Berichten

Rome II-verordening en verjaring

Bij internationale niet-contractuele vorderingen waarop Rome II van toepassing is valt het verjaringsrecht op grond van artikel 15h binnen de werkingssfeer van het toepasselijke recht. Is het recht van een ander land van toepassing dan zal een gunstigere wettelijke regeling van de verjaring in het land waar de procedure gevoerd wordt en waar het slachtoffer woonachtig is in principe niet worden beschouwd als uitzondering in de zin van artikel 16 Rome II. Artikel 16 Rome II wordt strikt uitgelegd. Artikel 28 van Richtlijn 2009/103/EG bevat geen collisieregels in de zin van artikel 27 Rome II.

Annotatie HvJ EU C-149/18, 31-01-2019, ECLI:EU:C:2019:84 (Da Silva Martins) in  AV&S 2019/33.

Lees het artikel

Rome II-verordening en verjaring

Bij internationale niet-contractuele vorderingen waarop Rome II van toepassing is valt het verjaringsrecht op grond van artikel 15h onder de werkingssfeer van het toepasselijke recht. Een gunstigere wettelijke regeling ten aanzien van de verjaring in het land waar de procedure wordt gevoerd levert in principe geen uitzondering op in de zin van artikel 16 Rome II. Artikel 16 Rome II wordt strikt uitgelegd.

Ieder land in Europa heeft zijn eigen verjaringsrecht. De verjaringstermijn kan variëren van 1 jaar tot 30 jaar. Ook de datum van aanvang verschilt per land. Bovendien zijn er verschillen in de wijze waarop de verjaringstermijn gestuit kan worden. In het ene land moet dit door het starten van een procedure. In het andere land volstaat een brief of loopt de verjaringstermijn niet zolang partijen met elkaar onderhandelen.

Bij onrechtmatige gedragingen met een internationaal aspect doet zich de vraag voor welke verjaringstermijn van toepassing is.

In de Rome II verordening, waarin de regels zijn opgenomen ten aanzien van het toepasselijke recht dat van toepassing is op grensoverschrijdende niet-contractuele vorderingen, is bepaald dat onder de werkingssfeer van het toepasselijke recht ook de verjarings- of vervaltermijn valt (artikel 15h Rome II). Maar wat als het recht van het land waar het slachtoffer woonachtig is en waar hij een procedure start een gunstiger verjaringsregime heeft dan de verjaringstermijn van het land waarvan het recht conform Rome II van toepassing is?

Op de bepalingen van Rome II kan een uitzondering gemaakt worden in geval van bepalingen van bijzonder dwingend recht van de rechter bij wie de zaak aanhangig is (artikel 16 Rome II). De vraag is of deze uitzondering van toepassing is wanneer in het land waar de zaak aanhangig is een gunstiger, slachtoffervriendelijk, verjaringsregime geldt. Deze vraag deed zich voor in de zaak Da Silva HvJEU 31 januari 2019, ECLI:EU:C:2019:84.

De casus was als volgt. Op 20 augustus 2015 raakt een Portugees voertuig beschadigd bij een verkeersongeval in Spanje waarbij ook een Spaans voertuig betrokken is. De Portugese bestuurder, Da Silva Martins vordert vergoeding van de door hem geleden schade van de Spaanse WAM-verzekeraar, Segur Aixa. Hij start op 11 november 2016 een gerechtelijke procedure in Portugal.

Segur Aixa stelt in de procedure dat Spaans recht op de vordering van toepassing is en dat de vordering verjaard is omdat de verjaringstermijn naar Spaans recht één jaar is. Da Silva Martins stelt dat in zijn geval het Portugese verjaringsrecht, van 3 jaar, van toepassing is. De rechter in eerste aanleg stelt Segur Aixa in het gelijk. Spaans recht is van toepassing en naar Spaans recht is de zaak verjaard. De rechter wijst de vordering af. Da Silva Martins gaat vervolgens in hoger beroep.

Het Portugese gerechtshof vraagt zich vervolgens af of de in Portugal geldende verjaringstermijn moet worden beschouwd als een bepaling van bijzonder dwingend recht in de zin van artikel 16 Rome II en legt deze vraag voor aan het Europese Hof. Het Europese Hof is van mening dat dit niet het geval is. Zij wijst er op dat de uitzondering van artikel 16 Rome II strikt moet worden uitgelegd.

Volgens de rechtspraak van het Europese Hof dient aan de hand van grondige analyse van de bewoording, de algemene opzet, de doelstelling van de bepaling en de context waarin zij tot stand is gekomen beoordeeld te worden of in de nationale rechtsorde aan die betreffende bepaling een dergelijk groot belang toekomt dat het gerechtvaardigd is om af te wijken van het recht dat krachtens Rome II van toepassing is (zie het arrest Unamar, E-184/12, EU:2013:663).

Het Europese Hof benadrukt bovendien dat artikel 15 h van Rome II expliciet bepaalt dat het toepasselijke recht ook de verjaringstermijn regelt. Als een andere verjaringstermijn zou worden toegepast dan dat van het toepasselijke recht dan kan dit de rechtszekerheid aantasten.

De uitspraak is op zich niet verrassend. Het maakt echter wel duidelijk dat het bij grensoverschrijdende niet contractuele vorderingen van belang is om in een vroeg stadium vast te stellen welk recht van toepassing is, wat de verjaringstermijn is, wanneer deze aanvangt en op welke wijze deze gestuit moet worden.

Rome II en overlijdensschade. Uitleg van het begrip schade.

Bij grensoverschrijdende overlijdensschade kan het voorkomen dat nabestaanden in verschillende landen, anders dan het land waar het ongeval plaatsvond, schade lijden. De vraag doet zich in zo’n geval voor welk recht op de vordering van toepassing is. Moet deze schade als directe schade beschouwd worden of moet het worden aangemerkt als indirect gevolg van het ongeval, zelfs indien de schadevergoedingsvordering als een iure proprio (een eigen recht) wordt aangemerkt?

Deze vraag werd recentelijk voorgelegd aan het Hof van Justitie van de EU (verder: HvJEU) in de zaak Florin Lazar/Allianz SpA C-350/14.

De dochter van Florin Lazar, een Roemeens staatsburger, was overleden als gevolg van een verkeersongeval in Italië met een niet geïdentificeerd voertuig.  Zij woonde ten tijde van het ongeval in Italië evenals haar moeder en grootmoeder.

Vader Florin Lazer dagvaardt verzekeringsmaatschappij Allianz SpA in haar hoedanigheid van door het garantiefonds voor verkeersslachtoffers aangewezen vennootschap. Moeder en grootmoeder interveniëren in het geding en vorderen eveneens vergoeding van de door hen geleden materiële en immateriële schade. Op de vordering van moeder en grootmoeder is Italiaans recht van toepassing. De vraag die aan het HvJEU wordt voorgelegd is of op de vordering van Florin Lazar Roemeens recht van toepassing is.

Uit overwegingen 16 en 17 van de Rome II verordening volgt dat bij bepaling van het toepasselijk recht aanknoping gezocht wordt met het land van de plaats waar de directe schade zich heeft gedaan. (de ‘lex loci damni’). Het toepasselijk recht moet worden bepaald volgens de plaats waar de schade zich voordoet, ongeacht in welke landen de indirecte gevolgen van die gebeurtenis zich voordoen. Bij letsel- en materieel schade moet het land waar die schade is opgelopen gelden als het land waar de schade zich voordoet.

De uitzondering op de regels zijn gegeven in artikel 4 lid 2 en 3. Ingeval degene wiens aansprakelijkheid in het geding is en degene die de schade lijdt beiden hun gewone verblijfplaats hebben in hetzelfde land op het tijdstip waarop de schade zich voordoet, is het recht van dat land van toepassing. Verder kan het recht van een ander land van toepassing zijn indien hiermee een kennelijk nauwere band bestaat.

Artikel 15 onder c en f bepalen dat het recht dat van toepassing is het bestaan, de aard en de begroting van de schade regelt alsook bepaalt wie er recht heeft op vergoeding van persoonlijk geleden schade.

Het HvJEU overweegt dat uit overweging 17 van Rome II volgt dat wanneer het intreden van directe schade kan worden vastgesteld, de plaats waar deze directe schade zich heeft voorgedaan het relevante aanknopingspunt zal zijn voor het bepalen welk recht van toepassing is. Dit ongeacht de indirecte gevolgen van het ongeval.

In dit geval bestaat de directe schade uit het letsel van de dochter als gevolg waarvan zij is overleden. Deze schade heeft zich in Italië voorgedaan. De schade die vervolgens door de familieleden is geleden moet worden beschouwd als indirect gevolg van het ongeval. Dit betekent dat hierop derhalve dus ook ten aanzien van Florin Lazar Italiaans recht van toepassing is.

Het HvJEU overweegt dat deze uitleg ook strookt met artikel 15 onder f. Hierin wordt immers bepaald dat het toepasselijk recht bepaalt wie schade kunnen vorderen. Het draagt voorts bij tot het verwezenlijken van de doelstelling om te zorgen voor voorspelbaarheid en uniformiteit. Het HvJEU overweegt daarbij dat hiermee ook voorkomen wordt dat de onrechtmatige daad wordt ontleed in verschillende delen die aan verschillend recht onderworpen zijn naargelang de plaats waar andere personen dan het directe slachtoffer schade lijden.

Het HvJEU verklaart dan ook voor recht: dat voor het bepalen van het recht dat van toepassing is op een niet-contractuele verbintenis voortvloeiend uit een verkeersongeval, artikel 4 lid 1 van de verordening aldus moet worden uitgelegd dat schade in verband met overlijden van een persoon bij een verkeersongeval dat zich in de forumstaat heeft voorgedaan, die wordt geleden door de in een andere lidstaat wonende familieleden van die persoon als “indirecte gevolgen” van dat ongeval in de zin van die bepaling moet worden aangemerkt.

Alhoewel het HvJEU verwijst naar verkeersongevallen zal, gezien de uniformiteit die wordt nagestreefd, dit ook van toepassing zijn op andere overlijdensschade zaken waarop artikel 4 Rome II van toepassing is en waarbij de directe schade kan worden vastgesteld. Bovendien zal deze uitleg van het begrip schade in verband met overlijden ook van toepassing zijn bij vaststelling van de bevoegde rechter op grond van artikel 7 lid 2 Herschikking EEX-Verordening.   

Voor de Nederlandse praktijk is de uitspraak voor wat betreft bepaling van het toepasselijk recht bij grensoverschrijdende verkeersongevallen minder relevant wanneer het Haags Verkeersongevallenverdrag van toepassing is. In die zaken wordt immers aan de hand van de regels van het Haags Verkeersongevallenverdrag bepaald welk recht van toepassing is. Voor andere grensoverschrijdende overlijdensschade waarop artikel 4 Rome II van toepassing is, is dat echter wel het geval.