Re-integratie verandert: bedrijfsarts leidend en tweede spoor verplicht?

Joyce SnijderEunice BruyninckxMarjolein WesterbeekOlga Van Beijeren

7 april, 2026

Minister Aartsen van Werk en Participatie heeft twee wetsvoorstellen ingediend die de verplichtingen van werkgevers bij langdurige ziekte zouden veranderen. Beide voorstellen zijn gericht op meer duidelijkheid en minder administratieve en financiële risico’s voor werkgevers — met name in het midden- en kleinbedrijf (‘mkb’).

1. Advies bedrijfsarts wordt leidend bij de RIV-toets

Na twee jaar ziekte beoordeelt het UWV via de re-integratieverslagtoets (‘RIV-toets’) of werkgever en werknemer voldoende hebben gedaan aan re-integratie. Als de werkgever tekortschiet, bestaat er een reëel risico op een loonsanctie: tot maximaal één jaar extra loondoorbetaling.

Wat verandert er? In de nieuwe situatie wordt het advies van de bedrijfsarts leidend bij deze toets. Werkgevers die het advies van hun bedrijfsarts opvolgen, kunnen er in beginsel vanuit gaan dat zij aan hun re-integratieverplichtingen hebben voldaan. Hierdoor verdwijnt de onzekerheid die nu bestaat over de vraag of het UWV achteraf tot een ander oordeel komt dan de bedrijfsarts.

Een bijkomend voordeel: doordat verzekeringsartsen van het UWV minder werk hebben aan de RIV-toets, houden zij meer tijd over voor de beoordeling van WIA-aanvragen — wat de huidige wachttijden zou moeten terugdringen.

Het wetsvoorstel bevat ook een regeling voor WIA-voorschotten: als na beoordeling blijkt dat iemand geen of een lagere uitkering krijgt, hoeft een eerder gedaan voorschot niet te worden terugbetaald. Dit beleid — tot nu toe een tijdelijke maatregel — wordt wettelijk verankerd.

Dit wetsvoorstel is voor advies aangeboden aan de Raad van State.

2. Tweede spoor verplicht in het tweede ziektejaar

Langdurige ziekte dwingt werkgevers de functie van de zieke werknemer open te houden. Voor bedrijven betekent dit dat zij de zieke werknemer slechts tijdelijk kunnen vervangen, wat de bedrijfsvoering bemoeilijkt. Dit maakt werkgevers terughoudend bij het aanbieden van vaste contracten.

Wat verandert er? Vanaf het tweede ziektejaar wordt re-integratie zoveel mogelijk gericht op het tweede spoor: de werknemer gaat aan de slag bij een andere werkgever, zonder mogelijkheid van terugkeer naar de eigen werkplek. Dit kan met instemming van de werknemer of met toestemming van het UWV. Minister Aartsen: “Dat is goed voor de werkgever, want deze weet zo sneller of hij iemand nieuw mag aannemen om weer op volle sterkte te komen. Voor de werknemer is eerder duidelijk dat de re-integratie zich richt op een baan bij een nieuwe werkgever.” 

Dit wetsvoorstel is al naar de Tweede Kamer gestuurd en vormt de tweede stap van minister Aartsen in een bredere hervorming van de loondoorbetalingsperiode bij ziekte.

Wat betekent dit in de praktijk?

Deze twee voorstellen hebben — als zij worden aangenomen —gevolgen voor de dagelijkse praktijk:

  • Minder loonsanctierisico: Door het advies van de bedrijfsarts leidend te maken, neemt de kans op een achteraf opgelegde loonsanctie door het UWV af. Dat is goed nieuws, maar het stelt wél hogere eisen aan de kwaliteit van het bedrijfsartsadvies en de vastlegging daarvan in het dossier.
  • Vroegtijdige focus op tweede spoor: Werkgevers moeten in het tweede ziektejaar sneller schakelen richting externe re-integratie. De huidige praktijk van afwachten of eerste-spoor-opties nog haalbaar zijn, verdwijnt.
  • Mkb-relevantie: Beide maatregelen zijn nadrukkelijk bedoeld om het mkb meer ruimte te geven, maar ook grotere werkgevers ondervinden de gevolgen van de gewijzigde toetsingssystematiek.
  • Procesbewaking: Werkgevers doen er goed aan hun re-integratieprocessen en dossiervorming (nu ook al) kritisch te screenen op aansluiting bij het bedrijfsartsadvies.
  • Robuust ‘bedrijfsartsbeleid’: Het is van belang dat er heldere afspraken gemaakt worden met de arbodienst of bedrijfsarts over de inhoud, tijdigheid en vastlegging van adviezen.
  • Duidelijk re-integratiebeleid: Het blijft van belang een duidelijk re-integratiebeleid te voeren. Daarin zou opgenomen kunnen worden dat vanaf het tweede ziektejaar actief wordt ingezet op tweede-spoor-trajecten.

Zodra de Raad van State advies heeft uitgebracht over het eerste wetsvoorstel, wordt dit — eventueel aangepast — ingediend bij de Tweede Kamer. Het tweede wetsvoorstel ligt al bij de Tweede Kamer en zal naar verwachting op korte termijn worden behandeld. Daarnaast werkt het kabinet aan verdere maatregelen om de loondoorbetaling bij ziekte beter uitvoerbaar te maken voor werkgevers — met name voor het mkb. Concreet valt te denken aan een verkorting van de loondoorbetalingsperiode voor kleine werkgevers en een publieke uitvoerder voor het tweede ziektejaar. U kunt altijd bij ons terecht voor meer informatie.

Over de auteurs


Joyce Snijder

Joyce is gespecialiseerd in het arbeidsrecht en is expert op het gebied van flexibele arbeidsrelaties. In haar praktijk adviseert en onderhandelt ze en indien nodig en procedeert ze ook voor haar cliënten.

Eunice Bruyninckx

Eunice Bruyninckx is sinds 1995 advocaat en houdt zich sinds 1997 uitsluitend bezig met arbeidsrecht, in het bijzonder op het gebied van medezeggenschapsrecht, overgang van onderneming, CAO-recht, gelijke behandeling en (collectief) ontslag. Eunice treedt vooral op voor grote ondernemingen maar ook met enige regelmaat voor (statutair) bestuurders.

Marjolein Westerbeek

Marjolein is specialist op het gebied van individueel en collectief arbeidsrecht. Haar opdrachtgevers zijn voornamelijk werkgevers, maar zij staat ook regelmatig (statutair) bestuurders, werknemers en ondernemingsraden bij.

Olga Van Beijeren

Olga van Beijeren is sinds 2000 advocaat, gespecialiseerd in het arbeidsrecht in de breedste zin van het woord.