Berichten

Design: hoe werkt modelregistratie en wat zijn de kosten?

Modelregistratie is voor designers een goede keuze om hun design/ontwerpen te beschermen.

Foto: Med Badr Chemmaoui

Een modelregistratie biedt allerlei grote voordelen ten opzichte van andere intellectuele eigendomsrechten, zoals het auteurs– of merkenrecht. Wat een model precies is en wat de voordelen zijn van een modelregistratie lees je hier. Hoe de modelregistratie in zijn werk gaat en wat de kosten zijn, lees je in dit artikel.

Modelbescherming Benelux

Voor Nederlandse bedrijven die hun producten niet internationaal verkopen, is vooral van belang dat bescherming in Nederland, en eventueel net daarbuiten, goed geregeld is. Maar: Nederlandse modelregistraties bestaan niet.

De regels die gelden voor bescherming van modellen in Nederland, staan in een verdrag dat geldt voor de hele Benelux: Nederland, België en Luxemburg dus. Bedrijven kunnen hun design als Benelux-model beschermen door een aanvraag te doen bij het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom (BBIE – Den Haag). De beschermingsduur van een Benelux modelregistratie is vijf jaar waarbij je vier keer de mogelijkheid hebt om de registratie te verlengen. In totaal dus 25 jaar bescherming tegen inbreukmakers.

Modelbescherming EU

Een andere en belangrijkere mogelijkheid voor Nederlandse bedrijven om hun design te beschermen, is via een EU-modelregistratie. Dat wordt aangevraagd bij het ‘EUIPO’ (Alicante, Spanje), het EU-bureau dat de EU-merken en -modellen inschrijft. Een van de grote voordelen van een EU-model ten opzichte van een Beneluxmodel is dat je in een keer bescherming krijgt in alle EU-landen, terwijl de kosten relatief laag zijn (gemiddeld tegen de € 1.000 tegenover ongeveer € 500 voor een Beneluxmodel, als je de registratie laat verzorgen door een specialist, wat aan te raden is; zie het slot van dit artikel). De maximale beschermingsduur van een EU-model is net als bij Benelux-modellen 25 jaar.

Als je als bedrijf ambities hebt die net iets verder reiken dan de Benelux, ook als uitbreiding naar het buitenland pas zal spelen op de langere termijn , is het dus aan te raden direct voor een EU-modelregistratie te kiezen. Als je vindt dat er inbreuk wordt gemaakt, kan de rechter in één land op basis van de EU-modelregistratie concurrenten een verbod opleggen dat geldt voor álle EU-landen. Bij een Benelux-model kun je slechts een verbod krijgen voor de drie Benelux-landen.

Niet geregistreerd, toch EU-modelbescherming

Een geregistreerd modelrecht is niet de enige manier om design als model te beschermen. Nadat een ontwerp openbaar is gemaakt, is het namelijk automatisch drie jaar beschermd als ‘ongeregistreerd EU-model’. Een ongeregistreerd EU-modelrecht ontstaat dus direct na openbaarmaking en zonder dat je het hoeft te registreren. In dat opzicht is het dus te vergelijken met het auteursrecht dat ook automatisch ontstaat (op het moment dat een creatie wordt gemaakt).

Met een ongeregistreerd EU-modelrecht is het alleen mogelijk om exacte kopieën van het design te verbieden. In branches waar de omloopsnelheid van producten hoog is, zoals de fashion industrie en de meubelbranche, kan zo’n ongeregistreerd modelrecht uitkomst bieden: wel beschermd tegen echte kopieën, maar niet de kosten van een registratie.

Voor andere branches is het niet aan te raden te vertrouwen op de bescherming als ongeregistreerd EU-model. De beschermingsomvang is een stuk minder groot dan bij een geregistreerd model en het is veel lastiger te bewijzen dat je modelrechten hebt, omdat je geen registratiecertificaat krijgt.

Vereisten voor bescherming van design als model

Het BBIE en het EUIPO controleren niet of een modelaanvraag aan alle wettelijke vereisten voldoet, die hierna zijn beschreven. Je krijgt dus sowieso een modelregistratie als je de verplichte registratiekosten maar betaalt en aan bepaalde formaliteiten voldoet.

Maar dat betekent niet dat die registratie ook automatisch iets waard is. Om een geldig modelrecht te krijgen, moet het model wel aan bepaalde eisen voldoen. Als een concurrent vindt dat een modelregistratie niet aan die vereisten voldoet, kan de nietigheid van het model worden ingeroepen en verwijdert het bureau het model uit het modellenregister. Bij EU-modellen kan zo’n verzoek worden ingediend bij het EUIPO (en soms in een al lopende zaak bij de rechter), bij Benelux-modellen vooralsnog alleen bij de rechter.

Design kan als model worden beschermd als het nieuw is en een eigen karakter heeft. Dat klinkt simpel, maar is het in de praktijk niet altijd.

Nieuwheid

Nieuw wil zeggen dat er geen identiek model voor het publiek beschikbaar is gesteld vóórdat de aanvraag voor een modelregistratie wordt ingediend. ‘Identiek’ betekent dat er hooguit verschillen zijn op onbelangrijk detailniveau. Niet helemaal identiek is in het modellenrecht dus toch identiek.

Het is voor de nieuwheid belangrijk ervoor te zorgen dat je je design zo snel mogelijk na het ontwerpen aanvraagt als model. Daar heb je een jaar de tijd voor: binnen een jaar nadat een ontwerp openbaar is gemaakt, moet je de modelaanvraag indienen. Anders is het niet nieuw meer en kan de nietigheid worden ingeroepen.

Dat was bijvoorbeeld het geval bij deze krabpaal, aangevraagd als EU-model op 30 maart 2018:

De krabpaal bleek al op 22 maart 2017 te zijn getoond via een Facebookfilmpje (een jaar en 8 dagen vóór de modelaanvraag dus):

Het model was dus niet nieuw meer toen het werd aangevraagd. De vorderingen van de modelhouder werden afgewezen.

Ook Porsche had het nakijken toen de nieuwe 911 als EU-model werd aangevraagd:

Niet het model van een concurrent stond in de weg aan de nieuwheid van de ‘nieuwe’ Porsche 911, maar Porsches eigen, eerdere 911-modellen, zoals deze:

Bij modellen geldt een andere nieuwheid dan bij octrooien (in het dagelijkse taalgebruik beter bekend als ‘patenten’). Daar geldt een absolute nieuwheid: de uitvinding moet geheim blijven tot het moment van de octrooiaanvraag. Elke openbaarmaking schaadt de nieuwheid zodat dan geen aanspraak meer kan worden gemaakt op een geldig octrooirecht.

Eigen karakter

Behalve dat een model nieuw moet zijn, moet het ook een eigen karakter hebben. Dat betekent dat de algemene indruk van het model volgens de ‘geïnformeerde gebruiker’ verschilt van de algemene indruk van andere, oudere modellen. De geïnformeerde gebruiker is in het hierna genoemde waterballonnenvoorbeeld degene die weet wat voor waterballonnen er op de markt zijn en welke vorm/uiterlijk die ballonnen hebben en moeten hebben om een goede, bruikbare waterballon te zijn.

Wat kan geen model zijn?

Soms is een ontwerp nieuw en heeft het een eigen karakter, maar is het toch geen geldig model. Er zijn namelijk verschillende uitzonderingen die gelden in het modellenrecht op basis waarvan je geen geldig modelrecht krijgt, zoals:

  1. Technische functie: als een product uitsluitend op een bepaalde manier is vormgegeven omdat dat de functionaliteit ten goede komt, kan de fabrikant geen modelbescherming claimen . Bij modelbescherming gaat het immers om het uiterlijk van een product. Dat er ook ándere technische alternatieven zijn, is daarbij niet relevant.
    Waterbalonnenvuller

    Voor de Bunch O Balloons waterballonnen (links) is een EU-modelregistratie verkregen:

    Daarmee wordt geprobeerd de waterballonnen van Toi-Toys (bovenste afbeelding rechts) van de markt te krijgen. Maar de geldigheid van de modelregistratie wordt door Toi-Toys betwist. Terecht.De rechter oordeelt in 2017 in een inbreukprocedure al dat de vormgeving geheel functioneel is. Door middel van een bundel rietjes die aan een koppelstuk bevestigd zijn, zodanig dat dit koppelstuk kan worden aangesloten op een kraan, is het mogelijk meerdere waterballonnen in één keer te vullen met water. Nadat de ballonnen gevuld zijn, sluiten ze automatisch door middel van de elastiekjes indien deze van de rietjes worden afgeschoven. Functioneel dus. Het EU-modelrecht op de Bunch O Balloons is daarmee niet geldig en Toi-Toys mag de Water Bombs gewoon op de markt brengen.Het EUIPO heeft in juni 2019 de nietigheid van het EU-model bevestigd, vanwege de louter functionele functie.Zadelhoes e-bikes
    Ook deze hoezen voor e-bikes zijn uitsluitend functioneel zodat het geregistreerde EU-model nietig is verklaard:
  2. Inbreuk op een ander IE-recht: een model dat inbreuk maakt op een ouder merk, auteursrechten of een eerder model, is niet geldig. Van inbreuk op een ouder merk zal in de praktijk bijvoorbeeld (en met name) sprake zijn bij logo’s die als model worden geregistreerd. Het is mogelijk voorafgaand aan een modelaanvraag het merkenregister te checken op gelijke(nde) merken die al bestaan en die mogelijk een bezwaar kunnen vormen voor een modelaanvraag. Inbreuk op eerdere auteursrechten komt in de praktijk vaker voor, omdat het auteursrecht in beginsel hetzelfde beschermt: het uiterlijk van een product of een logo. Of er oudere auteursrechten bestaan, is niet na te gaan. Er is namelijk geen register waar auteursrechten ingeschreven staan. Je wordt dus vaak pas met oudere auteursrechten geconfronteerd op het moment dat een partij bezwaar maakt tegen de registratie van je design als model.
  3. Kenmerkende eigenschappen: uit de modelregistratie moet duidelijk blijken waar nu eigenlijk bescherming voor wordt geclaimd. Als dat niet duidelijk is, krijg je ook geen geldig modelrecht. Van groot belang is dus dat de aanvraag op de juiste manier wordt ingediend, met goede kwaliteit foto’s/afbeeldingen. Raadzaam is om een modelaanvraag niet zelf in te dienen, maar dat te laten doen door een specialist: een van de juristen bij een merken- en modellenbureau. Die weten precies welke eisen er bijvoorbeeld worden gesteld aan het beeldmateriaal, hoeveel afbeeldingen er mogen worden toegevoegd et cetera.

Zo werkt de modelregistratieprocedure

Een EU-model aanvragen kan online via het EUIPO. De registratieprocedure is uitsluitend administratief en daardoor snel. Korte tijd nadat de modelaanvraag is ingediend, wordt het gepubliceerd en geregistreerd. Bedrijven kunnen de aanvraag zelf indienen.

Maar aan te raden is dit niet. Omdat het EUIPO (net als het BBIE) niet checkt of een modelaanvraag voldoet aan de wettelijke eisen (nieuwheid, eigen karakter) en of bijvoorbeeld de afbeeldingen/foto’s waarop het model is afgebeeld wel van goede kwaliteit zijn, is de kans vrij groot dat een modelregistratie uiteindelijk niet de gewenste bescherming oplevert.

In de praktijk gebeurt dat regelmatig. Dat kun je als bedrijf voorkomen door een specialist in te schakelen die de aanvraag verzorgt. Op de website www.bmm.nl staat een overzicht van alle erkende merken- en modellengemachtigden in de Benelux. Zij weten precies wat de vereisten zijn voor een goede modelaanvraag zodat je uiteindelijk een modelregistratie verkrijgt waar je ook echt wat aan hebt.


Meer weten over de bescherming van design/vormgeving? Lees het boek ‘IE in Bedrijf – Vormgeving’. In hard cover en als e-book te bestellen via de reguliere en online boekhandels, zoals Managementboek.

Design: hoe bescherm je je ontwerpen optimaal?

Lees hier de 6 belangrijkste voordelen van het beschermen van ontwerpen via het modellenrecht vs. het auteursrecht en merkenrecht.

Foto: Edho Pratama

Ontwerpers en bedrijven besteden in het ontwerpproces vaak geen of weinig aandacht aan juridische bescherming van hun designs. Met als resultaat dat je alleen op het auteursrecht kan terugvallen als je design wordt gekopieerd. Een gemiste kans. Vormgeving kan namelijk eenvoudig worden beschermd via het modellenrecht. Wat een model is, hoe je een model beschermt en wat de 6 voordelen zijn van een modelregistratie, lees je in dit artikel.

Wanneer wordt een ontwerp gezien als een model?

Daarvoor moeten we eerst weten wat een model precies is. De wet definieert een ‘model’ als volgt: ‘Als tekening of model wordt beschouwd het uiterlijk van een voortbrengsel of een deel ervan’. Daaronder vallen naast tweedimensionale tekeningen (zoals een logo of het patroon op kleding) ook driedimensionale producten: een kast, tafel, jurk, ketting, oorbel, koffiemok, etalagepop, lamp, iPhone, de velg van een auto et cetera.

Alles wat zichtbaar is in een product – het uiterlijk dus, niet de techniek – kan een model zijn. Anders dan vaak wordt gedacht, betekent dit dus ook dat het uiterlijk van gebruiksvoorwerpen voor modelbescherming in aanmerking komt; het gaat niet alleen maar om siervoorwerpen en logo’s. Zoals deze tafels die in 2014 door Eichholtz B.V. als EU-model zijn geregistreerd:

Eichholtz B.V. tafel: het op 6 mei 2014 aangevraagde en op 14 juli 2014 ingeschreven Gemeenschapsmodel met registratienummer 002458653-0014

En:

Eichholtz B.V. tafel: het op 6 mei 2014 aangevraagde en op 14 juli 2014 ingeschreven Gemeenschapsmodel met registratienummer 002458653-0032

Of deze kaarthouder van Secrid:

Secrid kaarthouder: Benelux modelregistratie 38548-01, gedeponeerd op 10 juni 2010 en ingeschreven op 11 maart 2011

Deze lamp van Edelman:

Edelman kerstboom-model met registratienummer 003844174-0003

Of verpakkingsmateriaal:

Het uiterlijk wordt volgens de regels in het modellenrecht afgeleid uit ‘de kenmerken van met name de lijnen, de omtrek, de kleuren, de vorm, de textuur of de materialen van het voortbrengsel zelf of de versiering ervan’. Er zijn dus allerlei factoren die het uiterlijk van een product bepalen.

Voordelen van een modelregistratie

Bescherming van design/vormgeving kan op verschillende manieren worden geclaimd. De meest gangbare manieren zijn:

  • Via het auteursrecht
  • Via het geregistreerde (EU-)modellenrecht
  • Via het merkenrecht

Bescherming via een geregistreerd EU-model heeft (veel) oordelen. Op zichzelf, maar ook ten opzichte van de hiervoor genoemde beschermingsvormen. De belangrijkste voordelen zijn:

  1. Registratiecertificaat
    Na registratie van een model krijg je een registratiecertificaat – een van de belangrijkste voordelen van een modelregistratie. Alleen al het hebben van een registratiecertificaat schrikt concurrenten en copycats vaak af, zodat je ze kunt dwingen te stoppen met het verhandelen van een product met een zelfde of gelijkend design. Dit is anders in bijvoorbeeld het auteursrecht. Het kost namelijk vaak veel moeite te bewijzen dat je design auteursrechtelijk beschermd is én dat je de rechthebbende bent. Met de registratie van een EU-model, is dat bewijs snel geleverd.
  2. Geldigheid
    Het geregistreerde modelrecht wordt geacht geldig te zijn – daar gaat de rechter automatisch van uit. Zie bijvoorbeeld deze uitspraak over de bescherming van de vormgeving van kasten. Het is vervolgens aan de mogelijke inbreukmaker om aan te tonen dat het model niet geldig is (zie voor de geldigheid van een model dit artikel). Dat is voor de modelrechthebbende een veel comfortabeler positie dan voor de auteursrechthebbende, die zijn auteursrecht moet bewijzen. Ook ten opzichte van het merkenrecht is dit een groot voordeel: aan de registratie van design als vormmerk worden namelijk zware eisen gesteld en aanvragen hiervoor worden vaak geweigerd door het merken- en modellenbureau dat de merken en modellen inschrijft (bij EU-merken en EU-modellen: het EUIPO en bij Benelux merken en modellen: het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom – BBIE).De registratie van design als model gaat echter zonder veel moeite. Het bureau beoordeelt de aanvrage van een model alleen op formele eisen (zoals: is de naam van de modelhouder ingevuld?) en kijkt niet naar de inhoudelijke eisen (oftewel: voldoet het model aan de eisen die gelden voor het verkrijgen van een geldig model, zoals de vereiste nieuwheid? Zie over die eisen dit artikel).
  3. Rechthebbende
    De geregistreerde modelhouder wordt geacht de rechthebbende te zijn. De rechter gaat dus niet alleen uit van de geldigheid van het geregistreerde model, maar de rechter gaat er ook van uit dat de modelhouder die wordt genoemd in de registratie de daadwerkelijke rechthebbende is. Dat bewijs is in het auteursrecht veel lastiger – en regelmatig zelfs niet – te leveren.
  4. Bescherming in alle EU-landen
    Met een EU-model krijg je bescherming in alle EU-landen. Dat betekent dat je in elk EU-land dat modelrecht kunt inzetten, zonder dat je product in elk EU-land op de markt hoeft te zijn. Maar het betekent ook dat als je vindt dat er inbreuk wordt gemaakt, de rechter in één bepaald land een verbod kan geven dat geldt voor álle EU-landen. Dat is een groot voordeel ten opzichte van bijvoorbeeld het auteursrecht dat vooral nationaal is geregeld en waarbij je nog steeds in elk land waar inbreuk wordt gemaakt een aparte procedure moet starten.
  5. Geen gebruikseis
    Er is geen gebruikseis. Anders dan in het merkenrecht, waar een merk vervallen kan worden verklaard als het gedurende vijf jaar na de registratie niet normaal is gebruikt, hoeft een model niet gebruikt te worden om geldig te zijn/blijven.
  6. Lage kosten
    De kosten van een geregistreerd EU-model zijn relatief laag: ongeveer EUR 350 als je het zelf online indient (wat overigens niet aan te raden is, omdat het meer behelst dan alleen het invullen van een formuliertje; klik hier voor meer informatie over de registratieprocedure) of rond de EUR 1.000 als je de registratie door een professioneel merken- en modellenbureau laat verzorgen. Het model wordt geregistreerd voor een periode van 5 jaar (met de mogelijkheid om het te vernieuwen tot maximaal 25 jaar).

Wat kun je met een EU-modelregistratie?

Met een EU-modelregistratie kun je tegengaan dat anderen een gelijke(nde) vormgeving hanteren voor producten. Elk gebruik kan worden verboden: het aanbieden, importeren, in voorraad houden, verkopen, exporteren, afbeelden op een website of in reclamemateriaal et cetera. Niet alleen in Nederland, maar in de hele EU.

Bedrijven die alleen belang hebben bij goede bescherming in de Beneluxlanden, kunnen in plaats van een EU-model een Beneluxmodel registreren. Daarmee kan tegen iets lagere kosten elk gebruik in de Benelux van producten met een gelijke(nde) vormgeving worden tegengegaan. Beperkter dus dan bij een EU-model, maar toch ook zeer waardevol vanwege de genoemde voordelen van een modelregistratie.

Voorbeelden uit de rechtspraak

Dat een EU-modelregistratie van grote waarde is, volgt ook uit diverse juridische procedures waarbij de inzet inbreuk op een (geregistreerd) EU-model is.

Lamzac

Zo is sinds 2016 regelmatig geprocedeerd over de Lamzac loungebag, de inmiddels bekende met lucht gevulde zak waar je op kunt liggen:

Lamzac Loungebag

Een product dat erg populair blijkt, zowel bij consumenten als bij concurrenten, die het design en masse hebben gekopieerd. Omdat de Lamzac als EU-model geregistreerd is, kan de modelrechthebbende (Fatboy, bekend van de zitzakken) de inbreuken vrij eenvoudig en snel tegengaan. Er is al tegen meerdere partijen een EU-verbod uitgesproken. Zie bijvoorbeeld: hier en hier. Een duur grapje voor de inbreukmakers. De verliezende partij moet in dit soort zaken bij de Nederlandse rechter namelijk de volledige proceskosten, inclusief advocaatkosten, betalen.

Het EUIPO, het merken- en modellenbureau dat alle EU-modellen inschrijft, heeft op verzoek van een concurrent ook al een oordeel gegeven over de vraag of het EU-modelrecht van de Lamzac wel geldig is (zie hier voor de eisen die aan een modelregistratie worden gesteld om geldig te zijn). Dat is het geval. Fatboy heeft daarmee dus een sterk recht, dat ingezet kan worden tegen de vele copycats die er zijn in de EU.

Dat Fatboy niet álle zogenaamde ‘namaak’ kan tegengaan, volgt uit een aantal uitspraken uit 2018 – 2020 van het EUIPO waarin Fatboy de nietigheid van modelregistraties van (vooral Chinese) concurrenten inriep vanwege inbreuk op haar eigen modelrechten. Het EUIPO heeft de claims van Fatboy afgewezen en geoordeeld dat geen inbreuk is gemaakt op de EU-modelrechten op de Lamzac. Dat was bijvoorbeeld het geval bij een nietigheidsprocedure tegen dit ‘loungebed’:

Casa Vigar – afwasborstels

Dat modelregistraties in elke productbranche van belang kunnen zijn, blijkt uit de hieronder afgebeelde afwasborstels. Rechts: de afwasborstels van Casa Vigar, zoals geregistreerd als EU-model. Links: de afwasborstels van Edco die onder meer via Kruidvat werden verkocht.

Casa Vigar - afwasborstels

De rechter vond dat de Edco-borstels dezelfde totaalindruk tonen als de borstels van Casa Vigar: “een staande vrouwelijk figuur met een lange hals/nek, zonder armen, in een strakke avondjurk met een sleepje, met de borstelkop en borstel als ‘gezicht’ en ‘haar’. Beide borstelkoppen hebben een vergelijkbare ronde vorm, met een gezichtje en een deel van het kapsel erop getekend. De positionering van de borstelharen op de borstelkop is eveneens vergelijkbaar: de borstelharen zijn bovenop de borstelkop aangebracht, zodanig dat het ‘haar’ van de vrouwfiguur bovenop het hoofd strak omhoog naar achteren staat, in een ‘gekleed’ kapsel.

Simplot-friet

Ook in de voedingsindustrie zijn modellen van belang. Over de gedraaide friet van Simplot, geregistreerd als model (zie hieronder), is al lange tijd een juridische discussie gaande.


Model friet zoals gebruikt


Model friet zoals ingeschreven

 

De bekende frietproducent McCain startte in 2017 een nietigheidsprocedure tegen de modelregistratie van Simplot. Tevergeefs. Het EUIPO heeft twee keer bevestigd dat het model geldig is. Simplot startte in de tussentijd een procedure tegen McCain. McCain maakt volgens Simplot inbreuk op haar modelrechten door het op de markt brengen van McCains ‘Rustic Twist’-friet:

In de eerste spoedprocedure (kortgeding) heeft Simplot zowel bij de rechtbank als in hoger beroep bij het gerechtshof gewonnen en heeft McCain een EU-verbod opgelegd gekregen. In de uitvoeriger bodemprocedure moet nog een eindbeslissing worden genomen, omdat het inmiddels verschenen eindoordeel in de nietigheidsprocedure bij het EUIPO moest worden afgewacht. Of McCain ook in de bodemprocedure een EU-verbod om de oren krijgt, is dus nog even afwachten. Maar onwaarschijnlijk is het niet, nu de modelregistratie van Simplot overeind is gebleven en de Rustic Twist-friet veel overeenkomsten vertoont.

Ook in dit geval dus een slimme zet om de productvormgeving als model te registreren. Zo zijn er tal van voorbeelden te noemen waaruit het belang van EU-modelregistraties blijkt. Maar veel bedrijven en ondernemers zijn nog onvoldoende op de hoogte van het belang en de vele voordelen van een geregistreerd EU-modelrecht. Bescherming van je design via het modellenrecht is een – nog altijd – te goed bewaard geheim. Dat zou het niet moeten zijn!


Meer weten over de bescherming van design/vormgeving? Lees het boek ‘IE in Bedrijf – Vormgeving’. In hard cover en als e-book te bestellen via de reguliere en online boekhandels, zoals Managementboek.

Auteursrecht: mag je foto’s en video’s van anderen embedden op je eigen site?

Gebruik van content van anderen is niet toegestaan, tenzij…

De hoofdregel in het auteursrecht is dat je voor het gebruik van content van anderen, zoals foto’s en video’s, toestemming nodig hebt. Van de rechthebbende wel te verstaan. Die bepaalt immers of en onder welke voorwaarden het werk mag worden gekopieerd of gepubliceerd. De maker is in de regel de rechthebbende zodra een creatie gemaakt is, maar de auteursrechten kunnen ook aan een ander (bedrijf) toekomen, bijvoorbeeld omdat dat de werkgever is of omdat de rechten zijn overgedragen. Wie als rechthebbende moet worden gezien lees je hier.

Uitzonderingen

Er zijn verschillende uitzonderingen op de hoofdregel ‘gebruik zonder toestemming is niet toegestaan’. Zo kan er sprake zijn van een geldig citaat, van privégebruik en mogen posts via sociale media gedeeld worden (NB: het overnemen van een sociale mediapost op je eigen website mag niet zonder toestemming). Een andere uitzondering is het embedden van content op je eigen site.

Een embedded link is een link die je in feite ‘insluit’ op je eigen webpagina, meer daarover vind je in dit (embedded) filmpje:

Door middel van embedden kun je foto’s en video’s van anderen gebruiken op je eigen website of sociale media-account zónder dat je toestemming nodig hebt van de auteursrechthebbende. Het lijkt er dus op dat je via embedden de auteursrechthebbende buiten spel kan zetten. In juridische zin is dat niet zo. Als je een embedded link plaatst, wordt er namelijk niets met het brondocument gedaan. Dat blijft gewoon op de oorspronkelijke server staan. Het wordt niet gedownload en ook niet geüpload. Er vindt geen ‘verveelvoudiging’ plaats, je maakt geen kopie. Dat maakt dat embedden is toegestaan, dus zonder dat je daarvoor toestemming nodig hebt van de auteursrechthebbende. In beginsel.

Uitzondering op uitzondering = hoofdregel

Als het namelijk gaat om een foto of filmpje waarvan je weet of moet weten dat het niet eerder openbaar is gemaakt met toestemming van de rechthebbende, geldt nog steeds de hoofdregel: ‘gebruik zonder toestemming mag niet’. Dat geldt ook als een foto of video wel openbaar is gemaakt, maar bijvoorbeeld alleen voor een beperkte groep (zoals abonnees) en je voor het elders publiceren beperkingsmaatregelen moet omzeilen.

Vreemde situatie

Door foto’s en video’s van een ander te embedden kun je die in beginsel dus op je eigen website laten zien, zónder toestemming. Dat terwijl het zonder toestemming downloaden en uploaden van een foto of video van een ander op je eigen website – dus met hetzelfde eindresultaat, namelijk het tonen van beschermd materiaal op je eigen site – niet mag. Dat verschil is er alleen omdat embedden technisch anders werkt dan downloaden en uploaden. Uit de Svensson-uitspraak van het Europese Hof over hyperlinken, kan worden afgeleid dat er met embedden geen mededeling aan (nieuw) publiek plaatsvindt en dat het daarmee is toegestaan.

Dit levert een wat gekunstelde situatie op. Je hebt geen toestemming nodig om te embedden, maar het eindresultaat is hetzelfde als bij down-/uploaden (waar je wél toestemming voor nodig hebt), namelijk: je toont werk van een ander op je eigen site. Ik zou het dan ook fair vinden als embedden auteursrechtelijk gelijk wordt getrokken met het down- en uploaden van materiaal. In de V.S. is dat al eens gebeurd, in een uitspraak uit 2018 over een embedded foto. De rechter oordeelde daar dat embedden, net als downloaden en uploaden van content van anderen, niet is toegestaan als je daar geen toestemming voor hebt (tenzij natuurlijk een van de andere uitzonderingen van toepassing is). Het resultaat is immers hetzelfde. Dat betekent niet dat de heersende lijn nu is dat je in de V.S. geen materiaal mag embedden zonder toestemming, maar het heeft de discussie wel aangewakkerd.

Embedden toch niet toegestaan?

Recent heeft ook een Nederlandse rechter geoordeeld dat embedden niet is toegestaan, in een procedure over deze foto van gevulde eieren:

Foto: Studio Lipov

De oorspronkelijke foto is bijgesneden en op de website van de aangesproken partij geplaatst, bij een recept. Volgens de rechthebbende is dat zonder toestemming gebeurd waardoor het normale licentietarief is misgelopen en alsnog moet worden betaald. Een van de argumenten van de aangesproken partij is dat de foto embedded is gepubliceerd, zodat er geen sprake kan zijn van inbreuk op het auteursrecht. Normaliter is dat een reden om de inbreukvorderingen af te wijzen, natuurlijk op voorwaarde dat dat embedden ook kan worden aangetoond. Maar in dit geval ging de rechter er niet in mee en oordeelt: “Doordat de foto op de website van [gedaagde] heeft gestaan heeft zij de foto geopenbaard en dat is zonder toestemming van [eiseres] niet toegestaan, zo volgt uit artikel 25 en 27A van de Auteurswet (Aw).”.

Met de uitkomst kan ik het alleen maar eens zijn, maar zoals de auteursrechtelijke regels in de EU op dit moment zijn, is dit een uitspraak die op zichzelf staat. Uiteindelijk zal het aan het EU Hof van Justitie zijn om te beoordelen of er voor het embedden van auteursrechtelijk beschermde content van een ander toestemming moet worden gevraagd, net als voor elke andere manier van het openbaar maken van content. Als je als auteursrechthebbende overigens wil voorkomen dat je werk zonder jouw toestemming geëmbed wordt, kun je de codering op je website zo wijzigen dat embedden niet meer mogelijk is.


In de praktische handboeken voor ondernemers ‘IE in Bedrijf’ lees je alles over auteursrecht en inbreuk, met tal van voorbeelden uit de praktijk. In de laatste twee delen (5 en 6), IE in Bedrijf – Online en IE in Bedrijf – Inbreuk op IE-rechten, wordt uitgebreid ingegaan op het inbreukmakend gebruik van foto’s en andere content, wat fotografen en rechthebbenden daaraan kunnen doen, maar ook hoe je je als aangesproken partij kunt verweren tegen claims. De serie is te koop bij de reguliere en online boekhandels (bijvoorbeeld: managementboek.nl) zowel in hard cover als eBook. Kijk voor een (gratis) te downloaden inkijkexemplaar op de website IE in Bedrijf.

Nieuw boek Inbreuk op IE-rechten: alles wat bedrijven moeten weten over inbreuk op intellectuele eigendomsrechten

In de boekenserie IE in Bedrijf verschijnt op 6 februari een nieuw, zesde deel: Inbreuk op IE-rechten. In dit deel, dat los van de rest te lezen is, vertellen auteurs Marjolein Driessen en Theo-Willem van Leeuwen bedrijven en ondernemers alles wat ze moeten weten over inbreuk op IE-rechten op onder meer design, merken, foto’s en in reclame. In begrijpelijke taal en met veel herkenbare praktijkvoorbeelden leggen ze uit hoe je inbreuken voorkomt of oplost. 

‘Inbreuk op intellectuele eigendomsrechten (IE-rechten) zoals auteursrechten, modelrechten of merkrechten, komt heel veel voor en kan ieder bedrijf overkomen’, zegt auteur Marjolein Driessen, partner IE-recht bij advocatenkantoor Legaltree. ‘Hoewel je met de juiste kennis veel inbreukproblemen kunt voorkomen en oplossen, weten de meeste ondernemers niet goed wat hun positie is. Met het praktische boek Inbreuk op IE-rechten willen we daar verandering in brengen.’

Begrijpelijke uitleg voor niet-juristen

Inbreuk op IE-rechten bevat uitleg, praktische informatie, tips en fabels. Aan bod komen vragen als:

  • Waar moet je op letten als je een partij wil aanspreken op inbreuk op design of content, zoals foto’s?
  • Hoe verzamel je in dat geval bewijs?
  • Welke claims kun je verwachten als je zelf wordt aangesproken, en hoe verweer je je daartegen?
  • Hoe los je conflicten over namen (handelsnamen, merken en domeinnamen) op?

Daarnaast geven de auteurs veel voor ondernemers herkenbare voorbeelden, onder meer uit branches waarin inbreuk op IE-rechten dagelijkse praktijk is, zoals de meubelbranche, de fashionindustrie, de kunstwereld, de fotografiebranche en de reclame-industrie.

Over de serie

De nu 6-delige serie IE in Bedrijf bestrijkt het IE-recht gedurende de hele levenscyclus van een bedrijf. Van de positionering van het merk, bescherming van creaties, het maken van reclame tot inbreuk en het oplossen van conflicten.

Voor wie?

Het boek is bedoeld voor ondernemers en bedrijven die meer willen weten over inbreuk op IE-rechten. Inbreuk op IE-rechten is verkrijgbaar via de reguliere en online boekhandel.

ISBN 9789082373257 (hard cover), EUR 44,50 (incl. btw). Ook verkrijgbaar als e-book – Legaltree 2020.

Over auteurs Marjolein Driessen en Theo Willem van Leeuwen

Marjolein Driessen is IE-specialist en partner bij advocatenkantoor Legaltree. In haar praktijk focust ze zich op merken, vormgeving, foto’s en reclame. Theo-Willem van Leeuwen is merkenjurist en eigenaar van merkenbureau Abcor.

IE in Bedrijf (deel 6): Inbreuk op IE-rechten

Boek Marjolein Driessen & Theo-Willem van Leeuwen, ‘IE in Bedrijf Deel 6 – inbreuk op IE-rechten’, Legaltree Publishers: november 2019.

In de boekenserie IE in Bedrijf verschijnt op 6 februari 2020 een nieuw, zesde deel: Inbreuk op IE-rechten. In dit deel, dat los van de rest te lezen is, vertellen auteurs Marjolein Driessen en Theo-Willem van Leeuwen bedrijven en ondernemers alles wat ze moeten weten over inbreuk op IE-rechten op onder meer design, merken, foto’s en in reclame. In begrijpelijke taal en met veel herkenbare praktijkvoorbeelden leggen ze uit hoe je inbreuken voorkomt of oplost. 

‘Inbreuk op intellectuele eigendomsrechten (IE-rechten) zoals auteursrechten, modelrechten of merkrechten, komt heel veel voor en kan ieder bedrijf overkomen’, zegt auteur Marjolein Driessen, partner IE-recht bij advocatenkantoor Legaltree. ‘Hoewel je met de juiste kennis veel inbreukproblemen kunt voorkomen en oplossen, weten de meeste ondernemers niet goed wat hun positie is. Met het praktische boek Inbreuk op IE-rechten willen we daar verandering in brengen.’

Begrijpelijke uitleg voor niet-juristen

Inbreuk op IE-rechten bevat uitleg, praktische informatie, tips en fabels. Aan bod komen vragen als:

  • Waar moet je op letten als je een partij wil aanspreken op inbreuk op design of content, zoals foto’s?
  • Hoe verzamel je in dat geval bewijs?
  • Welke claims kun je verwachten als je zelf wordt aangesproken, en hoe verweer je je daartegen?
  • Hoe los je conflicten over namen (handelsnamen, merken en domeinnamen) op?

Daarnaast geven de auteurs veel voor ondernemers herkenbare voorbeelden, onder meer uit branches waarin inbreuk op IE-rechten dagelijkse praktijk is, zoals de meubelbranche, de fashionindustrie, de kunstwereld, de fotografiebranche en de reclame-industrie.

Over de serie

IE in Bedrijf bestrijkt het IE-recht gedurende de hele levenscyclus van een bedrijf. Van de positionering van het merk, bescherming van creaties, het maken van reclame tot inbreuk en het oplossen van conflicten.

Voor wie?

Het boek is bedoeld voor ondernemers en bedrijven die meer willen weten over inbreuk op IE-rechten. Inbreuk op IE-rechten is verkrijgbaar via de reguliere en online boekhandel.

ISBN 9789082373257 (hard cover), EUR 44,50 (incl. btw). Ook verkrijgbaar als e-book – Legaltree 2020.

Over auteurs Marjolein Driessen en Theo Willem van Leeuwen

Marjolein Driessen is IE-specialist en partner bij advocatenkantoor Legaltree. In haar praktijk focust ze zich op merken, vormgeving, foto’s en reclame. Theo-Willem van Leeuwen is merkenjurist en eigenaar van merkenbureau Abcor.

De Nederlandse proceskostenveroordeling: (nog steeds) een obstakel

Artikel M. Driessen, ‘De Nederlandse proceskostenveroordeling: (nog steeds) een obstakel’, BMM 2019/1, 13 maart 2019.

In dit themanummer mag een bijdrage over de proceskostenveroordeling in IE-zaken natuurlijk niet ontbreken. In de ruim tien jaar nadat de eerste proceskostenveroordeling werd uitgesproken in Nederland, gebaseerd op de daadwerkelijke kosten, is het een onderwerp van voortdurende discussie geweest met tal van (kritische) artikelen, een proefschrift en tot op heden één arrest van het HvJ EU tot gevolg. De regeling inzake de ‘volledige’ proceskostenveroordeling heeft sinds de introductie in Nederland in 2006 ook zelf verschillende wijzigingen doorgemaakt. Vandaag de dag worden niet meer automatisch de opgevoerde, werkelijke proceskosten toegewezen, maar worden deze begrensd door gemaximeerde IE-indicatietarieven waaraan de meeste rechters zich houden. Dat is mooi, zou je zeggen, want dan weet iedereen waar hij aan toe is. Maar is dat wel zo? Nee, is mijn stellige antwoord.

Lees het volledige artikel hier.

IE in Bedrijf (deel 5): Online

Boek Marjolein Driessen & Theo-Willem van Leeuwen, ‘IE in Bedrijf Deel 5 – Online’, Legaltree Publishers: mei 2018.

In deel 5 gaan Marjolein Driessen en Theo-Willem van Leeuwen in op verschillende onderwerpen die spelen in de online wereld in relatie tot intellectuele eigendomsrechten. Zo wordt in dit boek behandeld hoe je domeinnamen claimt, wanneer je recht hebt op een bepaalde (domein)naam, wanneer je het merk van een concurrent als AdWord mag gebruiken, welke regels er gelden bij het maken van online reclame door middel van verschillende soorten prijsvragen en acties en in hoeverre je materiaal dat online te vinden is mag gebruiken op bijvoorbeeld je eigen website, via sociale media of door het aanbrengen van een hyperlink. Er is een uitgebreid hoofdstuk gewijd aan ‘apps’: hoe zorg je voor een goede bescherming van een app en hoe zit het met de privacy? Natuurlijk gaan we in op allerlei aspecten rondom sociale media, zoals: wat voor reviews zijn er toegestaan en in hoeverre mag je reclame maken via sociale media? En tot slot: hoe ga je als bedrijf om met online namaak en wie spreek je daarop aan? Kan dat ook een tussenpersoon zijn, zoals Marktplaats of eBay?

Zie website IE in Bedrijf.

IE in Bedrijf (deel 4): Reclame

Boek Marjolein Driessen & Theo-Willem van Leeuwen, ‘IE in Bedrijf Deel 4 – Reclame’, Legaltree Publishers: april 2017.

In deel 4 gaan Marjolein Driessen en Theo-Willem van Leeuwen in op reclame en intellectuele eigendomsrechten. Reclame is geen echt onderdeel van IE, maar het houdt wel sterk verband met elkaar. Merken worden vaak gebruikt in reclame, net als materiaal waarop andere IE-rechten rusten (zoals auteursrecht en portretrecht). Vaak is bedrijfscommunicatie ook een vorm van reclame maken. In deel 4 worden de belangrijkste onderwerpen op het vlak van reclame behandeld, zoals vergelijkende en misleidende reclame, gebruik van merken in reclame, de regels die gelden bij online reclame (zoals AdWords en sociale media), gebruik van (andermans) portretten/characters in reclame, inhakers die worden gemaakt bij belangrijke gebeurtenissen en evenementen en ambush marketing.

Zie website IE in Bedrijf.

IE in Bedrijf (deel 3): Vormgeving

Boek Marjolein Driessen & Theo-Willem van Leeuwen, ‘IE in Bedrijf Deel 3 – Vormgeving’, Legaltree Publishers: mei 2016.

In deel 3 gaan Marjolein Driessen en Theo-Willem van Leeuwen in op de bescherming van vormgeving, bijvoorbeeld door middel van het modellenrecht en het auteursrecht. In begrijpelijke, zo min mogelijk juridische taal wordt besproken wat het belang is van vormgeving en de bescherming daarvan, bijvoorbeeld bij meubels en mode, hoe vormgeving kan worden beschermd, wanneer inbreuk wordt gemaakt op de betreffende intellectuele eigendomsrechten zoals het modellen- en het auteursrecht en welke stappen je dan moet nemen.

Zie website IE in Bedrijf.

IE in Bedrijf (deel 2): Bescherming van ideeën

Boek Marjolein Driessen & Theo-Willem van Leeuwen, ‘IE in Bedrijf Deel 2 – Bescherming van ideeën’, Legaltree Publishers: november 2015.

IE in Bedrijf deel 2 gaat over de (on)mogelijkheden van ideeënbescherming, bijvoorbeeld door middel van het auteursrecht en het octrooirecht. Marjolein Driessen en Theo-Willem van Leeuwen bespreken in begrijpelijke, zo min mogelijk juridische taal hoe een idee ontstaat, wat de voorwaarden zijn om bescherming van ideeën te kunnen claimen en wanneer inbreuk wordt gemaakt op de betreffende intellectuele eigendomsrechten zoals het auteurs- en octrooirecht. Natuurlijk worden er weer fabels en tips besproken en worden de onderwerpen toegelicht aan de hand van tal van geïllustreerde praktijkvoorbeelden.

Zie website IE in Bedrijf.