Berichten

Podcast Legaltree

Podcast auteursrecht: wat is het en hoe werkt het?

Wat is auteursrecht? Wat wordt beschermd door het auteursrecht? Hoe ontstaat auteursrecht? Hoe bescherm ik mijn werk? Mag je uit ander werk putten? Wie is de rechthebbende van het auteursrecht? Onder welke omstandigheden is er sprake van een inbreuk op het auteursrecht? Wat kun je vorderen bij een inbreuk?

Marjolein Driessen, Legaltree-partner en coauteur van de boekenreeks IE in Bedrijf, in een interview door Legaltree directeur en oud-minister  Ard van der Steur over auteursrecht.

Vacature partner IE

Auteursrecht: mag je al die mooie schaatsfoto’s en oudhollandse winterplaatjes zomaar gebruiken en delen?

In hoeverre mag je foto’s hergebruiken?

Foto: Marjolein Driessen / vrij te gebruiken

Afgelopen week (7 – 14 februari 2021) veranderde Nederland in een fantastisch winterlandschap. Er werd volop gesleed en na een aantal dagen en nachten strenge vorst, ook volop geschaatst. Het leverde ontelbare mooie plaatjes op. Van winterse landschappen, schaatsen op natuurijs, molens op de achtergrond tot vogels in de sneeuw, peuters voor het eerst op het ijs en mooie zonsopkomsten.

De gemaakte foto’s worden door Jan en alleman gedeeld en gebruikt. Het retweeten op Twitter van een foto of het delen op andere sociale mediakanalen is natuurlijk zonder probleem, op voorwaarde dat de maker/rechthebbende die foto daar heeft geplaatst of toestemming heeft gegeven om dat te doen (en daarmee volgens de algemene voorwaarde van bijvoorbeeld Twitter dus automatisch toestemming geeft de foto op dat specifieke medium verder te verspreiden). Maar wat wel een probleem is, is dat zo’n foto op internet vaak een geheel eigen leven gaat leiden. Te pas en te onpas wordt zo’n foto gebruikt en steeds meer zonder überhaupt nog te vermelden wie de maker is. Dat valt (gelukkig) menigeen op, zie bijvoorbeeld deze reactie op Twitter:

Dat dat bij ‘onwetend Nederland’ gebeurt, is zeker ook niet okay, maar nog tot daar aan toe. Wat een groter probleem is, is dat ook bedrijven en bijvoorbeeld nieuwszenders nog (te) vaak de fout begaan om dit soort foto’s gewoon maar te gebruiken op hun eigen materiaal/websites en in nieuwsitems.

Zoals ik in een eerder blog al schreef, lijkt niemand zich meer echt af te vragen of het knippen en plakken van zo’n foto wel is toegestaan. Het is immers een fluitje van een cent. Aan auteursrecht wordt vaak niet gedacht – of er worden verkeerde aannames gedaan, zie hieronder – laat staan aan het risico dat daarvoor op enig moment betaald moet gaan worden. Maar het overgrote deel van de foto’s is beschermd door het auteursrecht en die kun je vaak dus niet zonder toestemming gebruiken (lees: kopiëren en/of publiceren). Voor een uitgebreidere uitleg over het auteursrecht verwijs ik onder andere naar dit eerdere blog. Ik leg hieronder uit hoe het specifiek zit met auteursrecht op foto’s.

Mag je foto’s van anderen zomaar gebruiken?

Foto’s worden in verreweg de meeste gevallen als creatief, oorspronkelijk werk gezien waarbij de fotograaf persoonlijke keuzes heeft gemaakt. Bijvoorbeeld voor wat betreft het onderwerp van de foto, welke sfeer een foto uit moet stralen, de compositie, de hoek van waaruit de foto wordt gemaakt, de belichting, het diafragma en de sluitertijd. Daarnaast maakt een fotograaf vaak in de nabewerking allerlei creatieve keuzes. Dat maakt dat foto’s in verreweg de meeste gevallen beschermd zijn door het auteursrecht en dat de rechthebbende, vaak de fotograaf, anderen kan beletten zijn of haar foto’s zonder toestemming te gebruiken. Wordt zo’n foto toch zonder toestemming gebruikt, dan zal daar een vergoeding tegenover moeten staan. Géén boete – zoals vaak gedacht wordt – maar de reële geleden schade moet vergoed worden. Die bestaat bij professionele fotografen vaak uit een licentievergoeding die de fotograaf zou hebben gekregen als wel netjes om toestemming is gevraagd. En daarnaast een extra vergoeding als de naam van de fotograaf/bron niet vermeld is of als de foto bewerkt is door de inbreukmaker. In dat soort gevallen zijn namelijk (ook) de persoonlijkheidsrechten van de fotograaf geschonden. Als er geen reguliere licentietarieven zijn voor de desbetreffende foto waarmee de schade kan worden bepaald, wordt vaak aangesloten bij de tarieven van Stichting FotoAnoniem.

Niet elke foto levert een auteursrechtelijk beschermd werk op

Niet elke foto is een creatief werk. De rechtbank Amsterdam oordeelde eerder over een serie vrij alledaagse, banale foto’s dat die niet auteursrechtelijk beschermd zijn (die uitspraak leidde overigens wel tot behoorlijk wat kritiek). Zo heb je ook tal van banale foto’s van bepaalde gebouwen of plekken op de wereld die al zo vaak op dezelfde wijze gefotografeerd zijn dat er van een oorspronkelijke foto geen sprake meer is. Dat geldt bijvoorbeeld voor de meeste foto’s van de Eiffeltoren. Maar let op: ook van zo’n bekend bouwwerk kunnen nog steeds foto’s worden gemaakt waarin wél creatieve keuzes zijn gemaakt en die dus beschermd zijn.

Ook foto’s die een volledig natuurgetrouwe weergave zijn van het gefotografeerde onderwerp, zullen vaak niet auteursrechtelijk beschermd zijn. Van een creatief werk is dan geen sprake meer. Daarmee bedoel ik niet de foto’s die worden gemaakt van een natuurlandschap of bijvoorbeeld een molen; daarbij zullen namelijk vaak juist hele creatieve keuzes worden gemaakt. Maar dit is vaak anders bij productfotografie. Voor een voorbeeld, zie hier. Het product moet zo duidelijk mogelijk, op een technisch perfecte wijze worden gepresenteerd, veelal tegen een volstrekt neutrale (witte) achtergrond zodat de consument zo’n product op zo goed mogelijke wijze kan bekijken. Het maken van zo’n foto kost wellicht een hoop tijd en energie (en dus ook geld), maar van creatieve keuzes is geen sprake. Van een auteursrechtelijk beschermde foto dus ook niet.

Regelmatig krijg ik vragen van makers van dergelijke foto’s die erachter komen dat een ander bedrijf die ook gebruikt. De vraag is dan of ze er iets tegen kunnen doen. Het voelt onrechtvaardig, maar meestal is het antwoord: nee.

Gebruik zonder toestemming maker/rechthebbende mag niet…

Het uitgangspunt is: de maker/rechthebbende van een auteursrechtelijk beschermd werk, zoals een foto, heeft een exclusief recht. Hij/zij mag bepalen of een ander zo’n foto mag gebruiken (‘verveelvoudigen/publiceren’) en zo ja, onder welke voorwaarden. Maar gebruik zonder toestemming leidt niet altijd, automatisch tot inbreuk op het auteursrecht. Er zijn uitzonderingen op de hoofdregel.

…tenzij…

Niet al het gebruik van andermans foto levert een inbreuk op. Er zijn uitzonderingen die wettelijk zijn vastgelegd. En dan heb ik het niet over veelgehoorde smoesjes als:

  • ‘Ik wist niet dat het niet mocht’
  • ‘De foto staat gewoon op internet en kan zo worden gebruikt’
  • ‘Iedereen gebruikt die foto’
  • ‘Dan had er maar een watermerk in moeten staan’.

Dit – en nog tal van andere – zijn allemaal excuses die niet relevant zijn. Voor gebruik van het werk van een ander dat auteursrechtelijk beschermd is, heb je in de regel toestemming nodig. Het maakt niet uit of je ‘te goeder trouw’ bent of dat je de foto niet zou hebben gebruikt als je ervoor had moeten betalen. Ook maakt het niet uit of je de foto maar even hebt gebruikt of maar heel weinig of zelfs geen geld verdient met, bijvoorbeeld, je website. Geen toestemming betekent in principe inbreuk en dat betekent dat je de geleden schade moet vergoeden. De belangrijkste uitzonderingen op die vereiste toestemming zijn:

1. Uitzondering auteursrecht: gebruik via sociale media

Als de fotograaf een foto op sociale media plaatst, gaat hij/zij er mee akkoord dat anderen die foto delen, let wel: op datzelfde medium. Dit is uitdrukkelijk géén vrijbrief om de foto elders te plaatsen. Zo kwam ik afgelopen weekend schaats-/winterfoto’s die op Twitter waren gedeeld tegen op LinkedIn en vice versa (en voor zover ik kon nagaan, betrof het foto’s die maar op een van die mediums waren gedeeld).

2. Uitzondering auteursrecht: gebruik van foto’s als citaat

Soms wordt een foto gebruikt als citaat. Dat kan, als er bijvoorbeeld een artikel wordt geschreven waarbij een foto wordt geplaatst die onderwerp van het artikel is of die dient ter verduidelijking van de tekst. Er mag uitdrukkelijk géén sprake zijn van versiering. En dat is vaak wel het geval waar het gaat om gebruik van beeldmateriaal zoals foto’s. Voor een geldig citaat is bovendien vereist dat de bron/naam van de fotograaf vermeld wordt, waar dat mogelijk is. Ook dat wordt vaak ‘vergeten’ zodat van een geldig citaat geen sprake is, en er toch moet worden betaald.

3. Uitzondering auteursrecht: privékopie

Als je een foto kopieert en gebruikt – bijvoorbeeld aan de muur in je woonkamer hangt – heb je geen toestemming nodig van de fotograaf en hoef je ook geen vergoeding te betalen. Maar: alléén als het voor eigen/privégebruik is. Plaatsen op een website, sociale media e.d. of downloaden en sturen naar de buurvrouw mag dus niet zonder toestemming.

4. Uitzondering auteursrecht: hyperlinken en embedden

Er is niets mis met het delen van een foto door het aanbrengen van een hyperlink of embedded link. Daar heb je geen toestemming voor nodig. In beginsel. Als je namelijk weet of zou moeten weten dat een foto niet eerder openbaar is gemaakt met toestemming van de rechthebbende of als de foto wel openbaar is gemaakt maar voor een beperkte groep (zoals abonnees) en je voor het elders publiceren dus bepaalde beperkingsmaatregelen moet omzeilen, gaat die vlieger niet op. Dan levert het plaatsen van zo’n link in beginsel inbreuk op het auteursrecht op. Is het vreemd dat het embedden van een foto in principe mag? Juridisch/technisch gezien misschien niet, maar naar mijn mening blijft het een gekunstelde constructie. Zie dit eerdere blog.

Er is nog een andere vermeldenswaardige uitzondering op de hoofdregel ‘geen toestemming = inbreuk’. Namelijk onder voorwaarden, als er sprake is van een overname van materiaal door de pers, uit de pers (de zogeheten ‘persexceptie’). Maar: dat geldt niet voor foto’s en ander beeldmateriaal (tenzij het gaat om een televisieprogramma). De uitzondering ‘overname door de pers in de pers’ geldt dus alleen maar voor tekst.

Conclusie

De conclusie is dus: kijk uit met het zomaar kopiëren en hergebruiken van foto’s van anderen, ook als er geen watermerk in de foto staat en ‘iedereen’ het doet. Je ontneemt fotografen hun broodwinning. En nee, fotografen hoeven het knippen en plakken van hun foto’s ook niet te zien als een mooi compliment, zoals ook vaak wordt gedacht (door copycats). Er zijn veel betere manieren om een fotograaf credits te geven. Vrij hergebruiken bestaat eigenlijk niet (tenzij een van de beschreven uitzonderingen zich voordoet). Een fiets die niet op slot staat, mag je toch ook niet zomaar meenemen?

 


In de praktische handboeken voor ondernemers ‘IE in Bedrijf’ lees je alles over merken en inbreuk, met tal van voorbeelden uit de praktijk. In de laatste twee delen (5 en 6), IE in Bedrijf – Online en IE in Bedrijf – Inbreuk op IE-rechten, wordt uitgebreid ingegaan op het inbreukmakend gebruik van foto’s en andere content, wat fotografen en rechthebbenden daaraan kunnen doen, maar ook hoe je je als aangesproken partij kunt verweren tegen claims. De serie is te koop bij de reguliere en online boekhandels (bijvoorbeeld: managementboek.nl) zowel in hard cover als eBook. Kijk voor een (gratis) te downloaden inkijkexemplaar op de website IE in Bedrijf.

 

Brexit: wat gebeurt er nu met EU-contracten, EU-merken en EU-modellen? – deel II

Lees hier drie van de belangrijkste gevolgen van Brexit voor EU-contracten en EU-merken/-modellen.

Foto: Rocco Dipoppa via Unsplash

Een EU-merk en een EU-model geven de houder daarvan rechten voor alle landen van de Europese Unie. Met zo’n merk of model kun je anderen verbieden een vergelijkbaar merk of model te gebruiken, in álle landen van de EU. Zelfs als je als houder dat merk of model niet eens gebruikt in een bepaald EU-land. Bestaande EU-merk- en modelregistraties breiden zich automatisch uit tot nieuw toetredende landen. Niet eerder hebben we de situatie gehad dat een land uit de EU stapt.

Toen ruim 4 jaar geleden bekend werd dat het Verenigd Koninkrijk (‘UK’) de EU zou verlaten, leek dat voor de meesten nog een ‘ver van je bed show’, maar wel een met tal van onzekerheden en onduidelijkheden. Zie hierover het eerdere blog over de gevolgen van Brexit voor EU-merken en -modellen en de belangrijkste vragen. De onderhandelingen over een handelsakkoord zijn nog steeds gaande, maar de deadline van 1 januari 2021 – het einde van de transitieperiode: tot dat moment zijn de Britten nog gebonden aan de EU-regels – komt snel dichterbij. Of er nu een harde, no-deal Brexit volgt of niet, er zal hoe dan ook op allerlei vlakken veel gaan veranderen, óók op het gebied van het (EU-)merken- en modellenrecht.

Wat zijn de gevolgen van Brexit voor EU-contracten en EU-merken en -modellen? Ik bespreek hieronder de allerbelangrijkste:

  1. EU-merk/EU-model → automatische splitsing
    EU-merken en EU-modellen die vóór 1 januari 2021 zijn geregistreerd, worden automatisch gesplitst in een EU-merk/-model en een UK-merk/-model. Merk- en modelhouders hoeven dus geen nieuwe merk- of modelregistratie aan te vragen voor het UK als ze daar bescherming willen. Maar: als de registratie nog niet definitief is, gaat deze splitsing niet automatisch. In dat geval moet worden verzocht om het merk ook te registreren in het UK. Dat kan tot 1 september 2021 en daarvoor zijn extra kosten van toepassing. Bent u houder van een EU-merk of een EU-model? Bepaal dan (tijdig) of uw rechten zich uit (blijven) strekken tot het UK en neem de nodige maatregelen. Bij licenties die zijn ingeschreven in het EU-register geldt overigens dat die niet automatisch worden omgezet in een EU-licentie en een UK-licentie. De registratie voor het UK zal dus opnieuw moeten worden aangevraagd bij het Intellectual Property Office in het UK. Dat geldt ook voor andere (zekerheids)rechten zoals pandrechten.
  2. Contracten voor de EU → checken en wijzigen
    Voor veel bedrijven is van groot belang dat contracten met Engelse contractspartners en/of waarin bepalingen staan die zich uitstrekken tot de hele EU en/of die gaan over een EU-merk of EU-model, worden gecheckt en zo nodig worden heronderhandeld en aangepast. Bij licentiecontracten bijvoorbeeld, waarbij een licentie is gegeven voor het gebruik van een EU-merk, moet worden nagegaan en eventueel heronderhandeld wat de situatie is na 1 januari 2021: geldt die licentie dan nog steeds ook voor het UK of valt het UK daarbuiten?
  3. Is een gerechtelijk EU-verbod geldig in het UK?
    EU-merkhouders en EU-modelhouders die vóór 1 januari 2021 een procedure zijn gestart bij een EU-rechter die – voor die datum – een beslissing heeft genomen, dan blijft die beslissing in stand, ook voor het UK. Procedures die voor 1 januari 2021 zijn gestart, maar waarbij nog géén beslissing is genomen, zullen niet meer in het UK ten uitvoer kunnen worden gelegd. In het verlengde hiervan geldt dat UK-rechters géén beslissing meer kunnen nemen in zaken waarin een EU-merk of EU-model onderwerp van geschil is. Beslissingen van UK-rechters die zijn genomen vóór 1 januari 2021 kunnen nog steeds ten uitvoer worden gelegd in de EU.

Belangrijke consequenties dus voor alle houders van EU-merken en EU-modellen en in het algemeen voor alle bedrijven die te maken hebben met contracten die zich uitstrekken tot ‘de EU’: vanaf 1 januari 2021 is de reikwijdte mogelijk anders/beperkter (lees ook deze informatie van het EUIPO). Check die contracten dus goed.

Vragen hierover?

Bel of mail ons gerust.

Handelsnaamrecht: Four Seasons – hotel of tuincentrum?

Het belang van een goede handelsnaambescherming, (ook) als merk

Het was een historisch weekend; Joe Biden die op 7 november 2020 President Trump verslaat in de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Natuurlijk werd er volop getwitterd. Bijvoorbeeld over het feit dat op het moment dat de media Biden uitriepen als President-elect, Trump op de golfbaan stond. Maar het meest opmerkelijke verhaal was wel dat Trumps campagneteam het Four Seasons (de befaamde luxe hotelketen, bij iedereen wel bekend) had afgehuurd voor een persconferentie. Althans dat dachten ze.

The Guardian schreef er een artikel over en het Four Seasons Hotel in Philadelphia postte de volgende Tweet:

2020-11-10 Driessen - Four Seasons- Hotel of tuincentrum?

De persconferentie bleek dus niet te zijn geboekt bij het hotel, maar bij een hoveniersbedrijf met dezelfde naam – Four Seasons Total Landscaping. Verwarring alom en voer voor grappen. Deze locatie betrof namelijk een parkeerterrein gelegen tussen een crematorium en een dildowinkel. Komiek Zack Bornstein twittert bijvoorbeeld over de talloze grappen die hij hierover kan maken:

Een reactie van het hoveniersbedrijf kon natuurlijk niet uitblijven (zie onderste Tweet). Ze zagen kennelijk geen enkel probleem in ontvangst van Trumps campagneteam voor een persconferentie. Het bedrijf staat in een klap op de kaart.

2020-11-10 Driessen - Four Seasons- Hotel of tuincentrum?

Maar hoe kan het dat twee bedrijven nu precies dezelfde naam hebben? Mag dat juridisch gezien? Voor het antwoord op die vraag moeten we eerst kijken naar de bescherming die je verkrijgt met een handelsnaam.

Handelsnaam

De handelsnaam is ‘de naam waaronder een onderneming wordt gedreven’. Deze definitie komt uit de (Nederlandse) Handelsnaamwet (artikel 1). Het recht op een handelsnaam ontstaat dus door het gebruik van die naam. Veel ondernemers en bedrijven denken ten onrechte dat het recht op een handelsnaam al ontstaat bij de inschrijving van de naam in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Dat dat gedacht wordt is niet zo vreemd, maar het is niet juist. De enkele inschrijving in het handelsregister geeft geen enkel recht. Zie hierover o.a. ook dit eerdere blog.

Verwarring?

Het is op zich niet verboden om een handelsnaam te kiezen die al gebruikt wordt door een ander. Maar er zijn wel grenzen. In artikel 5 van de Handelsnaamwet staat:

‘Het is verboden een handelsnaam te voeren die, vóórdat de onderneming onder die naam werd gedreven, reeds door een ander rechtmatig gevoerd werd, of die van diens handelsnaam slechts in geringe mate afwijkt, een en ander voor zover dientengevolge, in verband met de aard der beide ondernemingen en de plaats, waar zij gevestigd zijn, bij het publiek verwarring tussen de ondernemingen te duchten is.’

Of gebruik van een handelsnaam inbreuk maakt op een al bestaande gebruikte handelsnaam, hangt dus van diverse factoren af. In de eerste plaats moet worden gekeken of de namen gelijk(end) zijn, daarnaast of ze voor dezelfde soort activiteiten gebruikt worden en zo ja, of de gebieden waarin ze gebruikt worden overlappen. Als die drie vragen met ‘ja’ kunnen worden beantwoord, moet nog aan een vierde vereiste worden voldaan: er moet sprake zijn van verwarringsgevaar.

Verwarringsgevaar wordt over het algemeen aangenomen als aan de eerste drie vereisten wordt voldaan, maar er zijn omstandigheden denkbaar waarin dit toch niet het geval is, bijvoorbeeld als het gaat om hele beschrijvende handelsnamen. Zoals het er nu (november 2020) voor staat, zijn er in het geval van beschrijvende handelsnamen nog extra omstandigheden nodig die maken dat er sprake is van inbreuk. Of dat zo blijft, wordt momenteel door de Hoge Raad bekeken. Het helpt in een juridisch conflict hoe dan ook als je kunt laten zien dat er daadwerkelijk verwarring bestaat. Als afnemers zich bijvoorbeeld afvragen of de beide ondernemingen met elkaar te maken hebben (indirecte verwarring) of als gedacht wordt dat het ene bedrijf het andere is en vice versa (directe verwarring).

In het Four Seasons-geval is er ergens iets niet goed gegaan en heeft iemand zich vergist vanwege de naam.[1] Alhoewel beide bedrijven natuurlijk niet in dezelfde branche actief zijn (hotel vs. hovenier) kan er toch verwarring ontstaan vanwege de naam. Dat zal er mee te maken hebben dat het Four Seasons Hotel Resorts zo’n bekende naam/keten is en in feite een bekend merk.

Bescherming als merk

Als bedrijf kun je vertrouwen op je handelsnaam en de rechten die je daarmee opbouwt, maar dat is lang niet altijd voldoende. Het is lastig aan te tonen dat er verwarringsgevaar is met een ander bedrijf met dezelfde naam als dat bedrijf in een hele andere branche actief is, of in een heel ander gedeelte van het land. Handelsnaambescherming strekt zich alleen uit tot die gebieden waar een handelsnaam ook echt is gebruikt.

Bij een merk werkt dat anders. Merkbescherming ontstaat (op een enkele uitzondering na) niet door gebruik, maar door de registratie van een merk. Een merk wordt ingeschreven in bepaalde landen/een regio, zoals de Benelux of de EU. Het maakt daarbij niet uit of je je merk ook in dat hele gebied gebruikt. Pas na 5 jaar na inschrijving als merk heb je een gebruiksplicht: dan moet je het merk gebruiken voor de producten/diensten waarvoor je het hebt ingeschreven, in elk geval in een deel van het geclaimde gebied, anders loop je het risico dat je merk vervallen wordt verklaard. De bescherming strekt zich uit tot het hele gebied waar het merk is ingeschreven.

Op basis van een merkregistratie kun je tegengaan dat andere bedrijven een identieke of gelijkende merknaam gebruiken, zowel voor dezelfde producten/diensten, als voor soortgelijke producten/diensten. Bij bekende merken is die bescherming nog ruimer. Op basis van een bekend merk kan je als merkhouder optreden tegen identieke en overeenstemmende merken voor soortgelijke en niet-soortgelijke producten of diensten, als door het gebruik ongerechtvaardigd voordeel wordt getrokken uit of afbreuk wordt gedaan aan het onderscheidend vermogen of de reputatie van het bekende merk. Er moet een bepaalde mate van overeenstemming zijn tussen het bekende merk en het aangevallen merk zodat het relevante publiek een verband, een link legt. Je hebt als houder van een bekend merk dus een ruimere bescherming dan als houder van een ‘gewoon’ merk. Zie daarvoor mijn eerdere blog.

Het is dus aannemelijk dat hotelketen Four Seasons op basis van het bekende merk Four Seasons kan optreden tegen andere Four Seasons-bedrijven – hotelketens of niet – zeker als de naam (ook) beschermd is als merk.

Als bedrijf doe je er hoe dan ook goed aan niet alleen te vertrouwen op bescherming van je handelsnaam op basis van het handelsnaamrecht, maar de naam ook in te schrijven als merk. Daarmee sta je een stuk sterker in geval van een conflict.

[1] Tenzij het natuurlijk een grap of fake news blijkt te zijn.


In de praktische handboeken voor ondernemers ‘IE in Bedrijf’ lees je alles over merken en inbreuk, met tal van voorbeelden uit de praktijk. In deel 1 IE in Bedrijf – Handelsnamen en merken wordt uitgebreid ingegaan op het merkenrecht en in deel 6 IE in Bedrijf – Inbreuk op IE-rechten, op het inbreukmakend gebruik van onder meer merken en wat rechthebbenden daaraan kunnen doen, maar ook hoe je je als aangesproken partij kunt verweren tegen claims. De serie is te koop bij de reguliere en online boekhandels (bijvoorbeeld: managementboek.nl) zowel in hard cover als eBook. Kijk voor een (gratis) te downloaden inkijkexemplaar op de website IE in Bedrijf.

 

Interview met Marjolein Driessen: over Inbreuk op IE-rechten, deel 6 van de serie IE in Bedrijf

Interview Marjolein Driessen ‘over Inbreuk op IE-rechten, deel 6 van de serie IE in Bedrijf’ in Van Passie Naar Boek, 18 juni 2020.

In februari 2020 kwam ‘IE in Bedrijf – Inbreuk op IE-rechten’ uit. Dit is het zesde deel van de serie IE in Bedrijf, dat Marjolein Driessen schreef, samen met coauteur Theo-Willem van Leeuwen. Marjolein is advocaat, gespecialiseerd op het gebied van intellectueel eigendom (IE) en reclamerecht. De serie boeken wordt uitgegeven door Legaltree, waar Marjolein een van de partners is.

Precies een jaar geleden maakte ik al kennis met Marjolein. Ik had een advocaat nodig voor het hoger beroep in een zaak die ik had gewonnen, nadat iemand enkele jaren daarvoor een boek uitgaf waarvan de inhoud bijna volledig overgenomen was uit een van mijn boeken. Onze samenwerking duurde niet lang, want vlak voor de eerste zitting trok de tegenpartij het hoger beroep alsnog in. Maar het fijne contact dat we hadden is me bijgebleven, en ik vind het erg leuk om haar nu te mogen interviewen over de serie boeken die ze schreef.

Lees het interview hier.

Design: hoe werkt modelregistratie en wat zijn de kosten?

Modelregistratie is voor designers een goede keuze om hun design/ontwerpen te beschermen.

Foto: Med Badr Chemmaoui

Een modelregistratie biedt allerlei grote voordelen ten opzichte van andere intellectuele eigendomsrechten, zoals het auteurs– of merkenrecht. Wat een model precies is en wat de voordelen zijn van een modelregistratie lees je hier. Hoe de modelregistratie in zijn werk gaat en wat de kosten zijn, lees je in dit artikel.

Modelbescherming Benelux

Voor Nederlandse bedrijven die hun producten niet internationaal verkopen, is vooral van belang dat bescherming in Nederland, en eventueel net daarbuiten, goed geregeld is. Maar: Nederlandse modelregistraties bestaan niet.

De regels die gelden voor bescherming van modellen in Nederland, staan in een verdrag dat geldt voor de hele Benelux: Nederland, België en Luxemburg dus. Bedrijven kunnen hun design als Benelux-model beschermen door een aanvraag te doen bij het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom (BBIE – Den Haag). De beschermingsduur van een Benelux modelregistratie is vijf jaar waarbij je vier keer de mogelijkheid hebt om de registratie te verlengen. In totaal dus 25 jaar bescherming tegen inbreukmakers.

Modelbescherming EU

Een andere en belangrijkere mogelijkheid voor Nederlandse bedrijven om hun design te beschermen, is via een EU-modelregistratie. Dat wordt aangevraagd bij het ‘EUIPO’ (Alicante, Spanje), het EU-bureau dat de EU-merken en -modellen inschrijft. Een van de grote voordelen van een EU-model ten opzichte van een Beneluxmodel is dat je in een keer bescherming krijgt in alle EU-landen, terwijl de kosten relatief laag zijn (gemiddeld tegen de € 1.000 tegenover ongeveer € 500 voor een Beneluxmodel, als je de registratie laat verzorgen door een specialist, wat aan te raden is; zie het slot van dit artikel). De maximale beschermingsduur van een EU-model is net als bij Benelux-modellen 25 jaar.

Als je als bedrijf ambities hebt die net iets verder reiken dan de Benelux, ook als uitbreiding naar het buitenland pas zal spelen op de langere termijn , is het dus aan te raden direct voor een EU-modelregistratie te kiezen. Als je vindt dat er inbreuk wordt gemaakt, kan de rechter in één land op basis van de EU-modelregistratie concurrenten een verbod opleggen dat geldt voor álle EU-landen. Bij een Benelux-model kun je slechts een verbod krijgen voor de drie Benelux-landen.

Niet geregistreerd, toch EU-modelbescherming

Een geregistreerd modelrecht is niet de enige manier om design als model te beschermen. Nadat een ontwerp openbaar is gemaakt, is het namelijk automatisch drie jaar beschermd als ‘ongeregistreerd EU-model’. Een ongeregistreerd EU-modelrecht ontstaat dus direct na openbaarmaking en zonder dat je het hoeft te registreren. In dat opzicht is het dus te vergelijken met het auteursrecht dat ook automatisch ontstaat (op het moment dat een creatie wordt gemaakt).

Met een ongeregistreerd EU-modelrecht is het alleen mogelijk om exacte kopieën van het design te verbieden. In branches waar de omloopsnelheid van producten hoog is, zoals de fashion industrie en de meubelbranche, kan zo’n ongeregistreerd modelrecht uitkomst bieden: wel beschermd tegen echte kopieën, maar niet de kosten van een registratie.

Voor andere branches is het niet aan te raden te vertrouwen op de bescherming als ongeregistreerd EU-model. De beschermingsomvang is een stuk minder groot dan bij een geregistreerd model en het is veel lastiger te bewijzen dat je modelrechten hebt, omdat je geen registratiecertificaat krijgt.

Vereisten voor bescherming van design als model

Het BBIE en het EUIPO controleren niet of een modelaanvraag aan alle wettelijke vereisten voldoet, die hierna zijn beschreven. Je krijgt dus sowieso een modelregistratie als je de verplichte registratiekosten maar betaalt en aan bepaalde formaliteiten voldoet.

Maar dat betekent niet dat die registratie ook automatisch iets waard is. Om een geldig modelrecht te krijgen, moet het model wel aan bepaalde eisen voldoen. Als een concurrent vindt dat een modelregistratie niet aan die vereisten voldoet, kan de nietigheid van het model worden ingeroepen en verwijdert het bureau het model uit het modellenregister. Bij EU-modellen kan zo’n verzoek worden ingediend bij het EUIPO (en soms in een al lopende zaak bij de rechter), bij Benelux-modellen vooralsnog alleen bij de rechter.

Design kan als model worden beschermd als het nieuw is en een eigen karakter heeft. Dat klinkt simpel, maar is het in de praktijk niet altijd.

Nieuwheid

Nieuw wil zeggen dat er geen identiek model voor het publiek beschikbaar is gesteld vóórdat de aanvraag voor een modelregistratie wordt ingediend. ‘Identiek’ betekent dat er hooguit verschillen zijn op onbelangrijk detailniveau. Niet helemaal identiek is in het modellenrecht dus toch identiek.

Het is voor de nieuwheid belangrijk ervoor te zorgen dat je je design zo snel mogelijk na het ontwerpen aanvraagt als model. Daar heb je een jaar de tijd voor: binnen een jaar nadat een ontwerp openbaar is gemaakt, moet je de modelaanvraag indienen. Anders is het niet nieuw meer en kan de nietigheid worden ingeroepen.

Dat was bijvoorbeeld het geval bij deze krabpaal, aangevraagd als EU-model op 30 maart 2018:

De krabpaal bleek al op 22 maart 2017 te zijn getoond via een Facebookfilmpje (een jaar en 8 dagen vóór de modelaanvraag dus):

Het model was dus niet nieuw meer toen het werd aangevraagd. De vorderingen van de modelhouder werden afgewezen.

Ook Porsche had het nakijken toen de nieuwe 911 als EU-model werd aangevraagd:

Niet het model van een concurrent stond in de weg aan de nieuwheid van de ‘nieuwe’ Porsche 911, maar Porsches eigen, eerdere 911-modellen, zoals deze:

Bij modellen geldt een andere nieuwheid dan bij octrooien (in het dagelijkse taalgebruik beter bekend als ‘patenten’). Daar geldt een absolute nieuwheid: de uitvinding moet geheim blijven tot het moment van de octrooiaanvraag. Elke openbaarmaking schaadt de nieuwheid zodat dan geen aanspraak meer kan worden gemaakt op een geldig octrooirecht.

Eigen karakter

Behalve dat een model nieuw moet zijn, moet het ook een eigen karakter hebben. Dat betekent dat de algemene indruk van het model volgens de ‘geïnformeerde gebruiker’ verschilt van de algemene indruk van andere, oudere modellen. De geïnformeerde gebruiker is in het hierna genoemde waterballonnenvoorbeeld degene die weet wat voor waterballonnen er op de markt zijn en welke vorm/uiterlijk die ballonnen hebben en moeten hebben om een goede, bruikbare waterballon te zijn.

Wat kan geen model zijn?

Soms is een ontwerp nieuw en heeft het een eigen karakter, maar is het toch geen geldig model. Er zijn namelijk verschillende uitzonderingen die gelden in het modellenrecht op basis waarvan je geen geldig modelrecht krijgt, zoals:

  1. Technische functie: als een product uitsluitend op een bepaalde manier is vormgegeven omdat dat de functionaliteit ten goede komt, kan de fabrikant geen modelbescherming claimen . Bij modelbescherming gaat het immers om het uiterlijk van een product. Dat er ook ándere technische alternatieven zijn, is daarbij niet relevant.
    Waterbalonnenvuller

    Voor de Bunch O Balloons waterballonnen (links) is een EU-modelregistratie verkregen:

    Daarmee wordt geprobeerd de waterballonnen van Toi-Toys (bovenste afbeelding rechts) van de markt te krijgen. Maar de geldigheid van de modelregistratie wordt door Toi-Toys betwist. Terecht.De rechter oordeelt in 2017 in een inbreukprocedure al dat de vormgeving geheel functioneel is. Door middel van een bundel rietjes die aan een koppelstuk bevestigd zijn, zodanig dat dit koppelstuk kan worden aangesloten op een kraan, is het mogelijk meerdere waterballonnen in één keer te vullen met water. Nadat de ballonnen gevuld zijn, sluiten ze automatisch door middel van de elastiekjes indien deze van de rietjes worden afgeschoven. Functioneel dus. Het EU-modelrecht op de Bunch O Balloons is daarmee niet geldig en Toi-Toys mag de Water Bombs gewoon op de markt brengen.Het EUIPO heeft in juni 2019 de nietigheid van het EU-model bevestigd, vanwege de louter functionele functie.Zadelhoes e-bikes
    Ook deze hoezen voor e-bikes zijn uitsluitend functioneel zodat het geregistreerde EU-model nietig is verklaard:
  2. Inbreuk op een ander IE-recht: een model dat inbreuk maakt op een ouder merk, auteursrechten of een eerder model, is niet geldig. Van inbreuk op een ouder merk zal in de praktijk bijvoorbeeld (en met name) sprake zijn bij logo’s die als model worden geregistreerd. Het is mogelijk voorafgaand aan een modelaanvraag het merkenregister te checken op gelijke(nde) merken die al bestaan en die mogelijk een bezwaar kunnen vormen voor een modelaanvraag. Inbreuk op eerdere auteursrechten komt in de praktijk vaker voor, omdat het auteursrecht in beginsel hetzelfde beschermt: het uiterlijk van een product of een logo. Of er oudere auteursrechten bestaan, is niet na te gaan. Er is namelijk geen register waar auteursrechten ingeschreven staan. Je wordt dus vaak pas met oudere auteursrechten geconfronteerd op het moment dat een partij bezwaar maakt tegen de registratie van je design als model.
  3. Kenmerkende eigenschappen: uit de modelregistratie moet duidelijk blijken waar nu eigenlijk bescherming voor wordt geclaimd. Als dat niet duidelijk is, krijg je ook geen geldig modelrecht. Van groot belang is dus dat de aanvraag op de juiste manier wordt ingediend, met goede kwaliteit foto’s/afbeeldingen. Raadzaam is om een modelaanvraag niet zelf in te dienen, maar dat te laten doen door een specialist: een van de juristen bij een merken- en modellenbureau. Die weten precies welke eisen er bijvoorbeeld worden gesteld aan het beeldmateriaal, hoeveel afbeeldingen er mogen worden toegevoegd et cetera.

Zo werkt de modelregistratieprocedure

Een EU-model aanvragen kan online via het EUIPO. De registratieprocedure is uitsluitend administratief en daardoor snel. Korte tijd nadat de modelaanvraag is ingediend, wordt het gepubliceerd en geregistreerd. Bedrijven kunnen de aanvraag zelf indienen.

Maar aan te raden is dit niet. Omdat het EUIPO (net als het BBIE) niet checkt of een modelaanvraag voldoet aan de wettelijke eisen (nieuwheid, eigen karakter) en of bijvoorbeeld de afbeeldingen/foto’s waarop het model is afgebeeld wel van goede kwaliteit zijn, is de kans vrij groot dat een modelregistratie uiteindelijk niet de gewenste bescherming oplevert.

In de praktijk gebeurt dat regelmatig. Dat kun je als bedrijf voorkomen door een specialist in te schakelen die de aanvraag verzorgt. Op de website www.bmm.nl staat een overzicht van alle erkende merken- en modellengemachtigden in de Benelux. Zij weten precies wat de vereisten zijn voor een goede modelaanvraag zodat je uiteindelijk een modelregistratie verkrijgt waar je ook echt wat aan hebt.


Meer weten over de bescherming van design/vormgeving? Lees het boek ‘IE in Bedrijf – Vormgeving’. In hard cover en als e-book te bestellen via de reguliere en online boekhandels, zoals Managementboek.

Design: hoe bescherm je je ontwerpen optimaal?

Lees hier de 6 belangrijkste voordelen van het beschermen van ontwerpen via het modellenrecht vs. het auteursrecht en merkenrecht.

Foto: Edho Pratama

Ontwerpers en bedrijven besteden in het ontwerpproces vaak geen of weinig aandacht aan juridische bescherming van hun designs. Met als resultaat dat je alleen op het auteursrecht kan terugvallen als je design wordt gekopieerd. Een gemiste kans. Vormgeving kan namelijk eenvoudig worden beschermd via het modellenrecht. Wat een model is, hoe je een model beschermt en wat de 6 voordelen zijn van een modelregistratie, lees je in dit artikel.

Wanneer wordt een ontwerp gezien als een model?

Daarvoor moeten we eerst weten wat een model precies is. De wet definieert een ‘model’ als volgt: ‘Als tekening of model wordt beschouwd het uiterlijk van een voortbrengsel of een deel ervan’. Daaronder vallen naast tweedimensionale tekeningen (zoals een logo of het patroon op kleding) ook driedimensionale producten: een kast, tafel, jurk, ketting, oorbel, koffiemok, etalagepop, lamp, iPhone, de velg van een auto et cetera.

Alles wat zichtbaar is in een product – het uiterlijk dus, niet de techniek – kan een model zijn. Anders dan vaak wordt gedacht, betekent dit dus ook dat het uiterlijk van gebruiksvoorwerpen voor modelbescherming in aanmerking komt; het gaat niet alleen maar om siervoorwerpen en logo’s. Zoals deze tafels die in 2014 door Eichholtz B.V. als EU-model zijn geregistreerd:

Eichholtz B.V. tafel: het op 6 mei 2014 aangevraagde en op 14 juli 2014 ingeschreven Gemeenschapsmodel met registratienummer 002458653-0014

En:

Eichholtz B.V. tafel: het op 6 mei 2014 aangevraagde en op 14 juli 2014 ingeschreven Gemeenschapsmodel met registratienummer 002458653-0032

Of deze kaarthouder van Secrid:

Secrid kaarthouder: Benelux modelregistratie 38548-01, gedeponeerd op 10 juni 2010 en ingeschreven op 11 maart 2011

Deze lamp van Edelman:

Edelman kerstboom-model met registratienummer 003844174-0003

Of verpakkingsmateriaal:

Het uiterlijk wordt volgens de regels in het modellenrecht afgeleid uit ‘de kenmerken van met name de lijnen, de omtrek, de kleuren, de vorm, de textuur of de materialen van het voortbrengsel zelf of de versiering ervan’. Er zijn dus allerlei factoren die het uiterlijk van een product bepalen.

Voordelen van een modelregistratie

Bescherming van design/vormgeving kan op verschillende manieren worden geclaimd. De meest gangbare manieren zijn:

  • Via het auteursrecht
  • Via het geregistreerde (EU-)modellenrecht
  • Via het merkenrecht

Bescherming via een geregistreerd EU-model heeft (veel) oordelen. Op zichzelf, maar ook ten opzichte van de hiervoor genoemde beschermingsvormen. De belangrijkste voordelen zijn:

  1. Registratiecertificaat
    Na registratie van een model krijg je een registratiecertificaat – een van de belangrijkste voordelen van een modelregistratie. Alleen al het hebben van een registratiecertificaat schrikt concurrenten en copycats vaak af, zodat je ze kunt dwingen te stoppen met het verhandelen van een product met een zelfde of gelijkend design. Dit is anders in bijvoorbeeld het auteursrecht. Het kost namelijk vaak veel moeite te bewijzen dat je design auteursrechtelijk beschermd is én dat je de rechthebbende bent. Met de registratie van een EU-model, is dat bewijs snel geleverd.
  2. Geldigheid
    Het geregistreerde modelrecht wordt geacht geldig te zijn – daar gaat de rechter automatisch van uit. Zie bijvoorbeeld deze uitspraak over de bescherming van de vormgeving van kasten. Het is vervolgens aan de mogelijke inbreukmaker om aan te tonen dat het model niet geldig is (zie voor de geldigheid van een model dit artikel). Dat is voor de modelrechthebbende een veel comfortabeler positie dan voor de auteursrechthebbende, die zijn auteursrecht moet bewijzen. Ook ten opzichte van het merkenrecht is dit een groot voordeel: aan de registratie van design als vormmerk worden namelijk zware eisen gesteld en aanvragen hiervoor worden vaak geweigerd door het merken- en modellenbureau dat de merken en modellen inschrijft (bij EU-merken en EU-modellen: het EUIPO en bij Benelux merken en modellen: het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom – BBIE).De registratie van design als model gaat echter zonder veel moeite. Het bureau beoordeelt de aanvrage van een model alleen op formele eisen (zoals: is de naam van de modelhouder ingevuld?) en kijkt niet naar de inhoudelijke eisen (oftewel: voldoet het model aan de eisen die gelden voor het verkrijgen van een geldig model, zoals de vereiste nieuwheid? Zie over die eisen dit artikel).
  3. Rechthebbende
    De geregistreerde modelhouder wordt geacht de rechthebbende te zijn. De rechter gaat dus niet alleen uit van de geldigheid van het geregistreerde model, maar de rechter gaat er ook van uit dat de modelhouder die wordt genoemd in de registratie de daadwerkelijke rechthebbende is. Dat bewijs is in het auteursrecht veel lastiger – en regelmatig zelfs niet – te leveren.
  4. Bescherming in alle EU-landen
    Met een EU-model krijg je bescherming in alle EU-landen. Dat betekent dat je in elk EU-land dat modelrecht kunt inzetten, zonder dat je product in elk EU-land op de markt hoeft te zijn. Maar het betekent ook dat als je vindt dat er inbreuk wordt gemaakt, de rechter in één bepaald land een verbod kan geven dat geldt voor álle EU-landen. Dat is een groot voordeel ten opzichte van bijvoorbeeld het auteursrecht dat vooral nationaal is geregeld en waarbij je nog steeds in elk land waar inbreuk wordt gemaakt een aparte procedure moet starten.
  5. Geen gebruikseis
    Er is geen gebruikseis. Anders dan in het merkenrecht, waar een merk vervallen kan worden verklaard als het gedurende vijf jaar na de registratie niet normaal is gebruikt, hoeft een model niet gebruikt te worden om geldig te zijn/blijven.
  6. Lage kosten
    De kosten van een geregistreerd EU-model zijn relatief laag: ongeveer EUR 350 als je het zelf online indient (wat overigens niet aan te raden is, omdat het meer behelst dan alleen het invullen van een formuliertje; klik hier voor meer informatie over de registratieprocedure) of rond de EUR 1.000 als je de registratie door een professioneel merken- en modellenbureau laat verzorgen. Het model wordt geregistreerd voor een periode van 5 jaar (met de mogelijkheid om het te vernieuwen tot maximaal 25 jaar).

Wat kun je met een EU-modelregistratie?

Met een EU-modelregistratie kun je tegengaan dat anderen een gelijke(nde) vormgeving hanteren voor producten. Elk gebruik kan worden verboden: het aanbieden, importeren, in voorraad houden, verkopen, exporteren, afbeelden op een website of in reclamemateriaal et cetera. Niet alleen in Nederland, maar in de hele EU.

Bedrijven die alleen belang hebben bij goede bescherming in de Beneluxlanden, kunnen in plaats van een EU-model een Beneluxmodel registreren. Daarmee kan tegen iets lagere kosten elk gebruik in de Benelux van producten met een gelijke(nde) vormgeving worden tegengegaan. Beperkter dus dan bij een EU-model, maar toch ook zeer waardevol vanwege de genoemde voordelen van een modelregistratie.

Voorbeelden uit de rechtspraak

Dat een EU-modelregistratie van grote waarde is, volgt ook uit diverse juridische procedures waarbij de inzet inbreuk op een (geregistreerd) EU-model is.

Lamzac

Zo is sinds 2016 regelmatig geprocedeerd over de Lamzac loungebag, de inmiddels bekende met lucht gevulde zak waar je op kunt liggen:

Lamzac Loungebag

Een product dat erg populair blijkt, zowel bij consumenten als bij concurrenten, die het design en masse hebben gekopieerd. Omdat de Lamzac als EU-model geregistreerd is, kan de modelrechthebbende (Fatboy, bekend van de zitzakken) de inbreuken vrij eenvoudig en snel tegengaan. Er is al tegen meerdere partijen een EU-verbod uitgesproken. Zie bijvoorbeeld: hier en hier. Een duur grapje voor de inbreukmakers. De verliezende partij moet in dit soort zaken bij de Nederlandse rechter namelijk de volledige proceskosten, inclusief advocaatkosten, betalen.

Het EUIPO, het merken- en modellenbureau dat alle EU-modellen inschrijft, heeft op verzoek van een concurrent ook al een oordeel gegeven over de vraag of het EU-modelrecht van de Lamzac wel geldig is (zie hier voor de eisen die aan een modelregistratie worden gesteld om geldig te zijn). Dat is het geval. Fatboy heeft daarmee dus een sterk recht, dat ingezet kan worden tegen de vele copycats die er zijn in de EU.

Dat Fatboy niet álle zogenaamde ‘namaak’ kan tegengaan, volgt uit een aantal uitspraken uit 2018 – 2020 van het EUIPO waarin Fatboy de nietigheid van modelregistraties van (vooral Chinese) concurrenten inriep vanwege inbreuk op haar eigen modelrechten. Het EUIPO heeft de claims van Fatboy afgewezen en geoordeeld dat geen inbreuk is gemaakt op de EU-modelrechten op de Lamzac. Dat was bijvoorbeeld het geval bij een nietigheidsprocedure tegen dit ‘loungebed’:

Casa Vigar – afwasborstels

Dat modelregistraties in elke productbranche van belang kunnen zijn, blijkt uit de hieronder afgebeelde afwasborstels. Rechts: de afwasborstels van Casa Vigar, zoals geregistreerd als EU-model. Links: de afwasborstels van Edco die onder meer via Kruidvat werden verkocht.

Casa Vigar - afwasborstels

De rechter vond dat de Edco-borstels dezelfde totaalindruk tonen als de borstels van Casa Vigar: “een staande vrouwelijk figuur met een lange hals/nek, zonder armen, in een strakke avondjurk met een sleepje, met de borstelkop en borstel als ‘gezicht’ en ‘haar’. Beide borstelkoppen hebben een vergelijkbare ronde vorm, met een gezichtje en een deel van het kapsel erop getekend. De positionering van de borstelharen op de borstelkop is eveneens vergelijkbaar: de borstelharen zijn bovenop de borstelkop aangebracht, zodanig dat het ‘haar’ van de vrouwfiguur bovenop het hoofd strak omhoog naar achteren staat, in een ‘gekleed’ kapsel.

Simplot-friet

Ook in de voedingsindustrie zijn modellen van belang. Over de gedraaide friet van Simplot, geregistreerd als model (zie hieronder), is al lange tijd een juridische discussie gaande.


Model friet zoals gebruikt


Model friet zoals ingeschreven

 

De bekende frietproducent McCain startte in 2017 een nietigheidsprocedure tegen de modelregistratie van Simplot. Tevergeefs. Het EUIPO heeft twee keer bevestigd dat het model geldig is. Simplot startte in de tussentijd een procedure tegen McCain. McCain maakt volgens Simplot inbreuk op haar modelrechten door het op de markt brengen van McCains ‘Rustic Twist’-friet:

In de eerste spoedprocedure (kortgeding) heeft Simplot zowel bij de rechtbank als in hoger beroep bij het gerechtshof gewonnen en heeft McCain een EU-verbod opgelegd gekregen. In de uitvoeriger bodemprocedure moet nog een eindbeslissing worden genomen, omdat het inmiddels verschenen eindoordeel in de nietigheidsprocedure bij het EUIPO moest worden afgewacht. Of McCain ook in de bodemprocedure een EU-verbod om de oren krijgt, is dus nog even afwachten. Maar onwaarschijnlijk is het niet, nu de modelregistratie van Simplot overeind is gebleven en de Rustic Twist-friet veel overeenkomsten vertoont.

Ook in dit geval dus een slimme zet om de productvormgeving als model te registreren. Zo zijn er tal van voorbeelden te noemen waaruit het belang van EU-modelregistraties blijkt. Maar veel bedrijven en ondernemers zijn nog onvoldoende op de hoogte van het belang en de vele voordelen van een geregistreerd EU-modelrecht. Bescherming van je design via het modellenrecht is een – nog altijd – te goed bewaard geheim. Dat zou het niet moeten zijn!


Meer weten over de bescherming van design/vormgeving? Lees het boek ‘IE in Bedrijf – Vormgeving’. In hard cover en als e-book te bestellen via de reguliere en online boekhandels, zoals Managementboek.

Auteursrecht: mag je foto’s en video’s van anderen embedden op je eigen site?

Gebruik van content van anderen is niet toegestaan, tenzij…

De hoofdregel in het auteursrecht is dat je voor het gebruik van content van anderen, zoals foto’s en video’s, toestemming nodig hebt. Van de rechthebbende wel te verstaan. Die bepaalt immers of en onder welke voorwaarden het werk mag worden gekopieerd of gepubliceerd. De maker is in de regel de rechthebbende zodra een creatie gemaakt is, maar de auteursrechten kunnen ook aan een ander (bedrijf) toekomen, bijvoorbeeld omdat dat de werkgever is of omdat de rechten zijn overgedragen. Wie als rechthebbende moet worden gezien lees je hier.

Uitzonderingen

Er zijn verschillende uitzonderingen op de hoofdregel ‘gebruik zonder toestemming is niet toegestaan’. Zo kan er sprake zijn van een geldig citaat, van privégebruik en mogen posts via sociale media gedeeld worden (NB: het overnemen van een sociale mediapost op je eigen website mag niet zonder toestemming). Een andere uitzondering is het embedden van content op je eigen site.

Een embedded link is een link die je in feite ‘insluit’ op je eigen webpagina, meer daarover vind je in dit (embedded) filmpje:

Door middel van embedden kun je foto’s en video’s van anderen gebruiken op je eigen website of sociale media-account zónder dat je toestemming nodig hebt van de auteursrechthebbende. Het lijkt er dus op dat je via embedden de auteursrechthebbende buiten spel kan zetten. In juridische zin is dat niet zo. Als je een embedded link plaatst, wordt er namelijk niets met het brondocument gedaan. Dat blijft gewoon op de oorspronkelijke server staan. Het wordt niet gedownload en ook niet geüpload. Er vindt geen ‘verveelvoudiging’ plaats, je maakt geen kopie. Dat maakt dat embedden is toegestaan, dus zonder dat je daarvoor toestemming nodig hebt van de auteursrechthebbende. In beginsel.

Uitzondering op uitzondering = hoofdregel

Als het namelijk gaat om een foto of filmpje waarvan je weet of moet weten dat het niet eerder openbaar is gemaakt met toestemming van de rechthebbende, geldt nog steeds de hoofdregel: ‘gebruik zonder toestemming mag niet’. Dat geldt ook als een foto of video wel openbaar is gemaakt, maar bijvoorbeeld alleen voor een beperkte groep (zoals abonnees) en je voor het elders publiceren beperkingsmaatregelen moet omzeilen.

Vreemde situatie

Door foto’s en video’s van een ander te embedden kun je die in beginsel dus op je eigen website laten zien, zónder toestemming. Dat terwijl het zonder toestemming downloaden en uploaden van een foto of video van een ander op je eigen website – dus met hetzelfde eindresultaat, namelijk het tonen van beschermd materiaal op je eigen site – niet mag. Dat verschil is er alleen omdat embedden technisch anders werkt dan downloaden en uploaden. Uit de Svensson-uitspraak van het Europese Hof over hyperlinken, kan worden afgeleid dat er met embedden geen mededeling aan (nieuw) publiek plaatsvindt en dat het daarmee is toegestaan.

Dit levert een wat gekunstelde situatie op. Je hebt geen toestemming nodig om te embedden, maar het eindresultaat is hetzelfde als bij down-/uploaden (waar je wél toestemming voor nodig hebt), namelijk: je toont werk van een ander op je eigen site. Ik zou het dan ook fair vinden als embedden auteursrechtelijk gelijk wordt getrokken met het down- en uploaden van materiaal. In de V.S. is dat al eens gebeurd, in een uitspraak uit 2018 over een embedded foto. De rechter oordeelde daar dat embedden, net als downloaden en uploaden van content van anderen, niet is toegestaan als je daar geen toestemming voor hebt (tenzij natuurlijk een van de andere uitzonderingen van toepassing is). Het resultaat is immers hetzelfde. Dat betekent niet dat de heersende lijn nu is dat je in de V.S. geen materiaal mag embedden zonder toestemming, maar het heeft de discussie wel aangewakkerd.

Embedden toch niet toegestaan?

Recent heeft ook een Nederlandse rechter geoordeeld dat embedden niet is toegestaan, in een procedure over deze foto van gevulde eieren:

Foto: Studio Lipov

De oorspronkelijke foto is bijgesneden en op de website van de aangesproken partij geplaatst, bij een recept. Volgens de rechthebbende is dat zonder toestemming gebeurd waardoor het normale licentietarief is misgelopen en alsnog moet worden betaald. Een van de argumenten van de aangesproken partij is dat de foto embedded is gepubliceerd, zodat er geen sprake kan zijn van inbreuk op het auteursrecht. Normaliter is dat een reden om de inbreukvorderingen af te wijzen, natuurlijk op voorwaarde dat dat embedden ook kan worden aangetoond. Maar in dit geval ging de rechter er niet in mee en oordeelt: “Doordat de foto op de website van [gedaagde] heeft gestaan heeft zij de foto geopenbaard en dat is zonder toestemming van [eiseres] niet toegestaan, zo volgt uit artikel 25 en 27A van de Auteurswet (Aw).”.

Met de uitkomst kan ik het alleen maar eens zijn, maar zoals de auteursrechtelijke regels in de EU op dit moment zijn, is dit een uitspraak die op zichzelf staat. Uiteindelijk zal het aan het EU Hof van Justitie zijn om te beoordelen of er voor het embedden van auteursrechtelijk beschermde content van een ander toestemming moet worden gevraagd, net als voor elke andere manier van het openbaar maken van content. Als je als auteursrechthebbende overigens wil voorkomen dat je werk zonder jouw toestemming geëmbed wordt, kun je de codering op je website zo wijzigen dat embedden niet meer mogelijk is.


In de praktische handboeken voor ondernemers ‘IE in Bedrijf’ lees je alles over auteursrecht en inbreuk, met tal van voorbeelden uit de praktijk. In de laatste twee delen (5 en 6), IE in Bedrijf – Online en IE in Bedrijf – Inbreuk op IE-rechten, wordt uitgebreid ingegaan op het inbreukmakend gebruik van foto’s en andere content, wat fotografen en rechthebbenden daaraan kunnen doen, maar ook hoe je je als aangesproken partij kunt verweren tegen claims. De serie is te koop bij de reguliere en online boekhandels (bijvoorbeeld: managementboek.nl) zowel in hard cover als eBook. Kijk voor een (gratis) te downloaden inkijkexemplaar op de website IE in Bedrijf.