Waar een merk al niet goed voor is

Anderhalve maand geleden oordeelde het Gerecht van de Europese Unie dat de Rubik’s Cube een geldig vormmerk is.

Bij merken denken de meeste mensen al snel aan woordtekens als COCA-COLA en MICROSOFT. Maar zoveel meer kan een merk zijn. Het uitgangspunt is namelijk dat alle voor grafische voorstelling vatbare tekens een merk kunnen zijn. Onder andere benamingen, tekeningen, kleuren, letters, cijfers, vormen van waren, verpakkingen en geluiden worden vandaag de dag als merk geaccepteerd.

Het merkenrecht biedt dus ook bescherming aan onderscheidende vormgeving. Al ruim dertig jaar geleden bevestigde de Hoge Raad dat de vorm van de Wokkel, het welbekende zoutje met de schroefvorm, via het merkenrecht beschermd kon worden. En sindsdien zijn vele vormen als merk geaccepteerd.

Niet alleen productvormgeving komt voor merkbescherming in aanmerking, maar ook vormgeving van bijvoorbeeld een winkelinrichting. De hoogste Europese rechter oordeelde in de zomer van 2014 dat de winkelinrichting van een Apple Flagship Store een merk kan zijn.

Echter, niet alle vormen zijn via het merkenrecht te beschermen. Niet ieder teken kan of mag namelijk een merk zijn. Zo kan een teken alleen een merk zijn als het in staat is om een waar of dienst van een bepaalde onderneming te onderscheiden van waren of diensten van andere ondernemingen. Sommige tekens bezitten deze vereiste onderscheidende kracht direct omdat het publiek het teken van huis uit als onderscheidingsteken zal opvatten.

Volgens het Gerecht bezit ook de Rubik’s Cube van huis uit onderscheidend vermogen. Op de eerste plaats is de kubusvorm namelijk niet de norm voor een 3D-puzzel. De vorm is niet gebruikelijk. Een kubus is immers een van de mogelijke vormen van een dergelijke puzzel. Daarbij komt dat de dikke zwarte lijnen tussen de vlakken, de zogenaamde roosterstructuur, de 3D-puzzel volgens het Gerecht een origineel aspect geven “dat gemakkelijk in het geheugen van de gemiddelde consument kan worden gegrift en deze in staat stelt de door dat merk aangeduide waren te onderscheiden van die met een andere commerciële herkomst”. Met origineel bedoelt het Gerecht dat de vorm niet ‘gebruikelijk’ is en dat de relevante kenmerken van de vorm voldoende ‘specifiek en willekeurig’ zijn.

Voor tekens die geen intrinsiek, dus van huis uit, onderscheidend vermogen hebben, geldt dat deze eerst moeten ‘inburgeren’. Het publiek zal door middel van reclame en dergelijke het teken moeten gaan associëren met de waren of diensten van één onderneming. Het is niet altijd duidelijk in hoeverre dergelijke tekens moeten zijn ingeburgerd om als merk te kunnen worden ingeschreven, maar de lat lijkt vrij hoog te liggen. Recent oordeelde de hoogste Europese rechter bijvoorbeeld dat de herkenningsgraad van een enkele kleur ten minste 70% moet zijn om als merk te kunnen worden ingeschreven. Pas dan is het voldoende ingeburgerd.

Ook tekens die – kort gezegd – uitsluitend beschrijvend zijn worden als merk geweigerd, zolang ze niet zijn ingeburgerd. Bijvoorbeeld werden woordtekens als ECODOOR voor keukenapparaten die voorzien zijn van een energie-efficiënte deur en GLASHELDER voor verzekeringen om deze reden geweigerd. Dat deze regel geldt voor beschrijvende woorden is evident. Maar in de Rubik’s Cube-zaak werd het vormmerk ook aan deze weigeringsgrond getoetst. Er werd in die procedure namelijk gesteld dat dit kubusmerk “louter beschrijvend is voor een driedimensionale puzzel die de vorm van een kubus met de afmetingen ‘3 x 3 x 3’ heeft”, omdat het “een kubus toont met bepaalde elementen die grafisch van elkaar gescheiden zijn door zwarte lijnen”. In dat argument ging het Gerecht niet mee.

Het Gerecht oordeelde dat het relevante publiek het vormmerk “niet spontaan – te weten met name zonder voorkennis van de Rubik’s Cube –, eenduidig en zonder enig nadenken of onderzoek” zou opvatten als een beschrijving voor een 3D-puzzel. Met andere woorden: als je niet eerder een kubuspuzzel hebt gezien dan zal het vormmerk niet herkend worden als een 3D-puzzel. Het doel van de vorm zal niet spontaan worden begrepen. Bij andere vormen, zelf als je die voor het eerst ziet, kan dat anders liggen. Denk bijvoorbeeld aan een origineel gevormd glas. Ook al heb je die vorm niet eerder gezien, toch is de kans groot dat je daarin een glas ziet omdat de vorm bepaalde gebruikelijke kenmerken bezit die in de markt de norm zijn.

Maar zelfs als je in het vormmerk een (of de?) 3D-puzzel zou herkennen, dan nog lijkt het iets meer dan louter een 3D-puzzel, namelijk door de dikke lijnen. Die lijnen zijn immers volgens het Gerecht origineel. Daarvan uitgaande lijkt mij dat het vormmerk hoe dan ook niet uitsluitend beschrijvend is. Leuke stof tot nadenken…

Hoe dan ook is de moraal van dit verhaal: ook het merkenrecht kan bescherming bieden aan onderscheidende vormgeving. Iets om in gedachten te houden.

Olav Schmutzer

NB Er is een wetswijziging op handen die bepaalt dat alle tekens die in het merkenregister kunnen worden vastgelegd in principe een merk kunnen zijn. Daarmee vervalt de expliciete eis van de grafische voorstelbaarheid en wordt de reikwijdte van het merk verder opgerekt.