Berichten

Een arbeidsongeval. Wat nu?

EEN ARBEIDSONGEVAL. WAT NU?

In 2018 vielen in Nederland 71 dodelijke slachtoffers van arbeidsongevallen.

Dat is een behoorlijke stijging ten opzichte van 2017, toen 54 dodelijke slachtoffers vielen. “We zien in deze economie dat er sneller en efficiënter moet worden gewerkt. Gevolg: meer onveilige situaties en meer ongelukken. Ik roep bedrijven op meer werk te maken van veilige arbeidsmiddelen, veiligheidsprocedures en een cultuur van gezond en veilig werken.”, reageerde Marc Kuipers, Inspecteur-Generaal van de Inspectie SZW. Het verbaast dan ook niet, dat de Inspectie SZW heeft besloten om het aantal medewerkers op dit vlak uit te breiden. Een goed moment om aan dit onderwerp weer eens aandacht te besteden, want als er een arbeidsongeval is gebeurd komt er veel op een bedrijf af. De eerste aandacht gaat dan natuurlijk uit naar het slachtoffer. Maar er is meer waarmee een bedrijf rekening moet houden. Hieronder een aantal aandachtspunten.

Melding
Arbeidsongevallen die leiden tot de dood, blijvend letsel of een ziekenhuisopname, moeten direct worden gemeld aan de Inspectie SZW. Bij dodelijke ongevallen moet dat telefonisch worden gedaan (0800 5151). De Inspectie SZW is hiervoor 24 uur per dag, 7 dagen per week telefonisch bereikbaar. De andere meldingplichtige arbeidsongevallen (dus met blijvend letsel of ziekenhuisopname als gevolg) kunnen ook digitaal worden gemeld via www.inspectieszw.nl/melden/arbeidsongeval

Onderzoek Inspectie SZW en politie
Als het goed is, komt de arbeidsinspecteur naar aanleiding van een meldingplichtig arbeidsongeval onderzoek doen. Hij/zij zal over het arbeidsongeval met personen willen spreken, eventueel documenten willen zien en de locatie van het ongeval willen bekijken. Zonodig werkt de inspecteur samen met de politie. Het onderzoek kan de aanzet zijn van een strafrechtelijk onderzoek onder leiding van het openbaar ministerie of van een bestuurlijke boete-procedure onder leiding van de Inspectie SZW.

Procedure bestuurlijke boete
Voor de meeste overtredingen die verband houden met het ongeval kan door de Inspectie SZW een bestuurlijke boete worden opgelegd. Als de arbeidsinspecteur zo’n overtreding constateert, stelt hij een boeterapport op, waarin hij zijn waarnemingen en conclusies beschrijft. Dat rapport stuurt hij naar de afdeling Boete, Dwangsom en Inning van de Inspectie SZW om te beoordelen of het op zijn plaats is om een boete op te leggen. De (rechts)persoon die kan worden beboet – de onderneming, de feitelijke leidinggever, de opdrachtgever en (soms) een werknemer – ontvangt een kopie van dat rapport.

Wanneer de Inspectie SZW meent dat oplegging van een bestuurlijke boete op zijn plaats is, laat de Inspectie haar voornemen eerst schriftelijk weten, voordat de boete daadwerkelijk wordt opgelegd. Daartegen kan binnen 14 dagen een (schriftelijke) reactie worden ingediend – een zogenaamde zienswijze. De zienswijze kan ertoe leiden dat geen, of een lagere boete wordt opgelegd. Wanneer de Inspectie toch besluit om een bestuurlijke boete op te leggen, kan tegen dat besluit een bezwaarschrift worden ingediend en als ook dat niet tot het gewenste resultaat leidt, kan nog beroep en hoger beroep worden ingesteld.

De hoogte van de boete hangt af van verschillende omstandigheden, waaronder de grootte van de onderneming, de ernst van de overtreding, de ernst van het letsel en de vraag of er al eerder een soortgelijke overtreding is geweest. Als u het met de boete niet eens bent, is het van belang om zo gericht en concreet mogelijk argumenten aan te voeren, waarom geen, of een lagere boete zou moeten worden opgelegd. De boete wordt gematigd als kan worden aangetoond, dat één of meer van de volgende inspanningen zijn verricht:
a. de risico’s van de concrete werkzaamheden zijn voldoende geïnventariseerd en een veilige werkwijze is ontwikkeld die voldoet aan de vereisten van de Arbeidsomstandighedenwet;
b. de noodzakelijke randvoorwaarden zijn gecreëerd voor het toepassen van een veilige werkwijze;
c. er zijn adequate instructies gegeven;
d. er is adequaat toezicht gehouden.

Deze matigingsgronden zijn niet willekeurig gekozen. Het zijn precies de inspanningen, die van een werkgever worden verwacht om arbeidsongevallen te voorkomen. Als álle inspanningen adequaat zijn verricht en er helemaal niets te verwijten valt, kan er uiteindelijk geen boete worden opgelegd.

Strafrechtelijk onderzoek
In sommige gevallen, zoals bij een arbeidsongeval met dodelijke afloop, wordt strafrechtelijk onderzoek gedaan. De opsporingsambtenaren die het onderzoek uitvoeren maken van alle onderzoekshandelingen een proces-verbaal op, dat wordt overhandigd aan het openbaar ministerie. Het openbaar ministerie besluit vervolgens of hij de zaak voor de strafrechter brengt. Er zijn voor de verdediging verschillende mogelijkheden om in een strafrechtelijke procedure invloed uit te oefenen. Zo kan de verdachte of zijn advocaat verzoeken dat stukken aan het procesdossier worden toegevoegd en dat getuigen of deskundigen worden gehoord. Een advocaat mag aanwezig zijn bij het verhoor van de verdachte en voert vaak overleg met het openbaar ministerie over de verdere gang van zaken.

Tot slot nog een aantal tips.

Geef ondersteuning aan het slachtoffer en andere betrokkenen, niet alleen onmiddellijk na het ongeval, maar ook in de periode daarna. Een arbeidsongeval kan langdurige gevolgen hebben en maakt grote indruk op alle betrokkenen. Laat zien dat u zich dat realiseert.

‘Bevries’ de locatie van het ongeval zodra dat mogelijk is en maak foto’s. Niet alleen vergemakkelijkt dat het onderzoek, maar het maakt het onderzoek ook controleerbaarder.

U heeft in een boeteprocedure en in een strafrechtelijke procedure het recht om te zwijgen. Weeg zorgvuldig de voor- en nadelen af van een beroep op het zwijgrecht. Aarzel niet om u te laten adviseren door een advocaat – liefst nog voordat verklaringen worden afgelegd.

Maak een verslag van de gebeurtenissen na het voorval. Schrijf op welke handelingen worden verricht met en rondom het slachtoffer, welke ambtenaren aan de locatie een bezoek hebben gebracht en met welk doel, met wie is gesproken, welke stukken zijn ingezien of meegenomen en welke voorwerpen eventueel zijn verplaatst. Noteer ook de tijden van de handelingen.

Neem effectieve maatregelen om herhaling te voorkomen en maak de genomen maatregelen aan de Inspectie SZW en eventueel het openbaar ministerie kenbaar. Tips voor het voorkomen van arbeidsongevallen vindt u o.a. op www.arboportaal.nl en www.inspectieszw.nl

Wijziging Arbeidsomstandighedenwet uitgesteld tot (naar verwachting) 1 juli 2017

Wat is de stand van zaken?

In september 2016 is het voorstel tot wijziging van de Arbeidsomstandighedenwet aangenomen door de Tweede Kamer. Het ligt nu ter goedkeuring bij de Eerste Kamer. De Eerste Kamer heeft in oktober 2016 kritische vragen gesteld en vervolgens op 20 december 2016 een nadere memorie van antwoord ontvangen. Op 17 januari 2017 bespreekt de Eerste Kamer de nadere procedure.

Het aanvankelijke doel om de wijzigingen per 1 januari 2017 door te voeren, is niet gehaald. De verwachting is nu dat – in geval de Eerste Kamer het wetsvoorstel aanneemt – de implementatie van de gewijzigde Arbeidsomstandighedenwet op zijn vroegst per 1 juli 2017 zal plaatsvinden. Het is nog niet duidelijk of er dan nog een overgangstermijn zal gelden, waarna de Inspectie SZW pas handhavend op zal treden.

Wat zijn de belangrijkste wijzigingen?

Ter herinnering, de belangrijkste beoogde wijzigingen zijn:

Rol bedrijfsarts

  • Er wordt vastgelegd dat een werknemer het recht heeft om zelf een consult bij de bedrijfsarts aan te vragen. Tijdens ziekte, maar ook als er nog geen sprake is van verzuim. De werkgever is verplicht om die mogelijkheid kenbaar te maken aan de werknemers en er mogen geen onnodige drempels zijn wat betreft tijd en plaats. De werkgever zal door de bedrijfsarts niet worden geïnformeerd over het consult, de aanleiding of de uitkomsten daarvan op tot werknemer herleidbaar niveau.

  • De werknemer krijgt het recht op een second opinion door een andere bedrijfsarts (dit is iets anders dan een second opinion van UWV).

  • De werkgever wordt verplicht om de bedrijfsarts in de gelegenheid te stellen om de werkplekken te bezoeken. Daarnaast heeft de bedrijfsarts het recht op overleg met het medezeggenschapsorgaan (bijvoorbeeld OR of personeelsvertegenwoordiging), de preventiemedewerker of belanghebbende werknemers over beleid met betrekking tot gezond en veilig werken.

  • Verder bevat de wet een aantal verplichtingen specifiek voor de bedrijfsarts. De bedrijfsarts moet bijvoorbeeld een klachtenprocedure hebben, adviseren over preventieve maatregelen wat betreft arbobeleid, beroepsziekten melden en er worden in de wet minimumeisen gesteld aan het contract tussen de werkgever en de arbodienstverleners (‘basiscontract arbodienstverlening’).

Rol preventiemedewerker

  • Het medezeggenschapsorgaan heeft instemmingsrecht wat betreft de keuze voor de persoon van de preventiemedewerker. Ook zullen het medezeggenschapsorgaan en werkgever met een gemeenschappelijke opvatting moeten komen over de rol van de preventiemedewerker binnen de organisatie. Doel is meer draagvlak en een duidelijkere taak voor de preventiemedewerker.

  • Er wordt expliciet vastgelegd dat de preventiemedewerker adviseert aan en nauw samenwerkt met de bedrijfsarts/arbodienst.

  • Het medezeggenschapsorgaan, de werkgever, de preventiemedewerker en de bedrijfsarts/arbodienst moeten tenminste één keer per jaar de stand van zaken op het terrein van gezond en veilig werken binnen de organisatie bespreken. De preventiemedewerker moet in ieder geval ingeschakeld worden bij de risico-inventarisatie en -evaluatie (‘RI&E’) en bij de advisering en uitvoering van arbeidsbeschermende maatregelen.

Rol Inspectie SZW

  • De Inspectie SZW krijgt meer mogelijkheden tot handhaving ten opzichte van werkgevers, arbodiensten en bedrijfsartsen. Sanctionering is mogelijk. Zo kan er bijvoorbeeld een boete worden opgelegd als blijkt dat een werkgever geen contract heeft met een bedrijfsarts/arbodienst.

Wat kunt u ter voorbereiding al doen?

Ondanks dat er geen garantie is dat het wetsvoorstel wordt aangenomen en eventuele implementatie is uitgesteld, kunnen betrokken partijen alvast nagaan welke stappen ondernomen zullen moeten worden om voorbereid te zijn op de nieuwe wetgeving.

Zo kunt u nagaan of de positionering van de preventiemedewerker (functiebeschrijving, taakomvang, benodigde uren e.d.) reeds is opgenomen in de RI&E. Daarnaast kunt u het contract met de bedrijfsarts/arbodienst erbij pakken en vaststellen in hoeverre hierin al afspraken zijn opgenomen over bijvoorbeeld: de samenwerking van de bedrijfsarts/arbodienst met de preventiemedewerker, de verplichting om beroepsziekten te melden, de adviesrol bij verzuim, het recht om de werkplek te bezoeken en/of de mogelijkheid voor de werknemer tot preventief consult, een second opinion of het indienen van een klacht. Het bekijken van het verzuimbeleid van de werkgever is relevant, omdat ook dit bij aanname van het wetsvoorstel uiteindelijk in lijn zal moeten zijn met de beoogde wijzigingen.