Berichten

Auteursrecht: mag je foto’s en video’s van anderen embedden op je eigen site?

Gebruik van content van anderen is niet toegestaan, tenzij…

De hoofdregel in het auteursrecht is dat je voor het gebruik van content van anderen, zoals foto’s en video’s, toestemming nodig hebt. Van de rechthebbende wel te verstaan. Die bepaalt immers of en onder welke voorwaarden het werk mag worden gekopieerd of gepubliceerd. De maker is in de regel de rechthebbende zodra een creatie gemaakt is, maar de auteursrechten kunnen ook aan een ander (bedrijf) toekomen, bijvoorbeeld omdat dat de werkgever is of omdat de rechten zijn overgedragen. Wie als rechthebbende moet worden gezien lees je hier.

Uitzonderingen

Er zijn verschillende uitzonderingen op de hoofdregel ‘gebruik zonder toestemming is niet toegestaan’. Zo kan er sprake zijn van een geldig citaat, van privégebruik en mogen posts via sociale media gedeeld worden (NB: het overnemen van een sociale mediapost op je eigen website mag niet zonder toestemming). Een andere uitzondering is het embedden van content op je eigen site.

Een embedded link is een link die je in feite ‘insluit’ op je eigen webpagina, meer daarover vind je in dit (embedded) filmpje:

Door middel van embedden kun je foto’s en video’s van anderen gebruiken op je eigen website of sociale media-account zónder dat je toestemming nodig hebt van de auteursrechthebbende. Het lijkt er dus op dat je via embedden de auteursrechthebbende buiten spel kan zetten. In juridische zin is dat niet zo. Als je een embedded link plaatst, wordt er namelijk niets met het brondocument gedaan. Dat blijft gewoon op de oorspronkelijke server staan. Het wordt niet gedownload en ook niet geüpload. Er vindt geen ‘verveelvoudiging’ plaats, je maakt geen kopie. Dat maakt dat embedden is toegestaan, dus zonder dat je daarvoor toestemming nodig hebt van de auteursrechthebbende. In beginsel.

Uitzondering op uitzondering = hoofdregel

Als het namelijk gaat om een foto of filmpje waarvan je weet of moet weten dat het niet eerder openbaar is gemaakt met toestemming van de rechthebbende, geldt nog steeds de hoofdregel: ‘gebruik zonder toestemming mag niet’. Dat geldt ook als een foto of video wel openbaar is gemaakt, maar bijvoorbeeld alleen voor een beperkte groep (zoals abonnees) en je voor het elders publiceren beperkingsmaatregelen moet omzeilen.

Vreemde situatie

Door foto’s en video’s van een ander te embedden kun je die in beginsel dus op je eigen website laten zien, zónder toestemming. Dat terwijl het zonder toestemming downloaden en uploaden van een foto of video van een ander op je eigen website – dus met hetzelfde eindresultaat, namelijk het tonen van beschermd materiaal op je eigen site – niet mag. Dat verschil is er alleen omdat embedden technisch anders werkt dan downloaden en uploaden. Uit de Svensson-uitspraak van het Europese Hof over hyperlinken, kan worden afgeleid dat er met embedden geen mededeling aan (nieuw) publiek plaatsvindt en dat het daarmee is toegestaan.

Dit levert een wat gekunstelde situatie op. Je hebt geen toestemming nodig om te embedden, maar het eindresultaat is hetzelfde als bij down-/uploaden (waar je wél toestemming voor nodig hebt), namelijk: je toont werk van een ander op je eigen site. Ik zou het dan ook fair vinden als embedden auteursrechtelijk gelijk wordt getrokken met het down- en uploaden van materiaal. In de V.S. is dat al eens gebeurd, in een uitspraak uit 2018 over een embedded foto. De rechter oordeelde daar dat embedden, net als downloaden en uploaden van content van anderen, niet is toegestaan als je daar geen toestemming voor hebt (tenzij natuurlijk een van de andere uitzonderingen van toepassing is). Het resultaat is immers hetzelfde. Dat betekent niet dat de heersende lijn nu is dat je in de V.S. geen materiaal mag embedden zonder toestemming, maar het heeft de discussie wel aangewakkerd.

Embedden toch niet toegestaan?

Recent heeft ook een Nederlandse rechter geoordeeld dat embedden niet is toegestaan, in een procedure over deze foto van gevulde eieren:

Foto: Studio Lipov

De oorspronkelijke foto is bijgesneden en op de website van de aangesproken partij geplaatst, bij een recept. Volgens de rechthebbende is dat zonder toestemming gebeurd waardoor het normale licentietarief is misgelopen en alsnog moet worden betaald. Een van de argumenten van de aangesproken partij is dat de foto embedded is gepubliceerd, zodat er geen sprake kan zijn van inbreuk op het auteursrecht. Normaliter is dat een reden om de inbreukvorderingen af te wijzen, natuurlijk op voorwaarde dat dat embedden ook kan worden aangetoond. Maar in dit geval ging de rechter er niet in mee en oordeelt: “Doordat de foto op de website van [gedaagde] heeft gestaan heeft zij de foto geopenbaard en dat is zonder toestemming van [eiseres] niet toegestaan, zo volgt uit artikel 25 en 27A van de Auteurswet (Aw).”.

Met de uitkomst kan ik het alleen maar eens zijn, maar zoals de auteursrechtelijke regels in de EU op dit moment zijn, is dit een uitspraak die op zichzelf staat. Uiteindelijk zal het aan het EU Hof van Justitie zijn om te beoordelen of er voor het embedden van auteursrechtelijk beschermde content van een ander toestemming moet worden gevraagd, net als voor elke andere manier van het openbaar maken van content. Als je als auteursrechthebbende overigens wil voorkomen dat je werk zonder jouw toestemming geëmbed wordt, kun je de codering op je website zo wijzigen dat embedden niet meer mogelijk is.


In de praktische handboeken voor ondernemers ‘IE in Bedrijf’ lees je alles over auteursrecht en inbreuk, met tal van voorbeelden uit de praktijk. In de laatste twee delen (5 en 6), IE in Bedrijf – Online en IE in Bedrijf – Inbreuk op IE-rechten, wordt uitgebreid ingegaan op het inbreukmakend gebruik van foto’s en andere content, wat fotografen en rechthebbenden daaraan kunnen doen, maar ook hoe je je als aangesproken partij kunt verweren tegen claims. De serie is te koop bij de reguliere en online boekhandels (bijvoorbeeld: managementboek.nl) zowel in hard cover als eBook. Kijk voor een (gratis) te downloaden inkijkexemplaar op de website IE in Bedrijf.

Oranje jurkjes – the battle between SuperTrash & Blokker

Op 2 oktober 2013 heeft de rechtbank Den Haag vonnis gewezen in een procedure die door SuperTrash was gestart tegen Blokker. Aanleiding van die procedure was een oranje jurkje dat Blokker tijdens het EK 2012 op de markt bracht, terwijl SuperTrash in 2010 eveneens een oranje jurkje op de markt bracht, al tijdens het WK 2010 (beter bekend als de jurk die door ‘de Bavaria Babes’ tijdens het WK in het stadion van Kaapstad werd gedragen. Daarover is veel te doen geweest, omdat de FIFA vond dat dit een vorm van verboden reclame was, zie voor meer informatie bijvoorbeeld hier).

Links de jurk van SuperTrash en rechts die van Blokker:Supertrash jurk

SuperTrash vindt dat Blokker inbreuk maakt, onder meer op haar auteursrechten op de SuperTrash jurk. Blokker vindt dat de SuperTrash jurk niet auteursrechtelijk beschermd is en laat in dat kader een aantal jurkjes zien die ook al voor het WK 2010 op de markt. Bovendien meent Blokker dat – als er al auteursrechten rusten op de jurk – SuperTrash niet de auteursrechthebbende is.

Auteursrecht

Wanneer is sprake van bescherming op grond van het auteursrecht?
In elke rechtszaak wordt die vraag beantwoord met: “als het desbetreffende werk een eigen, oorspronkelijk karakter heeft en het persoonlijk stempel van de maker draagt”. Dat is vrij theoretisch. Het Hof van Justitie van de EU heeft het in iets gangbaardere termen verwoord: het moet gaan om een eigen, intellectuele schepping van de auteur van het werk.

De rechtbank meent dat hier sprake van is bij de SuperTrash jurk: “in dit werk [is] een combinatie van elementen aan te wijzen die wordt aangemerkt als het resultaat van creatieve keuzes.” Die combinatie van creatieve keuzes, zoals de kleur oranje, een watervalhals en een ceintuur bestaande uit een koord waarbij rode, witte en blauwe strengen in elkaar gedraaid zijn, is dus uiteindelijk beslissend. En die bestond nog niet bij eerdere jurkjes. De SuperTrash jurk is daarmee auteursrechtelijk beschermd.

⇥Er zijn natuurlijk nog allerlei mitsen en maren bij het vraagstuk of een product ⇥auteursrechtelijk beschermd is, maar die komen een andere keer aan bod.

Inbreuk

Of Blokker met haar oranje jurkje inbreuk maakt op de SuperTrash jurk, hangt af van de totaalindruk van beide jurken. Oftewel: de jurkjes in hun totaliteit moeten worden vergeleken, in plaats van elk element afzonderlijk. Zowel de beschermde onderdelen tellen mee, als de onderdelen die niet beschermd zijn (bijvoorbeeld omdat die elementen al bestonden). Als die totaalindruk te weinig verschilt, wordt in beginsel inbreuk gemaakt. Volgens de rechtbank zijn de totaalindrukken van beide jurkjes hetzelfde. Blokker maakt dus inbreuk.

Maar op wiens rechten eigenlijk?

Auteursrechthebbende

Blokker voert aan dat SuperTrash niet de auteursrechthebbende is, in de eerste plaats omdat de jurk in opdracht van Bavaria gemaakt is. Is dat beslissend? Nee.

⇥In de praktijk zijn hier vaak misverstanden over. Vaak wordt gedacht dat de opdrachtgever die een ander betaalt voor het ontwerpen van een product of bijvoorbeeld een logo, automatisch de auteursrechten krijgt. Dat is niet zo. Uitgangspunt is dat de maker van een werk de auteursrechthebbende is. De opdrachtgever is niet de maker en dus ook niet de auteursrechthebbende. Ook al heeft hij betaald. Natuurlijk kunnen daarover wel andere afspraken worden gemaakt, waarbij het auteursrecht aan de opdrachtgever wordt overgedragen. Maar in de praktijk gebeurt dat vaak niet en staat de opdrachtgever achteraf ongewild met lege handen. Hij heeft dan namelijk toestemming nodig van de maker/auteursrechthebbende om meer te doen met bijvoorbeeld dat logo – zoals gebruik in andere landen dan afgesproken.

Hier redt Blokker het dus niet mee. Wel zijn er nog andere uitzonderingen op het beginsel ‘wie maakt, is auteursrechthebbende’. Als zo’n jurkje op de markt is gebracht onder een andere naam dan die van SuperTrash, bijvoorbeeld Bavaria, dan kan het zo zijn dat Bavaria (alsnog) de auteursrechten heeft. Ook daarvan was in dit geval echter geen sprake. De naam SuperTrash werd naast die van Bavaria aangebracht in de reclame-uitingen en op de verpakking. Daarmee zou ook kunnen worden geoordeeld dat Bavaria en SuperTrash een gezamenlijk auteursrecht hebben, maar dat neemt niet weg dat SuperTrash afzonderlijk van Bavaria die rechten kan handhaven tegen derden die inbreuk maken, zoals Blokker.

Blokker mag de jurk – kort gezegd – niet meer verhandelen en zal de jurkjes bij haar afnemers moeten terughalen zodat SuperTrash ze kan vernietigen. Bovendien moet Blokker de schade van SuperTrash vergoeden, alsook de proceskosten van Supertrash (bijna € 18.000). Risico van het vak zullen we maar zeggen.