Berichten

Auteursrecht: wie is de rechthebbende?

De maker, opdrachtgever, freelancer, werknemer, werkgever of een ander (bedrijf)?

Auteursrecht (of copyright) is het exclusieve recht om een werk openbaar te maken en te verveelvoudigen. Auteursrecht ontstaat automatisch. Alle ‘werken’ die vallen onder de definitie in de Auteurswet zijn dus automatisch beschermd. Aan welke voorwaarden werken moeten voldoen, lees je hier. Maar wie heeft nu eigenlijk de auteursrechten? Er zijn verschillende situaties mogelijk. Ik bespreek hieronder de hoofdregel en de zeven belangrijkste uitzonderingen.

Hoofdregel: de maker is de rechthebbende

Uitgangspunt in het auteursrecht is dat degene die een creatief werk maakt, automatisch de (auteurs)rechten daarop heeft. De maker is namelijk meestal ook degene die de creatieve – beschermde – keuzes maakt. De rechten op een foto komen dus over het algemeen toe aan de fotograaf, de rechten op een kledingstuk aan de ontwerp(st)er en de rechten op een stuk tekst aan de auteur. Maar niet altijd. Er zijn diverse uitzonderingen op de hoofdregel.

(Geen) uitzondering: opdrachtgever

Veel creatieve werken worden gemaakt in opdracht. De opdrachtgever betaalt dan natuurlijk ook de kosten van de ontwikkeling/het ontwerp van het werk. Vaak wordt gedacht dat degene die de rekening voor het maken van het werk betaalt, automatisch de rechthebbende is. Ten onrechte. Wie voor het maken van het werk betaalt, bepaalt niet wie de rechthebbende is. In beginsel, want zoals altijd kent het recht hoofdregels en uitzonderingen.

In Nederland kennen we voor opdrachtgevers bijvoorbeeld de uitzondering dat als een ontwerp voor een product op bestelling wordt gemaakt, degene die de bestelling heeft gedaan als ontwerper/rechthebbende wordt beschouwd. Maar dan moet het product wel bedoeld zijn om op industriële schaal te worden vervaardigd. Oftewel, het moet een ontwerp zijn van een product dat vervolgens op grote(re) schaal op de markt zal worden gebracht. In dat geval komen de auteursrechten op het ontwerp toe aan degene die de bestelling heeft geplaatst, ook al is dat niet de maker.

Uitzondering: werk gemaakt onder leiding/toezicht van een ander

In sommige gevallen kan het zo zijn dat het bedrijf dat de rekening betaalt ook de auteursrechten heeft/krijgt. Maar niet omdat de rekening door dat bedrijf wordt betaald. De maker is over het algemeen degene die de creatieve keuzes maakt en het denkwerk verricht op basis waarvan een werk tot stand komt. Een meubelmaker bijvoorbeeld, bepaalt meestal hoe een meubelstuk eruit komt te zien, in welke stijl het wordt gemaakt, welke kleuren en materialen worden gebruikt en hoe de verdere vormgeving moet zijn.

Maar er zijn ook situaties waarbij de opdrachtgever bepaalt hoe zo’n meubelstuk eruit moet komen te zien. In zo’n geval, waarbij de meubelmaker in feite slechts de uitvoerende partij is terwijl de opdrachtgever het creatieve denkwerk heeft verricht en aangeeft welke keuzes tot uiting moeten worden gebracht, wordt de opdrachtgever als rechthebbende gezien. Dat was bijvoorbeeld het geval in een rechtszaak over tenten die werden gemaakt door een externe partij: niet die externe partij, de feitelijk maker, maar de opdrachtgever wordt gezien als rechthebbende, aldus de rechter. Die partij heeft namelijk al het creatieve denkwerk verricht en de maker steeds aanwijzingen gegeven hoe de tenten eruit moesten komen te zien. De maker heeft onder leiding en toezicht van de opdrachtgever de tenten slechts feitelijk gemaakt.

Dezelfde situatie is denkbaar bij bijvoorbeeld de drukker van een boek. De drukker maakt feitelijk het boek, maar de schrijver van de tekst is (over het algemeen) de auteursrechthebbende.

Uitzondering: werk openbaar gemaakt door een bedrijf

Een andere uitzondering op de hoofdregel ‘wie maakt, heeft de rechten’ is als een werk voor het eerst openbaar wordt gemaakt door een bedrijf zonder dat daarbij de naam van de feitelijke maker wordt vermeld. Als bijvoorbeeld een reclamebureau een opdracht heeft gekregen een promofilmpje te maken en dat filmpje wordt voor het eerst openbaar gemaakt door de opdrachtgever, bijvoorbeeld op diens website, dan wordt dat bedrijf geacht de rechthebbende te zijn. Dat is alleen niet het geval als dat onrechtmatig zou zijn, bijvoorbeeld omdat er afspraken zijn gemaakt dat het reclamebureau (als maker) de rechthebbende blijft.

Zie hier een voorbeeld van een uitspraak waarbij in eerste instantie werd aangenomen dat het bedrijf Artworxs de auteursrechten verkreeg door openbaarmaking van schilderijen van vrolijke dieren onder een (fictieve) naam die aan Artworxs zou toebehoren. In hoger beroep werd dat oordeel teruggedraaid.

Voorbeeld van een van de vrolijke schilderijen van Vrolijk Schilderij – bron: rechtspraak.nl

Voorbeeld van een van de vrolijke schilderijen van Vrolijk Schilderij –bron: rechtspraak.nl

En hier een voorbeeld van een uitspraak over sieradenrekjes waarbij dat juist niet werd aangenomen dat er sprake was van een eerste openbaarmaking.

Als maker is het hoe dan ook belangrijk dat je goede afspraken maakt met de opdrachtgevers voor wie je werkt (of goede algemene voorwaarden hanteert), anders zou je de rechten die je normaliter zou hebben wel eens onbedoeld uit handen kunnen geven.

Uitzondering: freelancers

In het verlengde van de vorige uitzondering(en), valt de situatie dat een freelancer wordt ingeschakeld voor het opleveren van bepaalde creatieve werken, al dan niet in samenwerking met eigen werknemers (zie de uitzonderingen hieronder: werkgever/werknemer en gezamenlijk werk). Bedrijven vergeten in die gevallen nog wel eens dat freelancers niet echt bij het bedrijf horen en dat alle rechten op werken die zo’n freelancer oplevert aan hem/haar toekomen (tenzij er andere afspraken worden gemaakt). Als opdrachtgever is het dus erg verstandig om met freelancers af te spreken dat alle rechten op het op te leveren werk aan het bedrijf toekomen. Om er helemaal zeker van te zijn dat ook echt alle rechten bij het bedrijf komen te liggen, is het nog verstandiger om de rechten over te (laten) dragen (zie de uitzondering hieronder: overdracht van rechten).

Uitzondering: werkgever/werknemer

In het auteursrecht is het zo dat als een werk wordt gemaakt door een werknemer die in dienst is van een bedrijf (geen freelancer dus) en waarvan de functie het maken van de betreffende creatieve werken inhoudt, niet de werknemer maar de werkgever automatisch de auteursrechten verkrijgt. Het is niet nodig zo’n afspraak vast te leggen in het arbeidscontract, al kan het wel verstandig zijn. Daarmee voorkom je als werkgever dat er discussie ontstaat of een bepaald werk wel binnen de functieomschrijving valt.

Het schrijven van een boek of het ontwerpen van kleding zal bijvoorbeeld niet bij de functie van verpleegster horen. Als een verpleegster in haar vrije tijd dus een boek schrijft of kleding ontwerpt, zijn en blijven de auteursrechten daarop bij haar. In het octrooirecht is het overigens precies andersom: daar komen de rechten op een uitvinding automatisch toe aan de werkgever (tenzij er andere afspraken zijn gemaakt).

Uitzondering: meerdere makers

Als er niet een specifieke maker, maar meerdere makers zijn die het creatieve denkwerk hebben verricht en er aldus voor hebben gezorgd dat een werk tot stand is gebracht, hebben die een gezamenlijk auteursrecht. Dat is een situatie die beter voorkomen kan worden, omdat de ene rechthebbende niets mag met het werk zonder medewerking van de andere(n). Die situatie leidt in de praktijk geregeld tot conflicten. Beter is het om de auteursrechten dan bijvoorbeeld onder te brengen in een aparte vennootschap, zodat de (op dat moment bestaande aandeelhouders in die) vennootschap als geheel bepaalt wat er met het werk gebeurt.

Uitzondering: overdracht van rechten

Als je er helemaal zeker van wil zijn dat je de auteursrechten op creatieve werken hebt/krijgt, zonder dat je dus overgeleverd bent aan het al dan niet van toepassing zijn van bovenbeschreven (wettelijke) uitzonderingen, is het verstandig de rechten door de maker(s) over te laten dragen. Let daarbij wel op dat de auteursrechten schriftelijk worden overgedragen, anders is zo’n overdracht niet geldig. Vaak wordt een overdrachtsbepaling in contracten opgenomen.

Het is hoe dan ook belangrijk dat vooraf goede (schriftelijke) afspraken worden gemaakt. De meeste conflicten ontstaan als dat niet is gebeurd en partijen elk van een ander uitgangspunt uitgaan en andere verwachtingen hebben.


In de praktische handboeken voor ondernemers ‘IE in Bedrijf’ lees je alles over auteursrecht en inbreuk, met tal van voorbeelden uit de praktijk. In de laatste twee delen (5 en 6), IE in Bedrijf – Online en IE in Bedrijf – Inbreuk op IE-rechten, wordt uitgebreid ingegaan op het inbreukmakend gebruik van foto’s en andere content, wat fotografen en rechthebbenden daaraan kunnen doen, maar ook hoe je je als aangesproken partij kunt verweren tegen claims. De serie is te koop bij de reguliere en online boekhandels (bijvoorbeeld: managementboek.nl) zowel in hard cover als eBook. Kijk voor een (gratis) te downloaden inkijkexemplaar op de website IE in Bedrijf.

GeenStijl vs. Playboy/Britt Dekker – wie wint er nu eigenlijk?

Is hyperlinken door GeenStijl naar foto’s die elders op internet stonden een openbaarmaking en daarmee inbreuk op auteursrecht? De rechtbank vond van wel (vonnis), het hof van niet (arrest 19 november 2013). Gelukkig.

In het najaar van 2011 kreeg GeenStijl een anonieme ‘linktip’. Daarbij werd verwezen naar een Australische site voor dataopslag (Filefactory.com) met een bestand waarop naaktfoto’s van Britt Dekker te zien waren. Die foto’s waren bestemd voor de Playboy, die nog moest verschijnen. In PowNews werd diezelfde dag gemeld dat de foto’s waren uitgelekt. Dat leidde tot het verzoek van Sanoma (uitgever van Playboy) de foto’s niet via GeenStijl (de site) te laten uitlekken. GeenStijl zou GeenStijl niet zijn als zij dat een dag later tóch deed: via een hyperlink kon de bezoeker de foto’s downloaden. Sommaties van Sanoma haalden niets uit, integendeel. Er verschenen nog meer hyperlinks op de site van GeenStijl, zowel geplaatst door GeenStijl zelf als haar ‘reaguurders’. Saillant detail is wel dat ook Britt Dekker zélf via Twitter een link plaatste naar een Mexicaanse site waarop de foto’s te vinden waren.

Een en ander leidde tot een procedure bij de rechtbank Amsterdam. Het vonnis van de rechtbank leidde tot veel opschudding in onder meer journalistiek en juridisch Nederland. De rechtbank oordeelde namelijk:

“4.16. Nu volgens de rechtbank in de onderhavige, specifieke omstandigheden sprake is van een bewuste interventie door GeenStijl, waarmee een nieuw publiek wordt bereikt en die vanuit een winstoogmerk heeft plaatsgevonden, leidt dit tot het oordeel dat GeenStijl de fotoreportage openbaar heeft gemaakt. GeenStijl heeft inbreuk gemaakt op de auteursrechten op de fotoreportage, nu deze openbaarmaking zonder toestemming van de auteursrechthebbende heeft plaatsgevonden.”

Oftewel: door het hyperlinken door GeenStijl naar een site die voor ‘het publiek’ niet toegankelijk of niet vindbaar zou zijn, werd een nieuw publiek bereikt. Omdat GeenStijl bovendien handelt vanuit winstoogmerk, is het aanbrengen van de hyperlink aan te merken als auteursrechtinbreuk.

GeenStijl ging in hoger beroep. Het hof Amsterdam oordeelde anders. Het hof achtte niet bewezen dat de inhoud van de opgeslagen bestanden op Filefactory.com onvindbaar en onbereikbaar waren voor het publiek. Die bestanden waren dus al openbaar gemaakt. Het aanbrengen door GeenStijl van de hyperlink betekent dus geen (nieuwe) openbaarmaking en dus geen auteursrechtinbreuk. Daar kan ik me volledig in vinden.

Maar daarmee zijn we er nog niet. Het hof vindt dat GeenStijl namelijk wél onrechtmatig heeft gehandeld. GeenStijl wist namelijk dat publicatie van de foto’s op Filefactory.com onrechtmatig was. Enerzijds omdat een anonieme tipgever haar op de link had gewezen maar vooral omdat Sanoma haar daarop had gewezen. GeenStijl handelt onrechtmatig door het geenstijlpubliek te faciliteren en te enthousiasmeren kennis te nemen van de foto’s op internet waardoor het portretrecht en de privacy van Britt Dekker en het auteursrecht van de fotograaf zijn geschonden, aldus het hof. GeenStijl zal de schade van Sanoma en Britt Dekker moeten vergoeden. Het hof merkt daarbij wel nog op dat het feit dat Britt Dekker ook zelf via Twitter een link naar de foto’s heeft verspreid, kan leiden tot een ‘eigenschuldverweer’.

Tja, en dan zijn we weer bij de eerste vraag: wie heeft er nu eigenlijk gewonnen? GeenStijl in juridische zin, maar Sanoma als het om de knaken gaat. GeenStijl claimt de overwinning in ieder geval (lees hier).