Berichten

Auteursrecht: automatische bescherming op creatieve werken

Van fashion, meubels en kunst tot teksten, foto’s en andere content

Auteursrecht (of copyright) is het exclusieve recht om een werk openbaar te maken en te verveelvoudigen. Auteursrecht ontstaat automatisch. Alle ‘werken’ die vallen onder de definitie in de Auteurswet zijn automatisch beschermd. Van meubels, kleding, teksten, muziek, logo’s en foto’s tot de inrichting van winkels, bouwwerken, spelconcepten en reclamecampagnes. Maar dat betekent niet dat je helemaal niets kunt of hoeft te doen om met succes bescherming op je werken te kunnen claimen. Dit zijn de do’s en dont’s voor het optimaal beschermen van je creaties.

Wat is een ‘werk’? Een creatie o.b.v. persoonlijke keuzes

Een werk in de zin van de Auteurswet, is een creatie met een eigen, oorspronkelijk karakter waarbij persoonlijke keuzes zijn gemaakt (zie hierna onder: ‘© origineel en persoonlijke keuzes’). Veel creaties zijn geïnspireerd op werk van een ander. Dat is zeker het geval in branches waarin veel wordt gekopieerd, zoals de meubel- en kledingbranche. Dan is het de vraag of jouw creatie voldoende origineel is. Maar ‘je laten inspireren’ is toegestaan en het betekent niet zonder meer dat er voor dergelijke creaties geen bescherming kan worden geclaimd. Dat is alleen het geval als er onvoldoende eigen, persoonlijke keuzes zijn toegevoegd.

Niet alle creaties zijn beschermd

Sommige creaties, zoals de meeste slogans, zijn te eenvoudig om te beschermen via het auteursrecht. Dat geldt bijvoorbeeld voor de slogan ‘Zo. Nu eerst een Bavaria’. Het gaat er bij auteursrechtelijke bescherming niet om of het maken van een werk veel ‘bloed, zweet en tranen’ heeft gekost. Een simpele tune is al snel auteursrechtelijk beschermd, terwijl de (ietwat gewijzigde) reproductie van een schilderij als De Nachtwacht heel veel werk kost, maar toch geen auteursrecht oplevert.

Alles wat technisch bepaald is in een creatie, levert ook geen auteursrecht op. Dat geldt bijvoorbeeld voor Dyson-stofzuigers; allerlei elementen in die stofzuigers zijn bijzonder handig, maar uitgesloten van auteursrechtelijke bescherming.

Zijn ideeën ook beschermd?

Ideeën zijn niet beschermd zo lang ze niet concreet zijn uitgewerkt. De reden daarvan is dat hetzelfde basisidee op tal van manieren kan worden uitgewerkt en daaraan dus een hele andere invulling kan worden gegeven. Dat levert hele verschillende creaties op die elk auteursrechtelijk beschermd kunnen zijn. Ideeën van een ander  mogen dan ook worden gebruikt zo lang je er maar een eigen draai aan geeft in de uitwerking. Hetzelfde geldt voor een concept of stijl: die zijn als zodanig niet te beschermen, alleen voor de concrete uitwerking kan bescherming worden geclaimd. Zo kon Red Arrow het TV-programma ‘Het Geheim van een Goed Huwelijk’ niet verbieden op basis van het afwijkende TV-format voor ‘Married at First Sight’. Het idee is hetzelfde, het uitgewerkte format is verschillend.

Wie is de rechthebbende?

De hoofdregel in het auteursrecht is: de maker is de rechthebbende. Dat is logisch, want de maker is degene die de creatieve keuzes maakt. Vaak wordt gedacht dat de opdrachtgever, die de rekening voor het maken van het werk betaalt, automatisch de rechthebbende is. Maar die vlieger gaat over het algemeen niet op. Wie voor een werk betaalt, bepaalt niet wie de rechthebbende is.

Op de hoofdregel ‘wie maakt, heeft de rechten’ bestaan diverse uitzonderingen:

  • Als een werk voor het eerst openbaar wordt gemaakt door een bedrijf zonder dat daarbij de naam van de feitelijke maker wordt vermeld, wordt dat bedrijf geacht de rechthebbende te zijn. Dat is alleen niet het geval als dat onrechtmatig zou zijn tegenover de maker, bijvoorbeeld omdat er afspraken zijn gemaakt dat de maker de rechthebbende blijft.
  • Soms is de ‘maker’ alleen degene die een werk daadwerkelijk maakt, zonder dat diegene het creatieve denkwerk heeft verricht. Dat geldt bijvoorbeeld voor de drukker die het boek daadwerkelijk maakt, maar het niet geschreven heeft. De partij onder wiens leiding en toezicht een werk tot stand is gekomen, is in de rechthebbende.
  • Een werkgever wordt automatisch de auteursrechthebbende voor alle werken die werknemers maken in de uitoefening van hun functie. Dat is dus niet het geval voor een politieagent die een boek schrijft (in zijn vrije tijd). Dat hoort niet bij de functie als politieagent dus de werkgever kan in dat geval geen aanspraak maken op de auteursrechten op dat boek.
  • Als er meerdere makers zijn die ervoor gezorgd hebben dat een werk tot stand is gebracht, hebben die een gezamenlijk auteursrecht. Dat is een situatie die beter voorkomen kan worden, omdat de ene rechthebbende niets mag met het werk zonder medewerking van de andere(n). Die situatie leidt in de praktijk geregeld tot conflicten.
  • Partijen kunnen ook onderling iets anders afspreken: het auteursrecht kan worden overgedragen aan een andere partij. Als bijvoorbeeld een website wordt gemaakt, kan het bedrijf dat de website gaat gebruiken bedingen dat het de auteursrechten overgedragen krijgt. Let op: auteursrechten moeten schriftelijk worden overgedragen.

Het is hoe dan ook belangrijk dat vooraf goede (schriftelijke) afspraken worden gemaakt. De meeste conflicten ontstaan als dat niet is gebeurd en partijen elk van een ander uitgangspunt en andere verwachtingen uitgaan.

Wanneer is er sprake van inbreuk?

Bij de beoordeling of sprake is van inbreuk op het auteursrecht van een andere partij, wordt in de eerste plaats bekeken welke kenmerken van een werk auteursrechtelijk beschermd (kunnen) zijn, oftewel: welke kenmerken zijn origineel zijn en dragen het persoonlijk stempel van de maker? Vervolgens wordt gekeken of die kenmerken ook voorkomen in het mogelijk inbreukmakende werk. Als dat zo is, en de totaalindruk van beide werken komt overeen, dan is er sprake van inbreuk. Let op: ook als een werk bestaat uit kenmerken die al bestonden in andere werken, dan nog kan zo’n werk auteursrechtelijk beschermd zijn als de combinatie van die al bestaande kenmerken tot een origineel werk leidt.

© Origineel en persoonlijke keuzes

Hoe bewijs je nu dat een werk origineel is en dat je persoonlijke keuzes hebt gemaakt?

Originaliteit wordt bepaald door te kijken naar eerdere werken: in hoeverre bestond een werk al? Er moet bij die eerdere werken gekeken worden naar de auteursrechtelijk beschermde (lees: oorspronkelijke/eigen) trekken. In inbreukzaken doet degene die aangesproken wordt op het maken van inbreuk er goed aan zoveel mogelijk na te gaan welke oudere werken er al bestaan met min of meer dezelfde karakteristieke kernmerken als het werk waarvoor bescherming wordt geclaimd.

Zo zal een meubelbedrijf dat meubels maakt uit sloophout en dat wordt aangesproken door de bekende ‘sloophout-meubelontwerper’ Piet Hein Eek, op zoek moeten gaan naar oudere meubelontwerpen die gemaakt zijn van sloophout en die zoveel mogelijk op de ontwerpen van Piet Hein Eek lijken. Er zijn diverse meubelbedrijven waarbij dat niet gelukt is, zie bijvoorbeeld hier, hier en hier.

Of er persoonlijke keuzes zijn gemaakt in een ontwerp, is een beoordeling die de rechter uiteindelijk maakt, bijvoorbeeld aan de hand van verklaringen van de ontwerper. Je moet dus kunnen onderbouwen waaruit de persoonlijke keuzes bestaan. Dat kan bijvoorbeeld zijn de stijl die een ontwerper gebruikt (al is de stijl zelf dus niet auteursrechtelijk beschermd), de wijze waarop een ontwerp tot stand komt, de kleuren en het materiaal dat gebruikt is et cetera.

Bij foto’s kunnen de persoonlijke keuzes bijvoorbeeld blijken uit het onderwerp van de foto, de sfeer die een foto uitstraalt, de uitsnede die gemaakt wordt, net als andere nabewerkingen zoals het contrast, de hoek van waaruit een foto genomen is, in hoeverre er is ingezoomd op een bepaald element van de foto, de belichting et cetera.

Wat kan je claimen als rechthebbende?

Als je de auteursrechthebbende bent op een bepaald werk, dan kan je andere partijen waarvan je vindt dat die inbreuk maken, daarop aanspreken en ze vriendelijk, maar dringend verzoeken om (onder andere):

  • Direct en definitief te stoppen met elk inbreukmakend gebruik (dat wil zeggen elke openbaarmaking en verveelvoudiging van het inbreukmakende werk);
  • Opgave van de inbreukmakende aantallen die zijn ingekocht, verkocht, in voorraad zijn etc., als het gaat om inbreukmakende producten;
  • Vernietiging of afgifte van de voorraad inbreukmakende producten;
  • Vergoeding van de geleden schade;
  • Vergoeding van de juridische kosten (inclusief advocaatkosten – die moeten in dit soort zaken in beginsel ook vergoed worden).

Dit is een selectie van de claims die je kunt indienen, waarbij het stoppen met het inbreukmakende gebruik natuurlijk het eerste vereiste is. In sommige gevallen kan ook van belang zijn dat er een rectificatie wordt geplaatst door de veronderstelde inbreukmaker of dat er informatie wordt gegeven over de bij de inbreuk betrokken partijen (zoals de leverancier).

Maar pas wel op als je een sommatiebrief verstuurt: het moet wel aannemelijk zijn dat je inderdaad auteursrechten kunt claimen op een werk. Als overduidelijk is dat dat niet zo is, kan je dat duur komen te staan en kan de aangesproken partij betogen dat je onrechtmatig handelt. Alle daardoor geleden schade zal je in zo’n geval moeten vergoeden.

In de praktische handboeken voor ondernemers ‘IE in Bedrijf’ lees je alles over auteursrecht en inbreuk, met tal van voorbeelden uit de praktijk. Ze zijn te koop bij de reguliere en online boekhandels (bijvoorbeeld: Bol.com en managementboek.nl) en als eBook te downloaden via de online aanbieders. Kijk voor een (gratis) te downloaden inkijkexemplaar op de website www.ie-inbedrijf.nl.

Hoogste Europese rechter kent ruime modelrechtelijke bescherming toe aan kleding

Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft op 19 juni jl. een arrest gewezen, dat naar mijn mening met enthousiasme ontvangen mag worden door de mode-industrie.

Naast auteursrechtelijke bescherming, kunnen kledingontwerpen zonder nadere formaliteiten ook (mogelijk) aanspraak maken op modelrechtelijke bescherming: het zogenaamde niet-geregistreerde Gemeenschapsmodel met een geldigheidsduur van drie jaar. Deze modelrechtelijke bescherming heeft een aantal voordelen, waarover ter afsluiting meer.

Wanneer heeft een model een ‘eigen karakter’?

Als model kan worden beschermd het nieuwe uiterlijk van een op industriële of ambachtelijk wijze vervaardigd voorwerp met een eigen karakter. Een kledingstuk is een dergelijk voorwerp. Het is immers op industriële of ambachtelijke wijze vervaardigd. Mits het kledingstuk een nieuw uiterlijk en een eigen karakter heeft, kan het dus (ook) rekenen op modelrechtelijke bescherming.

Een model is nieuw zolang niet eerder een identiek model (in dit geval dus: kledingstuk) voor het publiek beschikbaar is gesteld. Deze eis lijkt mij helder. Minder duidelijk is echter de eis van het ‘eigen karakter’. Het Europese Hof heeft zich nu uitgelaten wanneer daarvan sprake is.

Een model heeft een eigen karakter als de algemene indruk die dat model bij de geïnformeerde gebruiker wekt, verschilt van de algemene indruk die door een of meer afzonderlijk beschouwde oudere modellen gewekt wordt, aldus het Hof. Bij de vraag of een bepaald kledingstuk een ‘eigen karakter’ heeft, moet dit kledingstuk dus steeds één-op-één met oudere kledingstukken worden vergeleken en niet met een fictieve indruk die gebaseerd is op een combinatie van afzonderlijke kenmerken van oudere kledingstukken. Deze uitleg strookt overigens met de auteursrechtelijke regel dat de vereiste creativiteit van een kledingontwerp kan zitten in de keuze voor een specifieke combinatie van elementen, ook als deze elementen op zichzelf beschouwd al te kennen zijn uit andere ontwerpen (maar dus niet in combinatie in één ontwerp).

Bewijslast

Daarnaast kwam in de zaak voor het Europese Hof ook de vraag aan bod wie moet bewijzen of het niet-ingeschreven Gemeenschapsmodel een ‘eigen karakter’ heeft. Moet de (mogelijke) houder van het model dit aantonen om zich met succes op zijn modelrecht te kunnen beroepen, of is er een vermoeden van geldigheid en kan de gedaagde het gestelde ‘eigen karakter’ alleen in verweer onderuit halen door het tegendeel te bewijzen? Het Hof kiest voor de laatste insteek en oordeelt dat de rechter in beginsel mag uitgaan van de geldigheid van het model, mits de houder aangeeft welk kenmerk of welke kenmerken volgens hem zijn model een ‘eigen karakter’ geven.

Goed nieuws voor de mode-industrie

Het Hof legt de beschermingsdrempel dus laag. Zolang de beweerdelijke inbreukmaker er niet in slaagt één ouder kledingstuk te vinden dat eenzelfde algemene indruk wekt, dan heeft het nieuwe kledingstuk dus het vereiste eigen karakter en kan het zonder nadere formaliteiten drie jaar lang rekenen op modelrechtelijke bescherming.

De situatie dat een kledingontwerp respectievelijk –stuk wel auteursrechtelijk beschermd zou zijn, maar niet op grond van een niet-ingeschreven Gemeenschapsmodel, of andersom, lijkt nu moeilijk voorstelbaar. Althans in Nederland, want in sommige andere Europese landen wordt de lat voor auteursrechtelijke bescherming door de rechter een stuk hoger gelegd dan bij ons, in het bijzonder als het gaat om fashion en toegepaste kunst. Met deze beslissing lijkt ook in die landen nu (modelrechtelijke) bescherming van kledingontwerpen beter binnen handbereik te zijn.

Het grote voordeel van (samenlopende) Gemeenschapsmodelrechten is dat een Gemeenschapsmodel gelding heeft in de hele Europese Unie, terwijl auteursrechten nog steeds nationaal bepaald zijn. Anders dan bij auteursrechten resulteert een succesvol beroep op een Gemeenschapsmodel dan ook in principe in een verbod voor de héle Unie.

Goed nieuws dus voor de mode-industrie in haar strijd tegen imitators en meelifters.

Gebruik van merken als AdWord: merkinbreuk? – Marks & Spencer verliest zaak van Interflora

Vijf jaar geleden startte Interflora (UK) een juridische procedure tegen Marks & Spencer (‘M&S’). M&S gebruikte het merk Interflora namelijk als AdWord. Op het moment dat via Google gezocht werd op ‘Interflora’, verschenen niet alleen zoekresultaten van Interflora, maar tevens een advertentie van M&S (Flowers). Het publiek dat naar de bloemen van Interflora zocht, werd op die manier geleid naar de site van M&S (Flowers) waarop zij bloemen aanbiedt. Interflora stond dat niet toe en betoogde dat M&S inbreuk maakt op haar merkrechten door gebruik van haar merk als AdWord.

Lange tijd is onduidelijk geweest of concurrenten gebruik mochten maken van elkaars merken in AdWord campagnes. Het leverde op zijn minst een risicovolle situatie op (zie hierover ook: link). In diverse Europese landen werden juridische procedures gestart. Totdat het Europese Hof van Justitie zich hierover uitsprak in 2010, was de heersende opvatting dat gebruik van andermans merk als AdWord merkinbreuk opleverde.

Het Europese Hof heeft in maart 2010 een einde gemaakt aan de onzekerheid en geoordeeld dat gebruik van andermans merk als AdWord is toegestaan en dus géén merkinbreuk oplevert, tenzij het de gemiddelde internetgebruiker moeilijk of onmogelijk wordt gemaakt te weten van wie de advertentie afkomstig is: van de merkhouder, een onderneming die daarmee verbonden is of van een derde.

In de Interflora-zaak – waar het Europese Hof zich eveneens over heeft uitgesproken in een arrest van 22 september 2011 en waarbij nadere regels zijn bepaald voor gebruik van bekende merken als AdWord – bepaalde het High Court of Justice (UK) dat het gebruik door M&S van het merk Interflora als AdWord merkinbreuk oplevert:

“The M&S advertisements which are the subject of Interflora’s claim did not enable reasonably well-informed and reasonably attentive internet users to ascertain whether the service referred to in the advertisements originated from M&S or Interflora …
“On the contrary, as at 6 May 2008, a significant proportion of the consumers who searched for ‘interflora’ and the other Signs, and then clicked on M&S’s advertisements displayed in response to those searches, were led to believe, incorrectly, that M&S’s flower delivery service was part of the Interflora network.”

Voor een groot deel van de consumenten was dus niet duidelijk dat M&S (Flowers) geen onderdeel uitmaakt van Interflora. Die onduidelijkheid werd door de advertentie van M&S niet opgeheven, maar eerder in stand gehouden.

Gebruik van het merk van een concurrent als AdWord mag dus wel, mits maar uit de advertentie die in de resultaten van Google wordt weergegeven duidelijk blijkt van wie de advertentie afkomstig is.

Fabeltjes over intellectuele eigendom…

Èlke (startende) onderneming heeft ermee te maken: intellectuele eigendom (IE) – zoals auteursrecht, merken, handelsnamen et cetera. Het komt in de praktijk heel vaak voor dat bedrijven zich dat niet realiseren en zich niet of onvoldoende laten adviseren omtrent juiste en adequate bescherming, met alle gevolgen van dien. Er bestaan bovendien nogal wat misverstanden over IE-rechten en de bescherming daarvan, zoals de volgende fabeltjes:

Fabeltje: “met een KvK-registratie is mijn naam goed beschermd…”

Nee.

De inschrijving van een handelsnaam bij de KvK an sich biedt geen bescherming tegen bedrijven met dezelfde of een sterk gelijkende naam. Bij handelsnamen gaat het om het feitelijke gebruik dat in de praktijk van de naam wordt gemaakt. Daarmee wordt bescherming verkregen, zij het beperkt. Er kan alleen worden opgetreden tegen gebruik door derden van een gelijke(nde) handelsnaam indien verwarringsgevaar aanwezig is. Slechts indien de plaats van vestiging en de aard van beide ondernemingen overeenkomen, kan verwarringsgevaar zich voordoen. Als de handelsnaam (ook) als merk wordt geregistreerd, is de bescherming ruimer en beter en kan in veel meer gevallen worden opgetreden (in sommige gevallen bijvoorbeeld tegen gebruik van de naam door derden als domeinnaam of als AdWord).

Fabeltje: “breng 7 verschillen aan en een product maakt geen inbreuk…”

Nee.

Vaak wordt gedacht dat wanneer de vormgeving van een product, zoals bijvoorbeeld een tas, tafel, schoenen, jeans et cetera op 7 punten verschilt van die van een ander product, dat dan nooit inbreuk wordt gemaakt. Niemand weet waar dit fabeltje vandaan komt, maar er is niets van waar. In sommige gevallen kunnen zelfs vijftig verschillen te weinig zijn en wordt toch geoordeeld dat sprake is van inbreuk op auteursrechten of op modelrechten.