Berichten

SFDR-eisen over duurzaamheid – nog één maand te gaan en nieuwe RTS

Foto: Michelle Henderson (Unsplash)

Deze blogserie besteedt aandacht aan de nieuwe regels over informatieverschaffing over duurzaamheid van beleggingen. Deze regels zijn opgenomen in de SFDR en gaan gelden vanaf 10 maart 2021. De SFDR wordt onder andere van toepassing op beleggingsinstellingen, vermogensbeheerders, levensverzekeraars, pensioenfondsen en bepaalde financiële adviseurs. Hierbij een laatste update voor inwerkingtreding met nieuwe informatie over de RTS.

Stand van zaken

De SFDR wordt van toepassing op 10 maart 2021 ondanks de bezwaren uit de financiële sector. Er zal geen sprake zijn van uitstel. De hoofdregels uit de SFDR zullen over een maand gewoon gaan gelden en moeten vanaf dat moment worden nageleefd door de financiële ondernemingen die onder de SFDR vallen.

De ESA’s (EBA, ESMA en EIOPA) hebben de Commissie vorige maand om uitleg gevraagd vanwege onduidelijkheid op een aantal punten (de priority issues). Dit betrof de toepasselijkheid van de SFDR op kleine (geregistreerde) beheerders van beleggingsinstellingen en niet-EU beheerders, de wijze van berekening van de 500-werknemergrens in verband met de principle adverse impact statement, de vraag wanneer sprake is van ‘promoten’ van artikel 8-producten en de uitwerking van de regels bij artikel 9-producten en vermogensbeheerportfolio’s. Het is te hopen dat de Commissie voor 10 maart 2021 antwoord geeft. Zelf denk ik overigens dat de SFDR niet van toepassing zou moeten zijn op kleine beheerders, maar wel op niet-EU beheerders.

RTS

Vorige week hebben de ESA’s daarnaast nieuwe concept-uitvoeringsregels of regulatory technical standards (RTS) aan de Commissie gezonden. Deze nieuwe concept-RTS zijn opgesteld na een uitgebreide consultatie vorig jaar, dus het valt te verwachten dat de Commissie de definitieve RTS in deze vorm vaststelt.

Ter herinnering, de RTS bevatten gedetailleerde voorschriften ter uitwerking van de SFDR op een aantal punten zoals het do not significantly harm-principe, de principle adverse impact statement en de informatievereisten voor artikel 8-producten en artikel 9-producten.

In vergelijking met de vorige concept-RTS valt onder andere het volgende op:

  • Het aantal artikelen is uitgebreid ook al zijn sommige artikelen geschrapt. Dit komt met name doordat de eisen voor artikel 8-producten en artikel 9-producten over meer artikelen zijn verspreid.
  • De verplichtingen zijn grotendeels hetzelfde gebleven.
  • Sommige onderdelen zijn geschrapt, zoals de eis om in de principle adverse impact statement op te nemen welke herstelacties worden genomen en de eis om in de precontractuele informatie het gebruik van derivaten toe te lichten.
  • De annexen bij de RTS zijn nu volledig ingevuld.
  • De lijst met verplichte indicatoren voor de principle adverse impact statement is teruggebracht van 32 tot 14. De lijsten met additionele indicatoren zijn daarentegen uitgebreid van 11 naar 16 (klimaat; E) en van 7 naar 17 (sociaal en governance; E en G).
  • De termijn voor historische vergelijkingen van informatie is verkort van tien naar vijf jaar.
  • De templates voor precontractuele en periodieke informatie voor artikel 8-producten en artikel 9-producten blijven generiek van aard en zullen dus niet productspecifiek worden gemaakt (ook al erkennen de ESA’s dat dit niet ideaal is).

De ESA’s herhalen dat een aantal gewenste wijzigingen niet mogelijk is omdat dit in strijd zou zijn met de SFDR. Dit betreft onder andere verdere duidelijkheid in de RTS over artikel 8-producten en artikel 9-producten (vandaar ook de gevraagde uitleg over de priority issues) en een andere behandeling van transparantie over producten met slechts één klant (zoals vermogensbeheermandaten). Dergelijke verzoeken zijn dus niet ingewilligd.

De ESA’s suggereren dat de RTS op 1 januari 2022 van toepassing worden. Ten opzichte van de oorspronkelijke inwerking tegelijk met de SFDR, betekent dit een uitstel van tien maanden.

Resumerend

De SFDR is vanaf 10 maart 2021 van toepassing. Vanaf dat moment moeten financiële ondernemingen in beginsel hun beleggings(advies)beleid, hun beloningsbeleid en eventueel hun due diligencebeleid aanpassen en daarover verklaringen op hun websites opnemen. Ook moeten zij de precontractuele informatie van beleggingsproducten nalopen. In geval van duurzame producten moeten financiële ondernemingen de duurzaamheid van deze producten nader onderbouwen, bij gebreke waarvan deze producten vanaf 10 maart 2021 niet meer als duurzaam mogen worden verkocht. Dit alles geldt ook al voordat de RTS van toepassing zijn. De concept-RTS kunnen overigens worden gebruikt om alvast nadere invulling te geven aan bepaalde informatie die financiële ondernemingen op grond van de SFDR vanaf 10 maart 2021 moeten verstrekken. Het lijkt er tot slot op dat financiële ondernemingen vanaf 1 januari 2022 ook aan de gedetailleerde voorschriften uit de RTS moeten voldoen, dus heel veel extra tijd is er op dat punt niet.

Extra informatie over duurzaamheid beleggingen: nadere regels

Zoals al eerder aangekondigd treden op 10 maart 2021 extra regels in werking over informatieverschaffing over duurzaamheid van beleggingen op grond van de Europese Verordening 2019/2088 betreffende informatieverschaffing over duurzaamheid in de financiëledienstensector (in het Engels: Sustainable Finance Disclure Regulation of SFDR). Veel vereisten uit de SFDR worden nader uitgewerkt in technische reguleringsnormen (regulatory technical standards of RTS). Deze worden hieronder besproken.

RTS

Zoals gebruikelijk bij Europese regels vindt regelgeving plaats op meerdere niveaus. Om die reden wordt de SFDR nader uitgewerkt in RTS. Onlangs is een concept gepubliceerd ten behoeve van de consultatie. Deze concept-RTS bevatten naast wat algemene regels, gedetailleerde regels over de vorm en inhoud van de informatieverschaffing en transparantievereisten voor ESG-beleggingen en duurzame beleggingen.

Algemene regels

Informatie die op grond van de RTS moet worden verstrekt moet makkelijk toegankelijk, niet-discriminerend, kosteloos, eenvoudig, beknopt, begrijpelijk, redelijk, duidelijk en niet-misleidend zijn. Hiernaast moet de presentatie zodanig zijn dat de informatie eenvoudig te lezen is waarbij tekens van redelijke grootte worden gehanteerd en de presentatie moet in een zodanige stijl zijn opgesteld dat dit het begrip vergemakkelijkt. Tevens dient informatie in een doorzoekbaar elektronisch formaat te worden verschaft en moeten partijen de informatie op hun websites actueel houden. Updates moeten als zodanig herkenbaar zijn: de datum van de update en de wijzigingen moeten duidelijk worden aangegeven. Tot slot moeten bij verwijzing naar rechtspersonen en financiële instrumenten, de LEIs en ISINs worden weergegeven.

Met name deze algemene eisen aan vorm en inhoud van de informatie klinken zeer vergaand. De vraag is of dat echt zo is. Ook nu al geldt een aantal van deze uitgangspunten voor een belangrijk deel al op grond van de bestaande toepasselijke regimes (zoals MiFID II, AIFMD, UCITS, etc.). Op grond van artikel 4:19 Wft geldt bijvoorbeeld al dat informatieverstrekking door financiële ondernemingen correct, duidelijk en niet misleidend moet zijn terwijl op grond van het BGfo diverse (verplichte) informatie ook kosteloos moet worden verstrekt. Daarbij dwingt het civiele recht partijen ook nu al om, ter voorkoming van eventuele aansprakelijkheid, informatie begrijpelijk te presenteren. De vraag is dus in hoeverre deze algemene eisen op grond van de RTS echt verdergaand zijn. Dat laat onverlet dat van partij tot partij moet worden bekeken of de nieuwe algemene vereisten op onderdelen toch een uitbreiding van het al van toepassing zijnde regime betekenen.

Inhoud

De RTS schrijven in verregaande mate voor welke informatie moet worden verschaft in het kader van de SFDR. Afhankelijk van het specifieke transparantievereiste, bevatten de RTS diverse lijstjes met onderwerpen die moeten worden meegenomen bij informatieverschaffing. Deze lijstjes worden op hun beurt veelal verder uitgewerkt in nadere lijstjes met (sub)onderwerpen (en soms nadere regels) per (hoofd)onderwerp. Ter illustratie:

De verplichting om informatie te verschaffen over belangrijke ongunstige effecten van beleggingsbeslissingen vereist dat daarover op de website een aparte verklaring wordt opgenomen. Deze verklaring moet worden opgesteld in de vorm als opgenomen in tabel 1 van Annex I (in totaal 11 blz.) en moet de volgende onderwerpen bevatten:

  • Samenvatting
  • Beschrijving van belangrijke ongunstige effecten
  • Beschrijving van beleid om belangrijke ongunstige effecten te identificeren en te rangschikken
  • Beschrijving van acties ter adressering van belangrijke ongunstige effecten
  • Betrokkenheidsbeleid (engagement)
  • Verwijzingen naar internationale standaarden.

De RTS bepalen vervolgens per onderwerp wat aan de orde moet komen. Zo moet de samenvatting de naam van de betreffende partij bevatten, het feit dat belangrijke ongunstige effecten in ogenschouw worden genomen en de periode waar de verklaring op ziet. Daarnaast mag de samenvatting niet langer zijn dan twee A4 en moet deze aan de hieronder te bespreken taaleis te voldoen.

In andere gevallen wordt geen gebruik gemaakt van lijstjes met onderwerpen in een Annex maar bevatten de RTS zelf een nadere opsomming zoals voor producttransparantie over ESG-beleggingen en duurzame beleggingen op websites.

Het komt er dus op neer dat per transparantieverplichting in de RTS wordt bepaald welke (hoofd- en sub)onderwerpen moeten worden belicht en op welke wijze dat moet gebeuren. In die zin hebben de RTS een zeker ‘vinkgehalte’. Zolang de lijstjes de lading goed dekken is dit vanuit transparantieoogpunt prima maar het risico bestaat wel dat transparantie eerder een compliance-exercitie wordt die niet noodzakelijk het inzicht vergroot. Vergelijk in dit verband de eisen die aan een prospectus worden gesteld die hebben geleid tot lijvige documenten die niet altijd begrijpelijker waren.

Vorm

De RTS bevatten een vijftal templates die moeten worden gebruikt voor bepaalde informatieverschaffing:

  • een template voor de verklaring inzake belangrijkste ongunstige effecten van beleggingsbeslissingen
  • twee templates voor precontractuele informatie over ESG-beleggingen en duurzame beleggingen
  • twee templates voor periodieke rapportages over ESG-beleggingen en duurzame beleggingen.

Op dit moment bevat de conceptversie van de RTS echter alleen nog de template voor de verklaring inzake belangrijkste ongunstige effecten van beleggingsbeslissingen. De inhoud van de overige templates is nog opengelaten en moet verder worden afgewacht.

Taal

De samenvatting van de verklaring inzake belangrijkste ongunstige effecten van beleggingsbeslissingen moet in ieder geval worden opgesteld in één van de officiële talen van de thuislidstaat van de financiëlemarktdeelnemer en, indien van toepassing, in een taal die in internationale financiële kringen gebruikelijk is. Dit betekent voor financiëlemarktdeelnemers die Nederland als thuislidstaat hebben dat zij deze samenvatting dus in ieder geval in het Nederlands ter beschikking moeten stellen. Alleen een Engelstalige samenvatting volstaat dus niet. Hier moet dus rekening mee gehouden worden vanaf 10 maart 2021.

Nadere eisen voor ESG-beleggingen en duurzame beleggingen

De RTS bevatten specifieke en gedetailleerde eisen voor informatie over ESG-beleggingen en duurzame beleggingen. De eisen betreffen precontractuele informatie, informatie op websites en periodieke rapportage. Ook hier is weer sprake van dezelfde getraptheid. Ter illustratie:

Precontractuele informatie over duurzame beleggingen moet een zevental onderwerpen bevatten aan de hand van de template uit Annex III (waarvan de inhoud nog onbekend is):

  • Duurzame doelstelling van de belegging
  • Afwezigheid van materiële schade aan deze doelstelling door de beleggingen
  • Beleggingsbeleid
  • Duurzame indicatoren
  • Gebruik van derivaten
  • Verwijzing naar de website
  • Al naar gelang het product: duurzame doelstelling met gebruik van een index of vermindering van CO2-uitstoot.

De RTS werken vervolgens per onderwerp nader uit welke informatie moet worden verschaft.

De transparantievereisten voor websites gaan, wat betreft het aantal onderwerpen, nog verder want websites moeten op 12 onderwerpen informatie over ESG-beleggingen en duurzame beleggingen bevatten. Extra onderwerpen zijn bijvoorbeeld de gebruikte methodologie om de impact te berekenen, de uit te voeren due diligence en het te hanteren engagementbeleid. Bij de rapportage achteraf ligt de nadruk vervolgens op zes onderwerpen zoals een beschrijving in hoeverre het beoogde (ESG- of duurzame) doel bereikt is, ook in vergelijking tot eerdere verslaggevingsperioden (vanaf 2022).

Overigens is wat betreft duurzaamheid tevens de voorgestelde Verordening voor een raamwerk voor duurzame beleggingen (ook wel Taxonomieverordening) van belang omdat deze verordening nadere invulling geeft aan de criteria voor duurzaamheid.

Wanneer meer duidelijkheid?

De SFDR is van toepassing vanaf 10 maart 2021 en ook de RTS zullen vanaf die datum van toepassing zijn.

De consultatie van de concept-RTS loopt tot 1 september 2020. Aandachtspunt hierbij is dat verschillende Annexen bij de RTS op dit moment niet bekend zijn. Het is de verwachting dat de definitieve RTS eind 2020, begin 2021 door de Commissie zullen worden vastgesteld.

Financiëlemarktdeelnemers moeten in ieder geval met ingang van 10 maart 2021 op basis van de SFDR en de RTS vrij gedetailleerde informatie verschaffen. Dit noopt tot het tijdig nagaan welke extra informatie vereist zal zijn, het opstellen van de vereiste informatie en het (voorbereiden van) beschikbaarstelling daarvan. Het is de vraag of het raadzaam is te wachten tot de definitieve RTS door de Commissie zijn vastgesteld omdat er dan nog weinig tijd rest tot 10 maart 2021. Het zou daarbij niet de eerste keer zijn dat de definitieve RTS pas kort voor de datum waarop de nieuwe regels van toepassing zijn, worden gepubliceerd. Enig vooruitwerken lijkt daarmee op zijn plaats.