Berichten

Podcast Legaltree

Podcast auteursrecht: wat is het en hoe werkt het?

Wat is auteursrecht? Wat wordt beschermd door het auteursrecht? Hoe ontstaat auteursrecht? Hoe bescherm ik mijn werk? Mag je uit ander werk putten? Wie is de rechthebbende van het auteursrecht? Onder welke omstandigheden is er sprake van een inbreuk op het auteursrecht? Wat kun je vorderen bij een inbreuk?

Marjolein Driessen, Legaltree-partner en coauteur van de boekenreeks IE in Bedrijf, in een interview door Legaltree directeur en oud-minister  Ard van der Steur over auteursrecht.

Auteursrecht: mag je al die mooie schaatsfoto’s en oudhollandse winterplaatjes zomaar gebruiken en delen?

In hoeverre mag je foto’s hergebruiken?

Foto: Marjolein Driessen / vrij te gebruiken

Afgelopen week (7 – 14 februari 2021) veranderde Nederland in een fantastisch winterlandschap. Er werd volop gesleed en na een aantal dagen en nachten strenge vorst, ook volop geschaatst. Het leverde ontelbare mooie plaatjes op. Van winterse landschappen, schaatsen op natuurijs, molens op de achtergrond tot vogels in de sneeuw, peuters voor het eerst op het ijs en mooie zonsopkomsten.

De gemaakte foto’s worden door Jan en alleman gedeeld en gebruikt. Het retweeten op Twitter van een foto of het delen op andere sociale mediakanalen is natuurlijk zonder probleem, op voorwaarde dat de maker/rechthebbende die foto daar heeft geplaatst of toestemming heeft gegeven om dat te doen (en daarmee volgens de algemene voorwaarde van bijvoorbeeld Twitter dus automatisch toestemming geeft de foto op dat specifieke medium verder te verspreiden). Maar wat wel een probleem is, is dat zo’n foto op internet vaak een geheel eigen leven gaat leiden. Te pas en te onpas wordt zo’n foto gebruikt en steeds meer zonder überhaupt nog te vermelden wie de maker is. Dat valt (gelukkig) menigeen op, zie bijvoorbeeld deze reactie op Twitter:

Dat dat bij ‘onwetend Nederland’ gebeurt, is zeker ook niet okay, maar nog tot daar aan toe. Wat een groter probleem is, is dat ook bedrijven en bijvoorbeeld nieuwszenders nog (te) vaak de fout begaan om dit soort foto’s gewoon maar te gebruiken op hun eigen materiaal/websites en in nieuwsitems.

Zoals ik in een eerder blog al schreef, lijkt niemand zich meer echt af te vragen of het knippen en plakken van zo’n foto wel is toegestaan. Het is immers een fluitje van een cent. Aan auteursrecht wordt vaak niet gedacht – of er worden verkeerde aannames gedaan, zie hieronder – laat staan aan het risico dat daarvoor op enig moment betaald moet gaan worden. Maar het overgrote deel van de foto’s is beschermd door het auteursrecht en die kun je vaak dus niet zonder toestemming gebruiken (lees: kopiëren en/of publiceren). Voor een uitgebreidere uitleg over het auteursrecht verwijs ik onder andere naar dit eerdere blog. Ik leg hieronder uit hoe het specifiek zit met auteursrecht op foto’s.

Mag je foto’s van anderen zomaar gebruiken?

Foto’s worden in verreweg de meeste gevallen als creatief, oorspronkelijk werk gezien waarbij de fotograaf persoonlijke keuzes heeft gemaakt. Bijvoorbeeld voor wat betreft het onderwerp van de foto, welke sfeer een foto uit moet stralen, de compositie, de hoek van waaruit de foto wordt gemaakt, de belichting, het diafragma en de sluitertijd. Daarnaast maakt een fotograaf vaak in de nabewerking allerlei creatieve keuzes. Dat maakt dat foto’s in verreweg de meeste gevallen beschermd zijn door het auteursrecht en dat de rechthebbende, vaak de fotograaf, anderen kan beletten zijn of haar foto’s zonder toestemming te gebruiken. Wordt zo’n foto toch zonder toestemming gebruikt, dan zal daar een vergoeding tegenover moeten staan. Géén boete – zoals vaak gedacht wordt – maar de reële geleden schade moet vergoed worden. Die bestaat bij professionele fotografen vaak uit een licentievergoeding die de fotograaf zou hebben gekregen als wel netjes om toestemming is gevraagd. En daarnaast een extra vergoeding als de naam van de fotograaf/bron niet vermeld is of als de foto bewerkt is door de inbreukmaker. In dat soort gevallen zijn namelijk (ook) de persoonlijkheidsrechten van de fotograaf geschonden. Als er geen reguliere licentietarieven zijn voor de desbetreffende foto waarmee de schade kan worden bepaald, wordt vaak aangesloten bij de tarieven van Stichting FotoAnoniem.

Niet elke foto levert een auteursrechtelijk beschermd werk op

Niet elke foto is een creatief werk. De rechtbank Amsterdam oordeelde eerder over een serie vrij alledaagse, banale foto’s dat die niet auteursrechtelijk beschermd zijn (die uitspraak leidde overigens wel tot behoorlijk wat kritiek). Zo heb je ook tal van banale foto’s van bepaalde gebouwen of plekken op de wereld die al zo vaak op dezelfde wijze gefotografeerd zijn dat er van een oorspronkelijke foto geen sprake meer is. Dat geldt bijvoorbeeld voor de meeste foto’s van de Eiffeltoren. Maar let op: ook van zo’n bekend bouwwerk kunnen nog steeds foto’s worden gemaakt waarin wél creatieve keuzes zijn gemaakt en die dus beschermd zijn.

Ook foto’s die een volledig natuurgetrouwe weergave zijn van het gefotografeerde onderwerp, zullen vaak niet auteursrechtelijk beschermd zijn. Van een creatief werk is dan geen sprake meer. Daarmee bedoel ik niet de foto’s die worden gemaakt van een natuurlandschap of bijvoorbeeld een molen; daarbij zullen namelijk vaak juist hele creatieve keuzes worden gemaakt. Maar dit is vaak anders bij productfotografie. Voor een voorbeeld, zie hier. Het product moet zo duidelijk mogelijk, op een technisch perfecte wijze worden gepresenteerd, veelal tegen een volstrekt neutrale (witte) achtergrond zodat de consument zo’n product op zo goed mogelijke wijze kan bekijken. Het maken van zo’n foto kost wellicht een hoop tijd en energie (en dus ook geld), maar van creatieve keuzes is geen sprake. Van een auteursrechtelijk beschermde foto dus ook niet.

Regelmatig krijg ik vragen van makers van dergelijke foto’s die erachter komen dat een ander bedrijf die ook gebruikt. De vraag is dan of ze er iets tegen kunnen doen. Het voelt onrechtvaardig, maar meestal is het antwoord: nee.

Gebruik zonder toestemming maker/rechthebbende mag niet…

Het uitgangspunt is: de maker/rechthebbende van een auteursrechtelijk beschermd werk, zoals een foto, heeft een exclusief recht. Hij/zij mag bepalen of een ander zo’n foto mag gebruiken (‘verveelvoudigen/publiceren’) en zo ja, onder welke voorwaarden. Maar gebruik zonder toestemming leidt niet altijd, automatisch tot inbreuk op het auteursrecht. Er zijn uitzonderingen op de hoofdregel.

…tenzij…

Niet al het gebruik van andermans foto levert een inbreuk op. Er zijn uitzonderingen die wettelijk zijn vastgelegd. En dan heb ik het niet over veelgehoorde smoesjes als:

  • ‘Ik wist niet dat het niet mocht’
  • ‘De foto staat gewoon op internet en kan zo worden gebruikt’
  • ‘Iedereen gebruikt die foto’
  • ‘Dan had er maar een watermerk in moeten staan’.

Dit – en nog tal van andere – zijn allemaal excuses die niet relevant zijn. Voor gebruik van het werk van een ander dat auteursrechtelijk beschermd is, heb je in de regel toestemming nodig. Het maakt niet uit of je ‘te goeder trouw’ bent of dat je de foto niet zou hebben gebruikt als je ervoor had moeten betalen. Ook maakt het niet uit of je de foto maar even hebt gebruikt of maar heel weinig of zelfs geen geld verdient met, bijvoorbeeld, je website. Geen toestemming betekent in principe inbreuk en dat betekent dat je de geleden schade moet vergoeden. De belangrijkste uitzonderingen op die vereiste toestemming zijn:

1. Uitzondering auteursrecht: gebruik via sociale media

Als de fotograaf een foto op sociale media plaatst, gaat hij/zij er mee akkoord dat anderen die foto delen, let wel: op datzelfde medium. Dit is uitdrukkelijk géén vrijbrief om de foto elders te plaatsen. Zo kwam ik afgelopen weekend schaats-/winterfoto’s die op Twitter waren gedeeld tegen op LinkedIn en vice versa (en voor zover ik kon nagaan, betrof het foto’s die maar op een van die mediums waren gedeeld).

2. Uitzondering auteursrecht: gebruik van foto’s als citaat

Soms wordt een foto gebruikt als citaat. Dat kan, als er bijvoorbeeld een artikel wordt geschreven waarbij een foto wordt geplaatst die onderwerp van het artikel is of die dient ter verduidelijking van de tekst. Er mag uitdrukkelijk géén sprake zijn van versiering. En dat is vaak wel het geval waar het gaat om gebruik van beeldmateriaal zoals foto’s. Voor een geldig citaat is bovendien vereist dat de bron/naam van de fotograaf vermeld wordt, waar dat mogelijk is. Ook dat wordt vaak ‘vergeten’ zodat van een geldig citaat geen sprake is, en er toch moet worden betaald.

3. Uitzondering auteursrecht: privékopie

Als je een foto kopieert en gebruikt – bijvoorbeeld aan de muur in je woonkamer hangt – heb je geen toestemming nodig van de fotograaf en hoef je ook geen vergoeding te betalen. Maar: alléén als het voor eigen/privégebruik is. Plaatsen op een website, sociale media e.d. of downloaden en sturen naar de buurvrouw mag dus niet zonder toestemming.

4. Uitzondering auteursrecht: hyperlinken en embedden

Er is niets mis met het delen van een foto door het aanbrengen van een hyperlink of embedded link. Daar heb je geen toestemming voor nodig. In beginsel. Als je namelijk weet of zou moeten weten dat een foto niet eerder openbaar is gemaakt met toestemming van de rechthebbende of als de foto wel openbaar is gemaakt maar voor een beperkte groep (zoals abonnees) en je voor het elders publiceren dus bepaalde beperkingsmaatregelen moet omzeilen, gaat die vlieger niet op. Dan levert het plaatsen van zo’n link in beginsel inbreuk op het auteursrecht op. Is het vreemd dat het embedden van een foto in principe mag? Juridisch/technisch gezien misschien niet, maar naar mijn mening blijft het een gekunstelde constructie. Zie dit eerdere blog.

Er is nog een andere vermeldenswaardige uitzondering op de hoofdregel ‘geen toestemming = inbreuk’. Namelijk onder voorwaarden, als er sprake is van een overname van materiaal door de pers, uit de pers (de zogeheten ‘persexceptie’). Maar: dat geldt niet voor foto’s en ander beeldmateriaal (tenzij het gaat om een televisieprogramma). De uitzondering ‘overname door de pers in de pers’ geldt dus alleen maar voor tekst.

Conclusie

De conclusie is dus: kijk uit met het zomaar kopiëren en hergebruiken van foto’s van anderen, ook als er geen watermerk in de foto staat en ‘iedereen’ het doet. Je ontneemt fotografen hun broodwinning. En nee, fotografen hoeven het knippen en plakken van hun foto’s ook niet te zien als een mooi compliment, zoals ook vaak wordt gedacht (door copycats). Er zijn veel betere manieren om een fotograaf credits te geven. Vrij hergebruiken bestaat eigenlijk niet (tenzij een van de beschreven uitzonderingen zich voordoet). Een fiets die niet op slot staat, mag je toch ook niet zomaar meenemen?

 


In de praktische handboeken voor ondernemers ‘IE in Bedrijf’ lees je alles over merken en inbreuk, met tal van voorbeelden uit de praktijk. In de laatste twee delen (5 en 6), IE in Bedrijf – Online en IE in Bedrijf – Inbreuk op IE-rechten, wordt uitgebreid ingegaan op het inbreukmakend gebruik van foto’s en andere content, wat fotografen en rechthebbenden daaraan kunnen doen, maar ook hoe je je als aangesproken partij kunt verweren tegen claims. De serie is te koop bij de reguliere en online boekhandels (bijvoorbeeld: managementboek.nl) zowel in hard cover als eBook. Kijk voor een (gratis) te downloaden inkijkexemplaar op de website IE in Bedrijf.

 

Handelsnaamrecht: Four Seasons – hotel of tuincentrum?

Het belang van een goede handelsnaambescherming, (ook) als merk

Het was een historisch weekend; Joe Biden die op 7 november 2020 President Trump verslaat in de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Natuurlijk werd er volop getwitterd. Bijvoorbeeld over het feit dat op het moment dat de media Biden uitriepen als President-elect, Trump op de golfbaan stond. Maar het meest opmerkelijke verhaal was wel dat Trumps campagneteam het Four Seasons (de befaamde luxe hotelketen, bij iedereen wel bekend) had afgehuurd voor een persconferentie. Althans dat dachten ze.

The Guardian schreef er een artikel over en het Four Seasons Hotel in Philadelphia postte de volgende Tweet:

2020-11-10 Driessen - Four Seasons- Hotel of tuincentrum?

De persconferentie bleek dus niet te zijn geboekt bij het hotel, maar bij een hoveniersbedrijf met dezelfde naam – Four Seasons Total Landscaping. Verwarring alom en voer voor grappen. Deze locatie betrof namelijk een parkeerterrein gelegen tussen een crematorium en een dildowinkel. Komiek Zack Bornstein twittert bijvoorbeeld over de talloze grappen die hij hierover kan maken:

Een reactie van het hoveniersbedrijf kon natuurlijk niet uitblijven (zie onderste Tweet). Ze zagen kennelijk geen enkel probleem in ontvangst van Trumps campagneteam voor een persconferentie. Het bedrijf staat in een klap op de kaart.

2020-11-10 Driessen - Four Seasons- Hotel of tuincentrum?

Maar hoe kan het dat twee bedrijven nu precies dezelfde naam hebben? Mag dat juridisch gezien? Voor het antwoord op die vraag moeten we eerst kijken naar de bescherming die je verkrijgt met een handelsnaam.

Handelsnaam

De handelsnaam is ‘de naam waaronder een onderneming wordt gedreven’. Deze definitie komt uit de (Nederlandse) Handelsnaamwet (artikel 1). Het recht op een handelsnaam ontstaat dus door het gebruik van die naam. Veel ondernemers en bedrijven denken ten onrechte dat het recht op een handelsnaam al ontstaat bij de inschrijving van de naam in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Dat dat gedacht wordt is niet zo vreemd, maar het is niet juist. De enkele inschrijving in het handelsregister geeft geen enkel recht. Zie hierover o.a. ook dit eerdere blog.

Verwarring?

Het is op zich niet verboden om een handelsnaam te kiezen die al gebruikt wordt door een ander. Maar er zijn wel grenzen. In artikel 5 van de Handelsnaamwet staat:

‘Het is verboden een handelsnaam te voeren die, vóórdat de onderneming onder die naam werd gedreven, reeds door een ander rechtmatig gevoerd werd, of die van diens handelsnaam slechts in geringe mate afwijkt, een en ander voor zover dientengevolge, in verband met de aard der beide ondernemingen en de plaats, waar zij gevestigd zijn, bij het publiek verwarring tussen de ondernemingen te duchten is.’

Of gebruik van een handelsnaam inbreuk maakt op een al bestaande gebruikte handelsnaam, hangt dus van diverse factoren af. In de eerste plaats moet worden gekeken of de namen gelijk(end) zijn, daarnaast of ze voor dezelfde soort activiteiten gebruikt worden en zo ja, of de gebieden waarin ze gebruikt worden overlappen. Als die drie vragen met ‘ja’ kunnen worden beantwoord, moet nog aan een vierde vereiste worden voldaan: er moet sprake zijn van verwarringsgevaar.

Verwarringsgevaar wordt over het algemeen aangenomen als aan de eerste drie vereisten wordt voldaan, maar er zijn omstandigheden denkbaar waarin dit toch niet het geval is, bijvoorbeeld als het gaat om hele beschrijvende handelsnamen. Zoals het er nu (november 2020) voor staat, zijn er in het geval van beschrijvende handelsnamen nog extra omstandigheden nodig die maken dat er sprake is van inbreuk. Of dat zo blijft, wordt momenteel door de Hoge Raad bekeken. Het helpt in een juridisch conflict hoe dan ook als je kunt laten zien dat er daadwerkelijk verwarring bestaat. Als afnemers zich bijvoorbeeld afvragen of de beide ondernemingen met elkaar te maken hebben (indirecte verwarring) of als gedacht wordt dat het ene bedrijf het andere is en vice versa (directe verwarring).

In het Four Seasons-geval is er ergens iets niet goed gegaan en heeft iemand zich vergist vanwege de naam.[1] Alhoewel beide bedrijven natuurlijk niet in dezelfde branche actief zijn (hotel vs. hovenier) kan er toch verwarring ontstaan vanwege de naam. Dat zal er mee te maken hebben dat het Four Seasons Hotel Resorts zo’n bekende naam/keten is en in feite een bekend merk.

Bescherming als merk

Als bedrijf kun je vertrouwen op je handelsnaam en de rechten die je daarmee opbouwt, maar dat is lang niet altijd voldoende. Het is lastig aan te tonen dat er verwarringsgevaar is met een ander bedrijf met dezelfde naam als dat bedrijf in een hele andere branche actief is, of in een heel ander gedeelte van het land. Handelsnaambescherming strekt zich alleen uit tot die gebieden waar een handelsnaam ook echt is gebruikt.

Bij een merk werkt dat anders. Merkbescherming ontstaat (op een enkele uitzondering na) niet door gebruik, maar door de registratie van een merk. Een merk wordt ingeschreven in bepaalde landen/een regio, zoals de Benelux of de EU. Het maakt daarbij niet uit of je je merk ook in dat hele gebied gebruikt. Pas na 5 jaar na inschrijving als merk heb je een gebruiksplicht: dan moet je het merk gebruiken voor de producten/diensten waarvoor je het hebt ingeschreven, in elk geval in een deel van het geclaimde gebied, anders loop je het risico dat je merk vervallen wordt verklaard. De bescherming strekt zich uit tot het hele gebied waar het merk is ingeschreven.

Op basis van een merkregistratie kun je tegengaan dat andere bedrijven een identieke of gelijkende merknaam gebruiken, zowel voor dezelfde producten/diensten, als voor soortgelijke producten/diensten. Bij bekende merken is die bescherming nog ruimer. Op basis van een bekend merk kan je als merkhouder optreden tegen identieke en overeenstemmende merken voor soortgelijke en niet-soortgelijke producten of diensten, als door het gebruik ongerechtvaardigd voordeel wordt getrokken uit of afbreuk wordt gedaan aan het onderscheidend vermogen of de reputatie van het bekende merk. Er moet een bepaalde mate van overeenstemming zijn tussen het bekende merk en het aangevallen merk zodat het relevante publiek een verband, een link legt. Je hebt als houder van een bekend merk dus een ruimere bescherming dan als houder van een ‘gewoon’ merk. Zie daarvoor mijn eerdere blog.

Het is dus aannemelijk dat hotelketen Four Seasons op basis van het bekende merk Four Seasons kan optreden tegen andere Four Seasons-bedrijven – hotelketens of niet – zeker als de naam (ook) beschermd is als merk.

Als bedrijf doe je er hoe dan ook goed aan niet alleen te vertrouwen op bescherming van je handelsnaam op basis van het handelsnaamrecht, maar de naam ook in te schrijven als merk. Daarmee sta je een stuk sterker in geval van een conflict.

[1] Tenzij het natuurlijk een grap of fake news blijkt te zijn.


In de praktische handboeken voor ondernemers ‘IE in Bedrijf’ lees je alles over merken en inbreuk, met tal van voorbeelden uit de praktijk. In deel 1 IE in Bedrijf – Handelsnamen en merken wordt uitgebreid ingegaan op het merkenrecht en in deel 6 IE in Bedrijf – Inbreuk op IE-rechten, op het inbreukmakend gebruik van onder meer merken en wat rechthebbenden daaraan kunnen doen, maar ook hoe je je als aangesproken partij kunt verweren tegen claims. De serie is te koop bij de reguliere en online boekhandels (bijvoorbeeld: managementboek.nl) zowel in hard cover als eBook. Kijk voor een (gratis) te downloaden inkijkexemplaar op de website IE in Bedrijf.

 

Interview met Marjolein Driessen: over Inbreuk op IE-rechten, deel 6 van de serie IE in Bedrijf

Interview Marjolein Driessen ‘over Inbreuk op IE-rechten, deel 6 van de serie IE in Bedrijf’ in Van Passie Naar Boek, 18 juni 2020.

In februari 2020 kwam ‘IE in Bedrijf – Inbreuk op IE-rechten’ uit. Dit is het zesde deel van de serie IE in Bedrijf, dat Marjolein Driessen schreef, samen met coauteur Theo-Willem van Leeuwen. Marjolein is advocaat, gespecialiseerd op het gebied van intellectueel eigendom (IE) en reclamerecht. De serie boeken wordt uitgegeven door Legaltree, waar Marjolein een van de partners is.

Precies een jaar geleden maakte ik al kennis met Marjolein. Ik had een advocaat nodig voor het hoger beroep in een zaak die ik had gewonnen, nadat iemand enkele jaren daarvoor een boek uitgaf waarvan de inhoud bijna volledig overgenomen was uit een van mijn boeken. Onze samenwerking duurde niet lang, want vlak voor de eerste zitting trok de tegenpartij het hoger beroep alsnog in. Maar het fijne contact dat we hadden is me bijgebleven, en ik vind het erg leuk om haar nu te mogen interviewen over de serie boeken die ze schreef.

Lees het interview hier.

Auteursrecht: mag je foto’s en video’s van anderen embedden op je eigen site?

Gebruik van content van anderen is niet toegestaan, tenzij…

De hoofdregel in het auteursrecht is dat je voor het gebruik van content van anderen, zoals foto’s en video’s, toestemming nodig hebt. Van de rechthebbende wel te verstaan. Die bepaalt immers of en onder welke voorwaarden het werk mag worden gekopieerd of gepubliceerd. De maker is in de regel de rechthebbende zodra een creatie gemaakt is, maar de auteursrechten kunnen ook aan een ander (bedrijf) toekomen, bijvoorbeeld omdat dat de werkgever is of omdat de rechten zijn overgedragen. Wie als rechthebbende moet worden gezien lees je hier.

Uitzonderingen

Er zijn verschillende uitzonderingen op de hoofdregel ‘gebruik zonder toestemming is niet toegestaan’. Zo kan er sprake zijn van een geldig citaat, van privégebruik en mogen posts via sociale media gedeeld worden (NB: het overnemen van een sociale mediapost op je eigen website mag niet zonder toestemming). Een andere uitzondering is het embedden van content op je eigen site.

Een embedded link is een link die je in feite ‘insluit’ op je eigen webpagina, meer daarover vind je in dit (embedded) filmpje:

Door middel van embedden kun je foto’s en video’s van anderen gebruiken op je eigen website of sociale media-account zónder dat je toestemming nodig hebt van de auteursrechthebbende. Het lijkt er dus op dat je via embedden de auteursrechthebbende buiten spel kan zetten. In juridische zin is dat niet zo. Als je een embedded link plaatst, wordt er namelijk niets met het brondocument gedaan. Dat blijft gewoon op de oorspronkelijke server staan. Het wordt niet gedownload en ook niet geüpload. Er vindt geen ‘verveelvoudiging’ plaats, je maakt geen kopie. Dat maakt dat embedden is toegestaan, dus zonder dat je daarvoor toestemming nodig hebt van de auteursrechthebbende. In beginsel.

Uitzondering op uitzondering = hoofdregel

Als het namelijk gaat om een foto of filmpje waarvan je weet of moet weten dat het niet eerder openbaar is gemaakt met toestemming van de rechthebbende, geldt nog steeds de hoofdregel: ‘gebruik zonder toestemming mag niet’. Dat geldt ook als een foto of video wel openbaar is gemaakt, maar bijvoorbeeld alleen voor een beperkte groep (zoals abonnees) en je voor het elders publiceren beperkingsmaatregelen moet omzeilen.

Vreemde situatie

Door foto’s en video’s van een ander te embedden kun je die in beginsel dus op je eigen website laten zien, zónder toestemming. Dat terwijl het zonder toestemming downloaden en uploaden van een foto of video van een ander op je eigen website – dus met hetzelfde eindresultaat, namelijk het tonen van beschermd materiaal op je eigen site – niet mag. Dat verschil is er alleen omdat embedden technisch anders werkt dan downloaden en uploaden. Uit de Svensson-uitspraak van het Europese Hof over hyperlinken, kan worden afgeleid dat er met embedden geen mededeling aan (nieuw) publiek plaatsvindt en dat het daarmee is toegestaan.

Dit levert een wat gekunstelde situatie op. Je hebt geen toestemming nodig om te embedden, maar het eindresultaat is hetzelfde als bij down-/uploaden (waar je wél toestemming voor nodig hebt), namelijk: je toont werk van een ander op je eigen site. Ik zou het dan ook fair vinden als embedden auteursrechtelijk gelijk wordt getrokken met het down- en uploaden van materiaal. In de V.S. is dat al eens gebeurd, in een uitspraak uit 2018 over een embedded foto. De rechter oordeelde daar dat embedden, net als downloaden en uploaden van content van anderen, niet is toegestaan als je daar geen toestemming voor hebt (tenzij natuurlijk een van de andere uitzonderingen van toepassing is). Het resultaat is immers hetzelfde. Dat betekent niet dat de heersende lijn nu is dat je in de V.S. geen materiaal mag embedden zonder toestemming, maar het heeft de discussie wel aangewakkerd.

Embedden toch niet toegestaan?

Recent heeft ook een Nederlandse rechter geoordeeld dat embedden niet is toegestaan, in een procedure over deze foto van gevulde eieren:

Foto: Studio Lipov

De oorspronkelijke foto is bijgesneden en op de website van de aangesproken partij geplaatst, bij een recept. Volgens de rechthebbende is dat zonder toestemming gebeurd waardoor het normale licentietarief is misgelopen en alsnog moet worden betaald. Een van de argumenten van de aangesproken partij is dat de foto embedded is gepubliceerd, zodat er geen sprake kan zijn van inbreuk op het auteursrecht. Normaliter is dat een reden om de inbreukvorderingen af te wijzen, natuurlijk op voorwaarde dat dat embedden ook kan worden aangetoond. Maar in dit geval ging de rechter er niet in mee en oordeelt: “Doordat de foto op de website van [gedaagde] heeft gestaan heeft zij de foto geopenbaard en dat is zonder toestemming van [eiseres] niet toegestaan, zo volgt uit artikel 25 en 27A van de Auteurswet (Aw).”.

Met de uitkomst kan ik het alleen maar eens zijn, maar zoals de auteursrechtelijke regels in de EU op dit moment zijn, is dit een uitspraak die op zichzelf staat. Uiteindelijk zal het aan het EU Hof van Justitie zijn om te beoordelen of er voor het embedden van auteursrechtelijk beschermde content van een ander toestemming moet worden gevraagd, net als voor elke andere manier van het openbaar maken van content. Als je als auteursrechthebbende overigens wil voorkomen dat je werk zonder jouw toestemming geëmbed wordt, kun je de codering op je website zo wijzigen dat embedden niet meer mogelijk is.


In de praktische handboeken voor ondernemers ‘IE in Bedrijf’ lees je alles over auteursrecht en inbreuk, met tal van voorbeelden uit de praktijk. In de laatste twee delen (5 en 6), IE in Bedrijf – Online en IE in Bedrijf – Inbreuk op IE-rechten, wordt uitgebreid ingegaan op het inbreukmakend gebruik van foto’s en andere content, wat fotografen en rechthebbenden daaraan kunnen doen, maar ook hoe je je als aangesproken partij kunt verweren tegen claims. De serie is te koop bij de reguliere en online boekhandels (bijvoorbeeld: managementboek.nl) zowel in hard cover als eBook. Kijk voor een (gratis) te downloaden inkijkexemplaar op de website IE in Bedrijf.

Auteursrecht: over quotes (RUMAG), foto’s en andere content die je van internet haalt

In hoeverre mag je foto’s, quotes en andere content hergebruiken?

Er is de afgelopen dagen heel veel over te doen geweest: RUMAG struint steevast het internet af op zoek naar teksten die ze in hoofdletters EN.MET.EEN.PUNT.ERTUSSEN op shirts en andere items drukken en onder hun eigen naam verkopen. Voor voorbeelden, zie het Twitteraccount @RuMagNietStelen dat het ‘plagiaat’ van RUMAG aan de kaak stelt. In deze Coronacrisis gaat RUMAG er vrij prat op dat ze met de verkoop van hun producten (de zogeheten ‘Corona Collectie’) ook geld ophalen voor het Rode Kruis. Dat en onder meer het feit dat ze met verwensingen reageren op iedereen die kritiek uit op hun werkwijze, heeft niet echt een positief imago opgeleverd. Het bedrijf heeft inmiddels half Twitterend Nederland en diverse media over zich heen gekregen en heeft het zelfs zover geschopt dat Arjen Lubach zijn programma daar op 29 maart 2020 aan wijdde. Tot ongenoegen van RUMAG, dat overigens zelf niet onder stoelen of banken steekt allerlei teksten van anderen te gebruiken, gewoon omdat dat kan en omdat ze niet inzien wat daar nu zo erg aan is. Wat op internet staat, is toch immers vrij te gebruiken?

Grote vraag is natuurlijk of dat wat RUMAG doet – afgezien van het morele aspect – juridisch gezien ook echt niet door de beugel kan, of dat het eigenlijk wel meevalt. Die vraag moet worden beantwoord aan de hand van het auteursrecht en kan worden doorgetrokken naar bijvoorbeeld foto’s en andere content die van internet wordt geplukt om vervolgens op een eigen website, sociale mediakanaal of product te worden gebruikt. Juist in deze tijd, nog meer dan anders, lijkt niemand zich meer echt af te vragen of knippen en plakken van internet wel is toegestaan. Allerlei beelden worden zonder aarzeling gekopieerd en gepubliceerd. Aan auteursrecht wordt vaak niet gedacht, laat staan aan het risico dat daarvoor op een zeker moment betaald moet gaan worden. Maar veel van dit soort content is wel degelijk beschermd door het auteursrecht en dat kun je vaak dus niet zonder toestemming gebruiken (lees: kopiëren en/of publiceren).

Auteursrechtelijke bescherming geldt voor alle oorspronkelijke creaties waarvoor persoonlijke keuzes zijn gemaakt. Voor een uitgebreidere uitleg verwijs ik onder andere naar dit blog.

Mag je foto’s van anderen zomaar gebruiken?

Foto’s worden in verreweg de meeste gevallen als creatief, oorspronkelijk werk gezien waarbij de fotograaf persoonlijke keuzes heeft gemaakt. Bijvoorbeeld voor wat betreft het onderwerp van de foto, welke sfeer een foto uit moet stralen, de compositie, de hoek van waaruit de foto wordt gemaakt, de belichting, het diafragma en de sluitertijd. Daarnaast maakt een fotograaf vaak in de nabewerking allerlei creatieve keuzes. Dat maakt dat foto’s in verreweg de meeste gevallen beschermd zijn door het auteursrecht en dat de rechthebbende, vaak de fotograaf, anderen kan beletten zijn of haar foto’s te gebruiken. Wordt zo’n foto toch zonder toestemming gebruikt, dan zal daar een vergoeding tegenover moeten staan. Géén boete – zoals vaak gedacht wordt – maar de reële geleden schade moet vergoed worden. Die bestaat vaak uit een misgelopen licentievergoeding. En daarnaast een extra vergoeding als de naam van de fotograaf/bron niet vermeld is of als de foto bewerkt is door de inbreukmaker. In dat soort gevallen zijn namelijk (ook) de persoonlijkheidsrechten van de fotograaf geschonden. Als er geen reguliere licentietarieven zijn voor de desbetreffende foto waarmee de schade kan worden bepaald, wordt vaak aangesloten bij de tarieven van Stichting FotoAnoniem.

Het is niet zo dat een foto áltijd een auteursrechtelijk beschermd werk is. Sommige foto’s zijn zo’n natuurgetrouwe weergave van het gefotografeerde onderwerp dat van een creatief werk geen sprake meer is. Dat is vaak het geval bij productfotografie. Voor een voorbeeld, zie hier. Maar ook de gemiddelde foto van bijvoorbeeld de Eiffeltoren zal vaak geen auteursrechtelijk werk zijn, omdat er daarvan al zóveel gelijke foto’s door anderen zijn gemaakt dat van een oorspronkelijk werk met persoonlijke keuzes geen sprake zal zijn (al zullen er zeker ook Eiffeltorenfoto’s zijn die wel degelijk auteursrechtelijk beschermd zijn). Dat werd door de Rechtbank Amsterdam ook geoordeeld voor een serie alledaagse, banale foto’s (die uitspraak leidde overigens wel tot behoorlijk wat kritiek).

Ook als een foto wel auteursrechtelijk beschermd is, betekent het gebruik daarvan overigens niet automatisch een inbreuk op het auteursrecht. Er zijn uitzonderingen op de hoofdregel ‘gebruik zonder toestemming = inbreuk’. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van een geldig citaat (NB: bronvermelding is in dat geval hoe dan ook vereist) of van gebruik in de privésfeer. Maar als je een foto van internet haalt om die vervolgens als versiering te gebruiken op je eigen site of producten, zit je meestal aan de verkeerde kant.

Mag je teksten en quotes van anderen zomaar gebruiken?

Ook voor teksten en andere content geldt dat er sprake kan zijn van een auteursrechtelijk beschermd werk dat je dus niet zomaar, zonder toestemming, op je eigen site, of producten (zoals die van RUMAG) mag gebruiken. Korte teksten en quotes, zoals ‘Zo. Nu eerst een Bavaria’ zijn alleen vaak zó algemeen dat van bescherming via het auteursrecht geen sprake is. Daar kan geen monopolie voor worden geclaimd. Zo kan de door RUMAG gebruikte tekst ‘IK.WIL.NAAR.HUIS.’ bijvoorbeeld, of ‘AANGESPOELDE.WALVIS.’ best zijn gekopieerd van iemand anders, maar deze quotes zijn zo algemeen dat daar geen auteursrecht op zal rusten. Ook het bekritiseerde gebruik door RUMAG van de quote ‘WIJNEN.WIJNEN.WIJNEN.’ (afkomstig van het origineel van Martien Meiland: ‘Half 12, wij gaan wijnen, wijnen, wijnen’, dat is ingeschreven als Beneluxmerk) zal naar mijn mening niet via het auteursrecht zijn tegen te houden. Ik acht de kans overigens (ook) klein dat dat via het merkenrecht anders zal zijn.

Gebruik van ‘JOE. JOE.’ door RUMAG op shirts en dergelijke, is een ander verhaal. JOEJOE is namelijk ingeschreven als Benelux-merk door Slam!-dj Bram Krikke. Het merk is ingeschreven voor onder andere kleding, is geen normale aanduiding (dus niet ‘beschrijvend’) en daardoor een sterk merk. Gebruik door RUMAG van dit fantasiemerk op haar shirts en andere items is bepaald niet zonder risico. Dat heeft RUMAG inmiddels ook aan den lijve ondervonden: RUMAG is aangesproken op inbreuk door Krikke, zo kopte onder andere het AD en was te zien bij RTL Boulevard. Het bedrijf heeft de JOE.JOE.-collectie offline gehaald. Als JOE JOE niet als merk was geregistreerd, was het voor Krikke een stuk lastiger geweest de collectie van RUMAG tegen te houden. Bijzonder kleine kans dat op deze twee woorden auteursrecht rust.

Tegen gebruik van alledaagse teksten zal de ‘rechtmatige eigenaar’ op basis van het auteursrecht aldus niet zoveel kunnen doen. Ánders wordt het als teksten langer en origineler zijn, waarbij er dus meer creatieve keuzes (kunnen) zijn gemaakt, en als ze minder in ons alledaagse taalgebruik passen. Dan wordt het oppassen geblazen, want dan kan het hergebruiken van een tekst, net als een foto, je wel eens duur komen te staan. Oók in deze crisistijd. Gelukkig heeft RUMAG aangegeven daar een potje voor te zullen maken.


In de praktische handboeken voor ondernemers ‘IE in Bedrijf’ lees je alles over auteursrecht en inbreuk, met tal van voorbeelden uit de praktijk. In de laatste twee delen (5 en 6), IE in Bedrijf – Online en IE in Bedrijf – Inbreuk op IE-rechten, wordt uitgebreid ingegaan op het inbreukmakend gebruik van foto’s en andere content, wat fotografen en rechthebbenden daaraan kunnen doen, maar ook hoe je je als aangesproken partij kunt verweren tegen claims. De serie is te koop bij de reguliere en online boekhandels (bijvoorbeeld: managementboek.nl) zowel in hard cover als eBook. Kijk voor een (gratis) te downloaden inkijkexemplaar op de website IE in Bedrijf.

Auteursrecht: automatische bescherming op creatieve werken

Van fashion, meubels en kunst tot teksten, foto’s en andere content

Auteursrecht (of copyright) is het exclusieve recht om een werk openbaar te maken en te verveelvoudigen. Auteursrecht ontstaat automatisch. Alle ‘werken’ die vallen onder de definitie in de Auteurswet zijn automatisch beschermd. Van meubels, kleding, teksten, muziek, logo’s en foto’s tot de inrichting van winkels, bouwwerken, spelconcepten en reclamecampagnes. Maar dat betekent niet dat je helemaal niets kunt of hoeft te doen om met succes bescherming op je werken te kunnen claimen. Dit zijn de do’s en dont’s voor het optimaal beschermen van je creaties.

Wat is een ‘werk’? Een creatie o.b.v. persoonlijke keuzes

Een werk in de zin van de Auteurswet, is een creatie met een eigen, oorspronkelijk karakter waarbij persoonlijke keuzes zijn gemaakt (zie hierna onder: ‘© origineel en persoonlijke keuzes’). Veel creaties zijn geïnspireerd op werk van een ander. Dat is zeker het geval in branches waarin veel wordt gekopieerd, zoals de meubel- en kledingbranche. Dan is het de vraag of jouw creatie voldoende origineel is. Maar ‘je laten inspireren’ is toegestaan en het betekent niet zonder meer dat er voor dergelijke creaties geen bescherming kan worden geclaimd. Dat is alleen het geval als er onvoldoende eigen, persoonlijke keuzes zijn toegevoegd.

Niet alle creaties zijn beschermd

Sommige creaties, zoals de meeste slogans, zijn te eenvoudig om te beschermen via het auteursrecht. Dat geldt bijvoorbeeld voor de slogan ‘Zo. Nu eerst een Bavaria’. Het gaat er bij auteursrechtelijke bescherming niet om of het maken van een werk veel ‘bloed, zweet en tranen’ heeft gekost. Een simpele tune is al snel auteursrechtelijk beschermd, terwijl de (ietwat gewijzigde) reproductie van een schilderij als De Nachtwacht heel veel werk kost, maar toch geen auteursrecht oplevert.

Alles wat technisch bepaald is in een creatie, levert ook geen auteursrecht op. Dat geldt bijvoorbeeld voor Dyson-stofzuigers; allerlei elementen in die stofzuigers zijn bijzonder handig, maar uitgesloten van auteursrechtelijke bescherming.

Zijn ideeën ook beschermd?

Ideeën zijn niet beschermd zo lang ze niet concreet zijn uitgewerkt. De reden daarvan is dat hetzelfde basisidee op tal van manieren kan worden uitgewerkt en daaraan dus een hele andere invulling kan worden gegeven. Dat levert hele verschillende creaties op die elk auteursrechtelijk beschermd kunnen zijn. Ideeën van een ander  mogen dan ook worden gebruikt zo lang je er maar een eigen draai aan geeft in de uitwerking. Hetzelfde geldt voor een concept of stijl: die zijn als zodanig niet te beschermen, alleen voor de concrete uitwerking kan bescherming worden geclaimd. Zo kon Red Arrow het TV-programma ‘Het Geheim van een Goed Huwelijk’ niet verbieden op basis van het afwijkende TV-format voor ‘Married at First Sight’. Het idee is hetzelfde, het uitgewerkte format is verschillend.

Wie is de rechthebbende?

De hoofdregel in het auteursrecht is: de maker is de rechthebbende. Dat is logisch, want de maker is degene die de creatieve keuzes maakt. Vaak wordt gedacht dat de opdrachtgever, die de rekening voor het maken van het werk betaalt, automatisch de rechthebbende is. Maar die vlieger gaat over het algemeen niet op. Wie voor een werk betaalt, bepaalt niet wie de rechthebbende is.

Op de hoofdregel ‘wie maakt, heeft de rechten’ bestaan diverse uitzonderingen:

  • Als een werk voor het eerst openbaar wordt gemaakt door een bedrijf zonder dat daarbij de naam van de feitelijke maker wordt vermeld, wordt dat bedrijf geacht de rechthebbende te zijn. Dat is alleen niet het geval als dat onrechtmatig zou zijn tegenover de maker, bijvoorbeeld omdat er afspraken zijn gemaakt dat de maker de rechthebbende blijft.
  • Soms is de ‘maker’ alleen degene die een werk daadwerkelijk maakt, zonder dat diegene het creatieve denkwerk heeft verricht. Dat geldt bijvoorbeeld voor de drukker die het boek daadwerkelijk maakt, maar het niet geschreven heeft. De partij onder wiens leiding en toezicht een werk tot stand is gekomen, is in de rechthebbende.
  • Een werkgever wordt automatisch de auteursrechthebbende voor alle werken die werknemers maken in de uitoefening van hun functie. Dat is dus niet het geval voor een politieagent die een boek schrijft (in zijn vrije tijd). Dat hoort niet bij de functie als politieagent dus de werkgever kan in dat geval geen aanspraak maken op de auteursrechten op dat boek.
  • Als er meerdere makers zijn die ervoor gezorgd hebben dat een werk tot stand is gebracht, hebben die een gezamenlijk auteursrecht. Dat is een situatie die beter voorkomen kan worden, omdat de ene rechthebbende niets mag met het werk zonder medewerking van de andere(n). Die situatie leidt in de praktijk geregeld tot conflicten.
  • Partijen kunnen ook onderling iets anders afspreken: het auteursrecht kan worden overgedragen aan een andere partij. Als bijvoorbeeld een website wordt gemaakt, kan het bedrijf dat de website gaat gebruiken bedingen dat het de auteursrechten overgedragen krijgt. Let op: auteursrechten moeten schriftelijk worden overgedragen.

Het is hoe dan ook belangrijk dat vooraf goede (schriftelijke) afspraken worden gemaakt. De meeste conflicten ontstaan als dat niet is gebeurd en partijen elk van een ander uitgangspunt en andere verwachtingen uitgaan.

Wanneer is er sprake van inbreuk?

Bij de beoordeling of sprake is van inbreuk op het auteursrecht van een andere partij, wordt in de eerste plaats bekeken welke kenmerken van een werk auteursrechtelijk beschermd (kunnen) zijn, oftewel: welke kenmerken zijn origineel zijn en dragen het persoonlijk stempel van de maker? Vervolgens wordt gekeken of die kenmerken ook voorkomen in het mogelijk inbreukmakende werk. Als dat zo is, en de totaalindruk van beide werken komt overeen, dan is er sprake van inbreuk. Let op: ook als een werk bestaat uit kenmerken die al bestonden in andere werken, dan nog kan zo’n werk auteursrechtelijk beschermd zijn als de combinatie van die al bestaande kenmerken tot een origineel werk leidt.

© Origineel en persoonlijke keuzes

Hoe bewijs je nu dat een werk origineel is en dat je persoonlijke keuzes hebt gemaakt?

Originaliteit wordt bepaald door te kijken naar eerdere werken: in hoeverre bestond een werk al? Er moet bij die eerdere werken gekeken worden naar de auteursrechtelijk beschermde (lees: oorspronkelijke/eigen) trekken. In inbreukzaken doet degene die aangesproken wordt op het maken van inbreuk er goed aan zoveel mogelijk na te gaan welke oudere werken er al bestaan met min of meer dezelfde karakteristieke kernmerken als het werk waarvoor bescherming wordt geclaimd.

Zo zal een meubelbedrijf dat meubels maakt uit sloophout en dat wordt aangesproken door de bekende ‘sloophout-meubelontwerper’ Piet Hein Eek, op zoek moeten gaan naar oudere meubelontwerpen die gemaakt zijn van sloophout en die zoveel mogelijk op de ontwerpen van Piet Hein Eek lijken. Er zijn diverse meubelbedrijven waarbij dat niet gelukt is, zie bijvoorbeeld hier, hier en hier.

Of er persoonlijke keuzes zijn gemaakt in een ontwerp, is een beoordeling die de rechter uiteindelijk maakt, bijvoorbeeld aan de hand van verklaringen van de ontwerper. Je moet dus kunnen onderbouwen waaruit de persoonlijke keuzes bestaan. Dat kan bijvoorbeeld zijn de stijl die een ontwerper gebruikt (al is de stijl zelf dus niet auteursrechtelijk beschermd), de wijze waarop een ontwerp tot stand komt, de kleuren en het materiaal dat gebruikt is et cetera.

Bij foto’s kunnen de persoonlijke keuzes bijvoorbeeld blijken uit het onderwerp van de foto, de sfeer die een foto uitstraalt, de uitsnede die gemaakt wordt, net als andere nabewerkingen zoals het contrast, de hoek van waaruit een foto genomen is, in hoeverre er is ingezoomd op een bepaald element van de foto, de belichting et cetera.

Wat kan je claimen als rechthebbende?

Als je de auteursrechthebbende bent op een bepaald werk, dan kan je andere partijen waarvan je vindt dat die inbreuk maken, daarop aanspreken en ze vriendelijk, maar dringend verzoeken om (onder andere):

  • Direct en definitief te stoppen met elk inbreukmakend gebruik (dat wil zeggen elke openbaarmaking en verveelvoudiging van het inbreukmakende werk);
  • Opgave van de inbreukmakende aantallen die zijn ingekocht, verkocht, in voorraad zijn etc., als het gaat om inbreukmakende producten;
  • Vernietiging of afgifte van de voorraad inbreukmakende producten;
  • Vergoeding van de geleden schade;
  • Vergoeding van de juridische kosten (inclusief advocaatkosten – die moeten in dit soort zaken in beginsel ook vergoed worden).

Dit is een selectie van de claims die je kunt indienen, waarbij het stoppen met het inbreukmakende gebruik natuurlijk het eerste vereiste is. In sommige gevallen kan ook van belang zijn dat er een rectificatie wordt geplaatst door de veronderstelde inbreukmaker of dat er informatie wordt gegeven over de bij de inbreuk betrokken partijen (zoals de leverancier).

Maar pas wel op als je een sommatiebrief verstuurt: het moet wel aannemelijk zijn dat je inderdaad auteursrechten kunt claimen op een werk. Als overduidelijk is dat dat niet zo is, kan je dat duur komen te staan en kan de aangesproken partij betogen dat je onrechtmatig handelt. Alle daardoor geleden schade zal je in zo’n geval moeten vergoeden.

In de praktische handboeken voor ondernemers ‘IE in Bedrijf’ lees je alles over auteursrecht en inbreuk, met tal van voorbeelden uit de praktijk. Ze zijn te koop bij de reguliere en online boekhandels (bijvoorbeeld: Bol.com en managementboek.nl) en als eBook te downloaden via de online aanbieders. Kijk voor een (gratis) te downloaden inkijkexemplaar op de website www.ie-inbedrijf.nl.

Nieuw boek Inbreuk op IE-rechten: alles wat bedrijven moeten weten over inbreuk op intellectuele eigendomsrechten

In de boekenserie IE in Bedrijf verschijnt op 6 februari een nieuw, zesde deel: Inbreuk op IE-rechten. In dit deel, dat los van de rest te lezen is, vertellen auteurs Marjolein Driessen en Theo-Willem van Leeuwen bedrijven en ondernemers alles wat ze moeten weten over inbreuk op IE-rechten op onder meer design, merken, foto’s en in reclame. In begrijpelijke taal en met veel herkenbare praktijkvoorbeelden leggen ze uit hoe je inbreuken voorkomt of oplost. 

‘Inbreuk op intellectuele eigendomsrechten (IE-rechten) zoals auteursrechten, modelrechten of merkrechten, komt heel veel voor en kan ieder bedrijf overkomen’, zegt auteur Marjolein Driessen, partner IE-recht bij advocatenkantoor Legaltree. ‘Hoewel je met de juiste kennis veel inbreukproblemen kunt voorkomen en oplossen, weten de meeste ondernemers niet goed wat hun positie is. Met het praktische boek Inbreuk op IE-rechten willen we daar verandering in brengen.’

Begrijpelijke uitleg voor niet-juristen

Inbreuk op IE-rechten bevat uitleg, praktische informatie, tips en fabels. Aan bod komen vragen als:

  • Waar moet je op letten als je een partij wil aanspreken op inbreuk op design of content, zoals foto’s?
  • Hoe verzamel je in dat geval bewijs?
  • Welke claims kun je verwachten als je zelf wordt aangesproken, en hoe verweer je je daartegen?
  • Hoe los je conflicten over namen (handelsnamen, merken en domeinnamen) op?

Daarnaast geven de auteurs veel voor ondernemers herkenbare voorbeelden, onder meer uit branches waarin inbreuk op IE-rechten dagelijkse praktijk is, zoals de meubelbranche, de fashionindustrie, de kunstwereld, de fotografiebranche en de reclame-industrie.

Over de serie

De nu 6-delige serie IE in Bedrijf bestrijkt het IE-recht gedurende de hele levenscyclus van een bedrijf. Van de positionering van het merk, bescherming van creaties, het maken van reclame tot inbreuk en het oplossen van conflicten.

Voor wie?

Het boek is bedoeld voor ondernemers en bedrijven die meer willen weten over inbreuk op IE-rechten. Inbreuk op IE-rechten is verkrijgbaar via de reguliere en online boekhandel.

ISBN 9789082373257 (hard cover), EUR 44,50 (incl. btw). Ook verkrijgbaar als e-book – Legaltree 2020.

Over auteurs Marjolein Driessen en Theo Willem van Leeuwen

Marjolein Driessen is IE-specialist en partner bij advocatenkantoor Legaltree. In haar praktijk focust ze zich op merken, vormgeving, foto’s en reclame. Theo-Willem van Leeuwen is merkenjurist en eigenaar van merkenbureau Abcor.

IE in Bedrijf (deel 6): Inbreuk op IE-rechten

Boek Marjolein Driessen & Theo-Willem van Leeuwen, ‘IE in Bedrijf Deel 6 – inbreuk op IE-rechten’, Legaltree Publishers: november 2019.

In de boekenserie IE in Bedrijf verschijnt op 6 februari 2020 een nieuw, zesde deel: Inbreuk op IE-rechten. In dit deel, dat los van de rest te lezen is, vertellen auteurs Marjolein Driessen en Theo-Willem van Leeuwen bedrijven en ondernemers alles wat ze moeten weten over inbreuk op IE-rechten op onder meer design, merken, foto’s en in reclame. In begrijpelijke taal en met veel herkenbare praktijkvoorbeelden leggen ze uit hoe je inbreuken voorkomt of oplost. 

‘Inbreuk op intellectuele eigendomsrechten (IE-rechten) zoals auteursrechten, modelrechten of merkrechten, komt heel veel voor en kan ieder bedrijf overkomen’, zegt auteur Marjolein Driessen, partner IE-recht bij advocatenkantoor Legaltree. ‘Hoewel je met de juiste kennis veel inbreukproblemen kunt voorkomen en oplossen, weten de meeste ondernemers niet goed wat hun positie is. Met het praktische boek Inbreuk op IE-rechten willen we daar verandering in brengen.’

Begrijpelijke uitleg voor niet-juristen

Inbreuk op IE-rechten bevat uitleg, praktische informatie, tips en fabels. Aan bod komen vragen als:

  • Waar moet je op letten als je een partij wil aanspreken op inbreuk op design of content, zoals foto’s?
  • Hoe verzamel je in dat geval bewijs?
  • Welke claims kun je verwachten als je zelf wordt aangesproken, en hoe verweer je je daartegen?
  • Hoe los je conflicten over namen (handelsnamen, merken en domeinnamen) op?

Daarnaast geven de auteurs veel voor ondernemers herkenbare voorbeelden, onder meer uit branches waarin inbreuk op IE-rechten dagelijkse praktijk is, zoals de meubelbranche, de fashionindustrie, de kunstwereld, de fotografiebranche en de reclame-industrie.

Over de serie

IE in Bedrijf bestrijkt het IE-recht gedurende de hele levenscyclus van een bedrijf. Van de positionering van het merk, bescherming van creaties, het maken van reclame tot inbreuk en het oplossen van conflicten.

Voor wie?

Het boek is bedoeld voor ondernemers en bedrijven die meer willen weten over inbreuk op IE-rechten. Inbreuk op IE-rechten is verkrijgbaar via de reguliere en online boekhandel.

ISBN 9789082373257 (hard cover), EUR 44,50 (incl. btw). Ook verkrijgbaar als e-book – Legaltree 2020.

Over auteurs Marjolein Driessen en Theo Willem van Leeuwen

Marjolein Driessen is IE-specialist en partner bij advocatenkantoor Legaltree. In haar praktijk focust ze zich op merken, vormgeving, foto’s en reclame. Theo-Willem van Leeuwen is merkenjurist en eigenaar van merkenbureau Abcor.

IP Update 1

 

Don’t forget the moral rights of architects!

At the Dutch museum ‘Naturalis’ (an internationally recognized authority on biodiversity) the ‘T.Rex in Town-exposition’ can now be visited. This exposition attracts many visitors, Dutch as well as from abroad. The rest of the museum is closed for a large-scale renovation in order to be able to deal with the increasing number of visitors.

That renovation led to a tough legal dispute over copyrights and the accompanying moral rights of the architect Fons Verheijen who originally designed the museum. The architect claimed that with the planned renovation his design would be crippled which could jeopardize his reputation. This can be seen as a violation of his moral rights (the so-called ‘droit au respect’). During the legal proceedings, the renovation of the museum could no longer be postponed and had already started. Stopping the renovation and turning it back would be a disaster for Naturalis. Yet, that is what the court in interim injunction proceedings did: Naturalis had to stop the renovation until the court in the simultaneous proceedings on the merits would decide whether the renovation would mean an infringement of the rights of the architect.

But then the parties settled: the only thing the architect could do was claim a high amount of damages. And the only thing Naturalis could do was pay. Ignoring the moral rights of the architect cost Naturalis 1.5 Million Euros… An expensive lesson. Hopefully the visitors do not have to pay for that.

Animal drinks

Over 10 years ago, a legal battle started between Red Bull and the Dutch coffee shop operator The Bulldog. This battle was caused by the registration and use of the trademark THE BULLDOG for energy drinks.

In the opinion of Red Bull this trademark was confusingly similar to its own RED BULL mark, or at least The Bulldog would take unfair advantage of or could be detrimental to the reputation of Red Bull’s well-known trademark.

The clash between the bulls ended up in a complicated legal battle about interpretation of law which – via the Dutch Supreme Court – even went all the way up to the highest European Court, the European Court of Justice in Luxemburg. The European Court gave its judgment and after referral decisions and more than 10 years of legal battle the court of appeal in The Hague simply ruled that the trademarks could not even be considered similar. As a consequence, to put it as simply as possible: in the view of this court Red Bull did not have a case and the court did not have to look into all the legal nitty-gritties that the parties had been debating about for years. Looking at the past, we would be surprised if this judgment is really the end of this sage. Red Bull is probably not ready to give up yet…

 

Sometimes the strength lies in its simplicity

The Dutch like beschuit, unique to the Netherlands and best described as a kind of dry, crunchy and brittle toast, always round of shape. This typical breakfast materialplays an important role in a typically Dutch tradition to celebrate the arrival of a baby (if you wonder, search for: ‘beschuit met muisjes’). The usual packaging for beschuit is a tight foil wrapping, which opens from the top. One disadvantage: how to get the biscuits out of the wrapping without breaking them… A problem that many Dutch experienced for decades, and which was solved by a Dutch man, Mr. Tempel, in 1999. He made a cut-out in the beschuit, which acts as a finger hold and filed a patent for this invention. A very simple but genius solution that is appreciated by many. Not surprisingly, premium biscuit brands wish to offer their customers with premium handling comfort provided by this cut-out technique, preferably without paying royalties to Mr. Tempel.

Two Dutch biscuit players, Bolletje and Van der Meulen, have tried to invalidate the beschuit patent, without success. This ended in entering into a license agreement with Tempel.

Recently, Continental Bakeries (CB) also wanted to have cut-out beschuit. CB invited Tempel for a meeting to discuss a license. For health reasons Tempel was not able to join any discussions at that moment and he asked for some patience. CB’s patience was tested and apparently it did not have much. Instead awaiting better moments, it initiated invalidity proceedings, once more trying to wipe the patent. CB stated that the claimed solution, as simple as it is, is obvious and cannot be considered a patentable invention. A wrong assessment and likely prompted by hindsight. Again, a multimillion company could not stand up against the patent of Mr. Tempel. After this defeat, at the end of 2016 in other court proceedings, CB tried to force Tempel to grant a license on the patent after all. But also these proceedings turned out in Tempel’s advantage, leaving CB empty handed.

Registered design rights prove valuable again

Every now and then the value of registered design rights (‘RCDs’ – Registered Community Designs) becomes clear in lawsuits over design protection. RCDs appear to be a hidden IP-secret.

Recently, a new toy was launched: small plastic Velcro play balls in various colours named ‘Bunchems’. By ‘sticking’ these play balls to each other, many forms and figures can be made. The manufacturer, Spin Master, has protected the play balls i.a. with an RCD for the fluffy design of the play balls.

 

As in many cases, successful products can count on being copied. High5 sells almost identical small plastic Velcro play balls in various colours: ‘Linkeez’. Spin Master started interim injunction proceedings based on its registered EU design rights and won: the Linkeez play balls infringe the design rights of the Bunchems play balls. The interlocutory judge deems the RCD of Spin Master to be valid and the Linkeez play balls to be infringing. Besides being prohibited to use the Linkeez play balls in all EU-countries, High5 needs to publish a rectification.

This newsletter can also be received automatically by e-mail. If you would also like to receive our IP Updates by e-mail, please subscribe via ipupdate@legaltree.nl