NOW 2.0 en belangrijke andere wijzigingen per 1 juli 2020

1. NOW 2.0: wat zijn de belangrijkste wijzigingen ten opzichte van NOW 1.0

  1. Vanaf 6 juli tot en met 31 augustus 2020 kan subsidie op grond van NOW 2.0 worden aangevraagd.
  2. De periode waarover het omzetverlies wordt berekend wordt vier maanden, gelegen tussen 1 juni en 30 november 2020.
  3. De referentie-omzet wordt de omzet over 2019 gedeeld door drie.
  4. De forfaitaire opslag over het loon wordt verhoogd van 30% naar 40%.
  5. De loonsom aan de hand waarvan het recht op subsidie op grond van NOW 2.0 wordt berekend, is de loonsom over maart 2020.
  6. Zijn in de periode van 1 juni tot en met 30 september 2020 werknemers ontslagen via het UWV op bedrijfseconomische gronden, dan wordt het loon dat de betreffende werknemers in een periode van drie maanden hebben ontvangen op de subsidie in mindering gebracht. Onder NOW 1.0 werd 150% van het loon van de ontslagen werknemer op de subsidie in mindering gebracht.
  7. Het totale subsidiebedrag wordt met 5% verminderd als de werkgever in de periode van 30 mei 2020 tot en met 30 september 2020 één of meerdere meldingen als bedoeld in de Wet Melding Collectief Ontslag doet én gedurende het subsidietijdvak voor 20 of meer werknemers in een werkgebied van de WMCO ontslag om bedrijfseconomische redenen aanvraagt, tenzij met de vakbonden of vertegenwoordiging van werknemers overeenstemming is bereikt over de noodzaak van het aantal te vervallen arbeidsplaatsen.
  8. De werkgever is verplicht zich in te spannen om werknemers te stimuleren om
    deel te nemen aan een ontwikkeladvies of aan scholing en werknemers over deze verplichting te informeren. Hierover moet bij de NOW 2.0-aanvraag een verklaring worden afgelegd, maar er staat geen sanctie op het niet nakomen van deze verplichting.
  9. De rechtspersoon die een voorschot van meer dan € 100.000 heeft ontvangen en/of een totale subsidie van meer dan € 125.000 mag over 2020 geen dividend uitkeren aan aandeelhouders, geen bonussen en winstdelingen aan de Raad van Bestuur, bestuur en directie van de rechtspersoon en geen eigen aandelen inkopen. Het begrip “bestuur” moet ruim worden uitgelegd: ook leden van het management die het beleid bepalen vallen daaronder. Overtreding van dit verbod leidt tot volledig verval van het recht op subsidie. Dit verbod geldt ook voor de moedermaatschappij van de rechtspersoon. Het verbod geldt tot en met de datum van de vergadering waarin de jaarrekening over 2020 wordt vastgesteld in 2021. Ook daarna mag geen bonus of dividend met betrekking tot 2020 worden uitgekeerd.

2. Addendum arbeidsovereenkomst

Werkgevers betalen voor werknemers in vaste dienst een lage WW-premie. Daarvoor is wel vereist dat een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is overeengekomen, of dat een addendum met die bevestiging is opgesteld bij de oorspronkelijke arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Werkgevers hebben uitstel gekregen om dit goed te regelen tot 1 juli 2020.

3. Extra geboorteverlof

Momenteel hebben partners recht op één week betaald geboorteverlof. Vanaf 1 juli 2020 hebben zij recht op maximaal vijf weken (vijf keer het aantal werkuren per week) geboorteverlof voor een kind dat op of na 1 juli 2020 wordt geboren. Dit verlof dient binnen zes maanden na de geboorte te worden opgenomen. Voorwaarde is wel dat een werknemer eerst het betaalde geboorteverlof van een week opneemt. De partner heeft gedurende het aansluitende verlof geen recht op salaris maar wel recht op een uitkering van het UWV gelijk aan 70% van het (maximum dag)loon.

4. Verhoging minimumloon

Het minimumloon wordt verhoogd met € 27,- bruto per dag tot € 1.680,- bruto per maand voor werknemers van 21 jaar of ouder (voor werknemers jonger dan 21 jaar gelden gestaffeld lagere minimumlonen).

5. Compensatie transitievergoeding terugvragen vóór 1 oktober 2020

Sinds 1 april 2020 kunnen werkgevers die een transitievergoeding betalen na twee jaar ziekte, daarvoor een compensatie vragen bij het UWV. Aanvragen voor compensatie van vergoedingen betaald tussen 1 juli 2015 en 31 maart 2020 moeten vóór 1 oktober 2020 worden ingediend.

6. Verval vakantiedagen

Per 1 juli 2020 vervallen wettelijke vakantiedagen die opgebouwd zijn over 2019. Bovenwettelijke vakantiedagen vervallen 5 jaar na afloop van het jaar waarin de vakantiedagen zijn opgebouwd.

7. ZZP’ers

Het wetsvoorstel voor invoering van een minimumtarief en een zelfstandigenverklaring voor zelfstandigen is ingetrokken. Wel werkt de regering verder aan de ontwikkeling van een webmodule, die het mogelijk moet maken een indicatie te krijgen of sprake is van een arbeidsovereenkomst, dan wel van een overeenkomst van opdracht. De Wet DBA wordt tot 1 januari 2021 in beginsel niet gehandhaafd. In het najaar van 2020 wordt besloten of dit handhavingsmoratorium wordt verlengd.

Heeft u vragen? Wij adviseren u graag

Ons Team Arbeidsrecht bestaat uit:

Design: hoe werkt modelregistratie en wat zijn de kosten?

Modelregistratie is voor designers een goede keuze om hun design/ontwerpen te beschermen.

Foto: Med Badr Chemmaoui

Een modelregistratie biedt allerlei grote voordelen ten opzichte van andere intellectuele eigendomsrechten, zoals het auteurs– of merkenrecht. Wat een model precies is en wat de voordelen zijn van een modelregistratie lees je hier. Hoe de modelregistratie in zijn werk gaat en wat de kosten zijn, lees je in dit artikel.

Modelbescherming Benelux

Voor Nederlandse bedrijven die hun producten niet internationaal verkopen, is vooral van belang dat bescherming in Nederland, en eventueel net daarbuiten, goed geregeld is. Maar: Nederlandse modelregistraties bestaan niet.

De regels die gelden voor bescherming van modellen in Nederland, staan in een verdrag dat geldt voor de hele Benelux: Nederland, België en Luxemburg dus. Bedrijven kunnen hun design als Benelux-model beschermen door een aanvraag te doen bij het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom (BBIE – Den Haag). De beschermingsduur van een Benelux modelregistratie is vijf jaar waarbij je vier keer de mogelijkheid hebt om de registratie te verlengen. In totaal dus 25 jaar bescherming tegen inbreukmakers.

Modelbescherming EU

Een andere en belangrijkere mogelijkheid voor Nederlandse bedrijven om hun design te beschermen, is via een EU-modelregistratie. Dat wordt aangevraagd bij het ‘EUIPO’ (Alicante, Spanje), het EU-bureau dat de EU-merken en -modellen inschrijft. Een van de grote voordelen van een EU-model ten opzichte van een Beneluxmodel is dat je in een keer bescherming krijgt in alle EU-landen, terwijl de kosten relatief laag zijn (gemiddeld tegen de € 1.000 tegenover ongeveer € 500 voor een Beneluxmodel, als je de registratie laat verzorgen door een specialist, wat aan te raden is; zie het slot van dit artikel). De maximale beschermingsduur van een EU-model is net als bij Benelux-modellen 25 jaar.

Als je als bedrijf ambities hebt die net iets verder reiken dan de Benelux, ook als uitbreiding naar het buitenland pas zal spelen op de langere termijn , is het dus aan te raden direct voor een EU-modelregistratie te kiezen. Als je vindt dat er inbreuk wordt gemaakt, kan de rechter in één land op basis van de EU-modelregistratie concurrenten een verbod opleggen dat geldt voor álle EU-landen. Bij een Benelux-model kun je slechts een verbod krijgen voor de drie Benelux-landen.

Niet geregistreerd, toch EU-modelbescherming

Een geregistreerd modelrecht is niet de enige manier om design als model te beschermen. Nadat een ontwerp openbaar is gemaakt, is het namelijk automatisch drie jaar beschermd als ‘ongeregistreerd EU-model’. Een ongeregistreerd EU-modelrecht ontstaat dus direct na openbaarmaking en zonder dat je het hoeft te registreren. In dat opzicht is het dus te vergelijken met het auteursrecht dat ook automatisch ontstaat (op het moment dat een creatie wordt gemaakt).

Met een ongeregistreerd EU-modelrecht is het alleen mogelijk om exacte kopieën van het design te verbieden. In branches waar de omloopsnelheid van producten hoog is, zoals de fashion industrie en de meubelbranche, kan zo’n ongeregistreerd modelrecht uitkomst bieden: wel beschermd tegen echte kopieën, maar niet de kosten van een registratie.

Voor andere branches is het niet aan te raden te vertrouwen op de bescherming als ongeregistreerd EU-model. De beschermingsomvang is een stuk minder groot dan bij een geregistreerd model en het is veel lastiger te bewijzen dat je modelrechten hebt, omdat je geen registratiecertificaat krijgt.

Vereisten voor bescherming van design als model

Het BBIE en het EUIPO controleren niet of een modelaanvraag aan alle wettelijke vereisten voldoet, die hierna zijn beschreven. Je krijgt dus sowieso een modelregistratie als je de verplichte registratiekosten maar betaalt en aan bepaalde formaliteiten voldoet.

Maar dat betekent niet dat die registratie ook automatisch iets waard is. Om een geldig modelrecht te krijgen, moet het model wel aan bepaalde eisen voldoen. Als een concurrent vindt dat een modelregistratie niet aan die vereisten voldoet, kan de nietigheid van het model worden ingeroepen en verwijdert het bureau het model uit het modellenregister. Bij EU-modellen kan zo’n verzoek worden ingediend bij het EUIPO (en soms in een al lopende zaak bij de rechter), bij Benelux-modellen vooralsnog alleen bij de rechter.

Design kan als model worden beschermd als het nieuw is en een eigen karakter heeft. Dat klinkt simpel, maar is het in de praktijk niet altijd.

Nieuwheid

Nieuw wil zeggen dat er geen identiek model voor het publiek beschikbaar is gesteld vóórdat de aanvraag voor een modelregistratie wordt ingediend. ‘Identiek’ betekent dat er hooguit verschillen zijn op onbelangrijk detailniveau. Niet helemaal identiek is in het modellenrecht dus toch identiek.

Het is voor de nieuwheid belangrijk ervoor te zorgen dat je je design zo snel mogelijk na het ontwerpen aanvraagt als model. Daar heb je een jaar de tijd voor: binnen een jaar nadat een ontwerp openbaar is gemaakt, moet je de modelaanvraag indienen. Anders is het niet nieuw meer en kan de nietigheid worden ingeroepen.

Dat was bijvoorbeeld het geval bij deze krabpaal, aangevraagd als EU-model op 30 maart 2018:

De krabpaal bleek al op 22 maart 2017 te zijn getoond via een Facebookfilmpje (een jaar en 8 dagen vóór de modelaanvraag dus):

Het model was dus niet nieuw meer toen het werd aangevraagd. De vorderingen van de modelhouder werden afgewezen.

Ook Porsche had het nakijken toen de nieuwe 911 als EU-model werd aangevraagd:

Niet het model van een concurrent stond in de weg aan de nieuwheid van de ‘nieuwe’ Porsche 911, maar Porsches eigen, eerdere 911-modellen, zoals deze:

Bij modellen geldt een andere nieuwheid dan bij octrooien (in het dagelijkse taalgebruik beter bekend als ‘patenten’). Daar geldt een absolute nieuwheid: de uitvinding moet geheim blijven tot het moment van de octrooiaanvraag. Elke openbaarmaking schaadt de nieuwheid zodat dan geen aanspraak meer kan worden gemaakt op een geldig octrooirecht.

Eigen karakter

Behalve dat een model nieuw moet zijn, moet het ook een eigen karakter hebben. Dat betekent dat de algemene indruk van het model volgens de ‘geïnformeerde gebruiker’ verschilt van de algemene indruk van andere, oudere modellen. De geïnformeerde gebruiker is in het hierna genoemde waterballonnenvoorbeeld degene die weet wat voor waterballonnen er op de markt zijn en welke vorm/uiterlijk die ballonnen hebben en moeten hebben om een goede, bruikbare waterballon te zijn.

Wat kan geen model zijn?

Soms is een ontwerp nieuw en heeft het een eigen karakter, maar is het toch geen geldig model. Er zijn namelijk verschillende uitzonderingen die gelden in het modellenrecht op basis waarvan je geen geldig modelrecht krijgt, zoals:

  1. Technische functie: als een product uitsluitend op een bepaalde manier is vormgegeven omdat dat de functionaliteit ten goede komt, kan de fabrikant geen modelbescherming claimen . Bij modelbescherming gaat het immers om het uiterlijk van een product. Dat er ook ándere technische alternatieven zijn, is daarbij niet relevant.
    Waterbalonnenvuller

    Voor de Bunch O Balloons waterballonnen (links) is een EU-modelregistratie verkregen:

    Daarmee wordt geprobeerd de waterballonnen van Toi-Toys (bovenste afbeelding rechts) van de markt te krijgen. Maar de geldigheid van de modelregistratie wordt door Toi-Toys betwist. Terecht.De rechter oordeelt in 2017 in een inbreukprocedure al dat de vormgeving geheel functioneel is. Door middel van een bundel rietjes die aan een koppelstuk bevestigd zijn, zodanig dat dit koppelstuk kan worden aangesloten op een kraan, is het mogelijk meerdere waterballonnen in één keer te vullen met water. Nadat de ballonnen gevuld zijn, sluiten ze automatisch door middel van de elastiekjes indien deze van de rietjes worden afgeschoven. Functioneel dus. Het EU-modelrecht op de Bunch O Balloons is daarmee niet geldig en Toi-Toys mag de Water Bombs gewoon op de markt brengen.Het EUIPO heeft in juni 2019 de nietigheid van het EU-model bevestigd, vanwege de louter functionele functie.Zadelhoes e-bikes
    Ook deze hoezen voor e-bikes zijn uitsluitend functioneel zodat het geregistreerde EU-model nietig is verklaard:
  2. Inbreuk op een ander IE-recht: een model dat inbreuk maakt op een ouder merk, auteursrechten of een eerder model, is niet geldig. Van inbreuk op een ouder merk zal in de praktijk bijvoorbeeld (en met name) sprake zijn bij logo’s die als model worden geregistreerd. Het is mogelijk voorafgaand aan een modelaanvraag het merkenregister te checken op gelijke(nde) merken die al bestaan en die mogelijk een bezwaar kunnen vormen voor een modelaanvraag. Inbreuk op eerdere auteursrechten komt in de praktijk vaker voor, omdat het auteursrecht in beginsel hetzelfde beschermt: het uiterlijk van een product of een logo. Of er oudere auteursrechten bestaan, is niet na te gaan. Er is namelijk geen register waar auteursrechten ingeschreven staan. Je wordt dus vaak pas met oudere auteursrechten geconfronteerd op het moment dat een partij bezwaar maakt tegen de registratie van je design als model.
  3. Kenmerkende eigenschappen: uit de modelregistratie moet duidelijk blijken waar nu eigenlijk bescherming voor wordt geclaimd. Als dat niet duidelijk is, krijg je ook geen geldig modelrecht. Van groot belang is dus dat de aanvraag op de juiste manier wordt ingediend, met goede kwaliteit foto’s/afbeeldingen. Raadzaam is om een modelaanvraag niet zelf in te dienen, maar dat te laten doen door een specialist: een van de juristen bij een merken- en modellenbureau. Die weten precies welke eisen er bijvoorbeeld worden gesteld aan het beeldmateriaal, hoeveel afbeeldingen er mogen worden toegevoegd et cetera.

Zo werkt de modelregistratieprocedure

Een EU-model aanvragen kan online via het EUIPO. De registratieprocedure is uitsluitend administratief en daardoor snel. Korte tijd nadat de modelaanvraag is ingediend, wordt het gepubliceerd en geregistreerd. Bedrijven kunnen de aanvraag zelf indienen.

Maar aan te raden is dit niet. Omdat het EUIPO (net als het BBIE) niet checkt of een modelaanvraag voldoet aan de wettelijke eisen (nieuwheid, eigen karakter) en of bijvoorbeeld de afbeeldingen/foto’s waarop het model is afgebeeld wel van goede kwaliteit zijn, is de kans vrij groot dat een modelregistratie uiteindelijk niet de gewenste bescherming oplevert.

In de praktijk gebeurt dat regelmatig. Dat kun je als bedrijf voorkomen door een specialist in te schakelen die de aanvraag verzorgt. Op de website www.bmm.nl staat een overzicht van alle erkende merken- en modellengemachtigden in de Benelux. Zij weten precies wat de vereisten zijn voor een goede modelaanvraag zodat je uiteindelijk een modelregistratie verkrijgt waar je ook echt wat aan hebt.


Meer weten over de bescherming van design/vormgeving? Lees het boek ‘IE in Bedrijf – Vormgeving’. In hard cover en als e-book te bestellen via de reguliere en online boekhandels, zoals Managementboek.

Design: hoe bescherm je je ontwerpen optimaal?

Lees hier de 6 belangrijkste voordelen van het beschermen van ontwerpen via het modellenrecht vs. het auteursrecht en merkenrecht.

Foto: Edho Pratama

Ontwerpers en bedrijven besteden in het ontwerpproces vaak geen of weinig aandacht aan juridische bescherming van hun designs. Met als resultaat dat je alleen op het auteursrecht kan terugvallen als je design wordt gekopieerd. Een gemiste kans. Vormgeving kan namelijk eenvoudig worden beschermd via het modellenrecht. Wat een model is, hoe je een model beschermt en wat de 6 voordelen zijn van een modelregistratie, lees je in dit artikel.

Wanneer wordt een ontwerp gezien als een model?

Daarvoor moeten we eerst weten wat een model precies is. De wet definieert een ‘model’ als volgt: ‘Als tekening of model wordt beschouwd het uiterlijk van een voortbrengsel of een deel ervan’. Daaronder vallen naast tweedimensionale tekeningen (zoals een logo of het patroon op kleding) ook driedimensionale producten: een kast, tafel, jurk, ketting, oorbel, koffiemok, etalagepop, lamp, iPhone, de velg van een auto et cetera.

Alles wat zichtbaar is in een product – het uiterlijk dus, niet de techniek – kan een model zijn. Anders dan vaak wordt gedacht, betekent dit dus ook dat het uiterlijk van gebruiksvoorwerpen voor modelbescherming in aanmerking komt; het gaat niet alleen maar om siervoorwerpen en logo’s. Zoals deze tafels die in 2014 door Eichholtz B.V. als EU-model zijn geregistreerd:

Eichholtz B.V. tafel: het op 6 mei 2014 aangevraagde en op 14 juli 2014 ingeschreven Gemeenschapsmodel met registratienummer 002458653-0014

En:

Eichholtz B.V. tafel: het op 6 mei 2014 aangevraagde en op 14 juli 2014 ingeschreven Gemeenschapsmodel met registratienummer 002458653-0032

Of deze kaarthouder van Secrid:

Secrid kaarthouder: Benelux modelregistratie 38548-01, gedeponeerd op 10 juni 2010 en ingeschreven op 11 maart 2011

Deze lamp van Edelman:

Edelman kerstboom-model met registratienummer 003844174-0003

Of verpakkingsmateriaal:

Het uiterlijk wordt volgens de regels in het modellenrecht afgeleid uit ‘de kenmerken van met name de lijnen, de omtrek, de kleuren, de vorm, de textuur of de materialen van het voortbrengsel zelf of de versiering ervan’. Er zijn dus allerlei factoren die het uiterlijk van een product bepalen.

Voordelen van een modelregistratie

Bescherming van design/vormgeving kan op verschillende manieren worden geclaimd. De meest gangbare manieren zijn:

  • Via het auteursrecht
  • Via het geregistreerde (EU-)modellenrecht
  • Via het merkenrecht

Bescherming via een geregistreerd EU-model heeft (veel) oordelen. Op zichzelf, maar ook ten opzichte van de hiervoor genoemde beschermingsvormen. De belangrijkste voordelen zijn:

  1. Registratiecertificaat
    Na registratie van een model krijg je een registratiecertificaat – een van de belangrijkste voordelen van een modelregistratie. Alleen al het hebben van een registratiecertificaat schrikt concurrenten en copycats vaak af, zodat je ze kunt dwingen te stoppen met het verhandelen van een product met een zelfde of gelijkend design. Dit is anders in bijvoorbeeld het auteursrecht. Het kost namelijk vaak veel moeite te bewijzen dat je design auteursrechtelijk beschermd is én dat je de rechthebbende bent. Met de registratie van een EU-model, is dat bewijs snel geleverd.
  2. Geldigheid
    Het geregistreerde modelrecht wordt geacht geldig te zijn – daar gaat de rechter automatisch van uit. Zie bijvoorbeeld deze uitspraak over de bescherming van de vormgeving van kasten. Het is vervolgens aan de mogelijke inbreukmaker om aan te tonen dat het model niet geldig is (zie voor de geldigheid van een model dit artikel). Dat is voor de modelrechthebbende een veel comfortabeler positie dan voor de auteursrechthebbende, die zijn auteursrecht moet bewijzen. Ook ten opzichte van het merkenrecht is dit een groot voordeel: aan de registratie van design als vormmerk worden namelijk zware eisen gesteld en aanvragen hiervoor worden vaak geweigerd door het merken- en modellenbureau dat de merken en modellen inschrijft (bij EU-merken en EU-modellen: het EUIPO en bij Benelux merken en modellen: het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom – BBIE).De registratie van design als model gaat echter zonder veel moeite. Het bureau beoordeelt de aanvrage van een model alleen op formele eisen (zoals: is de naam van de modelhouder ingevuld?) en kijkt niet naar de inhoudelijke eisen (oftewel: voldoet het model aan de eisen die gelden voor het verkrijgen van een geldig model, zoals de vereiste nieuwheid? Zie over die eisen dit artikel).
  3. Rechthebbende
    De geregistreerde modelhouder wordt geacht de rechthebbende te zijn. De rechter gaat dus niet alleen uit van de geldigheid van het geregistreerde model, maar de rechter gaat er ook van uit dat de modelhouder die wordt genoemd in de registratie de daadwerkelijke rechthebbende is. Dat bewijs is in het auteursrecht veel lastiger – en regelmatig zelfs niet – te leveren.
  4. Bescherming in alle EU-landen
    Met een EU-model krijg je bescherming in alle EU-landen. Dat betekent dat je in elk EU-land dat modelrecht kunt inzetten, zonder dat je product in elk EU-land op de markt hoeft te zijn. Maar het betekent ook dat als je vindt dat er inbreuk wordt gemaakt, de rechter in één bepaald land een verbod kan geven dat geldt voor álle EU-landen. Dat is een groot voordeel ten opzichte van bijvoorbeeld het auteursrecht dat vooral nationaal is geregeld en waarbij je nog steeds in elk land waar inbreuk wordt gemaakt een aparte procedure moet starten.
  5. Geen gebruikseis
    Er is geen gebruikseis. Anders dan in het merkenrecht, waar een merk vervallen kan worden verklaard als het gedurende vijf jaar na de registratie niet normaal is gebruikt, hoeft een model niet gebruikt te worden om geldig te zijn/blijven.
  6. Lage kosten
    De kosten van een geregistreerd EU-model zijn relatief laag: ongeveer EUR 350 als je het zelf online indient (wat overigens niet aan te raden is, omdat het meer behelst dan alleen het invullen van een formuliertje; klik hier voor meer informatie over de registratieprocedure) of rond de EUR 1.000 als je de registratie door een professioneel merken- en modellenbureau laat verzorgen. Het model wordt geregistreerd voor een periode van 5 jaar (met de mogelijkheid om het te vernieuwen tot maximaal 25 jaar).

Wat kun je met een EU-modelregistratie?

Met een EU-modelregistratie kun je tegengaan dat anderen een gelijke(nde) vormgeving hanteren voor producten. Elk gebruik kan worden verboden: het aanbieden, importeren, in voorraad houden, verkopen, exporteren, afbeelden op een website of in reclamemateriaal et cetera. Niet alleen in Nederland, maar in de hele EU.

Bedrijven die alleen belang hebben bij goede bescherming in de Beneluxlanden, kunnen in plaats van een EU-model een Beneluxmodel registreren. Daarmee kan tegen iets lagere kosten elk gebruik in de Benelux van producten met een gelijke(nde) vormgeving worden tegengegaan. Beperkter dus dan bij een EU-model, maar toch ook zeer waardevol vanwege de genoemde voordelen van een modelregistratie.

Voorbeelden uit de rechtspraak

Dat een EU-modelregistratie van grote waarde is, volgt ook uit diverse juridische procedures waarbij de inzet inbreuk op een (geregistreerd) EU-model is.

Lamzac

Zo is sinds 2016 regelmatig geprocedeerd over de Lamzac loungebag, de inmiddels bekende met lucht gevulde zak waar je op kunt liggen:

Lamzac Loungebag

Een product dat erg populair blijkt, zowel bij consumenten als bij concurrenten, die het design en masse hebben gekopieerd. Omdat de Lamzac als EU-model geregistreerd is, kan de modelrechthebbende (Fatboy, bekend van de zitzakken) de inbreuken vrij eenvoudig en snel tegengaan. Er is al tegen meerdere partijen een EU-verbod uitgesproken. Zie bijvoorbeeld: hier en hier. Een duur grapje voor de inbreukmakers. De verliezende partij moet in dit soort zaken bij de Nederlandse rechter namelijk de volledige proceskosten, inclusief advocaatkosten, betalen.

Het EUIPO, het merken- en modellenbureau dat alle EU-modellen inschrijft, heeft op verzoek van een concurrent ook al een oordeel gegeven over de vraag of het EU-modelrecht van de Lamzac wel geldig is (zie hier voor de eisen die aan een modelregistratie worden gesteld om geldig te zijn). Dat is het geval. Fatboy heeft daarmee dus een sterk recht, dat ingezet kan worden tegen de vele copycats die er zijn in de EU.

Dat Fatboy niet álle zogenaamde ‘namaak’ kan tegengaan, volgt uit een aantal uitspraken uit 2018 – 2020 van het EUIPO waarin Fatboy de nietigheid van modelregistraties van (vooral Chinese) concurrenten inriep vanwege inbreuk op haar eigen modelrechten. Het EUIPO heeft de claims van Fatboy afgewezen en geoordeeld dat geen inbreuk is gemaakt op de EU-modelrechten op de Lamzac. Dat was bijvoorbeeld het geval bij een nietigheidsprocedure tegen dit ‘loungebed’:

Casa Vigar – afwasborstels

Dat modelregistraties in elke productbranche van belang kunnen zijn, blijkt uit de hieronder afgebeelde afwasborstels. Rechts: de afwasborstels van Casa Vigar, zoals geregistreerd als EU-model. Links: de afwasborstels van Edco die onder meer via Kruidvat werden verkocht.

Casa Vigar - afwasborstels

De rechter vond dat de Edco-borstels dezelfde totaalindruk tonen als de borstels van Casa Vigar: “een staande vrouwelijk figuur met een lange hals/nek, zonder armen, in een strakke avondjurk met een sleepje, met de borstelkop en borstel als ‘gezicht’ en ‘haar’. Beide borstelkoppen hebben een vergelijkbare ronde vorm, met een gezichtje en een deel van het kapsel erop getekend. De positionering van de borstelharen op de borstelkop is eveneens vergelijkbaar: de borstelharen zijn bovenop de borstelkop aangebracht, zodanig dat het ‘haar’ van de vrouwfiguur bovenop het hoofd strak omhoog naar achteren staat, in een ‘gekleed’ kapsel.

Simplot-friet

Ook in de voedingsindustrie zijn modellen van belang. Over de gedraaide friet van Simplot, geregistreerd als model (zie hieronder), is al lange tijd een juridische discussie gaande.


Model friet zoals gebruikt


Model friet zoals ingeschreven

 

De bekende frietproducent McCain startte in 2017 een nietigheidsprocedure tegen de modelregistratie van Simplot. Tevergeefs. Het EUIPO heeft twee keer bevestigd dat het model geldig is. Simplot startte in de tussentijd een procedure tegen McCain. McCain maakt volgens Simplot inbreuk op haar modelrechten door het op de markt brengen van McCains ‘Rustic Twist’-friet:

In de eerste spoedprocedure (kortgeding) heeft Simplot zowel bij de rechtbank als in hoger beroep bij het gerechtshof gewonnen en heeft McCain een EU-verbod opgelegd gekregen. In de uitvoeriger bodemprocedure moet nog een eindbeslissing worden genomen, omdat het inmiddels verschenen eindoordeel in de nietigheidsprocedure bij het EUIPO moest worden afgewacht. Of McCain ook in de bodemprocedure een EU-verbod om de oren krijgt, is dus nog even afwachten. Maar onwaarschijnlijk is het niet, nu de modelregistratie van Simplot overeind is gebleven en de Rustic Twist-friet veel overeenkomsten vertoont.

Ook in dit geval dus een slimme zet om de productvormgeving als model te registreren. Zo zijn er tal van voorbeelden te noemen waaruit het belang van EU-modelregistraties blijkt. Maar veel bedrijven en ondernemers zijn nog onvoldoende op de hoogte van het belang en de vele voordelen van een geregistreerd EU-modelrecht. Bescherming van je design via het modellenrecht is een – nog altijd – te goed bewaard geheim. Dat zou het niet moeten zijn!


Meer weten over de bescherming van design/vormgeving? Lees het boek ‘IE in Bedrijf – Vormgeving’. In hard cover en als e-book te bestellen via de reguliere en online boekhandels, zoals Managementboek.

Nieuwe regels voor platform-to-business platforms

Internet platforms met zakelijke klanten die producten of diensten aan consumenten verkopen krijgen op zeer korte termijn te maken met nieuwe regels. Zij hebben tot 12 juli 2020 om te zorgen dat zij voldoen aan de nieuwe regels in de ‘Platform-to-business Verordening’.

De Verordening geldt voor platforms als Bol.com, booking.com, marktplaats.nl maar ook vergelijkingssites en reserveringsplatforms waarop zakelijke gebruikers producten of diensten aan consumenten aanbieden. Het moet gaan om zakelijke klanten en consumenten in de EU. Het platform zelf hoeft niet in de EU gevestigd te zijn.

Dergelijke platforms moeten aantal wijzigingen doorvoeren in hun websites, processen en algemene voorwaarden.

De Verordening moet zorgen voor meer transparantie en een beter evenwicht in de relatie tussen platforms en hun zakelijke gebruikers. Zo moeten platforms in hun algemene voorwaarden meer transparantie geven over bepaalde onderwerpen als de ratingsystematiek, de voorwaarden voor het blokkeren van accounts en producten of diensten die zij zelf verkopen.

Verder moeten zij zorgen voor een intern klachtenafhandelingssysteem, moeten zij in hun algemene voorwaarden mediators benoemen die kunnen bemiddelen bij geschillen en is er procedure voor wijziging van de algemene voorwaarden.

Uitzonderingen voor kleine platforms

Voor kleinere platforms is er op dit punt een beetje goed nieuws: er zijn twee verplichtingen waar zij niet aan hoeven te voldoen: zij hoeven geen klachtenafhandelingsprocedure te hebben en hoeven ook geen bemiddelaars aan te wijzen in hun algemene voorwaarden.

Wanneer is een platform klein? Daar is een ingewikkelde formule voor maar samengevat komt het er op neer dat een bedrijf dat zelf minder dan 50 personen in dienst heeft en minder dan 10 miljoen euro jaaromzet heeft is aan te merken als klein.

Wat zijn de nieuwe regels?

Dit zijn samengevat de nieuwe regels:

  1. Informatie in algemene voorwaarden. Een belangrijk speerpunt van de verordening is dat er in de algemene voorwaarden meer informatie moet worden opgenomen over een aantal verschillende onderwerpen.
    1. Inzicht in de rankings op platforms, zoals dat gebruikers kunnen betalen om hoger in de ranking komen;
    2. Een omschrijving van de omstandigheden waaronder het account van een zakelijke gebruiker kan worden geblokkeerd of opgeheven;
    3. Informatie over de mogelijkheden die het platform biedt om de producten of diensten van de zakelijke gebruiker op de markt te brengen;
    4. Informatie over de redenen van eventuele beperkingen die het platform aan zakelijke gebruikers oplegt om via andere kanalen producten en diensten te verkopen;
    5. Informatie over de eventuele aanvullende producten of diensten die het platform of andere partijen aan de consumenten aanbieden voordat de transactie wordt afgerond;
    6. De voorwaarden waaronder de zakelijke klant het account kan opheffen (de overeenkomst kan beëindigen) en een uitleg over toegang tot de informatie in het account;
    7. De afspraken over de intellectuele eigendomsrechten van zakelijke gebruikers;
    8. Een uitleg over de eventuele toegang die zakelijke gebruikers hebben tot data op het platform;
    9. Informatie over het interne klachtenafhandelingssysteem (zie ook onder 6);
    10. Een indicatie van de mediators die worden aangewezen om te bemiddelen bij eventuele geschillen (zie ook onder 7).
  2. Eisen aan de algemene voorwaarden zelf. De algemene voorwaarden zelf moeten eenvoudig beschikbaar zijn en in duidelijke en begrijpelijke taal zijn opgesteld.
  3. Wijziging van de algemene voorwaarden. Voor wijziging van de algemene voorwaarden geldt een procedure: zakelijke klanten moeten daar uiterlijk 15 dagen vooraf over worden geïnformeerd. Als de zakelijke klanten zelf voorzieningen moeten treffen om de wijzigingen te faciliteren en 15 dagen daar niet genoeg voor is, moet een langere termijn worden gegund. Als zakelijke klanten het niet eens zijn met de wijzigingen, moeten zij hun account kunnen opheffen.
  4. Procedure voor blokkeren of opheffen accounts. Wanneer het platform het account van een zakelijke gebruiker wil blokkeren of opheffen geldt hier ook een procedure voor: de zakelijke gebruiker moet er over worden geïnformeerd en moet de mogelijkheid krijgen om zijn visie kenbaar te maken in een interne klachtenafhandelingsprocedure (zie onder 6).
  5. Informatie verstrekken op het platform zelf:
    1. De identiteit van de zakelijke gebruikers moet voldoende duidelijk zichtbaar zijn op het platform;
    2. Er moet informatie worden gegeven over de redenen van eventuele beperkingen die het platform aan zakelijke gebruikers oplegt om via andere kanalen producten en diensten te verkopen.
  6. Invoeren van een intern klachtenafhandelingsprocedure. Platforms moeten een interne klachtenafhandelingsprocedure hebben die kosteloos is en makkelijk toegankelijk voor de zakelijke gebruikers. Deze verplichting geldt niet voor kleine platforms.
  7. Zorgen voor mediation. Om te geschillen die niet kunnen worden opgelost in de klachtenafhandelingsprocedure toch proberen op te lossen, moeten platforms twee of meer bemiddelaars (mediators) aanwijzen. Van de zakelijke klant en het platform wordt vervolgens verwacht dat zij meedoen aan deze mediation. Het platform moet de ‘redelijke kosten’ van de mediation dragen maar de mediator kan de uiteindelijke verdeling van de kosten voorstellen die door de beide partijen moet worden vastgesteld. Beide partijen mogen wel gewoon naar de rechter stappen. Ook deze verplichting geldt niet voor kleine platforms.

Wat als een platform zich niet aan de regels houdt?

Als algemene voorwaarden niet voldoen aan de transparantie-eisen en wijzigingen van de algemene voorwaarden plaatsvinden in strijd met de wijzigingsprocedure, zijn ze nietig en daarmee niet bindend voor de zakelijke gebruiker.

Daarnaast kunnen ondernemers, als een platform zich niet aan de nieuwe regels houdt, de rechter vragen een einde te maken aan de niet-naleving van de regels. Dit kunnen ondernemersorganisaties of -verenigingen ook doen.

Wat zijn de actiepunten voor platform-to-business platforms?

Platforms met zakelijke klanten die de verkoop van producten of diensten aan consumenten faciliteren zullen:

  1. hun algemene voorwaarden moeten updaten;
  2. hun procedure voor wijziging van de algemene voorwaarden moeten reviewen en waar nodig updaten;
  3. hun procedure voor het blokkeren en opheffen van accounts moeten reviewen en waar nodig updaten;
  4. een klachtenafhandelingsprocedure moeten opzetten of, als ze deze al hebben deze moeten aanpassen waar dat nodig is;
  5. mediators moeten benoemen in hun algemene voorwaarden.

De laatste twee verplichtingen gelden niet voor kleine platforms.

Extra informatie over duurzaamheid beleggingen: nadere regels

Zoals al eerder aangekondigd treden op 10 maart 2021 extra regels in werking over informatieverschaffing over duurzaamheid van beleggingen op grond van de Europese Verordening 2019/2088 betreffende informatieverschaffing over duurzaamheid in de financiëledienstensector (in het Engels: Sustainable Finance Disclure Regulation of SFDR). Veel vereisten uit de SFDR worden nader uitgewerkt in technische reguleringsnormen (regulatory technical standards of RTS). Deze worden hieronder besproken.

RTS

Zoals gebruikelijk bij Europese regels vindt regelgeving plaats op meerdere niveaus. Om die reden wordt de SFDR nader uitgewerkt in RTS. Onlangs is een concept gepubliceerd ten behoeve van de consultatie. Deze concept-RTS bevatten naast wat algemene regels, gedetailleerde regels over de vorm en inhoud van de informatieverschaffing en transparantievereisten voor ESG-beleggingen en duurzame beleggingen.

Algemene regels

Informatie die op grond van de RTS moet worden verstrekt moet makkelijk toegankelijk, niet-discriminerend, kosteloos, eenvoudig, beknopt, begrijpelijk, redelijk, duidelijk en niet-misleidend zijn. Hiernaast moet de presentatie zodanig zijn dat de informatie eenvoudig te lezen is waarbij tekens van redelijke grootte worden gehanteerd en de presentatie moet in een zodanige stijl zijn opgesteld dat dit het begrip vergemakkelijkt. Tevens dient informatie in een doorzoekbaar elektronisch formaat te worden verschaft en moeten partijen de informatie op hun websites actueel houden. Updates moeten als zodanig herkenbaar zijn: de datum van de update en de wijzigingen moeten duidelijk worden aangegeven. Tot slot moeten bij verwijzing naar rechtspersonen en financiële instrumenten, de LEIs en ISINs worden weergegeven.

Met name deze algemene eisen aan vorm en inhoud van de informatie klinken zeer vergaand. De vraag is of dat echt zo is. Ook nu al geldt een aantal van deze uitgangspunten voor een belangrijk deel al op grond van de bestaande toepasselijke regimes (zoals MiFID II, AIFMD, UCITS, etc.). Op grond van artikel 4:19 Wft geldt bijvoorbeeld al dat informatieverstrekking door financiële ondernemingen correct, duidelijk en niet misleidend moet zijn terwijl op grond van het BGfo diverse (verplichte) informatie ook kosteloos moet worden verstrekt. Daarbij dwingt het civiele recht partijen ook nu al om, ter voorkoming van eventuele aansprakelijkheid, informatie begrijpelijk te presenteren. De vraag is dus in hoeverre deze algemene eisen op grond van de RTS echt verdergaand zijn. Dat laat onverlet dat van partij tot partij moet worden bekeken of de nieuwe algemene vereisten op onderdelen toch een uitbreiding van het al van toepassing zijnde regime betekenen.

Inhoud

De RTS schrijven in verregaande mate voor welke informatie moet worden verschaft in het kader van de SFDR. Afhankelijk van het specifieke transparantievereiste, bevatten de RTS diverse lijstjes met onderwerpen die moeten worden meegenomen bij informatieverschaffing. Deze lijstjes worden op hun beurt veelal verder uitgewerkt in nadere lijstjes met (sub)onderwerpen (en soms nadere regels) per (hoofd)onderwerp. Ter illustratie:

De verplichting om informatie te verschaffen over belangrijke ongunstige effecten van beleggingsbeslissingen vereist dat daarover op de website een aparte verklaring wordt opgenomen. Deze verklaring moet worden opgesteld in de vorm als opgenomen in tabel 1 van Annex I (in totaal 11 blz.) en moet de volgende onderwerpen bevatten:

  • Samenvatting
  • Beschrijving van belangrijke ongunstige effecten
  • Beschrijving van beleid om belangrijke ongunstige effecten te identificeren en te rangschikken
  • Beschrijving van acties ter adressering van belangrijke ongunstige effecten
  • Betrokkenheidsbeleid (engagement)
  • Verwijzingen naar internationale standaarden.

De RTS bepalen vervolgens per onderwerp wat aan de orde moet komen. Zo moet de samenvatting de naam van de betreffende partij bevatten, het feit dat belangrijke ongunstige effecten in ogenschouw worden genomen en de periode waar de verklaring op ziet. Daarnaast mag de samenvatting niet langer zijn dan twee A4 en moet deze aan de hieronder te bespreken taaleis te voldoen.

In andere gevallen wordt geen gebruik gemaakt van lijstjes met onderwerpen in een Annex maar bevatten de RTS zelf een nadere opsomming zoals voor producttransparantie over ESG-beleggingen en duurzame beleggingen op websites.

Het komt er dus op neer dat per transparantieverplichting in de RTS wordt bepaald welke (hoofd- en sub)onderwerpen moeten worden belicht en op welke wijze dat moet gebeuren. In die zin hebben de RTS een zeker ‘vinkgehalte’. Zolang de lijstjes de lading goed dekken is dit vanuit transparantieoogpunt prima maar het risico bestaat wel dat transparantie eerder een compliance-exercitie wordt die niet noodzakelijk het inzicht vergroot. Vergelijk in dit verband de eisen die aan een prospectus worden gesteld die hebben geleid tot lijvige documenten die niet altijd begrijpelijker waren.

Vorm

De RTS bevatten een vijftal templates die moeten worden gebruikt voor bepaalde informatieverschaffing:

  • een template voor de verklaring inzake belangrijkste ongunstige effecten van beleggingsbeslissingen
  • twee templates voor precontractuele informatie over ESG-beleggingen en duurzame beleggingen
  • twee templates voor periodieke rapportages over ESG-beleggingen en duurzame beleggingen.

Op dit moment bevat de conceptversie van de RTS echter alleen nog de template voor de verklaring inzake belangrijkste ongunstige effecten van beleggingsbeslissingen. De inhoud van de overige templates is nog opengelaten en moet verder worden afgewacht.

Taal

De samenvatting van de verklaring inzake belangrijkste ongunstige effecten van beleggingsbeslissingen moet in ieder geval worden opgesteld in één van de officiële talen van de thuislidstaat van de financiëlemarktdeelnemer en, indien van toepassing, in een taal die in internationale financiële kringen gebruikelijk is. Dit betekent voor financiëlemarktdeelnemers die Nederland als thuislidstaat hebben dat zij deze samenvatting dus in ieder geval in het Nederlands ter beschikking moeten stellen. Alleen een Engelstalige samenvatting volstaat dus niet. Hier moet dus rekening mee gehouden worden vanaf 10 maart 2021.

Nadere eisen voor ESG-beleggingen en duurzame beleggingen

De RTS bevatten specifieke en gedetailleerde eisen voor informatie over ESG-beleggingen en duurzame beleggingen. De eisen betreffen precontractuele informatie, informatie op websites en periodieke rapportage. Ook hier is weer sprake van dezelfde getraptheid. Ter illustratie:

Precontractuele informatie over duurzame beleggingen moet een zevental onderwerpen bevatten aan de hand van de template uit Annex III (waarvan de inhoud nog onbekend is):

  • Duurzame doelstelling van de belegging
  • Afwezigheid van materiële schade aan deze doelstelling door de beleggingen
  • Beleggingsbeleid
  • Duurzame indicatoren
  • Gebruik van derivaten
  • Verwijzing naar de website
  • Al naar gelang het product: duurzame doelstelling met gebruik van een index of vermindering van CO2-uitstoot.

De RTS werken vervolgens per onderwerp nader uit welke informatie moet worden verschaft.

De transparantievereisten voor websites gaan, wat betreft het aantal onderwerpen, nog verder want websites moeten op 12 onderwerpen informatie over ESG-beleggingen en duurzame beleggingen bevatten. Extra onderwerpen zijn bijvoorbeeld de gebruikte methodologie om de impact te berekenen, de uit te voeren due diligence en het te hanteren engagementbeleid. Bij de rapportage achteraf ligt de nadruk vervolgens op zes onderwerpen zoals een beschrijving in hoeverre het beoogde (ESG- of duurzame) doel bereikt is, ook in vergelijking tot eerdere verslaggevingsperioden (vanaf 2022).

Overigens is wat betreft duurzaamheid tevens de voorgestelde Verordening voor een raamwerk voor duurzame beleggingen (ook wel Taxonomieverordening) van belang omdat deze verordening nadere invulling geeft aan de criteria voor duurzaamheid.

Wanneer meer duidelijkheid?

De SFDR is van toepassing vanaf 10 maart 2021 en ook de RTS zullen vanaf die datum van toepassing zijn.

De consultatie van de concept-RTS loopt tot 1 september 2020. Aandachtspunt hierbij is dat verschillende Annexen bij de RTS op dit moment niet bekend zijn. Het is de verwachting dat de definitieve RTS eind 2020, begin 2021 door de Commissie zullen worden vastgesteld.

Financiëlemarktdeelnemers moeten in ieder geval met ingang van 10 maart 2021 op basis van de SFDR en de RTS vrij gedetailleerde informatie verschaffen. Dit noopt tot het tijdig nagaan welke extra informatie vereist zal zijn, het opstellen van de vereiste informatie en het (voorbereiden van) beschikbaarstelling daarvan. Het is de vraag of het raadzaam is te wachten tot de definitieve RTS door de Commissie zijn vastgesteld omdat er dan nog weinig tijd rest tot 10 maart 2021. Het zou daarbij niet de eerste keer zijn dat de definitieve RTS pas kort voor de datum waarop de nieuwe regels van toepassing zijn, worden gepubliceerd. Enig vooruitwerken lijkt daarmee op zijn plaats.