecht niet-ontvankelijk verklaard, aldus het Centraal Tuchtcollege.

Beide colleges komen aldus via een andere route tot hetzelfde oordeel.

[DUTCH] Podcast Wet toetreding zorgaanbieders per 1 januari 2022

De Wet toetreding zorgaanbieders treedt waarschijnlijk in werking op 1 januari 2022. Wat is het doel van deze wet? Wat betekent deze wet voor startups en voor bestaande bedrijven in de zorg? Wie moet zich straks melden en wie moet een vergunning aanvragen? Wie moet zorgen voor een interne toezichthouder? Hoe verhoudt de Wtza zich tot de nieuwe Wet bestuur en toezicht rechtspersonen? Wat betekent deze wet voor de jaarverantwoordingsplicht? Verandert er met deze wet iets aan het verbod op een winstoogmerk in de zorg?

Legaltree-partner Simona Tiems, specialist gezondheidsrecht, in een gesprek met Legaltree directeur en oud-minister Ard van der Steur over de Wet toetreding zorgaanbieders.

[DUTCH] Dit moet u weten over de Wet toetreding zorgaanbieders

Gastblog S.F. Tiems, ‘Dit moet u weten over de Wet toetreding zorgaanbieders’, Zorgvisie 15-06-2021.

Waarschijnlijk treedt op 1 januari 2022 de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) in werking. Het is raadzaam om op tijd na te gaan wat de consequenties van de Wtza zullen zijn voor uw organisatie.

Lees de gastblog hier.