Berichten

Auteursrecht: mag je al die mooie schaatsfoto’s en oudhollandse winterplaatjes zomaar gebruiken en delen?

In hoeverre mag je foto’s hergebruiken?

Foto: Marjolein Driessen / vrij te gebruiken

Afgelopen week (7 – 14 februari 2021) veranderde Nederland in een fantastisch winterlandschap. Er werd volop gesleed en na een aantal dagen en nachten strenge vorst, ook volop geschaatst. Het leverde ontelbare mooie plaatjes op. Van winterse landschappen, schaatsen op natuurijs, molens op de achtergrond tot vogels in de sneeuw, peuters voor het eerst op het ijs en mooie zonsopkomsten.

De gemaakte foto’s worden door Jan en alleman gedeeld en gebruikt. Het retweeten op Twitter van een foto of het delen op andere sociale mediakanalen is natuurlijk zonder probleem, op voorwaarde dat de maker/rechthebbende die foto daar heeft geplaatst of toestemming heeft gegeven om dat te doen (en daarmee volgens de algemene voorwaarde van bijvoorbeeld Twitter dus automatisch toestemming geeft de foto op dat specifieke medium verder te verspreiden). Maar wat wel een probleem is, is dat zo’n foto op internet vaak een geheel eigen leven gaat leiden. Te pas en te onpas wordt zo’n foto gebruikt en steeds meer zonder überhaupt nog te vermelden wie de maker is. Dat valt (gelukkig) menigeen op, zie bijvoorbeeld deze reactie op Twitter:

Dat dat bij ‘onwetend Nederland’ gebeurt, is zeker ook niet okay, maar nog tot daar aan toe. Wat een groter probleem is, is dat ook bedrijven en bijvoorbeeld nieuwszenders nog (te) vaak de fout begaan om dit soort foto’s gewoon maar te gebruiken op hun eigen materiaal/websites en in nieuwsitems.

Zoals ik in een eerder blog al schreef, lijkt niemand zich meer echt af te vragen of het knippen en plakken van zo’n foto wel is toegestaan. Het is immers een fluitje van een cent. Aan auteursrecht wordt vaak niet gedacht – of er worden verkeerde aannames gedaan, zie hieronder – laat staan aan het risico dat daarvoor op enig moment betaald moet gaan worden. Maar het overgrote deel van de foto’s is beschermd door het auteursrecht en die kun je vaak dus niet zonder toestemming gebruiken (lees: kopiëren en/of publiceren). Voor een uitgebreidere uitleg over het auteursrecht verwijs ik onder andere naar dit eerdere blog. Ik leg hieronder uit hoe het specifiek zit met auteursrecht op foto’s.

Mag je foto’s van anderen zomaar gebruiken?

Foto’s worden in verreweg de meeste gevallen als creatief, oorspronkelijk werk gezien waarbij de fotograaf persoonlijke keuzes heeft gemaakt. Bijvoorbeeld voor wat betreft het onderwerp van de foto, welke sfeer een foto uit moet stralen, de compositie, de hoek van waaruit de foto wordt gemaakt, de belichting, het diafragma en de sluitertijd. Daarnaast maakt een fotograaf vaak in de nabewerking allerlei creatieve keuzes. Dat maakt dat foto’s in verreweg de meeste gevallen beschermd zijn door het auteursrecht en dat de rechthebbende, vaak de fotograaf, anderen kan beletten zijn of haar foto’s zonder toestemming te gebruiken. Wordt zo’n foto toch zonder toestemming gebruikt, dan zal daar een vergoeding tegenover moeten staan. Géén boete – zoals vaak gedacht wordt – maar de reële geleden schade moet vergoed worden. Die bestaat bij professionele fotografen vaak uit een licentievergoeding die de fotograaf zou hebben gekregen als wel netjes om toestemming is gevraagd. En daarnaast een extra vergoeding als de naam van de fotograaf/bron niet vermeld is of als de foto bewerkt is door de inbreukmaker. In dat soort gevallen zijn namelijk (ook) de persoonlijkheidsrechten van de fotograaf geschonden. Als er geen reguliere licentietarieven zijn voor de desbetreffende foto waarmee de schade kan worden bepaald, wordt vaak aangesloten bij de tarieven van Stichting FotoAnoniem.

Niet elke foto levert een auteursrechtelijk beschermd werk op

Niet elke foto is een creatief werk. De rechtbank Amsterdam oordeelde eerder over een serie vrij alledaagse, banale foto’s dat die niet auteursrechtelijk beschermd zijn (die uitspraak leidde overigens wel tot behoorlijk wat kritiek). Zo heb je ook tal van banale foto’s van bepaalde gebouwen of plekken op de wereld die al zo vaak op dezelfde wijze gefotografeerd zijn dat er van een oorspronkelijke foto geen sprake meer is. Dat geldt bijvoorbeeld voor de meeste foto’s van de Eiffeltoren. Maar let op: ook van zo’n bekend bouwwerk kunnen nog steeds foto’s worden gemaakt waarin wél creatieve keuzes zijn gemaakt en die dus beschermd zijn.

Ook foto’s die een volledig natuurgetrouwe weergave zijn van het gefotografeerde onderwerp, zullen vaak niet auteursrechtelijk beschermd zijn. Van een creatief werk is dan geen sprake meer. Daarmee bedoel ik niet de foto’s die worden gemaakt van een natuurlandschap of bijvoorbeeld een molen; daarbij zullen namelijk vaak juist hele creatieve keuzes worden gemaakt. Maar dit is vaak anders bij productfotografie. Voor een voorbeeld, zie hier. Het product moet zo duidelijk mogelijk, op een technisch perfecte wijze worden gepresenteerd, veelal tegen een volstrekt neutrale (witte) achtergrond zodat de consument zo’n product op zo goed mogelijke wijze kan bekijken. Het maken van zo’n foto kost wellicht een hoop tijd en energie (en dus ook geld), maar van creatieve keuzes is geen sprake. Van een auteursrechtelijk beschermde foto dus ook niet.

Regelmatig krijg ik vragen van makers van dergelijke foto’s die erachter komen dat een ander bedrijf die ook gebruikt. De vraag is dan of ze er iets tegen kunnen doen. Het voelt onrechtvaardig, maar meestal is het antwoord: nee.

Gebruik zonder toestemming maker/rechthebbende mag niet…

Het uitgangspunt is: de maker/rechthebbende van een auteursrechtelijk beschermd werk, zoals een foto, heeft een exclusief recht. Hij/zij mag bepalen of een ander zo’n foto mag gebruiken (‘verveelvoudigen/publiceren’) en zo ja, onder welke voorwaarden. Maar gebruik zonder toestemming leidt niet altijd, automatisch tot inbreuk op het auteursrecht. Er zijn uitzonderingen op de hoofdregel.

…tenzij…

Niet al het gebruik van andermans foto levert een inbreuk op. Er zijn uitzonderingen die wettelijk zijn vastgelegd. En dan heb ik het niet over veelgehoorde smoesjes als:

  • ‘Ik wist niet dat het niet mocht’
  • ‘De foto staat gewoon op internet en kan zo worden gebruikt’
  • ‘Iedereen gebruikt die foto’
  • ‘Dan had er maar een watermerk in moeten staan’.

Dit – en nog tal van andere – zijn allemaal excuses die niet relevant zijn. Voor gebruik van het werk van een ander dat auteursrechtelijk beschermd is, heb je in de regel toestemming nodig. Het maakt niet uit of je ‘te goeder trouw’ bent of dat je de foto niet zou hebben gebruikt als je ervoor had moeten betalen. Ook maakt het niet uit of je de foto maar even hebt gebruikt of maar heel weinig of zelfs geen geld verdient met, bijvoorbeeld, je website. Geen toestemming betekent in principe inbreuk en dat betekent dat je de geleden schade moet vergoeden. De belangrijkste uitzonderingen op die vereiste toestemming zijn:

1. Uitzondering auteursrecht: gebruik via sociale media

Als de fotograaf een foto op sociale media plaatst, gaat hij/zij er mee akkoord dat anderen die foto delen, let wel: op datzelfde medium. Dit is uitdrukkelijk géén vrijbrief om de foto elders te plaatsen. Zo kwam ik afgelopen weekend schaats-/winterfoto’s die op Twitter waren gedeeld tegen op LinkedIn en vice versa (en voor zover ik kon nagaan, betrof het foto’s die maar op een van die mediums waren gedeeld).

2. Uitzondering auteursrecht: gebruik van foto’s als citaat

Soms wordt een foto gebruikt als citaat. Dat kan, als er bijvoorbeeld een artikel wordt geschreven waarbij een foto wordt geplaatst die onderwerp van het artikel is of die dient ter verduidelijking van de tekst. Er mag uitdrukkelijk géén sprake zijn van versiering. En dat is vaak wel het geval waar het gaat om gebruik van beeldmateriaal zoals foto’s. Voor een geldig citaat is bovendien vereist dat de bron/naam van de fotograaf vermeld wordt, waar dat mogelijk is. Ook dat wordt vaak ‘vergeten’ zodat van een geldig citaat geen sprake is, en er toch moet worden betaald.

3. Uitzondering auteursrecht: privékopie

Als je een foto kopieert en gebruikt – bijvoorbeeld aan de muur in je woonkamer hangt – heb je geen toestemming nodig van de fotograaf en hoef je ook geen vergoeding te betalen. Maar: alléén als het voor eigen/privégebruik is. Plaatsen op een website, sociale media e.d. of downloaden en sturen naar de buurvrouw mag dus niet zonder toestemming.

4. Uitzondering auteursrecht: hyperlinken en embedden

Er is niets mis met het delen van een foto door het aanbrengen van een hyperlink of embedded link. Daar heb je geen toestemming voor nodig. In beginsel. Als je namelijk weet of zou moeten weten dat een foto niet eerder openbaar is gemaakt met toestemming van de rechthebbende of als de foto wel openbaar is gemaakt maar voor een beperkte groep (zoals abonnees) en je voor het elders publiceren dus bepaalde beperkingsmaatregelen moet omzeilen, gaat die vlieger niet op. Dan levert het plaatsen van zo’n link in beginsel inbreuk op het auteursrecht op. Is het vreemd dat het embedden van een foto in principe mag? Juridisch/technisch gezien misschien niet, maar naar mijn mening blijft het een gekunstelde constructie. Zie dit eerdere blog.

Er is nog een andere vermeldenswaardige uitzondering op de hoofdregel ‘geen toestemming = inbreuk’. Namelijk onder voorwaarden, als er sprake is van een overname van materiaal door de pers, uit de pers (de zogeheten ‘persexceptie’). Maar: dat geldt niet voor foto’s en ander beeldmateriaal (tenzij het gaat om een televisieprogramma). De uitzondering ‘overname door de pers in de pers’ geldt dus alleen maar voor tekst.

Conclusie

De conclusie is dus: kijk uit met het zomaar kopiëren en hergebruiken van foto’s van anderen, ook als er geen watermerk in de foto staat en ‘iedereen’ het doet. Je ontneemt fotografen hun broodwinning. En nee, fotografen hoeven het knippen en plakken van hun foto’s ook niet te zien als een mooi compliment, zoals ook vaak wordt gedacht (door copycats). Er zijn veel betere manieren om een fotograaf credits te geven. Vrij hergebruiken bestaat eigenlijk niet (tenzij een van de beschreven uitzonderingen zich voordoet). Een fiets die niet op slot staat, mag je toch ook niet zomaar meenemen?

 


In de praktische handboeken voor ondernemers ‘IE in Bedrijf’ lees je alles over merken en inbreuk, met tal van voorbeelden uit de praktijk. In de laatste twee delen (5 en 6), IE in Bedrijf – Online en IE in Bedrijf – Inbreuk op IE-rechten, wordt uitgebreid ingegaan op het inbreukmakend gebruik van foto’s en andere content, wat fotografen en rechthebbenden daaraan kunnen doen, maar ook hoe je je als aangesproken partij kunt verweren tegen claims. De serie is te koop bij de reguliere en online boekhandels (bijvoorbeeld: managementboek.nl) zowel in hard cover als eBook. Kijk voor een (gratis) te downloaden inkijkexemplaar op de website IE in Bedrijf.

 

Auteursrecht: wie is de rechthebbende?

De maker, opdrachtgever, freelancer, werknemer, werkgever of een ander (bedrijf)?

Auteursrecht (of copyright) is het exclusieve recht om een werk openbaar te maken en te verveelvoudigen. Auteursrecht ontstaat automatisch. Alle ‘werken’ die vallen onder de definitie in de Auteurswet zijn dus automatisch beschermd. Aan welke voorwaarden werken moeten voldoen, lees je hier. Maar wie heeft nu eigenlijk de auteursrechten? Er zijn verschillende situaties mogelijk. Ik bespreek hieronder de hoofdregel en de zeven belangrijkste uitzonderingen.

Hoofdregel: de maker is de rechthebbende

Uitgangspunt in het auteursrecht is dat degene die een creatief werk maakt, automatisch de (auteurs)rechten daarop heeft. De maker is namelijk meestal ook degene die de creatieve – beschermde – keuzes maakt. De rechten op een foto komen dus over het algemeen toe aan de fotograaf, de rechten op een kledingstuk aan de ontwerp(st)er en de rechten op een stuk tekst aan de auteur. Maar niet altijd. Er zijn diverse uitzonderingen op de hoofdregel.

(Geen) uitzondering: opdrachtgever

Veel creatieve werken worden gemaakt in opdracht. De opdrachtgever betaalt dan natuurlijk ook de kosten van de ontwikkeling/het ontwerp van het werk. Vaak wordt gedacht dat degene die de rekening voor het maken van het werk betaalt, automatisch de rechthebbende is. Ten onrechte. Wie voor het maken van het werk betaalt, bepaalt niet wie de rechthebbende is. In beginsel, want zoals altijd kent het recht hoofdregels en uitzonderingen.

In Nederland kennen we voor opdrachtgevers bijvoorbeeld de uitzondering dat als een ontwerp voor een product op bestelling wordt gemaakt, degene die de bestelling heeft gedaan als ontwerper/rechthebbende wordt beschouwd. Maar dan moet het product wel bedoeld zijn om op industriële schaal te worden vervaardigd. Oftewel, het moet een ontwerp zijn van een product dat vervolgens op grote(re) schaal op de markt zal worden gebracht. In dat geval komen de auteursrechten op het ontwerp toe aan degene die de bestelling heeft geplaatst, ook al is dat niet de maker.

Uitzondering: werk gemaakt onder leiding/toezicht van een ander

In sommige gevallen kan het zo zijn dat het bedrijf dat de rekening betaalt ook de auteursrechten heeft/krijgt. Maar niet omdat de rekening door dat bedrijf wordt betaald. De maker is over het algemeen degene die de creatieve keuzes maakt en het denkwerk verricht op basis waarvan een werk tot stand komt. Een meubelmaker bijvoorbeeld, bepaalt meestal hoe een meubelstuk eruit komt te zien, in welke stijl het wordt gemaakt, welke kleuren en materialen worden gebruikt en hoe de verdere vormgeving moet zijn.

Maar er zijn ook situaties waarbij de opdrachtgever bepaalt hoe zo’n meubelstuk eruit moet komen te zien. In zo’n geval, waarbij de meubelmaker in feite slechts de uitvoerende partij is terwijl de opdrachtgever het creatieve denkwerk heeft verricht en aangeeft welke keuzes tot uiting moeten worden gebracht, wordt de opdrachtgever als rechthebbende gezien. Dat was bijvoorbeeld het geval in een rechtszaak over tenten die werden gemaakt door een externe partij: niet die externe partij, de feitelijk maker, maar de opdrachtgever wordt gezien als rechthebbende, aldus de rechter. Die partij heeft namelijk al het creatieve denkwerk verricht en de maker steeds aanwijzingen gegeven hoe de tenten eruit moesten komen te zien. De maker heeft onder leiding en toezicht van de opdrachtgever de tenten slechts feitelijk gemaakt.

Dezelfde situatie is denkbaar bij bijvoorbeeld de drukker van een boek. De drukker maakt feitelijk het boek, maar de schrijver van de tekst is (over het algemeen) de auteursrechthebbende.

Uitzondering: werk openbaar gemaakt door een bedrijf

Een andere uitzondering op de hoofdregel ‘wie maakt, heeft de rechten’ is als een werk voor het eerst openbaar wordt gemaakt door een bedrijf zonder dat daarbij de naam van de feitelijke maker wordt vermeld. Als bijvoorbeeld een reclamebureau een opdracht heeft gekregen een promofilmpje te maken en dat filmpje wordt voor het eerst openbaar gemaakt door de opdrachtgever, bijvoorbeeld op diens website, dan wordt dat bedrijf geacht de rechthebbende te zijn. Dat is alleen niet het geval als dat onrechtmatig zou zijn, bijvoorbeeld omdat er afspraken zijn gemaakt dat het reclamebureau (als maker) de rechthebbende blijft.

Zie hier een voorbeeld van een uitspraak waarbij in eerste instantie werd aangenomen dat het bedrijf Artworxs de auteursrechten verkreeg door openbaarmaking van schilderijen van vrolijke dieren onder een (fictieve) naam die aan Artworxs zou toebehoren. In hoger beroep werd dat oordeel teruggedraaid.

Voorbeeld van een van de vrolijke schilderijen van Vrolijk Schilderij – bron: rechtspraak.nl

Voorbeeld van een van de vrolijke schilderijen van Vrolijk Schilderij –bron: rechtspraak.nl

En hier een voorbeeld van een uitspraak over sieradenrekjes waarbij dat juist niet werd aangenomen dat er sprake was van een eerste openbaarmaking.

Als maker is het hoe dan ook belangrijk dat je goede afspraken maakt met de opdrachtgevers voor wie je werkt (of goede algemene voorwaarden hanteert), anders zou je de rechten die je normaliter zou hebben wel eens onbedoeld uit handen kunnen geven.

Uitzondering: freelancers

In het verlengde van de vorige uitzondering(en), valt de situatie dat een freelancer wordt ingeschakeld voor het opleveren van bepaalde creatieve werken, al dan niet in samenwerking met eigen werknemers (zie de uitzonderingen hieronder: werkgever/werknemer en gezamenlijk werk). Bedrijven vergeten in die gevallen nog wel eens dat freelancers niet echt bij het bedrijf horen en dat alle rechten op werken die zo’n freelancer oplevert aan hem/haar toekomen (tenzij er andere afspraken worden gemaakt). Als opdrachtgever is het dus erg verstandig om met freelancers af te spreken dat alle rechten op het op te leveren werk aan het bedrijf toekomen. Om er helemaal zeker van te zijn dat ook echt alle rechten bij het bedrijf komen te liggen, is het nog verstandiger om de rechten over te (laten) dragen (zie de uitzondering hieronder: overdracht van rechten).

Uitzondering: werkgever/werknemer

In het auteursrecht is het zo dat als een werk wordt gemaakt door een werknemer die in dienst is van een bedrijf (geen freelancer dus) en waarvan de functie het maken van de betreffende creatieve werken inhoudt, niet de werknemer maar de werkgever automatisch de auteursrechten verkrijgt. Het is niet nodig zo’n afspraak vast te leggen in het arbeidscontract, al kan het wel verstandig zijn. Daarmee voorkom je als werkgever dat er discussie ontstaat of een bepaald werk wel binnen de functieomschrijving valt.

Het schrijven van een boek of het ontwerpen van kleding zal bijvoorbeeld niet bij de functie van verpleegster horen. Als een verpleegster in haar vrije tijd dus een boek schrijft of kleding ontwerpt, zijn en blijven de auteursrechten daarop bij haar. In het octrooirecht is het overigens precies andersom: daar komen de rechten op een uitvinding automatisch toe aan de werkgever (tenzij er andere afspraken zijn gemaakt).

Uitzondering: meerdere makers

Als er niet een specifieke maker, maar meerdere makers zijn die het creatieve denkwerk hebben verricht en er aldus voor hebben gezorgd dat een werk tot stand is gebracht, hebben die een gezamenlijk auteursrecht. Dat is een situatie die beter voorkomen kan worden, omdat de ene rechthebbende niets mag met het werk zonder medewerking van de andere(n). Die situatie leidt in de praktijk geregeld tot conflicten. Beter is het om de auteursrechten dan bijvoorbeeld onder te brengen in een aparte vennootschap, zodat de (op dat moment bestaande aandeelhouders in die) vennootschap als geheel bepaalt wat er met het werk gebeurt.

Uitzondering: overdracht van rechten

Als je er helemaal zeker van wil zijn dat je de auteursrechten op creatieve werken hebt/krijgt, zonder dat je dus overgeleverd bent aan het al dan niet van toepassing zijn van bovenbeschreven (wettelijke) uitzonderingen, is het verstandig de rechten door de maker(s) over te laten dragen. Let daarbij wel op dat de auteursrechten schriftelijk worden overgedragen, anders is zo’n overdracht niet geldig. Vaak wordt een overdrachtsbepaling in contracten opgenomen.

Het is hoe dan ook belangrijk dat vooraf goede (schriftelijke) afspraken worden gemaakt. De meeste conflicten ontstaan als dat niet is gebeurd en partijen elk van een ander uitgangspunt uitgaan en andere verwachtingen hebben.


In de praktische handboeken voor ondernemers ‘IE in Bedrijf’ lees je alles over auteursrecht en inbreuk, met tal van voorbeelden uit de praktijk. In de laatste twee delen (5 en 6), IE in Bedrijf – Online en IE in Bedrijf – Inbreuk op IE-rechten, wordt uitgebreid ingegaan op het inbreukmakend gebruik van foto’s en andere content, wat fotografen en rechthebbenden daaraan kunnen doen, maar ook hoe je je als aangesproken partij kunt verweren tegen claims. De serie is te koop bij de reguliere en online boekhandels (bijvoorbeeld: managementboek.nl) zowel in hard cover als eBook. Kijk voor een (gratis) te downloaden inkijkexemplaar op de website IE in Bedrijf.