Wetsvoorstel modernisering concurrentiebeding

Olga Van BeijerenEunice BruyninckxJoyce SnijderMarjolein Westerbeek

22 maart, 2024

Het Kabinet wil de regels ten aanzien van het gebruik van concurrentiebedingen wijzigen. Het Wetsvoorstel modernisering concurrentiebeding moet er voor zorgen dat werkgevers hun belangen kunnen blijven beschermen, maar moet tegelijkertijd voorkomen dat een concurrentiebeding standaard in de arbeidsovereenkomst wordt opgenomen. Dit beperkt de werknemer in zijn vrije arbeidskeuze.

Het wetsvoorstel

  1. Beperking in duur
    Een concurrentiebeding kan maximaal voor 12 maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst worden aangegaan. Een concurrentiebeding dat voor een langere periode wordt aangegaan is nietig, net als een concurrentiebeding dat geen duur bevat. Dat betekent dat er dan geen concurrentiebeding van toepassing is.
  2. Expliciet opnemen van een geografische reikwijdte
    De werkgever dient bij het aangaan van het concurrentiebeding de geografische reikwijdte expliciet te benoemen. Het is mogelijk om een zeer beperkte reikwijdte overeen te komen, maar ook mogelijk om aan te geven dat de reikwijdte op een nationaal, of zelfs mondiaal niveau ligt. De geografische reikwijdte moet wel redelijk en uitlegbaar zijn. Het blijft mogelijk dat een rechter de reikwijdte inperkt als deze te beperkend is voor de werknemer. Concurrentiebedingen zonder expliciete reikwijdte zijn nietig.
  3. Motiveren zwaarwegend bedrijfsbelang bij contracten onbepaalde tijd
    In het concurrentiebeding moet (deugdelijk) worden gemotiveerd welke bedrijfs- of dienstbelangen van de werkgever een dergelijk beding noodzakelijk maken. Zonder motivering is het beding nietig, zoals nu al geldt voor concurrentiebedingen in arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd. De werknemer die de opgenomen motivering betwist kan zich tot de rechter wenden met het verzoek om het beding te vernietigen of te matigen.
  4. Een verplichte vergoeding bij een beroep op het concurrentiebeding
    Een werkgever moet de werknemer een verplichte vergoeding betalen indien de werkgever de werknemer aan het beding wil houden. De vergoedingsverplichting geldt voor het aantal maanden dat de werkgever besluit de werknemer aan het beding te houden. De vergoeding bedraagt 50% van het laatstverdiende bruto maandloon, voor elke maand dat het concurrentiebeding wordt ingeroepen. Wordt het beding bijvoorbeeld voor vier maanden ingeroepen, dan heeft de werknemer recht op een vergoeding van twee maanden loon.
  5. Schriftelijk en tijdig beroep op het concurrentiebeding
    De werkgever kan zich slechts op een beding beroepen door schriftelijk en tijdig aan de werknemer te berichten dat en gedurende welke periode de werkgever zich op het beding beroept. Het uitgangspunt is dat een werkgever dit uiterlijk een maand voor het einde van de arbeidsovereenkomst doet. In dat geval ontstaat de hiervoor genoemde betalingsverplichting. De werkgever betaalt de verschuldigde vergoeding uiterlijk op de laatste dag van de arbeidsovereenkomst of bij een ontslag opstaande voet uiterlijk vijftien dagen na het ontslag.
  6. Afwijkingen
    Vaak worden er bij een beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden middels een vaststellingsovereenkomst afspraken gemaakt over het concurrentiebeding. Die mogelijkheid blijft bestaan, maar de contractsvrijheid wordt door het wetsvoorstel wel ingeperkt. Er mogen bijvoorbeeld wel afspraken worden gemaakt over de vergoeding, maar er mag niet worden afgeweken van de maximale duur of de geografische reikwijdte.

Uit de memorie van toelichting volgt uitdrukkelijk dat het wetsvoorstel ook ziet op een relatiebeding dat werknemers ervan weerhoudt te werken voor of bij relaties van de werkgever en onder omstandigheden op een anti-ronselbeding, maar niet op een geheimhoudingsbeding.

Het Kabinet zal nog voor de zomer verkennen of concurrentiebedingen kunnen worden verboden tot een salarisgrens van 1,5 keer modaal (€ 42.236 bruto per jaar in 2024). Deze wijziging is nog niet in het wetsvoorstel opgenomen.

Het wetsvoorstel schematisch

 Huidige wetgevingHet wetsvoorstel
Beperking in duurGeenMaximaal 12 maanden
Geografische reikwijdteGeenExpliciet opnemen
MotiveringsplichtAlleen in arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijdIn alle arbeidsovereenkomsten
VergoedingGeen verplichte vergoeding50% van het laatstverdiende bruto maandloon voor elke maand dat het concurrentiebeding wordt ingeroepen
Schriftelijk en tijdig beroepGeen verplichtingUiterlijk een maand voor het einde van de arbeidsovereenkomst

Overgangsrecht

Het tijdstip van inwerkingtreding van de wijzigingen in dit wetsvoorstel is nog niet bekend. Uit het overgangsrecht volgt dat concurrentiebedingen die rechtsgeldig overeen zijn gekomen vóór de inwerkingtreding van dit wetsvoorstel geldig blijven. De bedingen hoeven dus niet opnieuw overeengekomen te worden.

Na inwerkingtreding van dit wetsvoorstel zullen bestaande bedingen wel schriftelijk en tijdig moeten worden ingeroepen, voor de maximale duur van 12 maanden, en moet de werkgever compensatie bieden voor elke maand dat hij de werknemer middels het concurrentiebeding beperkt in de vrije arbeidskeuze.

Het moment dat de werkgever zich op het concurrentiebeding beroept, bepaalt of een bestaand concurrentiebeding onder de huidige wetgeving of de nieuwe wet valt en niet het einde van de arbeidsovereenkomst.

De wijzigingen die in het wetsvoorstel worden voorgesteld, hebben grote gevolgen voor het opnemen en het inroepen van concurrentie- en relatiebedingen in de toekomst. Wij adviseren u uw bestaande bedingen nu al te beoordelen. Heeft u vragen over de mogelijkheden, neemt u dan gerust contact met ons op.

Over de auteurs


Olga Van Beijeren

Olga van Beijeren is sinds 2000 advocaat, gespecialiseerd in het arbeidsrecht in de breedste zin van het woord.

Eunice Bruyninckx

Eunice Bruyninckx is sinds 1995 advocaat en houdt zich sinds 1997 uitsluitend bezig met arbeidsrecht, in het bijzonder op het gebied van medezeggenschapsrecht, overgang van onderneming, CAO-recht, gelijke behandeling en (collectief) ontslag. Eunice treedt vooral op voor grote ondernemingen maar ook met enige regelmaat voor (statutair) bestuurders.

Joyce Snijder

Joyce is gespecialiseerd in het arbeidsrecht en is expert op het gebied van flexibele arbeidsrelaties. In haar praktijk adviseert en onderhandelt ze en indien nodig en procedeert ze ook voor haar cliënten.

Marjolein Westerbeek

Marjolein is specialist op het gebied van individueel en collectief arbeidsrecht. Haar opdrachtgevers zijn voornamelijk werkgevers, maar zij staat ook regelmatig (statutair) bestuurders, werknemers en ondernemingsraden bij.