Deel 2: Afschaffing van het recht op pleidooi

Afschaffing van het recht op pleidooi

Een nieuw uniform landelijk civiel procesrecht

deel 2

Op dit moment zijn in Nederland twee procesrechtelijke regimes in civiele zaken van toepassing, afhankelijk van bij welke rechtbank wordt geprocedeerd. Wetsvoorstel 35 175[1] [2] maakt hier een einde aan en introduceert een nieuw uniform landelijk civiel procesrecht. Het bij de rechtbanken Gelderland en Midden-Nederland verplicht digitaal procederen wordt ingetrokken. Tegelijkertijd worden enkele inhoudelijke procesrechtelijke bepalingen, die op dit moment alleen voor de rechtbanken Gelderland en Midden-Nederland gelden, van toepassing voor alle rechtbanken. Deze procesvernieuwingen zien op:

  • de sterkere regiefunctie van de rechter,
  • de verruiming van de mogelijkheden tijdens de mondelinge behandeling, en
  • de afschaffing van het recht op pleidooi.

In een serie blogs ga ik op deze met elkaar samenhangende procesvernieuwingen in. In dit deel (deel 2) sta ik stil bij de afschaffing van het recht op pleidooi.

 Zie ook: Deel 1  De mondelinge behandeling: functies en rechterlijke bevoegdheden

Inleiding: de mondelinge behandeling onder het nieuwe procesrecht

Conform KEI Rv[3] zoals dat op dit moment nog voor de rechtbanken Gelderland en Midden-Nederland geldt, is de mondelinge behandeling een verplichte en centrale stap in de procedure. Opvallend genoeg is die verplichting niet in het nieuwe procesrecht (NRv)[4] doorgevoerd. De rechter kan, op verzoek van (een van de) partijen of ambtshalve, in alle gevallen en in elke stand van het geding een mondelinge behandeling bevelen, aldus artikel 87 lid 1 NRv. Het gaat dus – net als in het huidige procesrecht (Rv)[5] – om een bevoegdheid, en niet om een verplichting van de rechter. In de praktijk is het echter nu al regel dat in civiele dagvaardingszaken een comparitie van partijen wordt gehouden. Onder het nieuwe procesrecht zal die praktijk zich ongetwijfeld, en waarschijnlijk zelfs in sterkere mate, voortzetten voor de mondelinge behandeling.

Wat in het nieuwe procesrecht (in artikel 87 lid 2 NRv) wel één op één is overgenomen uit KEI Rv, zijn de bepalingen inzake de verruiming van de mogelijkheden van de mondelinge behandeling, zoals weergegeven in onderstaande infographic. Voor een toelichting verwijs ik naar Deel 1. In dit blog zoom ik in op de in de infographic met geel aangeduide bepalingen over de mondelinge toelichting tijdens de mondelinge behandeling. Deze bepalingen hangen rechtstreeks samen met de – eveneens uit KEI Rv afkomstige – afschaffing van het recht van pleidooi.

Het recht op mondelinge toelichting in plaats van het recht op pleidooi

Uitgangspunt voor de mondelinge behandeling is dat de rechter partijen in de gelegenheid stelt hun stellingen toe te lichten (artikel 87 lid 2 aanhef NRv). Daarnaast kan de rechter partijen gelegenheid geven hun stellingen tijdens de mondelinge behandeling nader te onderbouwen (artikel 87 lid 2 sub b NRv). Met andere woorden, partijen hebben het recht op een mondelinge toelichting. Dat recht heeft echter wel een prijs: het recht op pleidooi komt erdoor te vervallen.

De wetgever merkt daarover op dat het pleidooi als afzonderlijke proceshandeling niet nodig is, omdat de rechter partijen in de gelegenheid moet stellen om hun standpunt over de zaak mondeling toe te lichten.[6] Deze mogelijkheid, imperatief gesteld in artikel 87 lid 2 aanhef NRv, evenals de mogelijkheid voor partijen om hun stellingen nader te onderbouwen (artikel 87 lid 2 sub b NRv), komt in de plaats van het huidige pleidooi, aldus de wetgever.[7] [8]

Wat als geen mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden?

De mondelinge toelichting en onderbouwing tijdens de mondelinge behandeling vervangt dus het pleidooi. Maar wat als in een zaak geen mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden? Voor die situatie is in artikel 87 lid 8 NRv een vangnetbepaling opgenomen: in dat geval biedt de rechter aan partijen desverlangd gelegenheid hun standpunt mondeling uiteen te zetten voordat hij over de zaak beslist. Dat komt er dus op neer dat er dan alsnog een zitting en daarmee een mondelinge behandeling wordt bepaald. Daarmee is het uit artikel 6 EVRM voortvloeiende recht op een mondelinge behandeling (fair and public hearing) te allen tijde gewaarborgd.[9]

Het vervallen van het recht op pleidooi laat zich als volgt samenvatten:

 Wat betekent dit in de praktijk?

Hoewel de officiële afschaffing van het recht op pleidooi op het eerste gezicht als een historische vernieuwing gezien zou kunnen worden, zijn pleidooien in civiele dagvaardingszaken al sinds de invoering van artikel 134 Rv in 2002 een zeldzaamheid geworden. In artikel 134 lid 1 Rv is namelijk bepaald dat als partijen tijdens een comparitie hun standpunten in voldoende mate mondeling hebben kunnen uiteenzetten, de rechter kan bepalen dat geen gelegenheid zal worden gegeven voor pleidooien. In de praktijk wordt deze bepaling zo uitgelegd dat als in een zaak een comparitie van partijen heeft plaatsgevonden, pleidooi in beginsel niet wordt toegestaan, uitzonderingen (meestal in complexe zaken) daargelaten.

In veel gevallen is de comparitie dus nu al de laatste gelegenheid voor partijen om hun standpunten toe te lichten. Toch gaan rechters verschillend om met de mogelijkheid tot pleiten tijdens de comparitie, zoals ook de wetgever onderkent. Een deel van de rechters neemt aan dat tijdens een comparitie gelegenheid kan worden gegeven voor een pleidooi, terwijl een ander deel meent dat het huidige procesrecht daaraan in de weg staat.[10]

In het nieuwe procesrecht is boven elke twijfel verheven dat rechters partijen in de gelegenheid moeten stellen hun stellingen mondeling toe te lichten en te onderbouwen, oftewel, om te pleiten. Maar de wetgever verschaft geen duidelijkheid hoe daaraan in de praktijk invulling moet worden gegeven.

Procesreglement[11]

Ook het naar aanleiding van KEI Rv ingevoerde Procesreglement biedt weinig houvast met betrekking tot – wat ik maar zal noemen – het pleitgedeelte van de mondelinge behandeling. Partijen worden voorafgaand aan de mondelinge behandeling bericht over (a) de spreektijd en (b) of daarbij spreekaantekeningen mogen worden overgelegd.[12] Er blijft dus alle ruimte voor verschil in benadering en behandeling per zaak en per rechter. Dat kan de door het Procesreglement beoogde uniformiteit van de wijze van procederen in de weg staan.

Spreektijd

De ervaring leert dat aan partijen doorgaans een betrekkelijk korte spreektijd wordt gegund: vijf of tien minuten. Reeds daaruit is duidelijk dat de mondelinge toelichting tijdens de mondelinge behandeling niet gelijk is aan het klassieke pleidooi. Als de spreektijd zo beperkt is, is er geen ruimte voor een volledige uiteenzetting van de feitelijke en juridische standpunten. Op zich is dat logisch, omdat die standpunten als het goed is ook aan bod komen aan de hand van de vragen van de rechter. Maar wat als dat niet gebeurt en de spreektijd te kort is? Naar mijn mening kan een partij dan wijzen op het recht op een mondelinge toelichting en eisen dat zij extra spreektijd krijgt om de punten die onvoldoende zijn besproken nader toe te lichten.

Spreekaantekeningen

Opvallend is dat het procesreglement niet spreekt van een pleitnota, maar van spreekaantekeningen. Ook dat suggereert dat voor het klassieke pleidooi tijdens de mondelinge behandeling geen plaats is.

Hoewel rechters spreekaantekeningen niet hoeven te accepteren, is mijn ervaring dat de meeste rechters het handig vinden als partijen hun spreekaantekeningen overleggen. Dat scheelt immers vastlegging in het proces-verbaal; de spreekaantekeningen worden dan aan het proces-verbaal gehecht. Hoe dan ook is het voor een advocaat, al was het maar als geheugensteun, raadzaam om spreekaantekeningen mee te nemen.

Omdat de spreektijd voor het pleitgedeelte beperkt is, is het zaak om tijdens het pleitgedeelte de kern van de zaak, de belangrijkste stellingen en/of verweren, samen te vatten. Daarnaast kan het praktisch zijn – zeker in grotere zaken – om een checklist te maken waarin per onderwerp de stellingen en/of verweren puntsgewijs zijn weergegeven. Op die manier kun je als advocaat tijdens de zitting de behandelde punten op eenvoudige wijze bijhouden (afvinken) en de nog niet besproken punten aan de orde stellen.

[1] Voorstel van wet tot “Wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering tot intrekking van de verplichting om elektronisch te procederen bij de rechtbanken Gelderland en Midden-Nederland en tot verruiming van de mogelijkheden van de mondelinge behandeling in het civiele procesrecht”;   https://www.tweedekamer.nl/downloads/document?id=e07f239e-cf58-44a4-82e0-5112bb38630b&title=Voorstel%20van%20wet.pdf

[2] Memorie van toelichting: https://www.tweedekamer.nl/downloads/document?id=a37a04fe-8d12-4114-b5d3-7a6caa196f2e&title=Memorie%20van%20toelichting.pdf

[3] Met KEI Rv wordt bedoeld het procesrecht zoals op dit moment van toepassing is op procedures in de rechtbanken Gelderland en Midden-Nederland.

[4] Met het nieuwe procesrecht wordt bedoeld het procesrecht als voorgesteld in het wetsvoorstel 35 175.

[5] Met het huidige procesrecht wordt bedoeld het procesrecht dat op dit moment van toepassing is bij alle rechtbanken behalve de rechtbanken Midden-Nederland en Gelderland.

[6] TK 2018-2019, 35 175, nr. 3, p. 4 en 9. Zie ook TK 2014-2015, 34 059, nr. 3, p. 23 en 24.

[7] Zie TK 2014-2015, 34 059, nr. 3, p. 71.

[8] TK 2018-2019, 35 175, nr. 3, p. 8.

[9] TK 2018-2019, 35 175, nr. 3, p. 9.

[10] Zie TK 2014-2015, 34 059, nr. 3, p. 27.

[11] Landelijk procesreglement civiele zaken rechtbanken en gerechtshoven KEI, versie 1 maart 2019. Dit Procesreglement is op dit moment alleen van toepassing in de rechtbanken Gelderland en Midden-Nederland, maar zal vermoedelijk landelijk toepasselijk zijn na inwerkingtreding van NRv.

[12] Artikel 4.1.4 Procesreglement.