Berichten

Handelsnaamrecht: Four Seasons – hotel of tuincentrum?

Het belang van een goede handelsnaambescherming, (ook) als merk

Het was een historisch weekend; Joe Biden die op 7 november 2020 President Trump verslaat in de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Natuurlijk werd er volop getwitterd. Bijvoorbeeld over het feit dat op het moment dat de media Biden uitriepen als President-elect, Trump op de golfbaan stond. Maar het meest opmerkelijke verhaal was wel dat Trumps campagneteam het Four Seasons (de befaamde luxe hotelketen, bij iedereen wel bekend) had afgehuurd voor een persconferentie. Althans dat dachten ze.

The Guardian schreef er een artikel over en het Four Seasons Hotel in Philadelphia postte de volgende Tweet:

2020-11-10 Driessen - Four Seasons- Hotel of tuincentrum?

De persconferentie bleek dus niet te zijn geboekt bij het hotel, maar bij een hoveniersbedrijf met dezelfde naam – Four Seasons Total Landscaping. Verwarring alom en voer voor grappen. Deze locatie betrof namelijk een parkeerterrein gelegen tussen een crematorium en een dildowinkel. Komiek Zack Bornstein twittert bijvoorbeeld over de talloze grappen die hij hierover kan maken:

Een reactie van het hoveniersbedrijf kon natuurlijk niet uitblijven (zie onderste Tweet). Ze zagen kennelijk geen enkel probleem in ontvangst van Trumps campagneteam voor een persconferentie. Het bedrijf staat in een klap op de kaart.

2020-11-10 Driessen - Four Seasons- Hotel of tuincentrum?

Maar hoe kan het dat twee bedrijven nu precies dezelfde naam hebben? Mag dat juridisch gezien? Voor het antwoord op die vraag moeten we eerst kijken naar de bescherming die je verkrijgt met een handelsnaam.

Handelsnaam

De handelsnaam is ‘de naam waaronder een onderneming wordt gedreven’. Deze definitie komt uit de (Nederlandse) Handelsnaamwet (artikel 1). Het recht op een handelsnaam ontstaat dus door het gebruik van die naam. Veel ondernemers en bedrijven denken ten onrechte dat het recht op een handelsnaam al ontstaat bij de inschrijving van de naam in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Dat dat gedacht wordt is niet zo vreemd, maar het is niet juist. De enkele inschrijving in het handelsregister geeft geen enkel recht. Zie hierover o.a. ook dit eerdere blog.

Verwarring?

Het is op zich niet verboden om een handelsnaam te kiezen die al gebruikt wordt door een ander. Maar er zijn wel grenzen. In artikel 5 van de Handelsnaamwet staat:

‘Het is verboden een handelsnaam te voeren die, vóórdat de onderneming onder die naam werd gedreven, reeds door een ander rechtmatig gevoerd werd, of die van diens handelsnaam slechts in geringe mate afwijkt, een en ander voor zover dientengevolge, in verband met de aard der beide ondernemingen en de plaats, waar zij gevestigd zijn, bij het publiek verwarring tussen de ondernemingen te duchten is.’

Of gebruik van een handelsnaam inbreuk maakt op een al bestaande gebruikte handelsnaam, hangt dus van diverse factoren af. In de eerste plaats moet worden gekeken of de namen gelijk(end) zijn, daarnaast of ze voor dezelfde soort activiteiten gebruikt worden en zo ja, of de gebieden waarin ze gebruikt worden overlappen. Als die drie vragen met ‘ja’ kunnen worden beantwoord, moet nog aan een vierde vereiste worden voldaan: er moet sprake zijn van verwarringsgevaar.

Verwarringsgevaar wordt over het algemeen aangenomen als aan de eerste drie vereisten wordt voldaan, maar er zijn omstandigheden denkbaar waarin dit toch niet het geval is, bijvoorbeeld als het gaat om hele beschrijvende handelsnamen. Zoals het er nu (november 2020) voor staat, zijn er in het geval van beschrijvende handelsnamen nog extra omstandigheden nodig die maken dat er sprake is van inbreuk. Of dat zo blijft, wordt momenteel door de Hoge Raad bekeken. Het helpt in een juridisch conflict hoe dan ook als je kunt laten zien dat er daadwerkelijk verwarring bestaat. Als afnemers zich bijvoorbeeld afvragen of de beide ondernemingen met elkaar te maken hebben (indirecte verwarring) of als gedacht wordt dat het ene bedrijf het andere is en vice versa (directe verwarring).

In het Four Seasons-geval is er ergens iets niet goed gegaan en heeft iemand zich vergist vanwege de naam.[1] Alhoewel beide bedrijven natuurlijk niet in dezelfde branche actief zijn (hotel vs. hovenier) kan er toch verwarring ontstaan vanwege de naam. Dat zal er mee te maken hebben dat het Four Seasons Hotel Resorts zo’n bekende naam/keten is en in feite een bekend merk.

Bescherming als merk

Als bedrijf kun je vertrouwen op je handelsnaam en de rechten die je daarmee opbouwt, maar dat is lang niet altijd voldoende. Het is lastig aan te tonen dat er verwarringsgevaar is met een ander bedrijf met dezelfde naam als dat bedrijf in een hele andere branche actief is, of in een heel ander gedeelte van het land. Handelsnaambescherming strekt zich alleen uit tot die gebieden waar een handelsnaam ook echt is gebruikt.

Bij een merk werkt dat anders. Merkbescherming ontstaat (op een enkele uitzondering na) niet door gebruik, maar door de registratie van een merk. Een merk wordt ingeschreven in bepaalde landen/een regio, zoals de Benelux of de EU. Het maakt daarbij niet uit of je je merk ook in dat hele gebied gebruikt. Pas na 5 jaar na inschrijving als merk heb je een gebruiksplicht: dan moet je het merk gebruiken voor de producten/diensten waarvoor je het hebt ingeschreven, in elk geval in een deel van het geclaimde gebied, anders loop je het risico dat je merk vervallen wordt verklaard. De bescherming strekt zich uit tot het hele gebied waar het merk is ingeschreven.

Op basis van een merkregistratie kun je tegengaan dat andere bedrijven een identieke of gelijkende merknaam gebruiken, zowel voor dezelfde producten/diensten, als voor soortgelijke producten/diensten. Bij bekende merken is die bescherming nog ruimer. Op basis van een bekend merk kan je als merkhouder optreden tegen identieke en overeenstemmende merken voor soortgelijke en niet-soortgelijke producten of diensten, als door het gebruik ongerechtvaardigd voordeel wordt getrokken uit of afbreuk wordt gedaan aan het onderscheidend vermogen of de reputatie van het bekende merk. Er moet een bepaalde mate van overeenstemming zijn tussen het bekende merk en het aangevallen merk zodat het relevante publiek een verband, een link legt. Je hebt als houder van een bekend merk dus een ruimere bescherming dan als houder van een ‘gewoon’ merk. Zie daarvoor mijn eerdere blog.

Het is dus aannemelijk dat hotelketen Four Seasons op basis van het bekende merk Four Seasons kan optreden tegen andere Four Seasons-bedrijven – hotelketens of niet – zeker als de naam (ook) beschermd is als merk.

Als bedrijf doe je er hoe dan ook goed aan niet alleen te vertrouwen op bescherming van je handelsnaam op basis van het handelsnaamrecht, maar de naam ook in te schrijven als merk. Daarmee sta je een stuk sterker in geval van een conflict.

[1] Tenzij het natuurlijk een grap of fake news blijkt te zijn.


In de praktische handboeken voor ondernemers ‘IE in Bedrijf’ lees je alles over merken en inbreuk, met tal van voorbeelden uit de praktijk. In deel 1 IE in Bedrijf – Handelsnamen en merken wordt uitgebreid ingegaan op het merkenrecht en in deel 6 IE in Bedrijf – Inbreuk op IE-rechten, op het inbreukmakend gebruik van onder meer merken en wat rechthebbenden daaraan kunnen doen, maar ook hoe je je als aangesproken partij kunt verweren tegen claims. De serie is te koop bij de reguliere en online boekhandels (bijvoorbeeld: managementboek.nl) zowel in hard cover als eBook. Kijk voor een (gratis) te downloaden inkijkexemplaar op de website IE in Bedrijf.

 

IP Update 2

The secret weapon of the Benelux trademark registration

Benelux trademark registrations have a huge advantage compared to other, f.i. EU registrations. The Benelux Convention on Intellectual Property (BCIP) provides for additional protection, namely against the use of signs other than as a trademark. As in most trademark law systems, a Benelux trademark owner is able to stop the use of (1) an identical sign for identical/similar goods and/or services, (2) a similar sign for identical/similar goods and/or services if a likelihood of confusion exists and (3) an identical/similar sign without due cause that takes unfair advantage of or is detrimental to the distinctive character or the repute of the trademark that enjoys a reputation in the Benelux territory. Benelux trademark owners are also able to stop the use of a sign ‘for purposes other than those of distinguishing the goods or services, where use of the sign without due cause would take unfair advantage of or be detrimental to the distinctive character or the repute of the trademark.’ In practice, this clause is mainly relied on in cases where the trademark owner tries to stop the use of a trade name (company name), a domain name or use in social media/on internet in general. Often with success. Companies that are on the verge of making a decision as to where to apply for a trademark registration should take this advantage into account.

The well-known and talented Dutch Formula 1 driver Max Verstappen earns serious amounts of money with racing. But there is an alternative financial source: his portrait.

Handelsnaam inschrijven? – let op onjuist advies van de KvK

De afgelopen jaren heb ik regelmatig (startende) ondernemers gesproken die een handelsnaam wilden inschrijven bij de Kamer van Koophandel (KvK), maar daarbij te horen kregen dat dit niet kon omdat de naam al in het handelsregister stond. Onlangs kreeg ik een brief onder ogen van de KvK waarin dit met zoveel woorden staat:

De KvK meldt dus dat “het gebruik van een gelijkende naam wettelijk niet [is] toegestaan omdat dit tot verwarring kan leiden.” Er wordt geadviseerd een andere naam te kiezen. Maar is dit advies wel juist? Het antwoord laat zich raden: nee.

De handelsnaam is ‘de naam waaronder een onderneming wordt gedreven’. Deze definitie komt uit de Handelsnaamwet (artikel 1). Het recht op een handelsnaam ontstaat door het gebruik van die naam. Veel ondernemers denken ten onrechte dat het recht op een handelsnaam ontstaat bij de inschrijving van de naam in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Dat dat gedacht wordt is – zeker gezien de ‘adviezen’ van de KvK zelf – niet zo vreemd, maar het is niet juist. De enkele inschrijving in het handelsregister geeft geen enkel recht.

Bovendien mag de KvK niet weigeren een handelsnaam te registreren. De Kamer van Koophandel checkt bij de aanvraag tot registratie van een handelsnaam of die naam al is ingeschreven. Als dat het geval is, wordt dat aan de aanvrager meegedeeld en is het vervolgens aan hem/haar om te bepalen of toch voor registratie wordt gekozen, dus uitdrukkelijk niet aan de Kamer van Koophandel. Een al bestaande inschrijving van dezelfde of een gelijkende naam in het handelsnaamregister hoeft namelijk helemaal niet te betekenen dat diezelfde naam niet gevoerd kan worden.

In artikel 5 van de Handelsnaamwet staat:
‘Het is verboden een handelsnaam te voeren die, vóórdat de onderneming onder die naam werd gedreven, reeds door een ander rechtmatig gevoerd werd, of die van diens handelsnaam slechts in geringe mate afwijkt, een ander voor zover dientengevolge, in verband met de aard der beide ondernemingen en de plaats, waar zij gevestigd zijn, bij het publiek verwarring tussen de ondernemingen te duchten is.’

Of gebruik van een handelsnaam inbreuk maakt op een al bestaande gebruikte handelsnaam, hangt dus van diverse factoren af. In de eerste plaats moet worden gekeken of de namen gelijk(end) zijn, daarnaast of ze voor dezelfde soort activiteiten gebruikt worden en zo ja, of de gebieden waarin ze gebruikt worden overlappen. Als die drie vragen met ‘ja’ moeten worden beantwoord, moet nog aan een vierde vereiste worden voldaan: er moet sprake zijn van verwarringsgevaar. Dat wordt over het algemeen aangenomen als aan de eerste drie vereisten wordt voldaan, maar er zijn omstandigheden denkbaar waarin dit toch niet het geval is, bijvoorbeeld als het gaat om hele beschrijvende handelsnamen. Het helpt in een juridisch conflict als je ook kunt laten zien dat er daadwerkelijk verwarring bestaat. Als afnemers zich bijvoorbeeld afvragen of de beide ondernemingen met elkaar te maken hebben (indirecte verwarring) of als gedacht wordt dat het ene bedrijf het andere is en vice versa (directe verwarring).

Maar let op: ook als je geen gelijkende handelsnaam tegenkomt, betekent dat niet zonder meer dat je de naam kunt gebruiken. Een handelsnaam kan namelijk ook inbreuk maken op een geregistreerd merk. Een merkrecht biedt een veel ruimere beschermingsomvang dan een handelsnaam. Voorwaarde is wel dat het merk is ingeschreven in het merkenregister (gebruik telt in beginsel niet) en bovendien moet een merk – anders dan een handelsnaam – onderscheidend zijn voor de producten of diensten die ermee worden aangeboden.

Kortom: check voordat je een handelsnaam gaat gebruiken goed of je geen inbreuk maakt op rechten van anderen. Laat je daarbij goed adviseren en laat je niet leiden door ‘advies’ van de Kamer van Koophandel.

Meer weten over dit onderwerp? Download het (gratis) handboek voor ondernemers en bedrijven ‘IE in Bedrijf – Handelsnamen en merken’ via de website www.ie-inbedrijf.nl

Ook de beschrijvende handelsnaam is beschermd!

Met bovengemiddelde belangstelling lees ik altijd uitspraken in handelsnaamzaken. Ingegeven door merkenrechtelijke beoordelingscriteria, wordt het handelsnaamrecht naar mijn idee namelijk veelvuldig onjuist benaderd (zie ook mijn noot bij Vzr. Rechtbank Amsterdam, Torture musea, IE-Forum IEF 11912).  

Gisteren werd ik weer ‘getrakteerd’ op een lezenswaardig vonnis in een zaak die ging om de handelsnaam AKTIE-TAXI (Vzr. Rechtbank Midden-Nederland, ECLI:NL:RBMNE:2015:6242). Om maar gelijk met de deur in huis te vallen, citeer ik graag een stuk uit rechtsoverweging 4.11:

In beginsel komt gelet op het vorenstaande aan de door [eiser] gevoerde handelsnaam – zij het in zeer geringe mate – handelsnaamrechtelijke bescherming toe, tenzij – gezien de beschrijvende aard van de handelsnaam – het aannemen van deze (geringe) mate van bescherming zou leiden tot een monopolisering van de kenmerkende woorden door [eiser].

Deze overweging komt sympathiek over, maar is niet juist. Het handelsnaamrecht geeft naar zijn aard nooit een monopolie op woorden. Het geeft géén recht op een naam. Dat is juist het grote verschil met het merkenrecht.

Het handelsnaamrecht geeft een onderneming ‘slechts’ bescherming in het gebied waar zij actief is tegen de verwarring, die kan ontstaan als zijn handelsnaam (of een daarop gelijkende naam) ook door een andere onderneming in datzelfde gebied wordt gevoerd. De vraag of er sprake is van verwarringsgevaar, is het maatgevende criterium. Het feit dat een handelsnaam geheel of gedeeltelijk beschrijvend is, staat bescherming niet in de weg. Als sprake is van verwarringsgevaar, kan ook op basis van een beschrijvende handelsnaam worden opgetreden.

De wet stelt aan handelsnamen niet de eis van onderscheidend vermogen, zoals zij dat wel doet aan merken. Handelsnamen zijn naar hun aard overigens ook vaak beschrijvend van aard. Van oudsher dienen dergelijke namen op de eerste plaats om de onderneming te beschrijven.

In principe komt aan een beschrijvende handelsnaam dus dezelfde bescherming toe als aan een onderscheidende, te weten bescherming tegen verwarring. De wet discrimineert niet op dit punt. De overweging, die ik vaker in gerechtelijke uitspraken zie, dat een beschrijvende handelsnaam slechts in zeer geringe mate kan rekenen op bescherming, is dus onterecht.

Doet het er in de concurrentiestrijd dan helemaal niet toe of een handelsnaam beschrijvend is of niet? Jawel. Of de handelsnaam louter beschrijvend is of heel onderscheidend, kan (met nadruk op ‘kan’) namelijk wel van invloed zijn op de vraag of verwarring bij het publiek is te duchten. Immers, bij gebruik van beschrijvende aanduidingen, is het kleinste verschil veelal voldoende om het gevaar voor verwarring weg te nemen. Het publiek zal dan namelijk veelal juist die verschillen opvallen. In die zin is de zogeheten ‘beschermingsomvang’ van onderscheidende namen over het algemeen groter. Bij onderscheidende handelsnamen zal het publiek sneller een link leggen met gelijkende namen en in verwarring kunnen raken. De wellicht geringere beschermingsomvang van beschrijvende namen is echter wel iets anders dan geringe bescherming…

IE in Bedrijf (deel 1): Handelsnamen en merken

Boek Marjolein Driessen & Theo-Willem van Leeuwen, ‘IE in Bedrijf Deel 1 – Handelsnamen en merken’, Legaltree Publishers: april 2015.

In deel 1 van IE in Bedrijf staat de vraag centraal: ‘Hoe positioneer ik mijn bedrijf het beste in de markt?’. Daarbij komt onder meer aan bod hoe het zit met handelsnamen en merken, het ontstaan ervan, de verschillen ertussen, hoe deze kunnen (of moeten) worden beschermd, de exploitatie van merken en handelsnamen en hoe inbreuk op een merk of naam is tegen te gaan.

Zie website IE in Bedrijf.

MOSZKOWICZ, MOSZKOWICZ of MOSZKOWICZ: wie heeft recht op het gebruik als merk?

De Telegraaf kopt vandaag: Moszkowicz mag Moszkowicz blijven heten.

Er wordt weer geruzied in de familie Moszkowicz. Dit keer over de familienaam Moszkowicz die alle advocaten binnen de familie voeren voor hun praktijk. Het ligt wel iets genuanceerder dan in de Telegraaf is beschreven.

De broers David en Max Moszkowicz (sr.), advocaten in Maastricht, hebben een viertal merkregistraties op hun naam staan:

(i)⇥merk MOSZKOWICZ d.d. november 2002 voor ‘likeuren en advocaat’,
(ii)⇥merk MOSZKOWICZ d.d. juni 2013 voor o.a. ‘juridische diensten’,
(iii)⇥merk MOSZKOWICZ ADVOCATEN d.d. januari 1987 voor ‘advocatuur’, en
(iv)⇥merk MOSZKOWICZ MOSZKOWICZ MOSZKOWICZ en MOSZKOWICZ ADVOCATEN d.d. ⇥januari 1987 voor ‘advocatuur’.

Max Moszkowicz (jr.), advocaat in Amsterdam, heeft in 2012 een merk aangevraagd bij het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom (‘BBIE’): MOSZKOWICZ, voor allerlei producten en diensten, maar niet voor juridische diensten. Desondanks een doorn in het oog voor de gebroeders Moszkowicz te Maastricht. Zij startten een oppositieprocedure bij het BBIE, dat wil zeggen dat zij formeel bezwaar hebben gemaakt tegen deze merkaanvrage op basis van hun eerdere merkregistraties (i), (iii) en (iv) (merk (ii) konden ze niet inroepen, want dat merk is van látere datum dan de aanvrage van Max Moszkowicz). Daaraan hebben zij het argument toegevoegd dat ‘hun’ merk MOSZKOWICZ een (algemeen) bekend merk zou zijn en dat Max Moszkowicz het merk te kwader trouw heeft aangevraagd. Hij wist immers dat die naam al gevoerd werd voor de advocatenpraktijk van David en Max (sr.).

Het BBIE wees de oppositie op 27 november jl. af vanwege de volgende redenen:

-⇥Eventuele kwade trouw speelt geen rol in een oppositieprocedure (dit argument kun je alleen aanvoeren in een procedure bij de civiele rechter);
-⇥Dat het eerdere merk MOSZKOWICZ een bekend merk zou zijn, kan eveneens niet worden aangevoerd in een oppositieprocedure;
-⇥Algemene bekendheid (dus nog bekender dan ‘gewoon’ bekend) kan wél een rol spelen, maar daarvan is hier geen sprake, aldus het BBIE. De lat voor het aannemen van algemene bekendheid ligt hoog en wordt hier niet gehaald. De media-optredens van Bram Moszkowicz, één van de maatschapspartners, maken dit niet anders. Bovendien hebben de gebroeders Moszkowicz niet aangetoond dat sprake is van verwarringsgevaar tussen hun merk(en) en de aanvrage van Max Moszkowicz en dat is (ook) een vereiste.

Het merk MOSZKOWICZ van Max Moszkowicz is aangevraagd voor diensten die niets te maken hebben met juridische dienstverlening (en ook niet met het aloude drankje advocaat waarvoor het merk MOSZKOWICZ ook is ingeschreven door de gebroeders Moszkowicz). Van verwarringsgevaar met de oudere merken MOSZKOWICZ is dan ook geen sprake. Een terechte beslissing van het BBIE dus.

Dat neemt overigens niet weg dat de advocatenbroers Moszkowicz best een kans van slagen hebben in een procedure bij de gewone rechter. Daar kunnen ze namelijk alle argumenten aanvoeren die in een oppositieprocedure geen rol kunnen spelen, zoals: kwade trouw/bekend merk.

Overigens is ook de jongste advocatentelg Yuhedi Moszkowicz onlangs gesommeerd te stoppen met gebruik van de naam Moszkowicz Advocaten voor zijn advocatenkantoor in Utrecht, aldus de Telegraaf. De Telegraaf merkt daarbij op dat het gegeven dat Yehudi advocaat is en zijn achternaam toevallig ook Moszkowicz luidt, kennelijk niet terzake doet.

Dat klopt.

Dat je ‘toevallig’ dezelfde achternaam hebt, betekent niet dat je die naam ook als merk en/of handelsnaam mag gebruiken. Dat is een veel gehoorde misvatting. Natuurlijk mag je je eigen naam als persoonsnaam blijven voeren, maar gebruik als handelsnaam of merk is iets waar de oudere rechthebbende wel stappen tegen kan ondernemen. Zo zal het bedrijf Philips met succes kunnen optreden tegen iemand die Philips heet en de naam voor een verlichtingswinkel gaat voeren.

Het zou me dus niet verbazen als de kwestie tegen Yuhedi en Max Moszkowicz (jr.) nog een juridisch vervolg krijgt.

Fabeltjes over intellectuele eigendom…

Èlke (startende) onderneming heeft ermee te maken: intellectuele eigendom (IE) – zoals auteursrecht, merken, handelsnamen et cetera. Het komt in de praktijk heel vaak voor dat bedrijven zich dat niet realiseren en zich niet of onvoldoende laten adviseren omtrent juiste en adequate bescherming, met alle gevolgen van dien. Er bestaan bovendien nogal wat misverstanden over IE-rechten en de bescherming daarvan, zoals de volgende fabeltjes:

Fabeltje: “met een KvK-registratie is mijn naam goed beschermd…”

Nee.

De inschrijving van een handelsnaam bij de KvK an sich biedt geen bescherming tegen bedrijven met dezelfde of een sterk gelijkende naam. Bij handelsnamen gaat het om het feitelijke gebruik dat in de praktijk van de naam wordt gemaakt. Daarmee wordt bescherming verkregen, zij het beperkt. Er kan alleen worden opgetreden tegen gebruik door derden van een gelijke(nde) handelsnaam indien verwarringsgevaar aanwezig is. Slechts indien de plaats van vestiging en de aard van beide ondernemingen overeenkomen, kan verwarringsgevaar zich voordoen. Als de handelsnaam (ook) als merk wordt geregistreerd, is de bescherming ruimer en beter en kan in veel meer gevallen worden opgetreden (in sommige gevallen bijvoorbeeld tegen gebruik van de naam door derden als domeinnaam of als AdWord).

Fabeltje: “breng 7 verschillen aan en een product maakt geen inbreuk…”

Nee.

Vaak wordt gedacht dat wanneer de vormgeving van een product, zoals bijvoorbeeld een tas, tafel, schoenen, jeans et cetera op 7 punten verschilt van die van een ander product, dat dan nooit inbreuk wordt gemaakt. Niemand weet waar dit fabeltje vandaan komt, maar er is niets van waar. In sommige gevallen kunnen zelfs vijftig verschillen te weinig zijn en wordt toch geoordeeld dat sprake is van inbreuk op auteursrechten of op modelrechten.