NOW-regeling versoepeld voor concerns

In de Kamerbrief van 22 april jl. heeft Minister Koolmees een aantal aanvullende maatregelen bekend gemaakt. In deze nieuwsbrief gaan wij hierop kort in.

Toezeggingen Minister Koolmees

  1. Toepassing van NOW bij (buitenlandse) concerns: Voor concerns met minder dan 20% omzetverlies wordt het mogelijk gemaakt dat individuele werkmaatschappijen subsidie voor hun loonkosten aanvragen op basis van de omzetdaling van de betreffende werkmaatschappij. Aan deze mogelijkheid worden voorwaarden verbonden die wij in deze nieuwsbrief hieronder weergeven.
  2. Aanvullend vangnet voor flexwerkers: Het Kabinet verkent de mogelijkheden voor een vangnet voor flexwerkers (met name wanneer zij niet in aanmerking komen voor een uitkering).
  3. Seizoenswerk: Het Kabinet stelt vast dat het complex is om te komen tot een aparte (en uitvoerbare) regeling voor seizoenswerk en zoekt intensief naar een oplossing.
  4. Overwerk en premiedifferentiatie WAB: De bepaling dat voor vaste werknemers die in een kalenderjaar meer dan 30% hebben overgewerkt de hoge WW-premie moet worden afgedragen wordt voor 2020 voor alle werkgevers opgeschort. Aanleiding vormden de vele zorgverleners en andere werkgevers (zoals supermarkten) die personeel meer uren laten draaien vanwege Covid-19 en daarmee het risico lopen in het hoge WW-tarief te belanden.
  5. Werktijdverkorting en tewerkstellingsvergunningen: De Inspectie SZW zal tijdelijk niet handhaven in situaties waarin vanwege werktijdverkorting niet langer aan het salariscriterium in de kennismigrantenregeling wordt voldaan.

Toepassing NOW bij (buitenlandse) concerns

De NOW-regeling is een loonsubsidie aan ondernemingen die onder de huidige bijzondere omstandigheden te maken hebben met een omzetverlies van meer dan 20% in een periode van drie maanden. Met deze loonsubsidie dienen werkgevers de salarissen van hun werknemers in de maanden maart tot en met mei volledig door te betalen. Uitgangspunt in de regeling is dat bij een grotere samenstelling van rechtspersonen (of natuurlijke personen) de omzetdaling van de groep de basis is. Deze hoofdregeling blijft ongewijzigd.

Nieuwe afwijkingsmogelijkheid individuele werkmaatschappijen

Minister Koolmees heeft in de Kamerbrief laten weten dat individuele werkmaatschappijen van een concern subsidie voor hun loonkosten kunnen aanvragen op basis van de omzetdaling (van meer dan 20%) van de individuele werkmaatschappij (in plaats van op concernniveau) als voor het gehele concern sprake is van minder dan 20% omzetdaling. Voor concerns die een omzetdaling hebben van ten minste 20%, geldt de hoofdregeling. Om van de nieuwe afwijkingsmogelijkheid gebruik te kunnen maken, moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

Voorwaarden

  1. De werkmaatschappij moet een eigen rechtspersoonlijkheid hebben. Onderdelen van rechtspersonen, zoals een vestiging of business unit, komen niet in aanmerking.
  2. De afwijkingsmogelijkheid geldt niet voor personeels-B.V.’s. Concerns met een personeels-B.V. moeten uitgaan van omzetdaling op concernniveau.
  3. Concerns moeten verklaren over 2020 geen dividend of bonus uit te keren en geen eigen aandelen terug te kopen, tot en met de datum van de aandeelhoudersvergadering waarin de jaarrekening van 2020 wordt vastgesteld.
  4. Een werkmaatschappij met 20 of meer werknemers moet een akkoord sluiten met de (belanghebbende) vakbond(en) (of bij het ontbreken daarvan met een andere vertegenwoordiging van werknemers, zoals een ondernemingsraad) over werkbehoud. Bij werkmaatschappijen met minder dan 20 werknemers volstaat het akkoord van een vertegenwoordiging van werknemers.

Controlewaarborgen

Met het oog op het beperken van misbruik van de afwijkingsmogelijkheid gelden de volgende nader uit te werken waarborgen:

  1. Andere werkmaatschappijen binnen het concern mogen geen opdrachten of projecten uitvoeren die de subsidie vragende werkmaatschappij normaliter zou uitvoeren.
  2. Als werknemers van de subsidie vragende werkmaatschappij tijdens het subsidie-tijdvak activiteiten ondernemen bij een andere werkmaatschappij, dan dient omzet die hieruit voortvloeit bij de omzet van de subsidie vragende werkmaatschappij te worden opgeteld voor de berekening van de subsidie.
  3. Het Transferpricing systeem dat bij de jaarrekening 2019 (of laatst vastgestelde jaarrekening) is gebruikt, mag niet worden aangepast voor de meetperiode 2020.
  4. De ‘mutatie voorraden gereed product’ worden aan de omzet toegerekend. Bijvoorbeeld: een productie-B.V. produceert goederen en verkoopt deze normaal direct aan de verkoop-B.V. De productie-B.V. mag de goederen niet langer in voorraad houden om zo de omzet te drukken.

Inwerkingtreding

Deze aanvulling op de NOW-regeling zal op korte termijn worden gepubliceerd. Na publicatie kunnen werkmaatschappijen een aanvraag bij UWV indienen.

Hoe zat het ook alweer met ‘de hoofdregeling’ wat betreft concerns?

Mocht niet aan voornoemde voorwaarden worden voldaan, dan geldt de zogenoemde eerdere hoofdregeling. Deze hoofdregeling heeft zich in de afgelopen periode steeds verder ontwikkeld. Hieronder in het kort de stand van zaken.

Wat is een concern?

Voor de definitie van concern sluit de NOW-regeling aan bij art. 2:24b Burgerlijk Wetboek: ‘Een groep is een economische eenheid waarin rechtspersonen en vennootschappen organisatorisch zijn verbonden. Groepsmaatschappijen zijn rechtspersonen en vennootschappen die met elkaar in een groep zijn verbonden’. Een belangrijk kenmerk hierbij is dat een groep een centrale leiding heeft. Ook een hiermee gelijkgestelde constructie, de moeder-dochtermaatschappij (van art. 2:24a BW) wordt voor de werking van de NOW-regeling behandeld als ware zij een groep. Hierbij valt ook te denken aan samenwerkingsverbanden. Zo kan een joint-venture een groep zijn als een van de partners overwegende zeggenschap heeft en als centrale leiding kan worden gekwalificeerd.

Buitenlandse rechtspersonen

De NOW geldt voor rechtspersonen (of natuurlijke personen) met werknemers die in Nederland sociaal verzekerd zijn (en dus bekend zijn bij de Belastingdienst en UWV). Rechtspersonen die in het buitenland gevestigd zijn en werkgever zijn van in Nederland sociaal verzekerde werknemers kunnen dus ook een beroep doen op de NOW-regeling. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij in Nederland gedetacheerde werknemers maar ook bij in Nederland opgerichte branches van buitenlandse rechtspersonen.

Omzetdaling

Als een werkmaatschappij onderdeel uitmaakt van een groep, dan wordt voor de omzetdaling in beginsel uitgegaan van de omzetdaling van de gehele groep. Hiervoor is aanvankelijk gekozen om te voorkomen dat er geschoven wordt met omzet tussen de verschillende rechtspersonen. Er moet dus in principe sprake zijn van meer dan 20% omzetdaling voor de groep van ondernemingen als geheel. Buitenlandse ondernemingen worden hierin betrokken als sprake is van betaling van loon waarover sociale verzekeringen worden betaald in Nederland. Zie echter hierboven de recent tot stand gekomen voorwaardelijke afwijkingsmogelijkheid voor individuele werkmaatschappijen.

Loonsom

Voor de bepaling van de loonsom wordt niet aangesloten bij een concern-loonsom. De loonsom wordt per werkgever berekend en is bekend bij de Belastingdienst en UWV (het loon waarover sociale verzekeringen worden betaald). Voor een buitenlandse werkgever geldt dat – voor zover zij werknemers in dienst heeft die niet sociaal verzekerd zijn in Nederland – deze lonen niet meegeteld worden voor de berekening van de loonsom waarover subsidie wordt ontvangen.

Aanvrager van de subsidie

De werkgever is degene die de subsidie aanvraagt. Iedere vennootschap (iedere werkgever) moet dus apart subsidie aanvragen, waarbij geldt dat alle vennootschappen binnen een groep die de subsidie aanvragen hetzelfde percentage omzetdaling, en ook een zelfde periode voor de verwachte omzetdaling, moeten hanteren bij de aanvraag. Een subsidie-aanvraag dient per loonheffingennummer te worden ingediend. Als een werkgever meerdere loonheffingennummers heeft, zal de werkgever dus meerdere aanvragen moeten indienen als zij voor de hele loonsom subsidie aan wil vragen (immers per loonheffingennummer).

Tips voor in de praktijk

Het voorgaande geeft inzicht in toepassing van de NOW-regeling binnen een concern. De nieuwe afwijkingsmogelijkheid kan perspectief bieden voor werkgevers in een groep waarin slechts een bepaald onderdeel verlies lijdt.

Wij adviseren u echter niet alleen in zo’n geval, maar te allen tijde te overwegen of gebruikmaking van de NOW-regeling de juiste aanpak betreft of dat er (ook) andere kostenbesparende maatregelen zijn die getroffen kunnen worden. Ook voor werkgevers die op dit moment niet aan de eis van 20% omzetverlies voldoen of werkgevers die verwachten dat de loonsom zodanig daalt in de maanden maart, april en mei 2020 dat het niet loont om een subsidie aan te vragen, kan het wenselijk zijn om andere tijdelijke maatregelen te treffen, zoals:

  • Het maken van afspraken over het opnemen van vakantiedagen of ander verlof.
  • Het maken van afspraken over het uit- of afstellen van de betaling van (variabele) beloning en/of vakantiegeld.
  • Het stopzetten van een reis- en/of onkostenvergoeding.

Tot slot: is het (nog) lastig te bepalen of de omzetdaling over de meetperiode van drie maanden (die kan starten op 1 maart, 1 april of 1 mei 2020) meer dan 20% zal zijn, dan kan het verstandig zijn om toch zekerheidshalve een aanvraag te doen (dat kan tot 31 mei 2020). Mocht uiteindelijk blijken dat de omzetdaling minder dan 20% was en er ten onrechte een voorschot is betaald, dan dient dit voorschot te worden terugbetaald, maar geldt er geen sanctie voor ‘het onterecht aanvragen van de subsidie’.

Aangezien we in de loop van komende maand pas weten of de NOW-regeling wordt verlengd na 31 mei 2020 en of alleen werkgevers voor die verlenging in aanmerking komen die voor de eerste NOW-periode een aanvraag hebben gedaan, kan het ‘better safe than sorry’ zijn. Het kan daarbij overigens verstandig zijn om nog even te wachten met het daadwerkelijk indienen van de aanvraag als (wanneer de omzetdaling niet aanzienlijk is) op een later moment beter bepaald kan worden over welke drie-maanden periode tussen 1 maart 2020 en 31 juli 2020 de omzetdaling het grootst zal zijn (en dus de subsidie het hoogst).

Heeft u vragen? Wij adviseren u graag

Ons Team Arbeidsrecht bestaat uit: